Witte zee

Een tijdje geleden las ik De onzichtbaren van de Noorse schrijver Roy Jacobsen en gaf het boek vijf sterren. Ik vertelde toen dat het deel 1 was uit een serie van vier boeken en dat ik hoopte dat de andere drie delen gauw in het Nederlands zouden verschijnen. Welnu, die wens is ten dele vervuld. Witte zee (deel 2) verscheen onlangs in vertaling bij De Bezige Bij. Het stond als sprinter bij ons in de bibliotheek en mijn oog viel er per ongeluk op; ik lees normaal geen sprinters want die kan ik niet verlengen en moet ik binnen twee weken weer inleveren… Mijn aandacht werd getrokken door de illustratie op het kaft: in de stijl van De onzichtbaren. Mooi – ik houd ontzettend van dat gestileerde. Iets weergeven inclusief sfeer in eenvoudige lijnen en kleurvlakken, vind ik echt een kunst!

Wat zal ik over Witte zee vertellen? Wat ik heel knap vind, is dat het boek niet verder gaat waar het eerste was geëindigd. Nee, we maken een sprong in de tijd. De Tweede Wereldoorlog woedt en trekt ook in Noorwegen zijn verwoestende sporen. Letterlijk, en zeker ook in het leven van de mensen… Ingrid werkt in een visfabriek, haar tante Barbro ligt in een ziekenhuis. Lars is naar de Lofoten vertrokken en Suzanne naar de grote stad. Het eiland Barrøy was een tijdje onbewoond. Ingrid keert terug naar het eiland en doet daar een lugubere ontdekking. Her en der verspreid over het eiland liggen er lijken; wolken vogels die zich er tegoed aan doen, verraden de locaties. In een schuur treft ze een gewonde soldaat aan – hij leeft nog. Alexander wordt door Ingrid verzorgd en als hij helemaal beter is, verlaat hij Barrøy, op de vlucht voor de Duitsers die vermoeden dat Ingrid een krijgsgevangene verstopt houdt.

Wat al die lijken betreft, gaat het om een historisch feit. In het boek laat Jacobsen het verhaal van de ondergang van de Rigel in de lucht hangen, er wordt wel iets gefluisterd maar hardop wordt de ramp ontkend. Wikipedia schrijft het volgende: “Op 13 januari 1945 heeft zich een scheepsramp voltrokken met de Rigel. Dit schip is bij Sandnessjøen tot zinken gebracht door geallieerde troepen. Op dit schip bevonden zich veel Russische krijgsgevangen. Het officiële dodental wordt gesteld op 2.572.”

Het leven op en om het eiland gaat door, hoe moeilijk en hard het ook is. Barbro komt terug, Suzanne ook (met haar zoontje Fredrik), er worden vluchtelingen uit Noord-Noorwegen ondergebracht op Barrøy en ook Lars keert uiteindelijk terug met zijn vrouw en kinderen, en de vrouw van Suzannes broer Felix en hun kinderen. De oorlog loopt ten einde. De vluchtelingen vertrekken naar huis…

Ik heb ook dit boek ‘in één adem’ uitgelezen. Prachtig verteld, mooi taalgebruik, je wordt het boek ingezogen. Levensechte personages, je voelt de bittere kou, je proeft de vis, de ontreddering kruipt onder je huid. Je bent een paar uurtjes in Noorwegen, tijdens de Tweede Wereldoorlog, waar het leven doorgaat, met al zijn ellende en geluksmomentjes… ⭐⭐⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Ceedees

Wij hebben in februari een andere auto gekocht. Een kleinere. Van meer recente makelij. Een prima karretje. Wel wat minder bagageruimte en een motor met minder pk maar evengoed een pittig temperament. Kortom, wij zijn er tevreden over en blij mee. Echter… één ding mis ik: een ingebouwde CD-speler.

Ik ben waarschijnlijk vrij ouderwets en ach, dat mag wel een beetje, vind ik. Niks mis mee, vind ik. Moet kunnen, vind ik. Ik ben nl. dol op ceedees. Ik breid nog met enige regelmaat mijn collectie uit. CD’s draaien geeft toch een ander gevoel dan de pc aanzetten en wat mp3’tjes op een rij zetten in Media Player, of de telefoon met de Bluetooth speaker verbinden en wat muziek via Spotify beluisteren… Over de vergelijking met vinyl zal ik het maar niet hebben. Ja, we hebben nog een pick-up en ja, ik heb in de schuur nog een kast vol schitterende elpees staan… Je leest het goed: in de schuur. Er wordt dus (bijna) nooit meer een plaat gedraaid.

