Museum Schokland

Het is zaterdag en vanavond hebben we een feestje in Emmeloord. Omdat heen en weer naar Emmeloord best een end rijden is, hebben we besloten om er een dagje uit van te maken. We hebben het plan opgevat om Schokland eens te bezoeken… We beginnen met een wandeling door het Schokkerbos naar de Vluchthaven, en eindigen met een bezoek aan de kunst- en poëzieroute Dichter op het water. Maar we brengen tussendoor ook nog een bezoek aan Museum Schokland. Zeer de moeite waard.

Het museum bestaat uit twee afdelingen: een buitenmuseum (de kerk en enkele gebouwen die de illusie van een houten dorp moeten oproepen) en een binnenmuseum. Dat laatste is vrij traditioneel opgebouwd maar is zo ingericht dat ik er met plezier doorheen loop en de informatie goed in me kan opnemen. Dat is in het Bezoekerscentrum bij de Gesteentetuin toch anders: daar zijn in een beperkte ruimte héél veel informatie en voorwerpen samengepropt, zeg ik maar oneerbiedig. In Museum Schokland zijn er minder voorwerpen (vondsten, schilderijen, …) en teksten wat een rustiger beeld geeft en – mij in elk geval – meer uitnodigt tot het nemen van de tijd om alles te lezen en te bekijken.

Op deze foto is de voormalige Vluchthaven van Emmeloord te zien…

Als we alles bekeken hebben en we weer naar buiten stappen, schijnt de zon! Na een sombere, kille ochtend is het heerlijk om de warmte op onze gezichten te voelen. De wereld ziet er opeens een stuk vrolijker uit… We nemen de tijd om buiten rond te lopen. De kerk is natuurlijk de blikvanger, maar er staan ook mooie beelden. Sommige staan er permanent, andere tijdelijk – laat ik eraan toevoegen: dat is althans mijn indruk, ik vind er nergens informatie over…

Deze kerk is gebouwd na de watersnoodramp van 1825. De oorspronkelijke 18de-eeuwse kerk werd tijdens de storm zwaar beschadigd. Moet je nagaan hoe hoog het water kwam, en met welk een geweld, de kerk staat echt metershoog boven het zeeniveau!

We lopen eerst een tijdje rond bovenop de Middelterp. Daarna gaan we via een trap ‘het water in’. Hier wordt pas echt duidelijk hoe hoog deze terp was, die voor een groot deel tegen het beukende water werd beschermd door een houten palissade. De planken van oorspronkelijke palissade werd in de Tweede Wereldoorlog na de drooglegging van de Noordoostpolder (1942) gebruikt voor het aanleggen van noodbruggen e.d.

Op een muur (bovenop de terp) vinden we de data en de bijbehorende waterpeilen terug van twee stormen die de geschiedenis van de dorpjes en steden rond en de eilanden in de Zuiderzee mede hebben bepaald… Lydia Rood schreef met De stem van het water een prachtig jeugdboek over de watersnoodramp van 1916; zij vertelt het dramatische verhaal van Marken, een van die andere kleine, kwetsbare eilandjes in de verraderlijke Zuiderzee…
Op deze gereconstrueerde zeewering zijn kleurige zeedieren aangebracht. Ook zie je er aangegeven hoe hoog in bepaalde jaren de zee kwam…
Deze neushoorn staat er niet toevallig… Ooit was het in onze regionen zo warm dat dit soort dieren hier leefden! Ik kan me daar niets bij voorstellen maar goedgelovig als ik ben, neem ik deze informatie klakkeloos en met plezier voor waar aan.
Ik betwijfel of dit een schokker is, het type botter waarmee de Schokkers de Zuiderzee bevisten. Maar het zou natuurlijk wel kunnen. Het is in elk geval een prachtige boot die daar aangespoeld op het poldergras ligt… De stenen die er omheen liggen zouden heel goed ballaststenen kunnen zijn, die ter verzwaring werden gebruikt om schepen stabieler te maken.

Als we uitgekeken zijn, zetten we ons bezoek verder in de weilanden waar die leuke kunst- en poëzieroute is uitgezet. De zon verdwijnt achter een dik pak wolken dat vanuit het westen komt aanstormen. We stappen in onze bolide en rijden naar… nee, niet zoals voorgenomen naar Kampen, want de weg is afgezet en het zou heel wat kilometertjes omrijden betekenen als we ons plan willen doorzetten! Dan maar naar Vollenhove gereden, eveneens een voormalig Zuiderzeestadje dat nog wél een haven heeft, zij het voor de pleziervaart… Hier eten we een hapje alvorens we ons door de duisternis naar Emmeloord reppen, het doel van onze reis…

Geplaatst in Cultuur, Geschiedenis | 2 reacties

De wasmand

ze staat bij ons in de gang
elke ochtend
licht ik haar deksel
en stort vuilgoed in
het schier bodemloze duister
van haar schacht

waarin onderbroeken,
sokken,
T-shirts,
sweaters,
kortom al het gedragene
verdwijnen

om enkele dagen later op te duiken
in die andere wasmand
de rechthoekige op mijn bed
met daarin het briefje waarop staat
leg jij je kleren
weer netjes in de kast

Geplaatst in Mijmeringen | Een reactie plaatsen

Emmeloord… op Schokland

Het is zaterdag en vanavond hebben we een feestje in Emmeloord. Omdat heen en weer naar Emmeloord best een end rijden is, hebben we besloten om er een dagje uit van te maken. We hebben het plan opgevat om Schokland eens te bezoeken…

Schokland ligt in de Noordoostpolder. Wij rijden vanuit Noord-Holland via Enkhuizen over de Houtribdam (N307) naar Lelystad. De derde keer in drie weken tijd! Het is vijf voor elf als we de N352 verlaten en over een smal asfaltweggetje, de Keileemweg, het eiland oprijden. We parkeren bij de Gesteentetuin in het Schokkerbos. Dit gemengde bos is ruim 50 jaar geleden aangeplant. De bodem van het Schokkerbos (ca. 85 ha) bestaat uit klei, keileem en veen en bood weinig perspectief voor de akkerbouw. De aanplant bestaat voornamelijk uit essen, eiken en naaldbomen. Keileem en veen zorgen voor een ongelijkmatige en trage groei van het bos. Voor varens, paddenstoelen en mossen biedt dit juist extra kansen: kenners vonden er naast 75 mossoorten ook nog eens meer dan 350 soorten paddenstoelen waarvan er circa 30 zeldzaam tot zeer zeldzaam zijn. Het bos ligt geïsoleerd van andere bosgebieden, maar toch leven er roofvogels zoals havik, buizerd, sperwer en ransuil, en veel zangvogels en reeën.

