Wanne

Het menselijk brein werkt toch wel heel bijzonder, de ene automatische piloot is de andere niet… Vanmiddag maakte ik met de zelfontspanner een foto van ons drieën, gezeten op een boomstam. Na deze rustpauze liepen we verder. Na een tijdje greep ik mijn camera, wilde de lensdop van de lens halen en… greep mis. Na enig paniekerig nadenken kwamen we tot de conclusie dat ik de dop vast had laten liggen tijdens de opname met de zelfontspanner. Tijdens die ene minuut zoeken & nadenken greep ik nog wel drie keer tevergeefs naar mijn lensdop… over automatische piloot gesproken. Wat echter ook op de automatische piloot zou moeten gebeuren, namelijk de lensdop na gebruik van de camera weer op de lens plaatsen, dat loopt dus wel eens anders…

Vanmorgen maakten de jongere en de oudere dame een wandeling zonder mij; ik zette mij aan een schoolklus die ik al ruim een half jaar uitstel! Het grijs waarmee de dag begon, werd allengs verdreven en maakte plaats voor een strakblauwe lucht. Na de lunch reden we naar Wanne, via de slager in Grand-Halleux. Vanuit Wanne maakten we een mooie, afwisselende wandeling, eerst richting Hénumont, vervolgens richting Logbiermé en dan weer terug. Het was een fractie kouder dan gisteren maar toch volstonden een trui, een sjaal en een hesje nog steeds.

We reden met de auto terug naar Ennal. Onderweg wilden de twee dames eruit, ze gingen het laatste stukje nog lopen en hoopten – tevergeefs – op een mooie zonsondergang. Mij werd verzocht om alvast de piepers te schillen. Vanavond eten we biefstuk, veldsla en gebakken aardappelen.

Geplaatst in Vakantie, Wandelen | 2 reacties

Rochelinval en Farnières

Ook vandaag belooft het na een koude nacht een schitterende dag te worden. Het kan de beide dames niet snel genoeg gaan, een derde mok thee wordt me niet gegund, maar ik neem ‘m toch en vertrek dan maar tien minuten later… Wat zijn tien minuten nou als je zo oud bent als ik? Wat zijn tien minuten sowieso!?

Op mijn gemak kuier ik de heuvel achter ons huis op, de beide dames staan op me te wachten bij de glascontainers. De weg voert ons over de heuvelrug langzaam naar het dal van de Salm (Waalse naam: le Glain); aan weerszijden hebben we een panoramisch uitzicht… Ik blijf dit een van de mooiste veldwegen van de streek vinden.

We steken de rivier en de spoorweg over (lijn 42 van Liège naar Luxembourg). Aan de overkant van het dal klimmen we steil naar het dorpje Rochelinval. Uiteindelijk lopen we de bossen in; helaas hangen er borden dat we er vandaag niet in mogen wegens drijfjacht.

Terwijl we de bosrand naderen, zien we van verschillende kanten jagers komen aanlopen. Ik knoop een praatje aan, de jacht is voorbij, niks geschoten, we kunnen doorlopen. Yess! In een ander perceel bos rechts van ons horen we honden blaffen en de jachthoorn galmen. Daar wordt de jacht ook afgeblazen, zien we even later…

De komende kilometers voeren ons door de mooie afwisselende bossen richting Farnières. Het pad blijft min of meer op dezelfde hoogte dus het loopt heerlijk. Op een open plek in het bos zetten we ons op een paar boomstronken en werken we de meegebrachte boterhammen met kaas naar binnen. Het uitzicht is prachtig, ver en hoog aan de overkant zien we Logbiermé liggen!

De tocht gaat verder over donkere boswegen. Op sommige plekken liggen er enorme plassen waar we langs moeten…

Ongeveer 1 km vóór Farnières neem ik afscheid van de beide dames, ik kies voor een kortere route terug, mijn rug vraagt nog steeds om extra aandacht. Een prachtige afdaling volgt met aan één kant dicht sparrenbos en aan de andere kant een strook sierlijke beuken…

Tussen de weilanden wandel ik naar het buurtschap Hourt dat alweer aan de overkant van de Salmvallei ligt. Een trein dieselt door het dal…

Vanaf Hourt is het weer flink klimmen geblazen. De zon schijnt op mijn bolleke en ik heb geen parasolleke en ik puf dan ook omhoog!

