Sloop

Sprinters (boeken die je leent van de bibliotheek en die je binnen een week – en in ons geval, omdat wij een Groot Abonnement hebben, binnen twee weken – uitgelezen moet hebben) leen ik niet vaak. Daarvoor lees ik eigenlijk net te weinig en/of te traag. Maar twee weken geleden ga ik overstag. Anna Enquists boek Sloop staat in het sprinter-rek, ik blader erin en de taal verrast me: minder ingewikkeld dan ik van Enquist had verwacht; en mooi, helder, vlot geschreven. Dus neem ik het mee. En verdomd, binnen de leentermijn heb ik het boek uit. Met dank aan een dag heen en weer naar Antwerpen, met de trein. “NS draagt lezen een warm hart toe, want lezen is één van de favoriete tijdsbestedingen in de trein.” In mijn geval klopt dat, ik reis twee en soms drie keer per week naar mijn werk in Utrecht. Er zit altijd een boek in mijn tas en bijna elke rit lees ik wel enkele bladzijden.

Sloop haalt geen onverdeeld lovende pers. Het zal dus wel niet Enquists beste werk zijn, maar ik vond het een prettige kennismaking met deze schrijfster en ik ga vast andere boeken van haar lezen. Hieronder enkele koppen die ik aantrof boven recensies.

Therapiesessie in het hoofd van de hoofdpersoon (literairnederland.nl)
Anna Enquist vraagt zich af: Kun je kunstenaar en moeder tegelijk zijn? (Trouw)
Anna Enquist laat zien hoe machtig een innerlijke stem kan zijn ⭐⭐⭐(Volkskrant)
Anna Enquist laat zien hoe machtig een innerlijke stem kan zijn (De Groene Amsterdammer)
⭐⭐⭐⭐(hebban.nl)
⭐⭐⭐⭐(allesoverboekenenschrijvers.nl)
Componist Alice Augustus is kwaad, in de nieuwe roman van Anna Enquist. De hele tijd, om alles (het Parool)
Mooie, wat voorspelbare roman (bazarow.com)

Het boek begint met de sloop van een 18 meter hoge muurschildering. Deze scène is aan de werkelijkheid ontleend. Schilder Co Westerik maakte het wandreliëf van het meisje in 1976 voor een politiebureau in Rotterdam. Het gebouw ging, mét het reliëf, in 1988 tegen de vlakte. Hoewel de muurschildering van begin af aan als tijdelijk was bedoeld, “om rotplekken in Rotterdam op te fleuren,” zoals Westerik in een interview zei, vond hij het toen het gesloopt werd “wel verdomd jammer”, maar was hij niet bereid om het elders opnieuw te maken, ook al schijnt hem dat gevraagd te zijn…

In Sloop is de componiste Alice Augustus de hoofdpersoon. Ze is geboren in een gezin dat nou niet echt uitblinkt in warmte en gezelligheid. Dat weerhoudt haar er niet van om zich te ontwikkelen tot een vrouw die componeert, iets wat (misschien nog steeds) niet vanzelfsprekend is. Als mens is ze echter een stuk minder zelfzeker dan als componiste, en dat vertaalt zich in een negatief zelfbeeld, eeuwige twijfel, mislukte relaties en niet weten wat ze met haar leven wil (behalve muziekstukken creëren). Zo is er de haast dwangmatige kinderwens… maar in hoeverre is die oprecht?

De levenspartner waar Alice zich uiteindelijk mee verbindt is een man die in vele opzichten haar opponent is. Mark van der Meulen is jurist, staat opgewekt en zorgeloos in het leven en vindt het allemaal prima. Hij verwondert zich over de onrustige ziel van zijn vrouw en doet op zijn manier zijn best om haar te helpen, maar leeft toch vooral zijn eigen leventje.

En dat is er nog Svea, de beste vriendin van Alice die altijd klaar staat om naar haar te luisteren en een leven leidt waarin haar (uiteindelijk) vijf kinderen centraal staan, iets wat Alice enerzijds enorm verbaast en verafschuwt, en anderzijds ook wel aantrekt…

Een vierde hoofdpersoon is Joseph Haydn. Zijn leven en muziek zijn een levensbron voor Alice. Haydn troost, inspireert, ontroert haar zowel muzikaal als in het echte leven. Je krijgt als lezer ook zin om je te verdiepen in Haydns muziek. Het is dat ik daar het geduld niet voor heb… Maar ik ga voortaan wel beter de oren spitsen als de naam Haydn valt op de radio!

In de ene recensie lees je dat de personages in het boek tweedimensionaal zijn, in de andere is men juist opgetogen over de gelaagdheid in de uitwerking van de karakters. Ik ga er een beetje tussenin zitten. Een recensent vindt het een vrij voorspelbaar verhaal – en daar sluit ik me wel bij aan… Dat maakt het boek echter niet minder lezenswaardig – en voor mijn gevoel weet je toch niet goed hoe het allemaal gaat aflopen met die kinderwens.

Ik heb het boek met veel plezier gelezen en qua waardering ga ik veilig in het midden zitten… ⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Een middag in de Zilverstad van Nederland

Tot 2015 was Schoonhoven een zelfstandige gemeente, maar toen ontkwam ook dit charmante stadje niet aan de bestuurlijke fusiedwang en werd het onderdeel van de gemeente Krimpenerwaard, genoemd naar – inderdaad – de oude polder Krimpenerwaard. Het woord polder is hier trouwens niet helemaal correct: een waard bestaat uit een aantal polders… De Krimpenerwaard is dus historisch bekeken een verzameling (kleinere) polders. E.e.a. had te maken met de waterhuishouding van de verschillende polders, die goed op mekaar afgestemd moest zijn om te voorkomen dat de ene polder te droog en de andere te nat zou komen te liggen. Over de Krimpenerwaard wil ik het vandaag echter niet hebben, dat is voer voor een andere keer als de polder zelf onderwerp van een (fiets)tocht is.