Het Bezoekerscentrum in de Gesteentetuin is nog gesloten; het gaat pas op het middaguur open. Jammer, want ik had wel een kopje koffie gelust… In de Gesteentetuin is een aantal zwerfkeien te zien, die door de gletsjers van de voorlaatste ijstijd in de Noordoostpolder zijn achtergelaten.

We trekken onze wandelschoenen aan en gaan lopen. We volgen een route die wordt aangegeven met oranje pijltjes: de Vluchthavenwandeling. Eerst gaat het over kronkelende paden door het bos. Her en der staan informatieborden: het Schokkerbos wordt beheerd door Flevo-landschap (https://flevo-landschap.nl). Het schap doet er alles aan om de bezoeker goed te informeren over de natuur, de geschiedenis en de archeologie van het voormalige Zuiderzee eiland.

De paden zijn behoorlijk modderig, gelukkig liggen er op de natste passages takken en dunne boomstammetjes in het slijk zodat de wandelaar droge voeten houdt. We bereiken de bosrand en de wandeling gaat nu verder over grassige paden. Hier is er geen houden meer aan: binnen de kortste keren sijpelt het water mijn schoenen in… Gelukkig heb ik droge sokken en nette schoenen in de auto liggen, want op een feestje aankomen met soppige schoenen, dat kan natuurlijk niet!

We steken de Oud Emmeloorderweg over en ronden de kop van Schokland. Aan onze rechterhand zien we al van ver een terp met daarop twee gebouwen een een lichtbaken. Die blijken aan de oude vluchthaven te staan…

Schokland is in 1859 ontruimd. Het eiland werd geregeld overstroomd. Om van de ene naar de andere terp te gaan, waren houten steigerpaden en dammetjes aangelegd. Kortom, het was er een natte boel. Bovendien sloegen stormen de kust af en werd het eiland steeds smaller en kleiner. In 1825 was er een enorm stormvloed. Het water kwam toen nog hoger dan in 1916, toen vele dorpen langs de Zuiderzee zo zwaar werden getroffen dat de planmakerij om de Zuiderzee te bedwingen werden omgezet in daden: tussen 1927 en 1933 werd de Afsluitdijk aangelegd… Na de storm van 1825 nam de armoede op Schokland verder toe en ten slotte werd door koning Willem het besluit genomen het eiland te ontruimen. De Schokkers kregen in dorpen op het vasteland huizen en kwamen daar in buurtjes bij elkaar te wonen. Hun eigen huizen moesten ze afbreken om te voorkomen dat ze terug zouden keren naar hun geboortegrond…

We zijn nu aanbeland bij de meest noordelijke terp en de haven die daar lag. Het dorp hier heette… Emmeloord! In de 19de eeuw woonden hier soms meer dan 350 mensen dicht op elkaar in houten huisjes! De inwoners van Emmeloord waren merendeels katholiek, de protestantse bevolking woonde op de Middenterp, de Zuidterp en de vele andere, kleine terpen.

Na de ontruiming werd de kerk afgebroken en steen voor steen weer opgebouwd in Ommen! De haven bleef wel in gebruik. Bij slecht weer konden Zuiderzeevissers hier schuilen tot de storm voorbij was. Er werd zelfs nog vis verhandeld: van 1915 tot 1932 was er een visafslag. De vangsten werden per opbod verkocht en vervolgens in kleine bootjes naar het vasteland verscheept. In 1942 viel de Noordoostpolder droog en dat betekende het einde van de haven van Emmeloord. De meeste gebouwen werden afgebroken, zelfs de lichtopstand (die in de volksmond de vuurtoren werd genoemd) moest eraan geloven. Wat we nu zien is een reconstructie van die lichtopstand. De woning van de vuurtorenwachter en een gebouwtje waarop een misthoorn stond, werden gespaard. Van de misthoorn zelf is trouwens niets bewaard gebleven… Ook de haven is gereconstrueerd: bezoekers krijgen zo toch een goede indruk van hoe het er hier vroeger moet hebben uitgezien.

Op de plaats waar ooit het kerkhof lag, is nu een monument aangelegd ter nagedachtenis aan de bewoners van Emmeloord. De namen van de families zijn verwerkt in het kunstwerk. Een plek waar ik toch even stil van werd…

We kijken een hele tijd rond. Het is jammer dat het zulk grijs weer is. We krijgen een foto geappt uit Alkmaar: daar schijnt de zon uitbundig! Na een tijdje zetten we de wandeling voort. We komen langs een kunstwerk dat lijkt op een boei: het Nationaal Binnenvaartmonument. Over een schelpenpad, waarlangs hoge essen groeien die de rand van Schokland markeren, wandelen we terug naar het zuiden. Na een kleine kilometer steken we het eiland dwars over en via modderige bospaden bereiken we de Gesteentetuin weer.

Werelderfgoed Schokland is een eiland op het droge, dat nog altijd boven het polderlandschap uitrijst. Bij de Oude Haven van Emmeloord is de Zuiderzee met een beetje verbeelding nog te zien en voelen. Schokland was het eerste Nederlandse monument dat op de Werelderfgoedlijst terechtkwam. Het vroegere Zuiderzee eiland telt onder meer negen Rijksmonumenten en vijf archeologische terreinen. Er zijn honderden archeologische terpen, kerkresten, dijksystemen en andere relicten aangetroffen. En dan zijn er ook nog resten gevonden van prehistorische en vroeg-historische leefgemeenschappen.