De voorbereidingen voor de vakantie zijn in volle gang. Normaal is inpakken iets dat ik tussen alle einde schooljaar hectiek door doe – en meestal uitdraait op nachtwerk en dus weinig uurtjes slaap voor we vertrekken. Dat is dit jaar anders – God zij gesprezen. Werkeloos zijn heeft absoluut zijn charmante kanten. Nu héb ik eindelijk eens tijd om een stapeltje CD’s uit te zoeken, en nu hoeft het niet meer! Want in onze nieuwe auto hebben we geen CD-speler. Ik neem dus muziek in mp3-vorm mee – op een USB-stick – en op mijn telefoon staat Spotify (ja, ook de Bluetooth speaker gaat mee). Héél veel muziek dus, maar ik ga het doosje achterin, tussen de voorstoelen en de achterbank, wel missen.

Wat de afgelopen jaren ook wel gebeurde, zeker als we naar Schotland gingen, was dat we onderweg een muziekwinkel ingingen en met een paar mooie CD’s weer naar buiten kwamen. Of CD’s kochten van artiesten op een festival. Vervolgens werden die CD’s grijs gedraaid tijdens ritten en ritjes ter plaatse, en op de terugreis… CD’s kunnen we onderweg nog altijd kopen natuurlijk, maar de muziek die erop staat zal pas klinken als we weer thuis zijn.

Geplaatst in Mijmeringen, Muziek | 2 reacties

Zomeravond

Het is deze dagen verrukkelijk zomerweer. Groeizaam ook, hoor ik tuinliefhebbers verzuchten want dat wat zij onkruid noemen, schiet onstuimig de aarde uit en is haast niet in te tomen… De slakken gedijen eveneens uitstekend met dit weertje! Wat versta ík onder verrukkelijk zomerweer? Wel, veel zon maar af en toe ook een bewolkte ochtend of middag met wat regen, fris – een graadje of 20-22 °C – en een zacht briesje waarop vlinders zich gewillig laten meevoeren…

Woensdag is het zo’n dag. ’s Morgen moet ik voor bepaalde bezigheden in de stad zijn en maak ik wat extra meters om een paar mooie plekjes op te zoeken.

En ’s avonds ga ik er met vrouwlief op uit. We kiezen voor wat intussen toch is uitgegroeid tot ons favoriete stukje Noord-Hollands duin, tussen Bergen en Bakkum, en parkeren de auto op het parkeerterrein bij de Westert. Het is zeven uur, het licht is zacht, de temperatuur voelt aangenaam en een licht windje doet de bladeren van de populieren ritselen…

Vanaf de parkeerplaats lopen we altijd eerst een smal koeienpaadje in dat afdaalt naar een soort weiland; het is ruig grasland, dat ’s winters onder water staat en in de zomer grotendeels droogvalt. Elke keer verschiet dat stuk land van kleur… Nu kleuren grote delen geel…

Van de oude duinakkertjes die hier overal liggen, staan er enkele nog onder water. De overvloedige regen van de afgelopen maanden met daar bovenop de hoosbuien van twee weken geleden, zorgen voor een hoge grondwaterstand. Kikkers en padden geven een gratis concert… Zo ook in het duinmeer even verderop.

We lopen een stuk langs het fietspad en nemen de Hogeweg. Die gaat inderdaad omhoog – en daalt na een kilometer of wat weer af naar een ander meertje, dat gelegen is tussen twee paden/routes die van Egmond aan Zee komen en die even verderop samenkomen: de Vlewoseweg en de Lageweg.

Er loopt hier een poes rond. Een grote rode kater, midden in het duin!? Dat bevalt me niets, met al die kleine vogeltjes en jonge konijntjes… Hij ziet er trouwens weldoorvoed uit! We denken dat hij is achtergelaten – een corona-huisdier, afgedankt nu we weer van alles mogen? Of toch een avontuurlijk aangelegd beestje, gewoon weggelopen van huis…? Wie zal het zeggen? Hij zoekt ons op, maar is ook schuw en verdwijnt uiteindelijk in de bosjes als hij schrikt van een onverhoedse beweging die ik maak…

We lopen verder, volgen de Lageweg. Het pad is op een paar plaatsen omzoomd met abelen. Wat zijn dat toch magnifieke bomen! Door de wind en de barre omstandigheden waarin ze zich staande moeten houden, kronkelen hun stammen en takken alle kanten uit. Ook de kleur van hun blad is bijzonder, zacht groen – en fluweelwit aan de achterkant. Wij noemen ze ‘de olijfbomen van het noorden’. Aan de kant van de weg zien we een bremraap staan: een bijzondere soort zelfs, want met roomkleurige bloemen! Ik zoek de naam op met de app ObsIdentify op mijn telefoon. Het blijkt om de bitterkruidbremraap te gaan, een zeldzame vondst!