Maar eens boven gekomen, is alle leed geleden. Met uitzicht op Grand-Halleux daar beneden in de vallei loop ik au balcon tot bij de eerder genoemde glasbakken. De cirkel is rond, ik daal af. Thuisgekomen zet ik een grote pot thee en snij ik een punt tarte maison af.

Mijn verslag is zowat klaar als de beide dames arriveren… De ene dame snakt naar een douche, de andere dame verlangt naar thee en taart. Dat kan allemaal… Wat is vakantie toch heerlijk!

Geplaatst in Vakantie, Wandelen | 1 reactie

Logbiermé

Als de wekker om half acht gaat, is het buiten al licht. Door een berijpte wereld rijden we naar bakker Mahaux in Grand-Halleux. Aan de muur in de winkel hangt een foto van de noodbakkerij uit de oorlog. Dat dat nu ons vakantiehuisje is! Bijzonder…

De twee dames, de jongere en de oudere, zijn meegegaan. Op de terugweg drop ik ze halverwege, ze gaan te voet terug.

Na een voortreffelijk ontbijt met pistolekes, pains au chocolat en croissants, maken we ons klaar voor de wandeling. We lopen langs de kapel Ennal uit. De wereld is intussen alweer groen en de zon staat te stralen aan een knalblauw uitspansel.

Door de vallei van de Ruisseau de Mont-le-Soie lopen we rustig stijgend naar de plek die wij ‘de gué’ noemen. Het Franse woordje gué betekent doorwaadbare plaats – en inderdaad, het pad kruist daar het riviertje met een gué. Overigens ligt er al sinds vele jaren een bruggetje waarmee je eveneens aan de overkant kunt komen…

In feite begint de klim naar Logbiermé pas vanaf deze plaats. Het pad wordt steiler. We komen langs een jager die ons vertelt dat er in het bos hierboven wordt gejaagd, maar we mogen doorlopen… Dat maak je in België niet vaak mee! Iets verderop worden we ingehaald door een andere jager en ook deze man stelt ons gerust, er wordt gejaagd maar we moeten niet bang zijn. Wel vraagt hij ons om rustig door te lopen. Boven, daar waar we de weilanden rond Logbiermé bereiken, zien we nog meer jagers en drijvers. Zonder problemen bereiken we Les Gattes, het Natuurvriendenhuis van Logbiermé. We stappen naar binnen, trekken de wandelschoenen uit en installeren ons in de warme huiskamer aan een tafel bij de kachel. Het is twaalf uur en we eten de meegebrachte pistolekes op.

Onze wegen scheiden. De jongere dame en de oudere dame zullen met een wijde boog teruglopen naar Ennal, ikzelf heb een bescheidener route in gedachten, a) omdat ik vanmiddag stoofvlees wil maken en b) omdat mijn rug me de afgelopen week flink wat last heeft bezorgd en ik daar wat behoedzaam mee wil omgaan… “Je wordt ouder, papa, geef het maar toe!” zong Peter Koelewijn!

Ik daal af door het dorp. De jagers hebben zich verzameld bij het pleintje, ze hebben één everzwijn te grazen kunnen nemen, maar er staan vandaag nog twee jachtpartijen op het programma! Na een praatje loop ik verder. De meeste boerderijtjes zijn flink gerestaureerd en dienen duidelijk als buitenverblijf. Een enkele boerderij is nog in bedrijf en ik kom langs één boerenhuis dat staat te vervallen; wat ontzettend jammer!

Voorbij het dorp loop ik weer het bos in. Ik wandel nu door het dal van de Ruisseau du Ponceau dat ik volg tot ik weer uitkom bij ‘de gué’.