Schoonhoven dus, een aardig stadje aan de oevers van de Lek, die een stukje stroomafwaarts de Nieuwe Maas wordt met aan beide oevers de metropool Rotterdam. We parkeren op het TOP (toeristisch overstap punt), een gratis parkeerterrein vlakbij de stad en de veerpont. Na een aangename lunch (fish & chips, weggespoeld met Mannenliefde) wandelen we naar de imposante Veerpoort (1601), de enige van vijf stadspoorten die aan de sloophamer is ontsnapt… Z’n voorganger dateerde uit de 14de eeuw. De naam Veerpoort zegt het al: hier moet water in de buurt zijn en dat klopt, als je de stad verlaat via deze poort, dat loop je zo naar de Lek. Bovenin het poortgebouw is een tentoonstellingsruimte waarin een aantal voor de stad representatieve zilver- en goudsmeden hun werk tentoonstellen. Zelden zag ik zoveel mooie juwelen bij elkaar… Die Schoonhovense kunstsmeden maken prachtig spul, maar je moet een welgevulde portemonnee meebrengen.

We lopen de stad in. Na een grijze, druilerige ochtend is het zonnetje doorgebroken en is het gewoon warm! We slenteren door de straatjes en genieten van de mooie pandjes, het kleine haventje, de doorkijkjes en de gezellige drukte.

Aan de Lek staat een schitterend hotel, met een ouderwets aandoende uitstraling en een fijn terras… Hotel Belvedere. Dure naam! De prijzen zijn navenant, vermoed ik, maar ’t zal allemaal wel de moeite waard zijn.

We lopen de stad in. Het water van de Vlist, een veenriviertje, vormt een gracht die dwars door het oude centrum stroomt. Ik zou zeggen: de Vlist mondt bij Schoonhoven uit in de Lek, maar dat is fout. De Vlist stroomt vanaf de Lek Schoonhoven in en mondt bij Haastrecht uit in de Hollandsche IJssel. Bijzonder…

Gezien het feit dat we stroomafwaarts lopen, komen we op de linkeroever de grote kerk tegen met zijn scheefstaande toren (anderhalve meter uit het lood): de Grote of Bartholomeüskerk. De toren stamt uit de 15de eeuw, en op deze plek stond al eerder een kerk… Het begint opeens te regenen; een zacht zomerregentje daalt neer over Schoonhoven, ideaal om de kerk vanbinnen te bekijken. Dwars over het schip is een enorme scheidingsmuur opgetrokken, een renaissance-oksaal uit de 16de eeuw dat tot koorafscheiding dient, zodat je als het ware binnenkomt in een grote hal. Aan weerszijden bevinden zich deuren die toegang bieden tot de eigenlijke gebedsruimte, waar de vierkante vorm en de houten banken ons doen denken aan de chapels in Wales. Boven het spreekgestoelte torent een enorm orgel en de ruimte wordt verlicht met vier indrukwekkende kroonluchters die wat mij betreft een art nouveau uitstraling hebben. De organist oefent voor de zondagdienst. Wij nemen plaats op de banken en luisteren. Hemelse muziek doet altijd deugd.

Aan de overkant van het water staat het stadhuis dat iets weg heeft van een kasteel. In het ranke torentje hangt een carillon dat uit vijftig klokken bestaat, gegoten door een Leuvense klokkengieter.

We lopen langs de voormalige Havenkazerne waar nu het Nationaal Zilvermuseum en het VVV gehuisvest zijn. Het is te laat om het museum in te lopen, dat doen we een andere keer…

Net voor de Vlist de stad uitstroomt, staat er nog een prachtige stadswoning. Het tafereel van het huis en de lantaarn die mooi weerspiegelen in het water, doet me denken aan een schilderij van de Belgische schilder René Magritte. Verderop in het parkje (waar ooit een kasteel heeft gestaan) staat de Koningin Wilhelminaboom uit 1898, een heerlijk geurende linde.

We lopen terug. Op het terras van de Oude Waag nuttigen we nog een consumptie. Als we naar de auto lopen, begint het te regenen… en de regen begeleidt ons helemaal terug naar Alkmaar.

De Krimpenerwaard en Schoonhoven zijn de moeite waard om er eens neer te strijken voor een weekend, bij voorkeur met de fiets. Dat zetten we op ons verlanglijstje.

Geplaatst in Cultuur | Een reactie plaatsen

Brits drietal

Ik heb de afgelopen maanden weer een aantal boeken gelezen… Wat de drie boeken die ik vandaag presenteer met elkaar gemeen hebben, is dat ze van Britse auteurs zijn, en daarom breng ik ze samen in één blog. Verder verschillen deze boeken behoorlijk van mekaar, vrees ik, maar ik heb van alle drie ontzettend genoten.

The fortnight in september

Geschreven door ene R.C. Sheriff, oorspronkelijk uitgegeven in 1931. Robert Cedric Sherriff leefde van 1896 tot 1975. Hij schreef een tiental romans en verder vooral toneelstukken en filmscripts. Ik las een heruitgave die gedrukt is in 2021, heel recent dus. Wellicht was een plekje in een lijst in The Guardian (tijdens de COVID-19 pandemie) de aanleiding voor de heruitgave van The fortnight in september. Nobelprijswinnaar sir Kazuo Ishiguro schreef erover: “This is a book to inspire, uplift and offer escape; just about the most uplifting, life-affirming novel I can think of right now.