In het Bezoekerscentrum vind je veel informatie over het eiland. Er vinden ook allerlei activiteiten in plaats en er worden geregeld excursies georganiseerd… Ik werd getroffen door dit schilderij van de oude haven van Emmeloord… Je ziet goed hoe de Zuiderzee tekeer kon gaan…

De koffie komt hier uit een automaat, dus besluiten we ons geluk te gaan beproeven aan de andere kant van de grote weg, in Museum Schokland. We gaan zeker terugkomen naar deze plek, maar dan met mooi, helder weer…

Geplaatst in Cultuur, Geschiedenis, Landschappen, Wandelen | 2 reacties

Dichter op het water

Het is zaterdag en vanavond hebben we een feestje in Emmeloord. Jaja, een mens maakt de vreemdste dingen mee in zijn leven! Omdat heen en weer naar Emmeloord best een end rijden is, hebben we besloten om er een dagje uit van te maken… Overigens zónder een spoor van tegenzin! We hebben het plan opgevat om Schokland eens te bezoeken, en daarna door te rijden naar Kampen, een stad die we tot op heden drie keer hebben bezocht, en elke keer was het grijs en/of regenachtig weer…

Schokland ligt in de Noordoostpolder. De N352 (Urk – Nagele – Ens – Knaggenburg – Vollenhove) snijdt het smalle eiland, dat zich van noord naar zuid uitstrekt, dwars doormidden van west naar oost. Het doet me denken aan dat andere voormalige Zuiderzee eiland, Wieringen, dat ook zonder enig respect voor landschap, bewoners en cultuur door de drukke N99 doormidden werd gesneden – overlangs dan. Sinds ik Eva Vriends boek Eens ging de zee hier tekeer heb gelezen, weet ik dat die 20ste-eeuwse inpolderaars als de heer Lely de eilanders en kustbewoners behandelden als… rotte vis!

We arriveren om 11 uur en maken een rondwandeling over het noordelijk deel van het eiland, waarover in een volgende blog meer. Omstreeks twee uur zitten we in restaurant Schokland (hoe origineel kun je zijn; maar voor duidelijkheid valt ook iets te zeggen) aan de koffie met een Schokkerbrok: kruimelgebak met bosvruchten. Een naam die echt nergens op slaat, vind ik, behalve dan dat ie goed bekt en verleidelijk klinkt, zó verleidelijk dat wij beiden voor de bijl gaan. Zonder enige spijt overigens.

Opgewarmd en voldaan halen we de via internet bestelde tickets voor ons museumbezoek op alsook een aardig boekwerkje dat bij de tentoonstelling Dichter op het Water hoort. Dit is wat curator Pat van Boeckel in zijn inleidend woordje zegt:

In 1859 moesten de laatste bewoners Schokland gedwongen verlaten. Het eiland dreigde ten prooi te vallen aan de woeste Zuiderzee. Hoe het leven eruitzag in de nadagen van een bloeiend eilandleven en de rol die zoet en zout water speelden, wordt verteld in de kantlijn van deze kunst- en poëzieroute.

Dat verhaal, van afhankelijkheid van en strijd met het water, wordt in Dichter op het Water gespiegeld aan een steeds aannemelijkere toekomstvisie. Zouden er weer nieuwe bewoners op Schokland zijn, dan krijgen zij op het inmiddels drooggevallen eiland wéér te maken met een stijgende zeespiegel. Ze zullen, zoals eilandbewoners elders op de wereld, gedwongen worden om hogere dijken te bouwen of het anderszins hogerop te zoeken. Voor deze denkbeeldige nieuwe bewoners van Schokland liet Dichter op het Water torens van stro verrijzen. Geïnspireerd op onder andere de middeleeuwse versterkte torens van San Gimignano in Toscane, bieden de Schokker torens een mogelijkheid om een ongewisse toekomst het hoofd te bieden.

De zes torens geven het oude eiland een nieuwe skyline. Verschillende kunstenaars gaven de torens een eigen persoonlijkheid. Sommigen terugblikkend op de geschiedenis, anderen vooruitlopend op het leven, verheven boven de aarde en de zee. De vraag, hoe verder met de mensen, de dieren en de natuur op dit eiland dat eigenlijk geen eiland meer is, wordt ook op poëtische wijze aangeraakt door de andere kunstwerken langs het pad. Bevroren druppels, golven van hengels, prehistorische visfossielen, een steiger die naar het oneindige reikt – op Schokland was en is alles verbonden met verhalen over water. Lopend langs de historische plekken en de kunstwerken vallen die verhalen uiteindelijk samen tot een verrassend geheel.

De tentoonstelling is deels te zien binnen de hekwerken van Museum Schokland en deels in de openbare ruimte, op het land ten zuiden van het museum. Wij genoten van beide. De objecten, sculpturen en installaties zijn verrassend, speels, intrigerend, mooi, wenkbrauwenfronsend, vertederend… De teksten en gedichten in het boekje vormen een waardevolle aanvulling. Mee te maken tot 31 oktober. Geachte lezer, haast u naar Schokland, zou ik zeggen…

In de mooie kerk hangt een smeltend blok ijs… Druppel voor druppel vult de doopfont zich met het smeltwater. Aan de bezoeker wordt gevraagd om een klein flesje te vullen en het water naar de waterput op de Zuidert te dragen. Dat doen wij uiteraard met veel plezier.
Oude, gedroogde bladeren wordt nieuw leven ingeblazen door ze te omwikkelen met duizenden kleurige draadjes… Dode planten veranderen in levende wezens.
Schokland ging bijna ten onder door aanhoudend gebeuk van woeste golven, soms aangewakkerd door donderend stormgeraas… Nu ligt het eiland op het droge, maar krijgt Nederland te maken met een stijgende zeespiegel. Dus moet het allemaal weer hogerop. Een nieuwe skyline voor een oud eiland…
Negen ‘bewoonde’ wachthuisjes op een rij… De waterstand om het eiland wordt angstvallig in de gaten gehouden door deze eilandwachters. In elk huisje zie je een andere wachter… je kunt ze alleen maar zien als je naar binnen gluurt!
Dit kunstwerk heet Blowing in the wind. Het is een prehistorisch kerkhof… Deze vissen zijn hier aangespoeld. De wind speelt in hun gratenkarkas: klepperdeklingelingeklepper.
Een houten steiger in de vorm van een golf… kun je deze steiger oplopen?
Een oude stem van wind en zout…
Tijd verdwijnt
Verleden golven, toekomstige golven
Onzichtbare frequenties
Ze deinen, schommelen, vloeien en wiebelen om ons heen