Het dalletje is een natuurreservaat, het is er een drassige boel maar wel erg mooi. Voorbij ‘de gué’ loop ik over het ons zo bekende pad weer naar Ennal… Gedurende de hele wandeling geniet ik van de zon die recht in mijn gezicht schijnt en me in een bijna zomerse stemming brengt.

Ik ben nog maar net thuis of er wordt op de deur geklopt. Mme. Thill heeft wafels gebakken voor ons. Wat lief en wat lekker! Ik ga de keuken in en stoof de ui. Daarna voeg ik het vlees toe. Zo, laat maar sudderen! Straks halen we frieten in Grand-Halleux. Een goed glas Lupullus brune erbij… meer moet dat niet zijn!

Geplaatst in Vakantie | Plaats een reactie

Retour à Ennal

Krokusvakantie… voorjaarsvakantie… What’s in a name? We hebben weer vakantie en daar gaat het om. Deze keer kiezen we voor bekend terrein: Ennal. Een gehucht boven de Salmvallei, ergens tussen Trois-Ponts en Vielsalm. We huurden hier, bij Mme. Thill, voor het eerst in de herfstvakantie van 1997 of 1998. In elk geval ruim 20 jaar geleden. Ennal was toen nog een onvervalst boerendorpje. Het heeft zijn charmes gelukkig behoorlijk weten te bewaren, al zijn heel wat huizen nu weekendverblijven of vakantiehuizen.

Ons huisje is in feite een houten bungalow. Het stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In het naburige dorp Grand-Halleux werd de bakkerij geraakt door een bom. De bakker bouwde tegenover zijn vernielde zaak een houten keet waar hij ging bakken en brood verkopen. Na de oorlog werd de bakkerij hersteld en het houten gebouwtje dat als noodbakkerij had gediend, werd te koop gezet. Monsieur Thill kocht het, demonteerde het en bouwde het weer op in zijn tuin. Het huisje werd ingericht als vakantiewoning en als zodanig verhuurd. Monsieur Thill hebben wij nooit gekend, hij overleed in mei 1989…

In die eerste jaren was het wel enigszins afzien als je hier huurde. Wij kwamen altijd in de herfstvakantie, jaar na jaar na jaar. In de eetkamer stond een grote mazoutkachel – en dat was de enige bron van warmte in het huis! Met dat ding stookte je het hele huis loeiheet maar dat betekende wel dat je de eetkamer uit smolt! De slaapkamers waren ijskoud als je de deuren dicht hield. Dat alles is nu anders. Les Bouleaux, zoals het huisje heet, is comfortabel verwarmd en eenvoudig maar gezellig ingericht. Door de jaren heen heeft Mme. Thill – vaak eigenhandig – het huisje steeds aangepast en verbeterd… Je kunt er met vijf mensen slapen en de prijs is €275,- (zomervakantie €380,-) voor een week. Reserveren kun je rechtstreeks op +32 (0)80 21 53 82.

Vanmorgen reden we tegen acht uur ons buurtje uit. Om 11 uur zaten we in Eijsden aan de koffie en daarna maakten we een rondje in de tuin van het prachtige kasteel.

Om kwart voor een pikten we dochterlief op bij station Liège Guillemins, een uur later liepen we in de Spar van Vielsalm voor boodschappen. Bij de slager in Grand-Halleux kochten we nog bloedworst en stoofvlees. Om iets voor drieën reden we het erf van Mme. Thill op.

Een uur later liepen we het dorpje uit. Het was bijna zomers warm! We klommen uit het dal van de Ruisseau de la Noire Fagne omhoog en maakten een prachtige wandeling.

Kapel in Ennal

Geplaatst in Vakantie | 1 reactie

Jan Sluijters in Den Bosch

Ik ben 60+ en dan kun je bij de NS een bundeltje keuzedagen kopen. Eens in de twee maanden mag je dan een keuzedag ophalen aan de automaat en dan kun je een hele dag ‘vrij’ treinreizen door Nederland. Vandaag begaf ik me naar ‘s-Hertogenbosch, in het aangename gezelschap van mijn dierbare eega.