Ik kwam het boek op het spoor in de Facebook-groep Boek per week waar ik lid van ben. Iemand raadde het aan. En ik dacht: klinkt leuk! De bibliotheek bezit het en ik bestelde het. Enkele dagen later lag het naast mijn bed. Het duurde nog een tijdje voor ik erin begon, maar toen ik eenmaal vertrokken was, was ik meteen verkocht. In eerste instantie dacht ik dat het een soort parodie was! Pas gaandeweg het boek begon het tot mij door te dringen dat de schrijver vanuit zijn hart het verhaal vertelt van een eenvoudig gezin dat in een voorstad van London woont en op vakantie gaat naar Bognor, zo’n typische Engelse badplaats aan de zuidkust. En ook met die blik kon ik het boek enorm waarderen.

Het verhaal speelt zich af in het Interbellum, omstreeks 1935. Het begint aan de vooravond van de vakantie. Er zijn wat zorgen over het weer, maar ook over de kinderen die groot worden: het had niet veel gescheeld of oudste zoon Dick was dit jaar niet meer meegegaan. Gelukkig gaan ze weer met z’n vijven op pad en zoals altijd logeren ze in hun vertrouwde guesthouse: Mrs. Huggett’s Seaview, dat sinds de dood van Mr. Huggett langzaam maar zeker enig verval begint te vertonen. De voorbereidingen voor de vakantie worden getroffen, de treinreis verloopt vlot en dan komen ze aan in Bognor. Wat volgt is het relaas van hoe twee weken aan zee zich afspelen, en welke kleine avonturen ze beleven – al mag dat die naam niet dragen. Over de kleine Ernie kom je niet zoveel te weten, maar de zielenroerselen van Mr. en Mrs. Stevens en die van hun zoon Dick en hun dochter Molly worden mooi in het verhaal geweven. Kazuo Ishiguro vat het allemaal mooi en treffend samen: “The beautiful dignity to be found in everyday living has rarely been captures more delicately.” En voor een liefhebber van nostalgisch Engeland is het puur genieten. Een aanrader! (Ik adviseer je het boek in het Engels te lezen…)

Waterland

Wie Britse literatuur leest, kan niet om Graham Swift heen. Swift is in 1949 geboren en schrijft nog steeds. Enkele jaren geleden las ik van hem Moeders zondag, dat onlangs is verfilmd en ook in Nederland in een aantal bioscopen draaide onder de titel Mothering sunday. Het schijnt een erg mooie film te zijn en als ik de kans krijg, ga ik hem zeker kijken.

Waterland (1983) is een boek over de aard en het belang van geschiedenis als de primaire bron van betekenis in een verhaal. Om deze reden wordt het geassocieerd met new historicism, een vorm van literatuur die tot doel heeft de geschiedenis te begrijpen door middel van literatuur en literatuur door middel van zijn culturele context. Waterland valt ook onder de categorie postmoderne literatuur. Het boek heeft een gefragmenteerde vertelstijl, waarin gebeurtenissen in a-chronologische volgorde worden verteld. De verteller is niet 100% betrouwbaar. Belangrijke thema’s in de roman zijn het vertellen van verhalen en – verrassend 😎 – geschiedenis, waarbij wordt onderzocht hoe het verleden tot toekomstige gevolgen leidt.

De plot van de roman draait om losjes met elkaar verweven thema’s en verhalen, waaronder de aantrekkingskracht van de broer van de verteller tot diens vriendin/vrouw, een moord, een meisje dat een abortus ondergaat waardoor ze onvruchtbaar wordt, en haar latere worsteling met depressie. Dit persoonlijke verhaal wordt geplaatst in de context van een bredere geschiedenis, namelijk die van de familie van de verteller, die van de Fens en die van de paling.

‘De Fens’ is een vlakke, waterrijke regio in Oost-Engeland en ligt met name langs en nabij The Wash estuary, verspreid over de vier hedendaagse graafschappen Lincolnshire, Cambridgeshire, Norfolk en (een klein deel van) Suffolk. De Fens zijn in de 17de eeuw drooggelegd onder leiding van de Zeeuwse waterbouwkundige Cornelis Vermuyden. Ik heb er een paar keer gefietst, o.a. in 1999 met good old Barney! Je fietst er als het ware door een Nederlands landschap in Engelse sferen gehuld.

Terug naar het boek… Waterland veroverde meteen een plek in mijn toptien aller tijden. Een vriend en huisgenoot van me, die ik inmiddels uit het oog ben verloren, raadde het me destijds aan. De Engelstalige versie heeft jarenlang in mijn boekenkast gestaan maar ik geraakte er niet in weg; ik heb het uiteindelijk naar de kringloopwinkel gebracht. Toen lag daar opeens een vertaling in het boekenkraampje op Utrecht CS. Ik aarzelde geen moment. Ik begrijp nu waarom ik er in het Engels niet ben doorgeraakt… Ten eerste was ik veel jonger en had ik aanzienlijk minder leeservaring. Maar het is ook een boek waar je heel goed je aandacht moet bijhouden: het vliegt heen en weer in de tijd! Alles bijeen vergt dit wat van je kennis van het Engels, denk ik…

Anyroad, dit verhaal over de geschiedenis van de Fens, over de levensgeschiedenis van de familie van een geschiedenisleraar en over de geschiedenis van de paling, is een vette aanrader. Het gebeurt haast nooit dat ik een boek herlees, maar Waterland blijft vooralsnog in de kast staan en wie weet waag ik me nog eens aan de Engelstalige versie, met de vertaling ernaast voor noodgevallen.

Never go back

Robert Goddard (geboren in 1954) is een van mijn favoriete Britse thrillerschrijvers. De meeste van zijn boeken spelen zich in Groot-Brittannië af en ademen dat heerlijke Britse sfeertje. Vaak zit er een historische achtergrond verweven in zijn soms wat magisch aandoende verhalen… Never go back plukte ik ook al uit het kraampje op Utrecht CS! Goddard is een productieve schrijver, bijna elk jaar verschijnt er wel een nieuw boek van zijn hand (al neemt het tempo de laatste jaren wat af…).