Tot slot een gedicht van Marsman, uit de mooie brochure – de wandelgids – die bij deze aanbevelenswaardige tentoonstelling hoort… Denkend aan Holland, gepubliceerd in: Der clercke cronike, Gronings studentenblad, 13 maart 1937. Niet te verwarren met Herinneringen aan Holland; dát ken je zeker en vast!

Soms heb ik heimwee
naar dat land, en zijn zee.
maar als ik denk aan de menschen
wordt het verlangen gesmoord.
ik heb in hun zielen
geen spoor van weerklank gehoord
van de ontzaglijke ruimte
waarin zij leven;
noch dat zij zweemden
naar het accoord,
dat dag en nacht
langs hun kust wordt gehoord,
of naar de macht van hun beemden;
slechts hun ziel is met duister behangen
gelijk hun hemel.
gloed en verlangen,
hartstocht en onbevangen geloof
zijn in bedompte gebeden
langzaam maar zeker
gedoofd.

Geplaatst in Cultuur, Kunst, Landschappen | 2 reacties

Een lange duinwandeling

Er is een droge dag met geregeld zon voorspeld voor deze donderdag, maar als ik ’s morgens naar het weerbericht op de radio luister, hebben ze het over motregen of regen en veel bewolking. Toch waag ik het om mijn paraplu thuis te laten omdat hij niet in mijn kleine rugzakje past en ik geen zin heb om met mijn grote te slepen. En dat pakt gelukkig goed uit: het is wel bewolkt maar we houden het droog.

Ik heb met Gj afgesproken op de parkeerplaats bij de Franschman (officieel heet het daar: duiningang Uilenvangersweg). We steken de N510 over die naar Bergen aan Zee voert en lopen de duinen in. De eerste kilometers zijn voor mij bekend terrein: hier lopen vrouwlief en ik geregeld. Weer valt het me op hoe groen alles nog is en hoe weinig de bosjes herfstig kleuren. Alleen in de berken zit wat kleur!

We lopen een kort stukje over het fietspad van Bergen aan Zee naar ’t Woud en nemen een smal zandpad dat gemarkeerd wordt door zwarte palen met twee reflecterende witte banden er omheen. Het mulle pad kronkelt tussen de duintopjes door, gaat op en neer, kruist zanderige duinvalleitjes waar we gezandstraald worden door de pittige zuid-zuidwestenwind. Ik voel mijn kuiten werken! Hier en daar grazen een paar Exmoor pony’s en we komen langs enkele mooie duinmeertjes.

Bij een overstapje verandert de aard van het pad én het landschap: een brede zandweg meandert tussen talloze duinakkertjes. We komen langs een kastje waarin de eigenaar van zo’n duinakkertje zijn producten verkoopt: ik stop mijn lunchpakket in mijn jaszak en maak zo plaats voor een potje duindoornjam. Gj stopt een potje courgette chutney in zijn rugzak. Voort gaat het, naar Egmond aan Zee. We willen even zitten!

Bij café-restaurant Westenwind zetten we ons op het overdekte, van de wind afgeschermde terras voor een welverdiende vloeibare versnapering. Daarna lopen we het strand op en met de neuzen naar het noorden gericht, volgen we de vloedlijn tot Bergen aan Zee. Het is trouwens behoorlijk druk, vooral Duitse gezinnen en natuurlijk een hoop grijze duiven. Tot dit deel van de bevolking mag ik mezelf ook stilaan rekenen, maar dat accepteer ik nog niet, daar voel ik me veel te jong voor… Behalve mensen is er weinig leven op het strand… Af en toe zien we een meeuw, we spotten een stelletje sterns – en dat is het wel zo ongeveer. We zien twee dode alken liggen, een trieste waarneming!

Bij Bergen aan Zee verlaten we het strand en met een brede boog lopen we terug naar de auto. Het is vier uur, een mooie tijd. We hebben 21,5 kilometer gelopen. Het laagste punt was de vloedlijn, het hoogste punt van de wandeling lag op 27,9 meter. We hebben 167 meter geklommen en 166 meter gedaald. Dat laatste doet ons de wenkbrauwen fronsen. Hoe kan dat nou?

Geplaatst in Duinen, Wandelen | 1 reactie

Jazz op de Marker Wadden

Het weekend van 9 en 10 oktober is dit jaar het weekend waarin Natuurmonumenten en het Nederlandse Muziekinstrumenten Fonds hun krachten weer (kunnen) bundelen. Gewoonlijk vindt dit muziekweekend plaats in juni, maar vanwege C. (zucht) is het uitgesteld… De dagen zijn nu beduidend korter, maar het weer vertoont vandaag absoluut zomerse trekjes, dus de organisaties (en de muzikanten en luisteraars) boffen enorm.

Wat gebeurt er dan tijdens zo’n weekend? Natuurmonumenten stelt een twintigtal locaties ter beschikking voor bijzondere concerten, uitgevoerd door muzikanten die een instrument te leen hebben via het NMF. Twee jaar geleden woonden we zo’n concert bij in Fort Uitermeer, het mooie torenfort dat deel uitmaakt van de Hollandse Waterlinie, met uitzicht over de Vecht vlakbij Weesp. Dit jaar kiezen we voor een jazzconcert op de Marker Wadden. Net als vorige keer gaan we met z’n drieën: vrouwlief, een vriendin uit Wanneperveen en ikzelf. We bemachtigen de allerlaatste kaartjes!