We komen bij een dennenbos, de Lageweg volgt hier de rand van het bos, komt langs een prachtig meertje, steekt de Middenweg over en slingert zich dan door enkele duinvalleien naar de Van Oldenborghweg. Wij laten de Lageweg rechts liggen en kiezen voor een smaller pad dat ons door het bos naar de Middenweg brengt.

Iets voorbij het kruispunt Middenweg / Van Oldenborghweg ligt nóg een mooi duinmeertje. Op oude kaarten heb ik gezien dat hier ooit het parkeerterrein lag… Ook dit terrein staat in de winter blank, zodanig zelfs dat je er over zandduintjes omheen moet lopen. Nu echter is het water grotendeels weggezakt al ligt het pad er nog nat bij: onze zolen slurpen in de modder, als je begrijpt wat ik bedoel… We richten onze ogen naar de grond: staat de parnassia al te bloeien? Nee… geen spoor daarvan! Maar ik zie wel wat anders: tientallen moeraswespenorchissen! Wat een bijzondere vondst! Even verderop vind ik nog een zeldzame plant: verfbrem! Mijn avond kan niet meer stuk…

1. Duifkruid of knautia (?) 2. hazenpootje 3. bitterkruidbrenmraap 4. moeraswespenorchis 5. kattenstaart 6. verfbrem

Als we de parkeerplaats naderen, hangt de zon al laag boven de kim en strooit ze haar warme oranjeroze licht over de boomkruinen.

Geplaatst in Bloemen, Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Een stormachtige zomerdinsdag

Na een stralende start van de dag wolkt het dicht en blijft het lange tijd bewolkt. Door het raam van mijn werkkamer zie ik de wind langzaam maar zeker toenemen. Het riet wiegt heen weer, steeds woester, steeds dieper buigend. En dan is daar opeens weer de zon. Ik wil een ommerdepommetje maken in het Geestmerambacht.

De parkeerplaats is leeg! Dat gebeurt niet vaak. Sporters en hondenuitlaters kiezen wellicht voor een bestemming dichter bij huis? Wolken en zon wisselen elkaar in een rap tempo af. Het is alsof het licht de hele tijd aan en uit gaat. En als het aan gaat, knipt mijn camera. Ik probeer de wind vast te leggen die de bomen geselt en het riet diep doet buigen… Maar zoiets in een stilstaand beeld vangen, is best lastig, merk ik als ik later op de avond de foto’s bekijk.

Het paadje langs de Kleimeer is haast onzichtbaar geworden. Het gras staat zeker een meter hoog en op sommige plekken geldt hetzelfde voor de brandnetels. Met blote benen is het voorzichtig laveren… maar het lukt, slechts op een enkel plekje voel ik nu enige tinteling. Ik geniet, de wind speelt in mijn haren, het is vrij lang geleden dat de wind dat kon en dat ik deze sensatie had!

Bij het huis steek ik door naar de Zomerdel. Ook daar is weinig beweging, ik bedoel: haast geen volk op de been… Ik klim de heuvel op en geniet van het uitzicht op het grote meer aan de ene kant en het Lamslik aan de andere. Ik volg een pad door het bos dat uitkomt bij het grote gemaal op de Saskevaart. Langs het water loop ik terug naar de auto. Een kort rondje, amper drie kilometer maar perfect om het hoofd leeg te maken na een dag staren op een computerscherm.