In de jaren ’50 is een groep mannen voor een experiment een paar maanden ondergebracht in een Schots kasteel. Ze waren allen ooit in militaire dienst, hadden allemaal iets uitgevreten en zaten in detentie – en waren geen van alle studiebollen. Tijdens hun verblijf op Kilveen Castle moesten ze alle dagen studeren. We zijn nu 50 jaar later en een van de mannen, Dangerfield, organiseert een reünie. Kilveen Castle is intussen omgevormd tot een luxe hotel. Tijdens de treinreis ernaartoe valt de eerste dode… Wat is er aan de hand? Heeft de moord iets te maken met 50 jaar geleden? Wat is er toen gebeurd? Wat was de échte bedoeling van dat hele experiment!? Het verhaal speelt zich af in London e.o., op het kasteel in Schotland (bij het dorpje Lumphanan), en brengt je uiteindelijk ook naar de Outer Hebrides, met name de eilanden Barra en Vatersay.

Een lekker boek voor in de trein…!

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Zomer in het duin

Gisteren was het een drukkend warme dag, perfect voor een avondje Noord-Hollands Bierfestival in HAL25 in Alkmaar Overstad. Vandaag trakteren de weergoden ons op een zonnige ochtend en een frisse noordenwind: perfect voor een rondje duinen. Het is alweer een tijdje geleden dat we het Noord-Hollands Duinreservaat introkken. We kiezen voor de Westert bij Egmond Binnen en zijn benieuwd naar de stand van de orchideeën op het land bij het parkeerterrein. In vergelijking met vorig jaar valt het tegen: toen stonden de orchideeën daar als paardenbloemen. Nu zijn ze er ook maar in veel kleinere getale… Wat ons wél meteen treft, is een enorm plakkaat gele bloemen: Gele Maskerbloem (Mimulus guttatus). De plant is in de 19de eeuw meegekomen uit het westen van Noord-Amerika en thans ingeburgerd in Nederland. Toch is het een bijzondere vondst: vrij zeldzaam vermeldt verspreidingsatlas.nl.

De duinakkers die in de winter veranderen in meertjes, liggen er uitdroogd bij – wellicht met dank aan het droge voorjaar! Ook het wat grote duinmeer iets verderop is in omvang afgenomen maar er staat nog wel water in. Meestal staat dit meer vrijwel droog aan het eind van de zomer. Het is dan een paarsrode zee van bloeiende munt en kattenstaart. Nu is er van zo’n kleurenspektakel nog amper iets te zien: hier en daar begint de kattenstaart voorzichtig te bloeien.

We lopen ons gebruikelijk rondje… Van het meer naar het fietspad, dat we dan volgen tot we bij de Hogeweg komen, die we uitlopen tot op de Vlewosche weg. Tweemaal linksaf en dan rechtdoor brengen ons in een stukje loofbos waarna weer fietspad volgt om ten slotte langs een duinmeertje en tussen de duinakkertjes weer terug te lopen naar het parkeerterrein.

We doen weer lang over dit rondje want als je je eenmaal buigt over een leuke bloem, dan zie je opeens nog veel meer bloemen, vaak klein, onopvallend maar niet minder fraai… Hieronder een selectie van de vangst van vandaag.

We rijden naar een tuincentrum iets verderop en doen daar enkele inkopen. De volgende stop is de brouwerijwinkel van Sancti Adalberti waar ik mijn vaderdagcadeautje vorm mag geven. En omdat we dan toch in Egmond aan de Hoef zijn, nemen we daar maar gelijk een kijkje…

Geplaatst in Bloemen, Duinen, Wandelen | 1 reactie

Bad Ems

Vandaag rijden we na het ontbijt naar Bad Ems, een kuuroord aan de Lahn op een uurtje rijden hier vandaan. Dat doen we niet zomaar! Dochterlief komt met de trein van Gießen hierheen om samen met ons een wandeling te maken. Hoe leuk is dat! We arriveren een half uur voor haar trein en dus nemen we alvast een kijkje in het sfeervolle stadje.

De wandeling die we gaan maken heet Höhen Luft en is een kleine 11km lang. Vanaf het station lopen we via een brug de Lahn over. De bordjes die de wandeling aangeven, leiden ons het trappenhuis van een parkeergarage in. We klimmen via een (gore) trap omhoog, een verdiepinkje of vier, vijf. Dan duwen we een glazen deur open, lopen over een ijzeren brug en staan in de natuur! Een rotsig pad klimt en klimt en geregeld heb je een belvédère vanwaar je uitkijkt over Bad Ems. Ten slotte bereiken we de Concordiaturm, voorlopig het hoogste punt… Ook de toren beklimmen we nog – en dan is er een verfrissende pint Weizen en een lekkere punt taart.

Intussen is het behoorlijk warm geworden, er is geen wolkje aan de lucht. De wandeling vervolgt door meer open terrein en ik voel de zon branden op mijn hoofd en in mijn nek. Eerst dalen we een heel stuk af en dan beginnen aan wat een eindeloze klim zal blijken te zijn. Hoger en hoger komen we…

Uiteindelijk lopen we weer door bos, maar de route blijft stijgen, tot we ten slotte op een dwarspad uitkomen. Vanaf nu dalen we gestaag en… in een rechte lijn: we lopen hier op historische grond, op de grens van het Romeinse Rijk, de Limes. Een aarden wal parallel aan het pad markeert de voormalige grens. Toch bijzonder als je je realiseert dat hier Romeinse soldaten geploeterd hebben om dit aan te leggen. Om de zoveel mijl stond er een wachttoren en op strategische plaatsen werden forten eenvoudige gebouwd…

Het is iets voor vieren als we weer in Bad Ems zijn. Op een terrasje heffen we nog maar eens het glas voordat we dochterlief op de trein naar Gießen zetten. Wij rijden via Montabaur (prachtig kasteel) terug naar ons hotelletje. Na het eten wandelen we weer naar het roggeveld. Gisteren maakten we ede wandeling tevergeefs en ook vandaag zijn er geen evers te bespeuren. Tot we opeens toch een zwarte rug boven de roggehalmen zien verschijnen. We klimmen weer in onze jachttoren en speuren over de akker. Af en toe zien we een everzwijn verschijnen. We denken dat het er een stuk of vijf, zes kunnen zijn. Met jonkies? Het is al bijna donker als we weer in onze kamer zijn. Bedtijd!