De Marker Wadden… die liggen in het Markermeer, de ‘badkuip’ die is ontstaan nadat de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad werd aangelegd… ‘Dijk’ is hier trouwens niet het juiste woord, want zo’n dijklichaam waar aan weerskanten water tegenaan klotst, is in feite een dam, aldus de eilandwachter die ons straks zal rondleiden. In dat verband zouden we dus ook van de Afsluitdam moeten spreken… dit geheel terzijde maar ik vind dat de man 100% gelijk heeft.

De Marker Wadden zijn het nieuwste stukje Nederland, en er vindt nog volop ontwikkeling plaats. De werkzaamheden begonnen bijna zes jaar geleden; in 2018 waren de vijf eilanden in het Nationaal Park Nieuw Land aangelegd en kon men de eerste bezoekers ontvangen. Veel vogels hadden het opgespoten en reeds drooggevallen land dan al ontdekt. Vorig jaar was de nederzetting klaar die bestaat uit o.a. een ontvangstpaviljoen, een veldstation-cum-gastenverblijf voor studenten die er onderzoek doen, een paar vakantiehuisjes, botenhuizen, een winkeltje enz. Er komen nog twee eilanden bij. Samen vormen die zeven eilanden een magnifiek en verrassend stukje natuur in het verder vrij saaie en doodse Markermeer…

Wij worden om 13 uur verwacht in Lelystad, maar zijn ruim een uur eerder in de Bataviahaven. Het is er rustig… zelfs bij het grote outletcentrum zijn de parkings leeg en is er weinig beweging te bespeuren. We kuieren op ons gemakje langs de kades en zien al gauw de kleine veerboten voor de Marker Wadden al liggen. “Moeten we daarin een uur varen,” vraagt vrouwlief zich af?

In de haven liggen prachtige schepen, twee- en driemasters die er heel historisch uitzien. Opeens zie ik in de touwen van een der driemasters een vlag van Natuurmonumenten wapperen. Zou dat…? Ja, dat is…! De Abel Tasman, een partyschip, zal ons naar de eilanden brengen. We gaan op tijd aan boord en bemachtigen een tafeltje op het bovendek. Koffie en appeltaart worden besteld… Varen maar, schipper! Om stipt 13 uur worden de trossen los gegooid en dieselen we de haven uit. In de verte zien we de Houtribsluizen. We passeren de Markerstrekdam, waarop een ijzeren man gehurkt zit. Dit is een kunstwerk dat officieel Exposure heet en is gemaakt door ene Antony Gormley; het wordt ook wel The crouching man genoemd (de hurkende man). In de volksmond heet het de poepende man. En eerlijk is eerlijk, die associatie kreeg ik ook meteen. Zegt dat wat over het beeld, over mij of over beide? De lezer mag het zeggen – in nette bewoordingen uiteraard. De officiële versie: de hurkende man nodigt uit om te onderzoeken…

De matroos, een aardige jonge kerel, hijst de zeilen. Het is fantastisch om op zo’n mooi schip, ook al is het dan amper een eeuw oud en werd het gebouwd om boomstammen e.d. te vervoeren op de Oostzee, over het rustige water van het Markermeer te varen. Aan boord heerst een gemoedelijk sfeertje. Na een uurtje tuffen we het haventje binnen van de Marker Wadden en meert de Abel Tasman aan. Over een lange steiger lopen wij het nieuwe land op waar we worden verwelkomd door een van de medewerkers van Natuurmonumenten. Bij gebrek aan bos op de Marker Wadden, noemen de boswachters zich hier eilandwachters. Logisch.

De negentig gasten worden in twee groepen verdeeld. De ene groep gaat met twee eilandwachters een wandeling maken, de andere groep kan een half uurtje rondkijken en wordt dan in het Eilandpaviljoen verwacht voor het jazzconcert. Wij zorgen ervoor dat we bij de tweede groep worden ingedeeld. We dwalen rond in de buurt van de nederzetting en lopen naar de Steltloper, een bijzonder vormgegeven uitkijktoren vanwaar je een mooie zicht hebt op de eilanden en hun bijzondere natuur. We staan er van te kijken wat hier na twee jaar al groeit en het land kleur geeft!!

Om kwart voor drie zitten we in het zaaltje, met onze rug naar de zon en de zee. De instrumenten staan reeds klaar. Opnieuw worden we welkom geheten en we krijgen een woordje uitleg over de bijzondere samenwerking tussen Natuurmonumenten en het Nederlands Muziekinstrumenten Fonds. Dan komt de band op, vier jonge mannen: het Xavi Torres Quartet. Een piano (elektrisch, want de Steinway vleugel kon niet naar het eiland vervoerd worden…), een bas, een trompet en percussie. De heren spelen een nummertje of vijf, zes. Geweldige muziek, ik zit te genieten. Als afsluiter komt zangeres Paula Bilà er bij. Een top concert op een top locatie! Ik koop twee ceedees… dat wordt thuis nagenieten!

Na het concert lopen we weer de zon in. Heerlijk… Met een kleine groep gaan we op pad met een enthousiaste eilandwachter. Hij is vanaf het begin betrokken geweest bij het project Marker Wadden en weet er veel en boeiend over te vertellen… Zo leren we dat het riet en de lisdodden zijn ingezaaid, dus niet alles is komen aanwaaien, de mens hielp een handje… Andere planten(zaden) zijn letterlijk komen aanwaaien, of hier door vogels gedropt, samen met een kwakje uitwerpselen.

Er bloeien nog enkele planten, maar de meeste staan (bijna) in zaad. Een leuk verhaal krijgen we over het goudknopje (linksonder op bovenstaande foto). Dit plantje staat in de flora vermeld als zzz = zeer, zeer zeldzaam. Datzelfde plantje groeit in Zuid-Afrika zoals bij ons de paardenbloemen! Ooit kwam het mee met de handelsschepen die via de Zuiderzee naar Amsterdam voeren en die soms, met het zicht op de rede, vergingen in een storm. De zaadjes van het goudknopje zaten honderden jaren verstopt in het slib, dat nu is opgespoten om de eilanden te vormen. En zie: de tere zaadjes hebben hun levenskracht behouden en bloeien op de Marker Wadden… als paardenbloemen! Van zzz is hier geen sprake.