De twee ratelpopulieren bij de parkeerplaats… Ik fotografeer ze elke keer als we hier gaan wandelen…
Een paar stappen verder komt de Kleimeer in beeld. Ook hier maak ik elke keer een foto.
Op sommige plekken staat tussen het gras kraailook. De bloemen staan in een bol bovenaan een stengel die een meter hoog kan zijn en amper mee buigt in de storm!
Doorsteek naar de Zuiderdel
Vanaf de heuvel… de Zuiderdel
Vanaf de heuvel… het Lamslik
Saskevaart
Fietsbrug over de Saskevaart

Het pad buigt af naar de voetbrug over de oude sluis die de Saskevaart afscheidde van het Lamslik… Dit is ook zo’n punt waar we bijna elke keer een foto maken. Altijd mooi. Vanaf het bruggetje naar de auto is nog twee minuten kuieren… Het loopt tegen zessen, tijd om naar huis te gaan want ik moet soep maken!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Melancholia

“Zo, dat kereltje heeft temperament, zeg!” Dat hoor je zeggen als er in ‘dat kereltje’ pit zit en hij dat laat zien. Ook auto’s kunnen temperament hebben. Temperament is echter meer dan ‘pit’… Zelf had ik me nooit zo bezig gehouden met het begrip ‘temperament’ totdat ik op de vrijeschool ging werken en ik daar leerde dat ieder mens een voorkeurtemperament heeft (laat zien). De antroposofie onderscheidt vier temperamenten:

> Energieke mensen worden sanguinisch genoemd.
> Cholerische types zijn vurig en rake snel geïrriteerd.
> Melancholie wordt gekoppeld aan zwartgalligheid, neerslachtigheid en depressie.
> Flegmatici zijn traag, kalm en weinig emotioneel.

Deze vier temperamenten zijn terug te voeren op de Oudheid, lees ik op Wikipedia.

“Temperament is een heel basale persoonlijkheidstrek die al in de vroegste kinderjaren blijkt en tot de aanleg van een individu behoort en tot op zekere hoogte erfelijk is. Het gaat daarbij om eigenschappen zoals de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie- en activiteitsniveau en de mate van introversie of extraversie. Er bestaan in de psychologie verschillende indelingen van temperamentverschillen; er is dus niet één bepaalde indeling die algemeen aanvaard wordt.

In de Griekse oudheid waren de temperamenten oorspronkelijk de vier persoonlijkheidstypen: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Deze vier oude typen hebben tot in het begin van de 20e eeuw een rol gespeeld in de geneeskunde, met name de psychiatrie, de psychologie en de letteren. Hippocrates was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. (…) Hij dacht dat een overheersing van een van de vier lichaamssappen, bloed, slijm, gele gal en zwarte gal, kon leiden tot een bepaald karaktertype.”

De temperamentenleer is in het dagelijks leven beslist niet uit beeld verdwenen, wel is de idee losgelaten dat die gebaseerd zou zijn op de vermenging van lichaamssappen. We zijn het er nu over eens dat iemands grondstemming afhangt van verschillende factoren: invloeden van buitenaf, zoals veranderende levensomstandigheden; inwendige veranderingen, zoals stofwisselingsziekten (bijv. van de schildklier), vermoeidheid; en aanleg.

Ik zoom in op één der temperamenten… het melancholisch temperament. Dit karaktertype staat voor melanos, ofwel een teveel aan ‘zwarte gal’. Zoals de benaming al verklapt, betreft het zogenaamde zwartgallige mensen. Het zijn sombere typen die het simpelweg niet over hun hart kunnen verkrijgen om opgewekt en positief door het leven te gaan. Melancholische mensen beschouwen het bestaan doorgaans als een zware last, waaronder ze vaker wel dan niet gebukt gaan. De tragiek van de melancholicus is tekenend. Agressief is hij niet, in tegenstelling tot het cholerisch type, maar zijn geklaag wekt irritatie op waardoor hij zich onbegrepen voelt en vereenzaming voortdurend op de loer ligt. Daar staat tegenover dat de melancholicus betrouwbaar en zeer eerlijk is, maar moeilijk besluiten kan nemen. Het melancholisch type verzinnebeeldt het element aarde, de herfst en de milt. Melancholie wordt geassocieerd met de kleur blauw (denk bijv. aan Blue Monday).

Wij keken onlangs de film Melancholia, een Deense film uit 2011, geschreven en geregisseerd door Lars von Trier, met Kirsten Dunst en Charlotte Gainsbourg in de hoofdrollen. De film begint met indrukwekkende vertraagde beelden, gedragen door bijzondere muziek: delen uit de ouverture van Richard Wagners Tristan und Isolde. Later in de film begrijp je dat het droombeelden zijn, in feite moet ik zeggen dat verderop in de film wordt bevestigd wat je al vermoedt of aanvoelt…

Kirsten Dunst won de prijs voor beste actrice toen op 18 mei 2011 de film voor het eerst werd vertoond op het Filmfestival van Cannes. De andere actrice is inderdaad de dochter van Serge Gainsbourg en Jane Birkin… De film bestaat uit twee delen. Deel 1: Justine (Kirsten Dunst) en deel 2: Claire (Charlotte Gainsbourg). Justine en Claire zijn zussen.