Geplaatst in Cultuur, Natuur, Wandelen | Een reactie plaatsen

Bärenkopp

Na een prima ontbijt (spek met eieren, broodjes, een grote pot koffie) rijden we naar het dorp Waldbreitbach waar we de auto parkeren. In het VVV-kantoor worden we door een vriendelijke jongedame geholpen. Ongelooflijk hoeveel ze hier de wandelaar en de fietser te bieden hebben aan gratis materiaal inclusief wandelrouteboekjes! We besluiten om de Wällertour met de naam Bärenkopp te gaan lopen: 11,6 km is een prima lengte en 450 hoogtemeters is goed te doen.

We steken tweemaal de Wied over en klimmen dan naar het enorme Kloster Marienhaus… Helaas is de Stube bij het panoramaterras nog gesloten.

Vanaf het klooster blijft de route maar stijgen, net als de temperatuur want na een toch wat grijze start laat de zon zich steeds vaker zien. Uiteindelijk lopen we hoog boven de vallei over heerlijke veldwegen met mooie uitzichten. Bij het kleine, charmante Luh-Kapellchen eten we onze broodjes op in een Schützhütte.

In eerste instantie blijven we hoog lopen, maar op een geven moment dalen we een klein beetje af en komen we bij een uitkijkpunt: de Bärenkopp. Vanaf hier dalen we af naar een vallei en lopen we voornamelijk door bos. Af en toe zijn de wegkanten begroeid met honderden digitalissen… Maar we zien ook andere fraaie bloemen in de berm…

Ten slotte bereiken we Waldbreitbach weer… We rijden naam Linz am Rhein en struinen door het charmante stadje met zijn mooie vakwerkhuizen, straatjes en pleintjes…

Ten slotte zoeken we een tafeltje uit op het terras van Conditorei Leben en genieten van een heerlijke kop thee en zalig gebak.

Geplaatst in Cultuur, Natuur, Wandelen | 1 reactie

Wiedfriede

Vrijdagochtend werk ik thuis, dat is vaste prik, want voor een halve dag heen en weer naar Utrecht reizen om vier uur te werken is niet handig. Vandaag is het niet anders. Iets voor half negen zet ik de laptop aan. Er zitten al een paar vragen in de mailbox en het duurt niet lang of de eerste telefoontjes komen ook binnen. Kortom genoeg te doen, en tijdens de dooie momenten is er ander werk te doen. Vrouwlief brengt halverwege de ochtend versgeperst sinaasappelsap en lekkere kersencake naar boven – thuiswerken heeft zo zijn charmes!

Om half een klap ik de laptop dicht. Mijn weekendtassen staan al klaar. Plantjes water geven, broodje ei smikkelen, bagage in de auto en vroem! Om tien over een rijden we ons buurtje uit. En om tien voor zes stappen we uit de auto in Arnsau, op de parkeerplaats van hotel Wiedfriede, in het Wiedtal in het Westerwald, tussen Bonn en Koblenz. De rit hier naartoe ging over drukke snelwegen… Wat een rust hier in Arnsau!

Helaas krijgen we geen kamer met balkon zoals in september 2018… Beetje jammer. We hebben trek en gaan maar gelijk eten. We beginnen met een kopje soep: een soort champignon-roomsoep waarin de zoutpot is omgevallen… Daarna schnitzel met frietjes en sla (ook hier is zeer kwistig met zout gestrooid) en als toetje een waterig fruityoghurtje met een paar stukjes vers fruit. Het zout spoel ik weg met ein dunkeles Weizen.

Het hotel ligt weliswaar aan de doorgaande weg, maar die is gelukkig rustig – enkel lokaal verkeer. Het ligt ook aan het riviertje de Wied. Na het eten willen we een stukje lopen over het pad langs de rivier, maar dat blijkt afgesloten te zijn: storm en regen hebben hier de afgelopen weken flink huisgehouden! Gelukkig vertrekt er aan de overkant van de rivier een bosweg omhoog en die lopen we dan maar op. Langs de weg groeit vingerhoedskruid en op sommige open plekken staan er honderden te bloeien!

Het pad stijgt voortdurend en al gauw kijken we uit over de vallei. We komen bij een open plek: een groot roggeveld.

We staan een tijdje te genieten van het landschap, de kleuren, het licht. En dan opeens ziet vrouwlief iets bewegen tussen het graan aan de andere kant van het veld. Af en toe zien we een donkere rug verschijnen. Er banjeren daar zowaar twee of drie everzwijnen tussen de rogge! We klimmen in een jachttoren en blijven wel een half uur turen. Beneden aan de bosrand zien we nog een ever, en tussen het graan hogerop ontwaren we de hoofden van twee reeën. Onze avond kan niet meer stuk…

Geplaatst in Natuur, Wandelen | 1 reactie

Een vrolijke verrijzenis

Of je er vrolijk van wordt, dat weet ik niet, maar persoonlijk vond ik het een vermakelijk boek… Ik heb het over De vrolijke verrijzenis van Arago, geschreven door Tomas Lieske. Vaag heb ik al eens van deze schrijver gehoord, maar ik heb nog nooit iets van hem gelezen. Het is een prettige kennismaking geworden.