Het weer was stormachtig maar de Nederlandse Spoorwegen functioneerden probleemloos. Wel werden we tijdens de treinreis opgeschrikt door een NL-alert: in Alblasserdam was een ongelukje gebeurd en daardoor werd half Nederland geteisterd door een onaangename stankwolk. Deze drong zelfs door tot in de trein! Echter, ik ben wel wat gewend, op school werken wij met natuurlijke verven en als de potjes niet goed dichtgeschroefd zijn… nou!!! dan ruik je dat dus.

In stoet liepen we van het station richting het centrum van Oeteldonk, zoals Den Bosch in carnavalstijden wordt genoemd. We passeerden de beroemde Drakenfontein met bovenop een prachtige zuil een vergulde draak. Weldra gingen we een koffietentje in waar de echte Bossche bollen van Jan de Groot werden geserveerd… De koffie kwam in een mok met passend dessin.

Voorzien van meer dan genoeg calorieën kuierden we de stad in. In een herenmodezaak schafte ik enkele broeken aan die ik ga dragen als de temperaturen weer wat aangenamer worden. Vervolgens liepen we langs de Sint Jan: wat een schitterende kathedraal is dat toch!

Ten slotte bereikten we het Noord-Brabants Museum. Daar bezochten we twee tentoonstellingen: een kleine tentoonstelling rondom enkele werken van Jeroen Bosch die vaak zijn gekopieerd…

… en een grote tentoonstelling met werk van Jan Sluijters uit zijn ‘wilde jaren’, de periode 1904-1914. Het was enorm druk in het museum! Begrijpelijk, want het is een mooie verzameling werken die ze bij mekaar hebben gebracht!

Geplaatst in Kunst | 2 reacties

De Moersleutel

Wie mij kent, weet dat ik niet van pils houd. Ik ben echter wel een liefhebber van een goed bier, echt bier noem ik dat ook wel eens. Daar waar de keuze zeg nou 20 jaar geleden zich beperkte tot wat Belgische brouwerijen voortbrachten (trappist, abdijbier, gueuze, … en ik doe nu veel biersoorten tekort) is de variatie aan bieren die er thans gebrouwen wordt haast oneindig te noemen.

Nederland heeft een inhaalslag gemaakt. In het land van pisbrouwers als Heineken, Oranjeboom en Amstel zijn nu meer brouwers actief dan in bierland België. En ‘die Hollanders’ zijn, zoals vaak, behoorlijk ondernemend en innovatief. Wat mij betreft gaat het wel eens te ver met al het geëxperimenteer met smaken… Maar boeiend is het wel.

Gisteravond namen de beer engineers van brouwerij De Moersleutel biertempel De Kleine Deugniet over. Negen bieren hadden ze mee, waaronder twee specials voor deze avond*.

Ik proefde achtereenvolgens:

  • *Barley wine, op whiskyvat gelagerd;
  • Motorolie Mexican Vanilla (foto)
  • *Pinda pinda

Alledrie heel bijzonder, met de pinda pinda als meest opvallende, top om eens te proeven maar ik heb geloof ik liever een pinda bij mijn bier dan in mijn bier. Echter eerlijk is eerlijk, ik heb de pinda pinda met genoegen gedegusteerd. Beide andere bieren vond ik zalig. Daar bestel ik wellicht nog eens een paar blikjes van..

Meer informatie over De Moersleutel vind je op de website.

Geplaatst in Eten en drinken | 1 reactie

La petite boutique japonaise

Ik heb me de afgelopen weken gewaagd aan het lezen van een boek dat geschreven is in de Franse taal: Het Japanse winkeltje. Franse titel: La petite boutique japonaise. De auteur is ene Isabelle Artus. In den beginne dacht ik dat zij al heel wat boeken op haar naam had staan, maar ze heeft nog maar één boek geschreven… Waar die gedachte vandaan kwam, weet ik niet. Intussen weet ik dus beter.