Ook opvallend zijn de uitgestrekte velden met vrij forse planten vol zaadpluis: de zeeasters, die een maand geleden grote delen van de Marker Wadden nog lila kleurden. Over een lang vlonderpad boven het water lopen we naar de Duikeend: een observatiehut van waaruit je over het water naar vogels kunt kijken. Echter, de bodem van de hut ligt onder het waterniveau. Het water deint op en neer tegen een glazen wand waardoor je ook ónder water kunt kijken, naar de waterplanten en de visjes… Leuk gedaan!

Via de Steltloper wandelen we over het strand terug naar het Eilandpaviljoen en verder naar de Abel Tasman. Opnieuw bemachtigen we een tafeltje op het bovendek. De dames bestellen frietjes en ik een Berenburg. Terwijl de zon langzaam daalt en de temperatuur hetzelfde doet, vaart de driemaster terug naar Lelystad waar we omstreeks half zeven aanleggen. We blijven in de haven rondkijken tot de zon achter de einder verdwijnt.

We nemen afscheid van onze vriendin uit Wanneperveen en lopen terug naar de auto. De trompettist en de zangeres van het Xavi Torres Quartet staan tevergeefs op een taxi te wachten, wij brengen hen naar het station. De jongeman is doodmoe, hij vloog vanmorgen in alle vroegte van Barcelona naar Nederland om op te kunnen treden op de Marker Wadden…

Geplaatst in Cultuur, Muziek, Natuur | 2 reacties

Onlangs gelezen

Erwin Mortier

Ik kende deze Vlaamse schrijver niet, maar ik heb er meteen twee boeken van gelezen. In de verkeerde volgorde, dat wel… Ik maakte kennis met Mortier door het lezen van zijn meest recente roman: De onbevlekte (2020). Een boek dat in mijn ogen niet zo makkelijk leest, maar daar staat een schitterend taalgebruik tegenover en uiteindelijk wordt wel duidelijk waar het allemaal over gaat, nl. een Vlaams gezin met een aangebrande reputatie: Marcel die in 1940-1945 voor de Duitsers ging werken en Vlaamse strijdliederen zingend sneuvelde aan het oostfront…

Diezelfde Marcel is in feite het onderwerp van Mortiers debuutroman uit 1999: Marcel. Maar de verteller in dat boek heet ook Marcel, en is de kleinzoon van Andrea, de zus van Marcel-de-verkeerde. De jonge Marcel bezoekt voor de laatste keer het huis van zijn grootmoeder, op zoek naar sporen van die oom die sneuvelde in de modder ergens in het oosten van Europa, en waar de familie diep in haar hart nog altijd trots op is… Ook in dit boek is met name de taal pakkend, maar ook het verhaal zelf zeer de moeite waard… Ik begrijp dat dit boek destijds heel wat nominaties en prijzen in de wacht sleepte!

Bregje Hofstede

Bregje Hofstede is correspondent Nieuw Feminisme bij De Correspondent en worstelde met haar nachtrust. Dat herken ik, en dus las ik haar boek Slaap vatten (2021). Een mooie titel die je op twee manier kunt begrijpen: in slaap vallen – en: slaap begrijpen. Verhelderend vond ik dat ze meteen korte metten maakt met alle slaaptips die je her en der op internet vindt, van ’s avonds blauw licht mijden tot yoga enz. Ze schuift ze niet terzijde als onzin, maar als niet afdoende en de oorzaak niet aanpakkend… Hofstede ging op zoek naar de kern van haar slaapprobleem door gesprekken te voeren met o.a. Eus van Someren, een hersenwetenschapper die gespecialiseerd is in slaap, en Paul Verhaeghe, de Gentse klinisch psycholoog die m.i. ongelooflijk goed – vanuit de praktijk én vanuit onderzoek – sociaal-maatschappelijke trends als burn-out en slapeloosheid (twee hedendaagse volksziekten) kan duiden. Hofstedes conclusie is dat je je slaapprobleem alleen maar écht aanpakt als je in je leven een aantal fundamentele keuzes maakt, waarbij ze meteen erkent dat zíj in de positie is om die keuzes te kúnnen maken, maar dat dit niet voor iedereen is weggelegd… Slapeloosheid als sociaal-economisch en maatschappelijk probleem. Super interessant boek, ook voor mensen die géén slaapprobleem hebben!

José Saramago

Ook deze schrijver kende ik niet, hij werd me aangeraden door een dierbare vriendin. José de Sousa Saramago (1922-2010) was een van de belangrijkste Portugese hedendaagse schrijvers. Hij won in 1998 de Nobelprijs voor Literatuur. Ik las Het stenen vlot, dat hij in 1986 publiceerde en dat pas in 2002 in Nederlandse vertaling op de markt kwam. Dit is zo’n boek dat je nooit vergeet omdat het je op allerlei manieren bekoort. Ten eerste al het verhaal: door schijnbaar niet-alledaagse, onbegrijpelijk kleine oorzaken scheurt het Iberisch schiereiland los van Europa, precies op de grenzen: de Pyreneeën vormen een kilometers hoge rotswand en Gibraltar blaft achter als een eenzame rots voor de kust van Marokko… Spanje en Portugal drijven de Atlantische Oceaan op. Vier mensen hebben een hoofdrol; zij zijn het die de eerder genoemde kleine voorvallen meemaken die wellicht te maken hebben met het losscheuren van het schiereiland. We volgen hun wederwaardigheden die niet gespeend zijn van menselijkheid. Saramago schrijft lange zinnen, met veel bijzinnen, met midden in een zin hoofdletters, gedachtesprongen, andere sprekers enz. Het is even wennen, maar al gauw zie je de logica van zijn zinsbouw en interpunctie en ga je er helemaal in mee (al geef ik toe dat ik sommige zinnen wel moest herlezen om de draad weer op te kunnen pakken). Saramago heeft ook humor, ik las met bijna voortdurend een genietende glimlach op mijn lippen… Hij schuwt het niet om de politiek in haar hemd te zetten op een zalige manier, met het fileermes (maar je denkt dat hij een botermes hanteert…). En hij levert als schrijver tussendoor doorlopend zijn commentaar: hilarisch soms. Kortom, ik ga méér lezen van deze Portugese schrijver…