Tomas Lieske, pseudoniem van Antonius Theodorus (Ton) van Drunen, (Den Haag, 8 juni 1943) is een Nederlands schrijver en dichter. Aldus Wikipedia, mijn veelwetende vriend. (Ja, ik doneer jaarlijks!) Lieskes werk bestaat uit een behoorlijk aantal romans en dichtbundels. Hij schrijft ook verhalen en essays. Hij sleepte voor meerdere boeken nominaties en/of prijzen in de wacht. Zijn werk is in verschillende talen vertaald, onder meer in het Turks.

In het boek worden (historische) realiteit en (comateuze) fictie kunstig verweven tot een boeiend verhaal dat je, eenmaal gegrepen – en toegegeven, dat duurde bij mij wel even – niet meer loslaat. Joys is een openhartige puber, een flapuit en voor haar ouders een bron van irritatie. Ze is bepaald goed van de tongriem gesneden! Het gezin is op reis (pa heeft een dubieuze opdracht te vervullen in Kroatië) en tijdens de doortocht van de Dolomieten, moet pa keihard remmen voor een jonge vos die midden op de weg zit. Joys springt uit de auto net voordat die een ravijn instort alwaar hij ontploft. De platgereden jonge vos trekt zich los van het asfalt en de bewusteloze Joys krabbelt ook recht. Vanaf dan lopen droom, realiteit en tijd volkomen door mekaar…

Een aanrader! En… leest lekker vlot weg!

Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Gevangen smaragd

Het is zaterdag 19 maart en we hebben net een droeve plicht volbracht: we hebben de rouwdienst bijgewoond ter ere van de vader van een goede vriend. De plechtigheid vond plaats in de aula van crematorium Westerveld in Driehuis. Na afloop dwalen we nog een tijdje over het schitterende kerkhof. Kerkhoven hebben altijd een zekere aantrekkingskracht op mij, zeker als ze niet doorsnee zijn qua ligging of uitstraling. Hier op Westerveld liggen de doden begraven in golvende duinen… Het voelt als een necropolis, en als ik dat woord gebruik ben ik meteen in Glasgow waar ik al menigmaal heb rondgekuierd op het prachtige Victoriaanse kerkhof!

Necropolis Glasgow (2012)

We parkeren op de Minister Lelylaan in Velsen Zuid, een rustige laan met een brede middenberm en statige huizen. De Mercedessen en Audi’s zijn hier niet van de lucht, als je begrijpt wat ik bedoel. Onze i20 valt een beetje uit de toon. We bevinden ons aan de achterkant van landgoed Velserbeek, we zeggen ook buitenplaats Velserbeek. Dit landgoed heeft een bewogen geschiedenis en in het huis zelf is thans een advocatenkantoor gevestigd. In het park staat een theeschenkerij, die oorspronkelijk een oranjerie was en dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw. Wij vinden Velserbeek niet bijzonder spectaculair, het heeft de allures van een mooi stadspark…

Velserbeek is niet de enige buitenplaats in dit hoekje van Nederland! In vroeger tijden weken rijke Amsterdamse kooplui in de zomer, als de grachten in de stad ondraaglijk lagen te stinken, uit naar hun buitenverblijven – o.a. aan de oevers van het Wijkermeer bij Beverwijk en Velzen. Op een kaart van omstreeks 1870 zie je dat meer nog liggen, het is onderdeel van een complex van meren: het Binnen IJ. De Haarlemmermeer is dan net drooggelegd. In het vierde kwartaal van de 19de eeuw verdwijnt het Wijkermeer van de kaarten. Tussen Amsterdam en de Noordzee is inmiddels het Noordzeekanaal gegraven. Het dorp Velzen is doormidden gesneden door dit enorme kanaal en IJmuiden is ontstaan. De modernisering in de 20ste eeuw eist een nog hogere tol van de landgoederen: spoor- en snelwegen worden aangelegd en uiteindelijk blijft slechts een klein aantal buitenplaatsen gespaard, waaronder drie grotere (Velserbeek, weliswaar geamputeerd en dus veel kleiner dan oorspronkelijk, Waterland en Beeckestijn) en drie kleinere (Hoogergeest, Schoonenberg en Lievendaal). Samen vormen ze een groene smaragd temidden van oprukkend beton en de herrie van haven, wegen en wijken… en vergeet het nabijgelegen Schiphol niet!

Over een brede dreef lopen we Velserbeek in, slaan rechtsaf en via een kronkelende laan komen we weer uit bij de huizen. Via het landgoed Hoogergeest (geen huis meer) lopen we landgoed Beeckestijn op.

Het zuidwestelijk deel van Beeckestijn is aangelegd in de zgn. Engelse landschapsstijl: het doet vrij natuurlijk aan met kronkelende paden en meanderende waterpartijen. Vervolgens gaat het landschap over in een sterk geometrisch aangelegde baroktuin met brede dreven, strakke vijvers enz. Ten zuiden van het huis ligt een dan nog een kleinere barokke siertuin en ten noorden ervan is de kruidentuin. Het kasteel zelf is een statig huis, oogverblindend wit geschilderd. De voorkant (die je ziet als je vanaf het parkeerterrein aan de Rijksweg het landgoed oploopt) is wat speelser… Aan weerszijden staan koetshuizen, in het noordelijke is een mooie brasserie gevestigd waar het goed toeven is. Wij laten ons verleiden: een puntzak frietjes en een dubbele Gerardus uit Wittem.