Isabelle Artus - Het Japanse winkeltje

De Nederlandse vertaling is uitgegeven bij de Wereldbibliotheek. Ik las een Franstalige uitgave, een pocket van J’ai lu.

De jonge Pamela, kortweg Pam, woont in Parijs en houdt een klein winkeltje aan de Quai Malaquais op de rive gauche, de linkeroever van de Seine. Dat schepte al meteen een soort bondgenootschap, want ik ben opgegroeid op de linkeroever van de Schelde te Antwerpen, weliswaar niet in een bonsaiwinkeltje maar in de flat van mijn ouders. Pam wil leven als een Japanse geisha en heeft er alles voor over om eruit te zien als een authentieke Japanse gezelschapsdame… De eigenaar van het winkeltje is de heer Dr. Atsura, hij is de beschermheer (dana) van Pamela.

Thad is een jonge Breton die zich eveneens aangetrokken voelt tot Japan, hij voelt zich een heuse samourai en zijn leven staat geheel in het teken van het zich verder te ontwikkelen in die richting.

Beide jongelui ontmoeten elkaar en de vlam slaat gelijk in de pan. Echter, voor Thad is het moeilijk om zich als samourai te verbinden aan een vrouw. Op een dag verdwijnt hij spoorloos… Pam is ervan overtuigd dat hij naar Japan is vertrokken en reist hem achterna.

Ik heb echt genoten van dit boek. Ik moest wel wennen aan lezen in het Frans en was blij dat ik de vertaling bij de hand had. Vooral bij de eerste hoofdstukken kwam dat van pas. Daarna had ik steeds minder de vertaling nodig. De laatste hoofdstukken heb ik uiteindelijk toch nog in het Nederlands gelezen, want het boek moest op tijd uit zijn, immers afgelopen vrijdag kwam ons leesclubje bijeen.

Het boek leest als een sprookje. Er is een ondertoon van zachte spot maar ook van liefde voor de beide hoofdpersonen. Zij die elk in hun Japanse bubbel leven (gevlucht zijn…?), komen uiteindelijk zichzelf tegen.

Tijdens de bespreking in de leesclub voerde in feite vooral de verwondering de boventoon. Verwondering over het land Japan met zijn oeroude cultuur waar wij als westerlingen zo weinig van weten en nog minder van begrijpen… En hoe verklaar je het moderne Japan vanuit die oude cultuur? Uit die oude cultuur zich alleen maar op een andere manier in het huidige tijdsgewricht? Kortom, ik fietste met meer vragen dan antwoorden naar huis door de koude winternacht…

Isabelle Artus - La petite boutique japonaise

Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Deugniet

Vanmiddag had ik afgesproken met (oud-)collega Emile. We hebben allebei bij Surplus gewerkt – maar nu niet meer. (Wat mij betreft zeg ik: gelukkig niet meer…) Plaats van afspraak: de Kleine Deugniet, Alkmaars onbetwist speciaalbier café.

Het was er rustig, op de achtergrond klonk muziek uit de jaren ’70 en ’80 en er ontsponnen zich mooie gesprekken over onderwijs, over ons werk als schoolleider en over o.a. bier en Schotland. Kortom, een heerlijke middag! We proefden drie bieren:

  1. De Moersleutel – Battery Jumper (double New England IPA gebrouwen met Calypso, Lemondrop en Mosaic hop)
  2. Brewskovitch – Winter Blues (kruidig winterbier met steranijs, sinaasappelschil, kruidnagel en een vleugje kaneel; deze Brown Ale is gebrouwen met 5 verschillende mout- en 3 verschillende hopsoorten. Een smakelijk, verwarmend winterbier)
  3. De Moersleutel – Barrel blend V (in bourbon- en Schotse whiskyvaten gerijpte barleywine en milkstout. Dik, zoet en met tonen van bourbon, turf, kokos en vanille)

Geplaatst in Eten en drinken | 3 reacties

Poedel

Poedel, zo wordt Michael door zijn schoolvriendjes genoemd, eerst als een soort racistisch scheldwoord, later liefkozend want hij kan heel goed voetballen…