Spoiler alert: onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Deel 1 begint met een lachwekkende scène: een enorme limousine rijdt zich klem op het smalle weggetje naar het kasteel waar Claire woont met haar man, en waar het huwelijksfeest zal plaatsvinden van Justine en Michael. Het paar is net getrouwd… Ze komen twee uur te laat op hun eigen feest. Langzaam maar zeker verandert de sfeer en sluipt er een melancholische atmosfeer in de film, soms bevreemdend, soms op het deprimerende af, maar altijd boeiend… en elke keer weer ook humoristische situaties! De bruid zinkt weg in haar dromen en angsten, het feest bloedt dood… Michael vertrekt maar weer. Aan de hemelkoepel gebeuren vreemde dingen.

Dat laatste wordt duidelijk in deel 2. Een grote, blauwe (!) komeet die de naam Melancholia draagt, stevent af op de aarde. Volgens berekeningen moet de komeet de aarde op een haar na missen, maar niet iedereen is daar van overtuigd. Claire al helemaal niet, zij is doodsbang. Een week of wat voordat de komeet de aarde zal bereiken, komt Justine naar het kasteel, volkomen depressief en in zichzelf gekeerd. Langzaam maar zeker wordt een duister sfeertje opgebouwd… Leo, het zoontje van Claire en John (Claires steenrijke echtgenoot) vertrouwt op zijn tante Justine. Samen bouwen ze een magische hut waarin ze met z’n drietjes afwachten wat er komen gaat…

Het was héél lang geleden dat ik zo’n film had gezien en ik moest er dan ook echt ín komen. Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik het een magnifieke film vind…

Geplaatst in Film en theater | Een reactie plaatsen

Trapperdetrapje Bergen

Pom pom pom, loop een blokje om, loop een… ommerdepommetje! Of fiets een trapperdetrapje.

Na deze buitengemeen helendal nog wel zo tamelijk boeiende taalkundige inleiding ga ik over tot de orde van de dag. Het is vrijdagmiddag en het is prachtig weer. Ik moet naar De Mare, ons winkelcentrum: in de bibliotheek liggen enkele boeken op me te wachten en voor proviand wil ik een paar winkels aandoen. Maar de middag is jong, de bibliotheek sluit pas om 17 uur dus ik heb tijd voor een rondje op de fiets. Ik vertrek zonder concreet plan – dat is best bijzonder – maar al trappend wordt het dus een rondje naar, door en langs het dorp Bergen Binnen.

Vanaf de Koedijker Vlotbrug fiets ik via de Kogendijk, de Oosterdijk en de Baakmeerdijk naar Zanegeest, een buurtschap dat al eeuwenlang gelegen is op een oude strandwal… Op de een of andere manier ademt die plek geschiedenis uit…

Vanaf de Oosterdijk zie je Koedijk met molen De Gouden Engel liggen
Kronkelende Oosterdijk
Uitzicht op de Noorder Rekerpolder
Mooie oude boerderij ’t Baken aan de Baakmeerdijk
Zicht op de Zuurvenspolder
Prachtige boerderij op Zanegeest

Voorbij Zanegeest ga ik linksaf, de Oude Natteweg op. Verderop heet het gewoon de Natteweg, en die voert me het dorp in. Natteweg wordt (aan de overkant van de Dreef) de Kruisweg, ik kom uit op de Loudelsweg en daar waar je het Bergerbos in fietst, heet het opeens de Sluisweg. Ik fiets onverhard om ’t Oude Hof en kom langs de Zwarte Schuur waar de filmclub van Bergen is gehuisvest. Er worden daar vaak boeiende films getoond maar ik ben er, voor zover ik het me herinner, nog nooit binnen geweest.

Sluisweg door het Bergerbos
Zwarte Schuur

Het Paddenpad loopt langs de Damlanderpolder. Het was de bedoeling dat die polder bollenland zou worden, maar daar stak de natuurbeweging een stokje voor. Nu wordt deze polder beheerd door Natuurmonumenten… Véél mooier!!