We nemen uitgebreid de tijd om rond te dwalen over Beeckestijn. De zon zakt onverbiddelijk en de schaduwen worden steeds langer. Op een gegeven moment moeten we echt weer naar de auto lopen. We wandelen achter Waterland door. Ook dit is een prachtig landgoed maar het is tegenwoordig niet meer toegankelijk voor het publiek. Het huis is een luxe hotel en het is zeer in trek voor o.a. huwelijkspartijen. Vroeger – en nu spreek ik over twintig jaar of langer geleden – werd Waterland beheerd door Natuurmonumenten; leden mochten er toen nog wel in… Wij hebben er meermaals gewandeld met de kinderen, en ook de voetstappen van mijn oude moeder en wijlen mijn vader liggen daar.

En zo komen we weer terug in Velserbeek en ten slotte bij de auto. We storten ons in het zaterdagmiddagse verkeer en rijden huiswaarts…

Geplaatst in Cultuur, Landschappen | 1 reactie

In het historische hart van Antwerpen

Antwerpen, de stad waar ik ben geboren en opgegroeid, waar ik naar school ging en mijn carrière begon en waar vele van mijn goede vrienden wonen. ’t Stad. De Koekestad. Fiere stad der Sinjoren. Mijn oude moeder woont er nog altijd in de straat waarin ik ter wereld kwam, al zijn de oude blokken afgebroken en zijn er monstrueuze nieuwe blokken voor in de plaats gekomen. Die straat ligt op ’t Sint-Anneke, de Linkeroever zegt men ook wel. Het is een moderne stadswijk, gebouwd op de stinkende moerassen die ooit het Vlaams Hoofd vormden. Die moerassen zijn met een dikke laag zand bedekt, maar het water trok zich daar niets van aan, sijpelde de betonnen funderingen van de appartementsgebouwen in en kroop omhoog. In onze slaapkamers (wij bewoonden een hoekappartement) tierden de schimmels welig!

Op dat Vlaams Hoofd is altijd wel bewoning geweest, met name langs de rivier. Zelf heb ik nooit de sporen gezien van het dorpje dat daar aan het water lag, met uitzicht op de rede van Antwerpen. Ten tijde van de Wereldtentoonstelling in 1885 werden er op ’t Sint-Anneke zelfs een heus kursaal en een belvedère gebouwd! Die haalden het einde van de Eerste Wereldoorlog niet… Toen ik klein was stond de 19de-eeuwse parochiekerk er nog wel; die lag in een put omdat alles eromheen opgespoten land was. Die kerk is afgebroken, de put is gedempt en er staat al sinds eind jaren ’60 een modern kerkgebouw. En je had natuurlijk ‘de plage’: het strand van Antwerpen. Dat is altijd een populaire plek gebleven om te flaneren en mosselen te gaan eten. Er zijn grootse plannen om ‘de plage’ een boost te geven. En om die plannen is uiteraard weer veel te doen: tussen wat ambtenaren en bedenkers willen en wat de gewone Antwerpenaar verwacht, ligt een wereld van verschil!

De eerste zaterdag van maart bezoek ik mijn moeder, samen met vrouw- en dochterlief, in deze weblog ook wel bekend als de oudere en de jongere dame… Moeder is net ontslagen uit het ziekenhuis en om haar een rustige middag te gunnen, trekken wij gedrieën na de lunch de stad in. Vroeger was de Sint-Anna voetgangerstunnel de enige voetgangersverbinding met het oude centrum van de stad, maar tegenwoordig is er een veerdienst. We lopen de Lode Zielenslaan uit, lopen schuin over het Frederik van Eedenplein en steken de Thonetlaan over. Amper tien minuten lopen is het naar de aanlegsteiger van de veerboot, die net komt aan varen… We gaan aan boord.

Aan de overkant leggen we aan bij het Steen. Aan deze romantische oude burcht, gelegen aan de oevers van de Schelde, is een stuk aangebouwd. De schuttingen die er afgelopen zomer nog stonden, zijn verdwenen. Het gebouw staat in volle monsterlijkheid verdriet uit te stralen. Vroeger was de collectie van het Scheepvaartmuseum ondergebracht in het Steen, nu zitten er kantoren, geloof ik. De aanbouw bevat een enorm VVV-kantoor-met-winkel waar je allerlei snuisterijen, lekkernijen, boeken enz. kunt kopen. Hier werkt een van mijn broers maar vandaag heeft hij vrijaf. Wel jammer, maar we gunnen hem uiteraard zijn vrije weekend.

Aan de voet van het oude Steen staat Lange Wapper. Deze kwelgeest kwam ’s nachts tevoorschijn en achtervolgde de zatlappen. Hij vermomde zich als een klein mannetje, maar dan begon hij zichzelf steeds groter en groter te maken, tot hij boven de huizen uitstak. En als de zatlap, wankelend en hijgend en zwetend, thuiskwam, dan keek Lange Wapper schelms door het raam naar binnen. Soms vermomde Lange Wapper zich als een klein kind om moedermelk te kunnen drinken. Als een moeder Wapper niets vermoedend meenam om hem te zogen en in een wiegje te stoppen, liet Lange Wapper zichzelf zo groot groeien dat hij niet meer in de kamer paste. Het is aan Lange Wapper te danken dat er zo veel Mariabeelden op de gevels van de huizen in de binnenstad staan: de Antwerpenaars, die Lange Wapper omwille van zijn pesterijen liever kwijt dan rijk waren, ontdekten dat Lange Wapper de beeltenis van Maria niet kon verdragen. Ze hingen op de hoeken van de straten Mariabeeldjes op. De beeldjes verdreven Lange Wapper uit de binnenstad en uiteindelijk viel hij in de Schelde en verdronk. Zo gaat dat met kwelgeesten… Misschien moeten ze het Kremlin ook eens vol Mariabeeldjes hangen!