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Wind in de haren, regen in ’t gezicht

Er wordt voor vanmorgen nog redelijk weer voorspeld en dus rijden we na het ontbijt naar Bakkum Noord. Ik besef nog maar eens hoe bevoorrecht ik ben dat dit zomaar kan… De kans op zonneschijn is nihil, grijs is de tint die het uitspansel onomwonden domineert, en dat heeft zijn weerslag op de kleuren in het landschap…

Het is opvallend hoe groen de natuur er nog bij staat, ondanks het feit dat je er ook niet omheen kunt kijken dat de herfst wel degelijk is begonnen. Het weer benadrukt dat vandaag. Er staat een koud en strak zuidwestenwindje en ik ben blij met de sweater plus jas die ik ik heb aangetrokken: precies goed, niet te warm en niet te koud. Ook de plantenwereld laat zien dat de terugtrekkende beweging richting het ‘dode’ seizoen is ingezet. De grassen vergelen, de duindoorn verzilvert, de berken vergelen… En ondanks al die groen-te, kan de wind op de paden her en der reeds spelen met wat knisperend-dorre bladeren.

We volgen de rode driehoekjes van de Weid-van-Brasser-route. Deze route is ong. zeven kilometer lang. We hebben ‘m al vaak gelopen, dus hier snoepen we er een paar honderd meter af, daar breien we er enkele honderden meter aan vast. Die zeven kilometers doen we heus wel…

Het weid van Brasser ontleent zijn naam aan de laatste bewoner van de schaapsherderwoning, die hier tot 1914 stond! Het weidelandschap lag er vrij saai bij en in 1997 is er hier – naar goede Nederlandse traditie – aan natuurbouw gedaan. Ik herinner me dat nog goed, we woonden nog niet zo lang in het Alkmaarse en ik had De rode zwaan van Sjoerd Kuiper (die in Bakkum woonde) gelezen. Dat boek speelt zich o.a. af bij het duinmeer achter Bakkum Noord en ik wilde daar wel eens een kijkje nemen. Tijdens de wandeling zagen we opeens een enorme, door bulldozers omgewoelde zandvlakte waar in het midden een duinmeer schitterde. De door bemesting ontstane monotone begroeiing van voornamelijk duinriet was verwijderd tot aan het schrale kalkrijke duinzand. Van het in 1929 aangeplante bos werd twee en een halve hectare gekapt, zo lazen we, om onder andere de dynamiek in deze omgeving te herstellen. Rechts van die enorme vlakte liep een smal pad op de grens van bos en zand. Ik vond er niets aan… Op de foto hieronder zie wat er van geworden is: schitterend toch! Vandaag zitten er enkele zwanen, een hele hoop meerkoetjes en een paar dodaarzen!

Even verderop kijken we uit over het Doornvlak. Heel vaak staat hier een kudde Schotse hooglanders te grazen, maar vandaag zijn het de Exmoor pony’s die hier een grasje staan te pikken…

We lopen verder… Af en toe trekt de grijze lucht nog wat grijzer dicht en valt er een spatje regen. De wind in mijn haren, de druppels in mijn gezicht… Ik loop te genieten: zó de elementen te beleven, zalig! Op een gegeven moment echter is het gedaan met dat gedruppel, en begint het door te regenen. Op dat moment lopen wij alweer in de beschutting van het machtige bos. Beuken, eiken, esdoorns, grove dennen, samen zorgen ze voor een beschuttende deken. Nagenoeg droog bereiken we de auto!

Onderweg zien we ook andere herfstsporen… Niet veel, maar ze zijn er wel. Ik denk dat het hele kleuren- en geurenpallet van de natuur de komende dagen en weken flink gaat veranderen… Hopelijk pakt de herfst ook uit met een paar zonovergoten dagen zodat we al die pracht en praal mooi kunnen vastleggen op de gevoelige plaat… de sensor, bedoel ik.

Esdoorn
Parasolzwam
Zwavelzwam (?)
Prachtvlamhoed
Prachtvlamhoed

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

De herfst komt eraan…

Het kwam er vandaag eindelijk weer eens van: een wandeling in de duinen. We kozen voor de Westert, bij Egmond-Binnen waar ook de Adelbertusabdij staat, die een leuke winkel heeft die ik in feite moet vermijden. Tegen beter weten in stapten we daar toch naar binnen, ik moest me flink inhouden om niet met een paar boeiende boeken weer naar buiten te komen. Nu beperkte de schade zich tot enkele abdijbiertjes en nog wat klein spul.

We parkeren de auto en stappen door het klaphekje het Noord-Hollands Duinreservaat in. Er ligt licht op het landschap, én er drijven dreigende wolken boven ons hoofd. Altijd een mooie combinatie!

Hoewel het een natte zomer is geweest, liggen veel landjes die in het voorjaar onder water staan, helemaal droog. Sterker: ze zijn gemaaid en het maaisel is gebruikt om de zanderige paden te bedekken, wat aangenamer loopt dan baggeren door mul zand! Ook de grote plas achter het Liobaklooster ligt droog; grotendeels droog, moet ik zeggen. De lila watermunt en de paarsroze kaarsen van de kattenstaart zijn verdord en kleuren de plas roestbruin.

Naast het geel van de grassen, het grijsgroen van de duindoorn en het paars van de wolken, valt er nog een andere kleur op: het viltige wit van de blaadjes van de abelen: een van mijn lievelingsboomsoorten.