Ik kom uit op de Groeneweg die naar Alkmaar voert. Ik neem echter het fietspad dat parallel loopt aan de Nesdijk. De bermen zijn hier ingezaaid met vele, kleurige bloemen – wat een feest!

Aan het einde van de Nesdijk kom ik op een rotonde met een omstreden kunstwerk: de Poort van Bergen. Hier neem ik het fietspad langs de Bergervaart, die de scheidslijn vormt tussen de Sluispolder en de Bergermeerpolder.

Aan het einde van dit fietspad rijd je onder de N9 door en kom je uit bij het Noordhollandsch Kanaal. Nog een kleine kilometer langs dit kanaal fietsen en dan ben ik weer bij de vlotbrug. De teller geeft 14 km aan en ik heb er – op mijn gemakje – anderhalf uur over gedaan. Het is 16 uur en ik fiets naar de bibliotheek. Daarna doe ik boodschappen en dan gaat het definitief op huis aan. Tijd voor de tuin… Met een streekbiertje en een boek.

Geplaatst in Fietsen | 1 reactie

Zomerse kleurenpracht

Zondagochtend laafden we ons aan Gods schepping, vertelde ik al… Vandaag laat ik de schepping wat meer in detail zien. De oogst van drie uurtjes door de duinen kuieren, op zoek naar de paarse bremraap die we natuurlijk NIET hebben gevonden. Maar dat geeft niets, die vinden we vast een andere keer. Hieronder een dertigtal bloemen die we wél zagen bloeien! Ik ken ze niet allemaal, sommige heb ik opgezocht met de app ObsIdentify en van enkele moet ik de naam schuldig blijven… Ik nodig je uit om vooral te genieten van al dat moois!

Jacobskruiskruid, rietorchis (?), slangenkruid, gele rolklaver
Kattenstaart, geel walstro, haagwinde, duizendguldenkruid
Braam, knautia (?), kruipend stalkruid (?), Sint-Janskruid
Rimpelroos, klein streepzaad, vlindertje, distel (soort)
Teunisbloem, duinooievaarsbek, papaver, (?)
(?), kamperfoelie, roosje, bitterzoet
Agrimonie, sierlijke vetmuur, tijm, ratelaar
Akkerdistel, muursla, ogentroost, dagkoekoeksbloem
Slangenkruid, wit vetkruid, duizendguldenkruid, grote rietorchis
Geplaatst in Bloemen, Duinen | 2 reacties

Zomers mooi

Vanmorgen hebben wij ons gelaafd aan de schepping Gods… Wie die God of goden ook is/zijn, het is een knap staaltje werk wat er is verricht en het enige misbaksel lijkt wel de mens te zijn, die dit allemaal vakkundig naar de kloten aan ’t helpen is. En dan heb ik het over sociale ongelijkheid, klimaatcrisis, oorlogen, milieuvervuiling enz. Wij hier in Nederland, wonen welbeschouwd dan nog in een soort paradijs…

Afijn. Het was niet de bedoeling om zo zwartgallig te beginnen, maar dit moest er even uit. Dat zwartgallige is ook wel enigszins functioneel want het werd opgeroepen vanuit een schreeuw voor aandacht voor al het moois wat er op een zomerse zondagochtend valt te bezien! We hebben de auto (aie… au… hoe consequent zijn we zelf!?) geparkeerd bij de duiningang Diederik (tussen Bakkum Noord en Egmond Binnen) en lopen het Noord-Hollands Duinreservaat in.

Meteen valt op dat de natuur nog volop in bloei staat… Vele grassoorten zijn dan wel uitgebloeid en wiegen als zachte, gouden tapijten in de wind, maar de bloemenwereld laat zich daarentegen niet onbetuigd. Op vochtige plekken heerst het roze-paarse van de kattenstaart. De bloeitijd van de ratelaar loopt ten einde maar met zijn zachte geel brengt hij her en der nog kleur in het landschap. Wat feller geel zijn o.a. het bitterkruid en het klein streepzaad. Het slangenkruid contrasteert met die zonnekleur door zijn helblauwpaarse bloemen… En als je wat beter kijkt, staat er nog veel meer te bloeien, het ene plantje wat meer, het andere plantje wat minder bescheiden.