Na ons bezoek aan de winkel steken we de Kaai over en lopen de oude stad in. Ik zeg wel oude stad, maar in feite is dit oude centrum in de jaren ’70 van de 20ste eeuw – en de decennia daarna – volgebouwd met moderne imitaties van oude huizen. Stadsvernieuwing noemen ze dat, en dat zal het ook wel zijn, maar samen met de gaten en de krotten die er daarvoor stonden, is ook de ziel van de stad vertrokken. Tussen al dat moderne, kille baksteen-en-beton geweld staan her en der nog wat oude gevels te pronken en vind je kleine, donkere pleintjes waar cafébazen d.m.v. terrassen een hopeloze poging wagen er iets gezelligs van te maken. Een juweeltje tussen al die stadsvernieuwing is het oude Vleeshuis… Het heeft niets meer te maken met het Gilde van de Beenhouwers die hier vanaf begin 16de eeuw beesten slachtten, het vlees opsloegen en verkochten, en vergaderden. De autoriteiten hebben gemeend het bloed waarover destijds de stadsgidsen smeuïg vertelden, te camoufleren met de stedelijke geschiedenis van de muziek. “Museum Vleeshuis toont 800 jaar muziek en dans. De collectie – bestaande uit onder meer instrumenten, prenten, teksten en maquettes – vertelt verhalen van muzikanten, beiaardiers en operazangers en wekt hun optredens weer tot leven. Bereid je voor op een muzikale reis naar een wereld vol passie en ritme.” Mij krijgen ze daar niet meer naar binnen…

Het is een verademing als we uitkomen op de zonovergoten Grote Markt. Daar zie je en voel je, ondanks de ingepakte Onze Lieve Vrouwentoren, de glorie van de oude metropool! Schitterende patriciërshuizen staan zich te koesteren in de lentezon. Respectloze toeristen beklimmen het standbeeld van Brabo – als je dat vroeger had geprobeerd, dan was je recht naar ’t cachot gebracht om een nachtje na te denken over je zonden!

In de Stoelstraat staat Antwerpens oudste huis, een huis met een houten gevel. Dat huis is zodanig gerestaureerd, dat ook hier alle ziel uit is verdwenen. God geklaagd is dat! We zijn door de Zirkstraat gekomen waar ooit De Spanjaard zat: een handelshuis waar je alle lekkers kon kopen dat op het Iberisch schiereiland wordt geproduceerd: wijn, olijfolie, worsten enz. Er staan hekken voor het huis, het lijkt wel op instorten te staan… We dwalen verder en uiteindelijk bereiken we wat ik vanmiddag wil laten zien: de Sint Pauluskerk. Op 2 en 3 april 1968 stond de kerk in brand. Het beeld staat op mijn netvlies gebrand: vanaf Linkeroever zag je boven de huizen van de stad uit het brandend dak – en later de verkoolde resten van het gebinte… De brand verwoestte niet alleen het dak, maar ook de barokke klokkentoren en een groot deel van het Dominicanenklooster. In het collectieve geheugen van de Sinjoren staat de heldenmoed gegrift van vele parochianen, cafégangers, academiestudenten én hoertjes die erin slaagden om vrijwel alle kunstschatten uit de kerk te redden. Dodelijke slachtoffers vielen er gelukkig niet. Deze laat-gotische kerk is schitterende gerestaureerd, alleen het oude Dominicanenklooster staat er nog altijd verweesd bij… Ergens is dat dan wel weer jammer!

Het is even zoeken naar de ingang van de kerk, maar die vinden we op de Veemarkt, in het hart van het Schipperskwartier, waar vroeger de zeelui en de hoertjes woonden. We gaan een grote poort door en dan meteen weer rechtsaf. We staan in een soort binnentuin waar een schitterende calvarieberg is te zien die Christus’ lijden en zijn verrijzenis verbeeldt. De calvarieberg werd opgericht door de dominicanen, op het oude kloosterkerkhof. Van een knekelveld wilden zij een tuin van geloof en hoop maken en dat voornemen voerden zij groots uit! Het ontwerp, geïnspireerd door schilderijen van Lucas Cranach, dateert van 1697, maar het duurde tot halverwege de 18de eeuw voordat het kunstwerk klaar was.

De Sint Pauluskerk is in de 16de eeuw gebouwd als dominicaner kloosterkerk. Ze straalt een enorme grandeur uit. De gotische elementen zie je vooral terug in het gebouw zelf: de enorme hoogte, de kruisribgewelven, de grote ramen waardoor het heldere voorjaarslicht vandaag naar binnen tuimelt… De inrichting van deze geloofstempel doet eerder barok aan: rijkelijk bewerkt houtwerk, overdadig versierde altaren, grote schilderijen. We hebben niet veel tijd want om 17 uur gaat de kerk dicht.

Voldaan staan we om vijf uur weer op de Veemarkt. Het is tijd om terug naar ’t Sint-Anneke te gaan. We lopen op de Schelde af en kruisen de Burchtgracht. Toen ik jong was en een beetje begon uit te gaan, was dit nog een levendige hoerenbuurt waar je als jonge snaak niets te zoeken had – het ging er daar soms ruig aan toe! Van oude, louche cabardouchekes is geen spoor meer te vinden, de straat is omzoomd met fletse nieuwbouw er er ligt een goot in het midden; door de rioolputtekes is vast de ziel van de stad weggespoeld, waar Wannes van de Velde zo prachtig over heeft gezongen en die zíjn ziel amoureus maakte. De zon nijgt ter kimme en wij nemen de veerboot, varen weer het water over, terug naar de wijk waar ik geboren en getogen ben, en waar nog altijd mijn oude moeder woont… We zullen haar eens gaan verwennen sè!

Geplaatst in Cultuur, Persoonlijk | Een reactie plaatsen