Poedels vader is in de Tweede Wereldoorlog gesneuveld, hij was RAF piloot. Michael was niet eens geboren. Michael woont nu in London met zijn moeder Christine, een Française. Samen gaan ze geregeld op bezoek bij twee tantes die in Folkestone wonen. Tante Mary (tante Foei) en tante Martha (tante Sneeuwklokje) hebben zijn vader opgevoed, die zelf zijn vader verloor in de Eerste Wereldoorlog. De tantes hebben een hondje, een soort Jack Russell-terriër die naar de naam Jasper luistert. Als ze op bezoek zijn in Folkestone, gaan ze altijd sneeuwklokjes in zee strooien ter nagedachtenis van Michaels vader…

michael morpurgo - een medaille voor leroy (1)

Zo komen we stilaan wat meer te weten over Poedel. Hij zou zelf heel graag een hondje hebben, maar zijn moeder wil dat niet. “Honden,” mopperde ze altijd. “Daar heb je alleen maar een hoop rommel van. Ze stinken en zitten onder de vlooien. Daarom zitten ze zich ook altijd te krabben. En ze likken zich overal waar iedereen bij is. Répugnant! Abhorrent! Dégoûtant!” (Ze kende veel woorden voor ‘walgelijk’.) “En ze bijten. Waarom zou ik een hond willen? Waarom zou überhaupt iemand een hond willen?” (Eerlijk gezegd begrijp ik dat ook niet altijd…)

Tante Sneeuwklokje overlijdt en tante Foei belandt in een verzorgingstehuis. Poedel krijgt een pakje… en dan verandert zijn leven, niets is nog wat het altijd geleken heeft.

michael morpurgo - een medaille voor leroy (2)

Michael Morpurgo is vooral bekend door zijn (schitterende!) boek Oorlogspaard (verfilmd door Steven Spielberg), maar hij heeft zó veel mooie boeken geschreven! Het was lang geleden dat ik iets van hem had gelezen, Een medaille voor Leroy zag ik vrijdagmiddag toevallig staan toen ik in de bieb was om een ander boek op te halen en stond te wachten op vrouwlief die nog aan ’t rondkijken was.

michael morpurgo - een medaille voor leroy

Ook dit boek eindigt met een nawoord waarin Michael Morpurgo vertelt waar hij de inspiratie voor dit boek heeft gehaald: het boek is deels autobiografisch en deels vertelt het het verhaal over zwarte militairen in dienst van blanke (Britse, Amerikaanse) legers en het dedain waarmee op deze mensen werd neergekeken…

Een aanrader!

Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Lekker!

Ik heb altijd beweerd dat ik van de seizoenen houd en ik zou ook niets kunnen verzinnen om mezelf hierin tegen te spreken. Toch moet ik bekennen dat ik de laatste jaren de winter wel eens hartgrondig verwens. Dat heeft dan te maken met twee factoren.

Eén. Het wintert niet echt. De winter suddert door in al zijn grijsheid, échte koud wordt het niet, het blijft maar kwakkelen en bovendien regent het veel.

Twee. De winters lijken steeds langer te duren. Een mens verlangt naar de lente, groen aan de bomen, slootkanten vol speenkruid en groot hoefblad – en die lente komt maar niet…

Deze dagen echter is het eindelijk wel een beetje winter. Het vriest, zelfs overdag blijft de aarde op beschaduwde plekjes wit berijpt. Er staat een felle winterzon te stralen aan een strakblauwe lucht. Op de sloten ligt een vliesje ijs en in het noorden van Nederland, dat deel dat Friesland en Groningen wordt genoemd, zijn de schaatsen zowaar al aangebonden… En morgen is er sneeuw in de verwachting. Kijk, zo mag ik de winter graag lijden.

In de pan ligt een heerlijk stuk stoofvlees van een Schotse Hooglander te sudderen. Ook dát hoort bij de winter!

Lekker! Winter!

Geplaatst in Mijmeringen | Plaats een reactie