Op een veldje langs het fietspad dat we een tijdje volgen, staan een paar hooglanderkoeien te grazen. Hun roodbruine vacht kleurt prachtig bij de uitbundige herfstsymfonie!

Hier en daar breekt het wolkendek even open en wordt er een gulle scheut licht over het landschap gegoten… Maar dan schuift er vanop zee een nogal bijzondere, egaalgrijze wolk voor de zon…

Zon weg, kleur weg… maar het blijft wel gewoon lekker wandelen. De thermometer stond kort na de middag op 20oC, en daar is nu echt nog 16oC of 17oC van over!

Pas tegen het einde van de wandeling keert de zon terug, en dat maakt dat de camera’s toch weer volop gaan draaien!

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

De fundamenten

Ramsey Nasr was de tweede Stadsdichter van Antwerpen (2005) en was van 2009-2012 vier jaar Dichter des Vaderlands in Nederland. Uit die tweede periode ken ik hem. Niet persoonlijk natuurlijk, maar hij kwam toen met enige regelmaat op de televisie (o.a. in De Wereld Draait Door).

De coronacrisis was voor hem de aanleiding om drie essays te schrijven over de balans van een land in coronatijd… De eerste twee zijn vrij kort, het derde beslaat het leeuwendeel van het boekje waarin de essays zijn uitgegeven. Het derde vind ik ook het meest boeiende…

Uit De fundamenten kunt je zonder schroom opmaken dat Nasr bepaald geen bewonderaar is van de prestaties van Mark Rutte. Onze premier is een zelfbenoemd ‘antivisionalist’: zijn uitspraak dat “visie als een olifant is die het zicht belemmert”, achtervolgt hem al jaren – en nog steeds, ook als betuigde hij er in december 2020 spijt van die woorden gebezigd te hebben. “Dat had ik niet moeten doen,” sprak hij toen deemoedig… Ter verdediging voegde hij eraan toe: “Ik wil voorkomen dat ik zo bezig ben met wat ik wil dat ik niet meer kan samenwerken met een ander. Je moet altijd in staat zijn iets te relativeren van je eigen standpunten en te zoeken naar compromissen.” Ik geloof Mark Rutte niet, er is teveel waarvan hij vindt dat ‘hij het niet had moeten doen’ en intussen blijft hij rustig voortdoen.

Voor Nasr is Rutte slechts een onderdeel van een probleem: onze premier vertegenwoordigt met de VVD (en zijn kompanen uit o.a. het CDA) teveel het neoliberalisme dat de échte oorzaak is van de grote problemen waarmee de wereld te kampen heeft. Het adagio van ‘eeuwige groei’ dat door de neoliberalen wordt gepredikt, is onmogelijk vol te houden en dus misdadig.

Ramsey Nasr geeft in scherpe bewoordingen zijn mening, die hij stut met analyses en feiten, en waarbij hij eigen observaties en ervaringen inbrengt. Wat mij betreft neemt ten minste elke inwoner van Nederland – en zeker zij die stemrecht hebben – kennis van De fundamenten! Ik ben het grotendeels met Nasr eens…

(lees verder onder de afbeelding)

Capability approach

Nasr haalt het interessante en intrigerende begrip capabiliteiten aan dat is gesmeed door econoom Amartya Sen en filosofe Martha Nussbaum. In het Engels heet dat capability approach. Ik had er nog nooit over gehoord, maar het is beslist boeiende materie! Het doel van de capability approach is om bij het bepalen van sociaal en politiek beleid de kwaliteit van het leven als uitgangspunt te nemen, en niet economische parameters als productie-, groei- en winstcijfers.

“Nobelprijswinnaar Amartya Sen (The idea of justice, 2009) levert al tientallen jaren fundamentele kritiek op de eenzijdige economische benadering van ontwikkeling waarin elke maatschappelijke tendens wordt gereduceerd tot een rekensom. Economische ontwikkeling is volgens Sen alleen van belang wanneer het burgers de vrijheid geeft om de dingen te doen die ze graag doen. Een goed draaiende economie heeft als doel om burgers een goed leven te laten leiden. Dat kan door te zorgen voor goed onderwijs en een toegankelijke gezondheidszorg. Economie is volgens Sen geen doel op zich maar een middel voor menselijk welbevinden.”

“Nussbaum bakent tien ‘universele capabilities’ af die naargelang de lokale context nader ingevuld kunnen worden. Volgens haar staat het vervullen van deze capabilities garant voor het leiden van een goed leven.

Leven: in staat zijn om een leven te leiden volgens een normale levensduur.
Lichamelijke gezondheid: in staat zijn tot een gezond leven, voortplanting, voedsel, onderdak.
Lichamelijke onschendbaarheid: in staat zijn om zich te bewegen zonder bedreiging van geweld, inclusief vrijwaring van seksueel en huiselijk geweld.
Verbeeldingskracht en denken: in staat zijn om de zintuigen te gebruiken, te fantaseren, te denken en te redeneren: denk aan vrijheid in religie, literatuur, muziek, wetenschap.
Gevoelens: in staat zijn om je te hechten aan dingen en mensen buiten zichzelf, liefhebben, rouwen, verdriet, beminnen, woede.
Praktische rede: in staat zijn om ideeën te vormen over het goede en hoe ik mijn leven daarop kan inrichten, denk aan gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienstoefening.
Sociale banden: in staat zijn om met en voor anderen te leven: aangaan van sociale banden, deel uitmaken van een gemeenschap, zelfrespect en eigenwaarde, anti-discriminatie op grond van geslacht, etniciteit, seksualiteit, kaste, religie, nationaliteit.
Andere biologische soorten: in staat zijn om te leven met dieren, planten, de natuur.
Spelen: in staat om te lachen, spelen en recreëren.
Vormgeving van eigen omgeving: in staat tot politieke, materiële en arbeidsparticipatie.”

Bron: Sociaal Net.

Geplaatst in Lezen, Persoonlijk | Een reactie plaatsen