Ik laat verder de foto’s voor zich spreken… want dat we hier eens links aanhouden en daar vervolgens rechtsaf slaan, is voor de lezer/kijker niet zo boeiend. De route die we hebben gelopen zie je op het kaartje aangegeven. Het is een combi van verschillende door PWN uitgezette wandelingen en wat eigen improvisatie. Het hele ommerdepommetje is 7,1 km lang. Wij deden er drie uur over…

Onderweg heb ik veel close-up foto’s van bloemen gemaakt… Die komen in een volgende blog.

Geplaatst in Duinen, Wandelen | 1 reactie

Zijn bloedige plan

Een boek met zo’n titel laat ik graag staan, ik ben niet van de boeken en de films waar het bloed van af spat. Sterker: ik kan er niet zo goed tegen. Gewelddadige en bloederige scenes achtervolgen me in mijn slaap en verstoren mijn nachtrust… Een teer zieltje, zou je kunnen zeggen. Of dat zo is, weet ik niet, dat oordeel laat ik aan hen over die het nodig vinden er wat van te vinden. Maar een ziel met weinig eelt op, dat zou wel kunnen kloppen, geloof ik.

Genoeg introspectie voor vandaag. Ik liet me toch verleiden tot het lenen van dit boek omdat het zich afspeelt in mijn geliefde Schotland, meer bepaald in de omgeving van het kleine, charmante dorpje Applecross, Wester Ross, waar je door de bergen naartoe rijdt over een indrukwekkende bergpas… Er ligt daar een prachtig stukje kust vanwaar je een mooi zicht hebt op de eilanden Raasay en Skye. Dat uitzicht wordt in het boek meermaals genoemd en dan is het zó fijn om daar beeld bij te hebben.

Applecross (februari 2018)
Uitzicht over de baai, richting Raasay en Skye (februari 2017 en 2018)

Terug naar het boek, dat is geschreven door Graeme Macrae Burnet. In de gevangenis van Inverness zit de zeventienjarige Roderick Macrae te wachten op zijn proces. Hij heeft een gruwelijke, drievoudige moord gepleegd in Culduie, een dorpje waar een tiental huizen staat. In een daarvan woont Roderick (Roddy) zelf met zijn vader, zus en de jonge tweeling. Zijn moeder is anderhalf geleden overleden…

Culduie ligt er tegenwoordig bij zoals je op de onderstaande foto ziet: nette huisjes, met daarvoor een strook land waarop de mensen vroeger hun voedsel verbouwden: aardappelen, uien, prei, wortelen… Achter het dorp torent de Carn an Uaighean (362 m) die Roddy vaak beklom en vanwaar hij dan uitkeek over de baai… Wij maakten vanuit Culduie tweemaal de wandeling naar een paar mooie koraalstrandjes…

Culduie
Coral beaches

O wat is het heerlijk om al die herinneringen op te halen… Echter, dit hoort een boekbespreking te zijn, dus terug naar Zijn bloedige plan. In de 19de eeuw moet het er hier allemaal veel minder lieflijk hebben uitgezien dan nu! Het leven was bikkelhard, de mensen leefden van de arbeid op het land en hadden een paar schapen en wat koeien, of gingen de zee op om de kost te verdienen. Een dak boven het hoofd werd vaak gedeeld met het vee… In de winter werd er honger geleden. Grootgrondbezitters verpachtten land en woningen aan de arme keuterboertjes en vissersgezinnen en leefden hun comfortabeler levens in grote landhuizen, zoals Applecross House. Zij verdienden geld o.a. met het organiseren van jachtpartijen voor de rijkelui uit de grote steden.

Het boek is een soort reconstructie van een misdaad aan de hand van allerlei documenten, o.a. een relaas van de feiten, door Roderick Macrae zelf te boek gesteld tijdens zijn gevangenschap in Inverness Castle. Verder wordt er geput uit krantenartikelen, verslagen van getuigenverhoren en andere verslagen van het onderzoek en het proces.

Het boek begint, na een voorwoord, met de getuigenverklaringen. Dan volgt het relaas dat is geschreven door Roderick Macrae. Om de lezers te helpen is er een handige plattegrond van Culduie bijgevoegd waarop de locatie van de huizen van de bij het verhaal betrokken personen is aangegeven. Roderick Macrae en zijn familie bewoonden het meest noordelijke huis van het dorpje, terwijl de slachtoffers, Lachlan Mackenzie en diens dochter en zoontje, in het huis aan de zuidkant woonden. We maken tevens kennis met Roddy’s advocaat Andrew Sinclair en met James Bruce Thomson, een gevangenispsycholoog, die door Sinclair is opgetrommeld met de bedoeling Macrae ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren.

Dan volgen de medische rapporten, een verhandeling door de heer James Bruce Thomson (Reizen in het grensgebied van de waanzin) en tot slot het verslag van het proces dat drie dagen duurde; de jury kwam pas op de vierde dag tot een uitspraak…

Als lezer vraag je je af of dit verhaal inderdaad echt is gebeurd… Die vraag laat ik liever onbeantwoord, want ze hoort bij de sfeer van het boek, vind ik. Wil je echter het antwoord weten, klik dan op deze link (de boeiende geschiedenis-pagina behorend bij een vakantiehuisje in Culduie).

Ik heb enorm genoten van Zijn bloedige plan. Het boek leest als een trein, het speelt zich af op plekken waar ik zelf ben geweest, het is goed geschreven en bevat soms heerlijk onderkoelde Britse humor.

Het drankgelag liep behoorlijk uit de hand en de heer Philby moest bekennen dat hij ‘zich de gastvrijheid van de Hooglanders iets te gretig had laten welgevallen’, want toen zijn hospita hem de volgende ochtend wekte, hoefde hij niet eens opnieuw zijn veters te strikken.

Zijn bloedige plan (documenten gerelateerd aan de zaak van Roderick Macrae), geschreven door Graeme Macrae Burnet. Engelse titel: His bloody project. Een absolute aanrader… ⭐⭐⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Wildevrouw

Ik heb een schonen boek gelezen. Geschreven in het Antwerps, wat de taal, de woorden en de zinsbouw betreft althans. Het verhaal speelt zich af ten tijde van de Beeldenstorm (1566), het begint kort ervoor.

Beer is herbergier, zijn herberg aan ’t Zand draagt de naam In den Engel. De zaak draait goed en er komt allerslag volk. In Antwerpen zijn het roerige tijden, het bestuur is paaps maar de lutheranen en de calvinisten rukken op, dit zeer tegen de wil van Filips II die ver weg in zijn kasteel in Spanje zit en oorlogen voert die bekostigd moeten worden o.a. met de opbrengsten van de handel in welvarende steden als Antwerpen…

Het verhaal komt langzaam op gang en dat komt omdat Beer zijn verslag doet vanuit zijn herberg In den Wildeman te Amsterdam. Het is een aaneenschakeling van herinneringen en overpeinzingen, inzichten en gebeurtenissen. Maar het is de taal die Olyslaegers gebruikt, die een mens elke keer weer doen teruggrijpen naar dat boek waarvan de kaft getooid is met twee oermensen, een man en een vrouw, die de oertijd symboliseren en op menig heraldisch wapen prijken… Ook op dat van de stad Antwerpen. ’t Stad zoals wij zeggen. De taal dus, die ik inderdaad schitterend vind, volks, poëtisch, rauw, schilderachtig, krachtig, melancholisch, onderhoudend, sappig somwijlen. Er zijn er zelfs die van Olyslaegers zeggen dat hij Shakespeariaans schrijft.

“In een paar jaar tijd verandert Antwerpen van een bloeiende handelsstad, bekend om haar tolerantie, in een slagveld waar niemand elkaar het licht in de ogen nog gunt.” Aldus de schrijver in een interview in De Volkskrant. En daarmee reikt Olyslaegers m.i. naar onze tijd, waarin wij onszelf graag tolerant noemen – maar zijn we nog wel zo tolerant? Willen of kunnen we dat nog zijn? Wat gaat er met die tolerantie gebeuren? Hoe ziet de wereld er überhaupt uit over vijf, tien, twintig jaar??

Naast hoofdpersonen Beer en zijn stad, worden er allerlei andere figuren ten tonele gevoerd, deels historische, deels verzonnen maar altijd goed gedocumenteerde personages die ook wel min of meer karikaturaal overkomen soms. Wie van mijn leeftijd is en poppenschouwburg Van Campen kent, zal daar zeker aan moeten denken bij het lezen van Wildevrouw. Denk ik.

Voor dat ik stop met schrijven over Wildevrouw, wil ik nog verwijzen naar de interessante website die bij het boek hoort: wildevrouw.be.

Mensen! Sluit u op, zet u in een gemakkelijke fauteuil, zorg voor een goede fles Spaanse of Elzasser wijn, steek een pijp op – en lees. ⭐⭐⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen