PNR Vosges du Nord

Wie aan de Vogezen denkt, denkt aan een schitterend middelgebergte in het oosten van Frankrijk, parallel aan de brede Rijnvallei gelegen waar de wijngaarden verrukkelijke witte (en rode) wijnen voortbrengen met 1000 keer meer smaak dan vele andere vins blancs… Welnu, daar waren wij niet op vakantie!

Ten noorden van de Vogezen strekt zich een heuvelachtig land uit, een enorm bebost gebied, dat deels in Duitsland ligt en deels in Frankrijk. Het Duitse deel staat bekend als de Pfalz, het Franse deel is het Parc Naturel Régional des Vosges du Nord. Het is een heerlijk wandelgebied en het is er vrij rustig, zelfs in de zomer. Zowel in de Pfalz als in de Vosges du Nord ligt er een uitgebreid netwerk van wandelroutes, op Frans grondgebied uitgezet door de Club Vosgien, de oudste wandelclub van Frankrijk. De bewegwijzering is uitstekend en de paden variëren van brede boswegen tot smalle, steile paadjes die naar zandstenen rotsformaties leiden waar in de XIde-XIIIde eeuw menige burcht werd op- of tegenaan gebouwd. Het is niet moeilijk om elke wandeling een of twee van deze burchtruïnes aan te doen en dat maakt het wandelen er extra interessant…

Op zaterdag 18 juli betrokken wij in het charmante dorpje Niedersteinbach (jazeker, in Frankrijk gelegen maar wel vlakbij de Duitse grens) een eenvoudige maar fijne Gîte de France die twee weken onze uitvalsbasis zou zijn. Gîte Hecker is een vakwerkhuisje, gebouwd in 1701 en enkele jaren geleden gerenoveerd: aan de buitenkant is het karakter prachtig behouden, binnen is het gewoon praktisch ingericht: halletje, gang, twee slaapkamers, badkamer en een woon-/eetkamer met coin cuisine. Prijs in het hoogseizoen: € 300,- per week. Zeer netjes…

Links het huisje, gelegen aan de doodlopende Rue de l’Ecole.
Een fijne, ruime tuin met genoeg schaduwplekjes en een prieeltje waaronder we elke dag ontbeten en dineerden, en soms ook lunchten. Op de foto is amper de helft van de tuin te zien.
Elke ochtend reed ik naar de bakker in Lembach (8 km) voor vers stokbrood, croissants en iets lekkers voor bij de thee later op de dag…

Twee weken hebben we in de Vosges du Nord vakantie gevierd. Twee weken hadden we zonovergoten en warm zomerweer. Twee weken hebben we bijna elke dag een mooie wandeling gemaakt. Niet eens lange wandelingen want onze fysiek conditie legde ons beperkingen op… Hieronder een paar foto’s waarmee ik een beeld van de streek hoop te schetsen.

Eindeloze bossen, met in verhouding veel heerlijk koel loofbos!
Allerlei soorten paadjes en goed aangegeven wandelroutes.
Opeens stuit je tegen een hoge rotswand. Niet zelden prijkt er bovenop de rotsen een restant van een middeleeuwse burcht!
Via in de rots uitgehouwen trappen en soms zelfs met ladders kun je bij de meeste ruïnes tot hoog op de rots klimmen.
Er werd niet alleen op of tegenaan de rotsen gebouwd, er werden ook ruimtes ín de rotsen uitgehouwen!
Soms zijn kleine stukjes van de burcht gerestaureerd…
Je moet geen last hebben van hoogtevrees!
Artistieke impressie van een van de (grotere) kastelen.

Behalve dat je in de Pfalz en de Vosges du Nord eindeloos kunt wandelen, kun je er ook allerlei bezienswaardigheden bezoeken. Vanuit Niedersteinbach ondernamen we een aantal kortere of langere excursies.

Wissembourg is een heel sfeervol stadje dat midden tussen de wijngaarden ligt op een kilometer van de Duitse grens. Drie kilometer verderop vind je in het wijndorp Schweigen Rechtenbach de bio-dynamische wijngaarden van wijnhuis Zum Alter Zollberg (Demeter keurmerk): een aanrader.
Cleebourg is een wijndorp in de buurt van Wissembourg. Er zijn ook veel boomgaarden waar o.a. mirabellen gekweekt worden, een zalig-lekkere kleine pruimensoort die we in Nederland helaas bijna nergens kunnen kopen. Fijn om het bos een keer af te wisselen met een opener landschap.
Na de Eerste Wereldoorlog bouwden de Fransen een enorm verdedigingswerk langs de hele Duits-Franse grens. Een gigantisch (prestige) project dat vele miljoenen francs heeft gekost en waar de Duitsers in 1940 lachend overheen vlogen, of omheen (o.a. via België) reden. Een militair miskleun van jewelste. Sommige ondergrondse bunkercomplexen kun je bezoeken, wij bezochten Four-à-Chaux bij Lembach.
Uiteindelijk liggen de Hoge Vogezen niet extreem ver weg. Wij maakten een dagtocht met als verste (en hoogste) punt de Col du Donon.

We kunnen terugblikken op een zalige vakantie. Het is een gebied waar we zeker nog een keer terug naartoe willen, en dan willen we met plezier weer verblijven in Gîte Hecker! Trouwens, voor wie van lekker eten houdt: in Niedersteinbach, Lembach en Obersteinbach staan enkele vermaarde hotel-restaurants die onder hun trouwe gasten mensen als Helmut Kohl en Johnny Hallyday mochten rekenen… Wij hebben tweemaal uitstekend gedineerd in Le Cheval Blanc bij ons in ’t dorp. In in Schweigen Rechtenbach is het Wirtshaus (kroeg) van Zum Alter Zollberg een adresje om het lokale gerecht Flammkuchen (tarte flambée) te eten onder het genot van een koele riesling…

Geplaatst in Vakantie | 1 reactie

Vakantieweek 2

En ja, er is alweer een week voorbij. Niet zomaar een week, nee-hee! een heuse zomerweek tevens zijnde een vakantieweek… en dus kostbare tijd… Wat heb ik zoal beleefd? Als u dat geen zier interesseert, stop dan à la minute met lezen. Bent u wel geïnteresseerd of gewoon een beetje curieus (vertaling Vlaams -> Nederlands: nieuwsgierig) leest u dan gerust verder. Leuk trouwens! Aïe…

Was er geen corona-tijd geweest, dan had ik op dit eigenste moment staan dansen op de festivalweide van HebCelt in Stornoway, Isle of Lewis, Outer Hebrides. Maar ja, we hebben wel een corona-tijd achter de rug en de wereld is nog steeds in de ban van het virus. Ik hoorde vanmiddag dat Barcelona en Antwerpen weer in een lockdown gaan omdat het virus er te erg om zich heen grijpt… Afschuwelijk! De Schotse eilanden zijn daarentegen net open gegaan en bleven al die maanden verschoond van het virus! Maar dat opening up is te laat – enkele weken geleden hebben we onze Schotse vakantie gecanceld, zoals de trouwe lezer weet. HebCelt is trouwens al een hele tijd geleden afgelast… wat zal het rustig zijn in Stornoway. Wilt u toch een beetje Lewis flavour opdoen en houdt u van een goede thriller? Leest u dan The Blackhouse van Peter May. Een van de beste boeken die ik ooit in dit genre heb gelezen – en u krijgt er gratis en voor niets een heleboel interessante geschiedenis bij.

Dit allemaal gezegd zijnde: wat heb ík allemaal gedáán de afgelopen zeven dagen? Nou, het begon zaterdag met een rit naar het Gooi alwaar vrouwlief en ikzelve een bezoek brachten aan twee tentoonstellingen in het Singer Museum.

Tentoonstelling 1: Spiegel van de ziel (een thema waar ik me deze dagen nogal in verdiep…) – een aanrader! Bij Nederlandse kunst voor 1900, kom je al gauw uit bij namen als Breitner en Israels. Schilders die, in tegenstelling tot hun leermeesters, kozen voor een realistische weergave van het leven op het platteland of het drukke leven in de groeiende steden. Gelijktijdig en als reactie op de oppervlakkigheid van het moderne leven en de materiële welvaart, richtte een aantal kunstenaars zich op de intimiteit van de binnenwereld met thema’s als de besloten tuin, het interieur, het stilleven en de geesteswereld van de kunstenaar.

Er hangen werken van bekende kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Vincent van Gogh, Matthijs Maris, Willem Witsen en Piet Mondriaan, maar er is ook werk te bewonderen van minder befaamde kunstenaars zoals Piet Meiners, Carel de Nerée tot Babberich, Frans Stamkart, Henri van Daalhoff, Gijs Bosch Reitz, Jacobus van Looy, Jan Veth, Antoon Derkinderen en Richard Roland Holst. Met ruim 70 schilderijen, aquarellen en tekeningen biedt deze expositie een andere kijk op de Nederlandse kunst rond 1900.

Hieronder een piepkleine selectie…

Eén deur verder liepen we de tweede tentoonstelling binnen: Van Barbizon tot Bergen, met werk van onder andere Charles Daubigny, Claude Monet, Anton Mauve, George Hendrik Breitner, Kees Maks, Co Breman, Henri Le Sindaner, Leo Gestel, Henri Le Fauconnier, Piet van Wijngaerdt en Elsa Berg. En weer volgt hieronder een kleine greep uit het tentoongestelde werk.

Na al dat fraais lonkte de buitenlucht, en met name de schitterende tuin van het museum waar tijdelijk werk wordt geëxposeerd van de Larense beeldhouwer Pépé Grégoire. We kuierden een tijdje rond temidden van al het prachtige kleurengeweld van de tuin, ontworpen door Piet Oudolf, en eindigden aan een tafeltje om al dat moois te laten bezinken onder het genot van een kopje koffie en een prima gevulde koek…

Tot zover de zaterdag. Zondag heb ik wat kozijnen geschuurd en geverfd, zeer tegen mijn zin maar blij dat het gedaan is… Maandag tot en met vrijdag heb ik elke ochtend doorgebracht op school, in alle rust werkend aan schoolgids en schoolplan. Zegt buitenstaanders waarschijnlijk weinig – houden zo! Maar… ik heb lekker gewerkt, prima gevoel. En daarnaast heb ik elke avond een rondje gelopen, heb ik genoten van het wisselvallige weer en heb ik wat rondgestruind in diverse boeken die ik van de bibliotheek heb geleend. Kortom, ik kijk met een goed gevoel terug op deze tweede vakantieweek.

En natuurlijk vergat ik niet te genieten van een lekker biertje… Deze week ontdekte ik bij de Odin en het werd meteen in mijn persoonlijke top 10 opgenomen: Tripel Plukker van brouwerij Pilgrim uit Poperinge, West-Vlaanderen.

Tot zover. De komende drie weken hoort u niets van mij. Beloofd.

Geplaatst in Dagboek | 1 reactie

Vakantieweek 1

De zomervakantie in dat deel van Nederland waar ons stulpje staat, is een week jong… Tijd voor een terugblik. Het oorspronkelijke plan was om vrijdagavond na de laatste werkdag meteen de boot naar Engeland te nemen en zaterdag naar Moffat te rijden, een stadje tussen Carlisle en Glasgow, al wel in Schotland gelegen – en dan zondag door te gaan naar Skye, Isle of the Mist. Dat vakantieplan zit nu in de koelkast. We vertrokken niet, bleven thuis en ik gebruikte deze week om nog wat achterstallig werk weg te werken. Volgende week trouwens idem, maar daarna gaan we er wel voor twee weken op uit.

Gistermiddag deed ik voor het eerst deze week iets leuks: met collega en vriend Emile bezette ik een tafeltje in de Kleine Deugniet en samen degusteerden we een paar heerlijke en bijzondere bieren onder het genot van een goed gesprek. We sloten de avond af met een lekkere pizza.

Op bezoek bij oma, van Van de Streek
Een Pas de Saison van 100Watt, op oude Calvadosvaten gelagerd

Vanmorgen ging ik weer te werken maar om een uur liepen vrouwlief en ik de Grote Kerk in om een zgn. Kaasmarktconcert bij te wonen; beide orgels, het kleine en het grote, werden prachtig bespeeld!

Vervolgens bezochten we het Stedelijk Museum, waar je bij binnenkomst er op kunstzinnige en humoristische wijze wordt aan herinnerd dat je je handen moet ontsmetten.

We liepen het hele museum door, maar genoten toch het meest van de opstelling met werken van schilders van de Bergense school…

Arnout Colnot, duinen bij Groet
Gerrit van Blaaderen, Bretonse vissers
Gerrit van Blaaderen, Bretonse vissers
Dirk Filarski, berglandschap
Gerrit van Blaaderen, Zwarte schuur
Piet Wiegman, de Waal bij Tiel (detail)

Ook bekeken we de schilderijen uit de collectie van Dhr. Paul Rijkens, oprichter van Unilever, met o.a. werken van de Belgische kunstenaars Paul Vaes, Constant Permeke en Gustave de Smet, en veel werk van Jan Sluijters. Het werkje hieronder is van Toon Kelder, dat vond ik erg mooi… ontroerend in zijn eenvoud.

Tot zover het relaas van mijn eerste vakantieweek…

Geplaatst in Cultuur, Vakantie | Een reactie plaatsen

Op de fiets…

Zaterdag 20 juni 2020

Hoewel het vrijdagavond laat is geworden – in het aangename gezelschap van mijn leesvrienden – ben ik zaterdag toch redelijk vroeg op. Wat niet betekent dat ik ook vroeg op pad ga, maar zo rond 11 uur zit ik alsnog op de fiets. Het eerste plan was om eens naar de Schermer te fietsen: eeuwen geleden dat ik daar heb getoerd… Het tweede plan was om naar de Kleimeer te fietsen en een rondje te lopen. En het is geworden: op de fiets met een ruime boog helemaal om Heerhugowaard (‘de puist van Noord-Holland’) heen…

Langs de Kleimeer

Ik fiets langs het Noordhollandsch Kanaal naar het noorden, ga de Nauertogt op en neem het fietspad langs de Kleimeer. Twee sterntjes vliegen dreigend boven mijn hoofd: wat een mooie vogeltjes zijn dat toch! Via camping Molengroet, Noord-Scharwoude en Oudkarspel kom ik langs het Kanaal Omval-Kolhorn te fietsen. Een primeur. Het grappige is dat ik gedurende vele jaren, op weg naar mijn werk in Slootdorp, parallel aan dit kanaal met de auto heb gereden. Er is een verschil in sfeer tussen de N242 en de Waarddijk… neem dat van mij aan!

Kanaal Omval-Kolhorn
Haventje…

Ik beland in Verlaat maar ik ben eerder aan de vroege kant: het middaguur heeft net geslagen… Wat doe je, als er een Ierse pub op je route ligt? Dan denk je toch: tijd voor een Guinness. Met iets erbij.

The Irish Cotttage – Ierse pub in het Noord-Hollands landschap

Na een heerlijke en voedzame Cottage Croque stap ik weer op de fiets. De tocht gaat naar Oude Niedorp, door het gehucht Frik (woont hier een onderwijzer?) en dan over achtereenvolgens de Kerkweg, de Groenedijk, de Berkmeerdijk, de Plemdijk en de lange Oostdijk naar Rustenburg dat gelegen is aan de Ringvaart om de Heerhugowaard. Of is dit de Schermer Ringvaart? Of alletwee? De berm van de Oostdijk is ingezaaid met talloze wilde bloemen: een lust voor het oog en vast een insectenparadijs!

Hier en daar kleuren de akkers nog paars…
Veenhuizer molen
Middeltocht Berkmeerpolder
Ringvaart – hoe Noord-Hollands wil je het hebben?
Hensbroeker molen
Bloemenfeest in de berm van de Oostdijk
De molens van Rustenburg

Over rustig asfalt trap ik nu westwaarts, terug naar Alkmaar. Aan de ringvaart bij het dorp Oterleek is een molen annex bakkerij gevestigd. Fermento biedt er een dagbesteding aan mensen met een verstandelijke beperking. In het molenbedrijf werken zo’n tien mensen. Zij malen het graan, bakken broden en koekjes, en verkopen de eigen producten (aangevuld met producten uit andere werkgebieden van de antroposofische Raphaëlstichting) in de bakkerswinkel op het molenerf. Helaas is de winkel al gesloten…

De Otter (Fermento), Oterleek

Ik trap de laatste kilometers weg. Je merkt dat je dichtbebouwd gebied nadert: wie de agglomeraties van Heerhugowaard en Alkmaar wil ontvluchten, komt al gauw terecht aan de rand van de Schermer… Ik kom langs het Oude Gemaal, waarin het Poldermuseum is ondergebracht. Ik heb het museum nog nooit bezocht, het staat nog op mijn lijstje. Een aantrekkelijk terras brengt me even in de verleiding, maar ik wil naar huis toe dus het Poldermuseum is voor een andere keer… Wie weet deze zomer, want we gaan waarschijnlijk niet op reis!

Het Oude Gemaal / Poldermuseum

Net voor Alkmaar steek ik met een grote brug opnieuw het Kanaal Omval-Kolhorn over. Meestal raas ik hier met de auto langs, nu kan ik afstappen en vanaf het viaduct eens rustig uitkijken over de rietvelden die het kanaal afschermen van het bedrijventerrein Beverkoog: een mooi stukje ongerepte natuur, ingeklemd tussen menselijke activiteiten…

Voor diegenen die dit rondje ook willen fietsen: ik volgde bijna uitsluitend de knooppunten van het netwerk Noord-Holland. Wees gewaarschuwd: de foto’s bij dit stukje geven een romantisch beeld van een vrij ongerept landschap. Op veel plekken is het landschap echter best verrommeld…

Geplaatst in Dagboek, Fietsen | 3 reacties

Tussen Bergen en de zee…

Maandag 15 juni 2020

Maandagavond, einde van een vrije dag… en zin in een wandeling. We parkeren bij de Franschman en maken een combinatie van eerder gemaakte wandelingen… Wat een prachtig en afwisselend stukje duin is dit toch!

Er is trouwens ook genoeg te zien als je de blik naar de grond richt…

Hengel
Slangenkruid
Gele lis
Orchideetje
Ratelaar
Hazenpootje (?)
Hoe heet deze plant ook alweer…?

En dan vind ik op die onbekende plant nog een insect dat m.i. enige verwantschap vertoont met vampieren… Het zakje dat er onder dit beestje hangt, lijkt met bloed gevuld! Kenners mogen me laten weten om welk fascinerend diertje het hier gaat!

Geplaatst in Dagboek, Duinen, Wandelen | 4 reacties

Boterpistolekes en meer

Met dank aan het COVID-19 virus is het al een hele tijd geleden dat we naar Antwerpen zijn geweest… Nu is er een bijzondere aanleiding dus op zaterdagochtend 13 juni 2020 rijden vrouwlief en ik weg uit ons straatje, dochterlief op de achterbank gezeten. Rond 11 uur parkeren we voor het flatgebouw op ’t Sint-Anneke waar mijn moeder nu alweer enige jaren woont. We hebben afgesproken om niet te knuffelen en wat afstand te houden, maar we gaan wel op bezoek. Eerst echter moet er voor de inwendige mens gezorgd worden, dus doen we boodschappen bij bakker Goossens en beenhouwerij Scaldis, beide in de Korte Gasthuisstraat gevestigd, en keurslager Van Raemdonck op ’t Sint-Anneke. Intussen heeft mijn moeder een grote pot thee gezet en we verzamelen ons rond de eettafel waaraan ik urenlang kokhalzend hebben zitten kniezen op menige boterham en warme maaltijd… Was eten destijds voor mij echt het dieptepunt van de dag (driemaal daags…), van weerzin tegen eten heb ik nu geen last meer.

De gesprekken gaan natuurlijk over de tijd die achter ons ligt, de maatregelen om het COVID-19 virus onder controle te krijgen, onze gezondheid, de familie en… de geboorte van Jona eerder deze week, onze eerste volbloed kleindochter! Mijn moeder is overgrootmoeder geworden… hoe bijzonder is dat!

Na tweeën zijn we welkom bij het jonge gezin. Onze twee plus-kleinkinderen zijn jammer genoeg bij hun papa, maar dat heeft als voordeel dat alle aandacht kan gaan naar de kersverse vader en moeder – en het wonder dat Jona heet. Onze kleindochter kwam afgelopen dinsdag ter wereld met alles erop en eraan. Moeder en vader zijn moe maar stellen het verder wel. Het is toch wat, zo’n klein mensje! De ouders zijn niet zo vreesachtig uitgevallen dus oma en bompa uit Alkmaar mogen om beurten de kleine Jona even in de armen sluiten… Het schijnt dat er nu een nieuwe fase in mijn leven is aangebroken. Dat zou zomaar kunnen en ik moet er nog wat aan wennen, geloof ik. Maar Jona en haar twee zussen van drie en (bijna) zes heb ik in mijn hart gesloten. Dat staat vast.

Geplaatst in Persoonlijk | 4 reacties

Haren in de wind

Zaterdag 6 juni 2020

Het is zaterdagochtend en na een buitengewoon intensieve werkweek is het tijd voor wat ontspanning… En hoe kun je je beter ontspannen dan door het maken van een wandeling in de duinen, haren in de wind, stralend zonnetje, Hollandse wolkenluchten!

We parkeren bij de Franschman, aan het begin van de Zeeweg naar Bergen, en lopen over een klein paadje aan de overkant van het fietspad het duingebied in. Van echte ontspanning is echter niet meteen sprake want je wordt hier doorlopend van je sokken gefietst door groepen racende mountainbikers die niet weten dat er een rem op hun fiets zit. Echt degoutant! We lopen hier in PWN-gebied en op veel paden mag je tot 11 uur fietsen. Daar heb ik op zich niets tegen als die fietsers mensen zijn die op hun gemakje over de paden trappen, genietend van al het moois dat er te zien is. Maar deze hufters zien alleen hun voorwiel en/of de rug van diegene die voor hen rijdt. Ze praten niet met elkaar maar roepen naar elkaar. Kortom, het zijn mensen die respectloos over de wandelpaden en door de natuur scheuren. De uitzondering daargelaten… dat moet ook gezegd worden.

Ik begrijp echt dat er mensen zijn die willen sporten in de natuur, al is mijn stelling: de natuur is geen speeltuin. (En moet dat ook niet worden.) Anno 2020 echter zoeken steeds meer mensen de natuur op. Een gezonde levensstijl wordt gepromoot en bewegen hoort daarbij. De duinen zijn niet voor mij alleen, het is goed als veel mensen kunnen genieten van al die natuur niet zo heel ver van huis… Maar laten we elkaar wel wat ruimte bieden – en laat ons vaststellen dat rust zoekende wandelaars en racende mountainbikers niet goed samengaan. Bovendien, als je ziet hoe die gasten de paden kapot fietsen! Zeker nu het zo lang droog is geweest en de zanderige duinpaden hier en daar in zandbakken zijn veranderd. De mountainbikers willen dat mulle zand vermijden en fietsen de randen van de paden stuk, met als gevolg dat de duinpaden op sommige plekken meters breed zijn.

Ik vind het in de Schoorlse duinen veel beter geregeld. Daar worden mountainbikers en wandelaars uit mekaar gehaald. Fietsers zijn welkom op de fietspaden, mountainbikers kunnen hun hartje ophalen op het uitdagende mountainbike parcours en wandelaars kunnen in alle rust genieten van een ontspannen(de) wandeling op de paden en paadjes die door het duinlandschap voeren…

Wat ons vanmorgen opvalt zijn de grote plakkaten hengel die hier groeien en nu ook bloeien. Wikipedia meldt het volgende: hengel (melampyrum pratense) is een plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae). Tot 2001 werd de soort ingedeeld bij de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). Het is een halfparasiet, hij heeft groene blaadjes voor fotosynthese, maar water met nutriënten wordt door de wortels afgetapt uit de wortels van andere planten. Met deze strategie kan hengel in een aantal weken volledig uitgroeien en ook in droge milieus voldoende water opnemen. Bekende gastplanten zijn eik, berk en bosbes. Hier teert de hengel duidelijk op de eik als gastheer – en nu snap ik waarom de bloem hier zo prachtig en in groten getale bloeit te midden de droge duinen!

Parallel aan het brede pad waarover wij lopen, steeds opzij springend voor racende mountainbikers (en hijgende hardlopers die vaak geen benul hebben van wat 1,5 meter afstand houden betekent), zien we een smal paadje lopen. Bij een eerdere wandeling was dit me al opgevallen maar nu is het verlangen naar rust zó groot dat we op dat smalle paadje gaan lopen dat al gauw afbuigt van het grote pad. We komen in een deel van het duin waar zelden iemand komt, en toch loopt hier dat paadje, dus af en toe moet er passage zijn. Na een tijdje verpietert het paadje wat, en komen we op oude duinpaden terecht die duidelijk in onbruik zijn geraakt. Maps.me toont ze ook niet en dát wil wat zeggen want meestal zijn de kleinste paadjes wel te vinden op deze kaarten-app. We beseffen dat we niet verder kunnen lopen, oriënteren ons even en struinen dan over wat uiteindelijk ook een oud duinpad moet zijn, terug naar het grote pad. Waar we onmiddellijk weer aan de kant moeten springen…

Kapot gereden duinpad

We wandelen verder richting de Bergense duinmeertjes. We komen door een bosje waar een mooie struik rododendron staat te bloeien. Rododendron is een niet-inheemse soort en komt in de natuur in verwilderde varianten voor. In Snowdonia (Wales) is een groots uitroei-programma opgezet omdat de rododendron andere inheemse planten verdringt. Vanuit tuinen is de rododendron daar opgerukt in de natuur en heeft er heuse bossen gevormd waar niets anders groeit dan… rododendron. Ik neem aan dat de PWN-boswachters dit wel weten. En eerlijk is eerlijk, het is een mooie groene struik met prachtige bloemen die nu volop uitlopen.

Bij het duinmeertje zetten we ons op een bankje. Ik eet de meegebrachte liga op, vrouwlief zet haar tanden in een gezonde boterham met kaas. Verschil mag er wezen… Met deze brandstof in het lijf gaan we verder. Het pad langs het meertje is nog steeds afgesloten, dus moeten we even over het fietspad. Bij een volgend meertje gaan we naar rechts. Hier hebben we enkele weken geleden honderden kikkervisjes gered: het pad stond toen onder water maar je zag dat het water aan het zakken was. Duizenden dikkopjes lagen er te wachten op dood-door-uitdroging en samen met andere wandelaars hebben we een deel van die beestjes gered!

De wandeling gaat verder, ons doel is het betonnen koepeltje niet ver van Bergen aan Zee. Af en toe duikt de zon achter een vette wolk, maar over het algemeen mogen we niet mopperen! Dat koepeltje is een restant uit WO II: de Duitsers maakten hier een drenkplaats voor paarden en overdekten die met een bunkerachtig bouwwerkje.

Ten zuiden van ons zien we een donkere wolkentrein langs zeilen: die zou zich wel eens kunnen ontwikkelen tot een eerste bui! In de kant van de weg groeien slangenkruid en ossentong, beide leden van de familie der ruwbladigen.

Het loopt intussen richting het middaguur en dus is het tijd om weer richting de auto te wandelen… Met de wind in de rug leggen we de laatste kilometer af. Er is steeds minder blauw aan de lucht en de wind is flink aangetrokken tot een kracht 7. Op naar een grote pot thee!

Geplaatst in Dagboek, Duinen, Wandelen | 1 reactie

Bijna in zomertooi

Vrijdag 29 mei 2020

De schaduwen zijn al wat langer en het pad naast de Kleimeer ligt reeds in de schaduw… we zijn wat later vandaag! Gewapend met verrekijker en camera beginnen we toch welgezind aan onze wandeling. Al meteen trekken drie fel groengele vogeltjes in een kale boom onze aandacht: groenlingen.

Bij het hek van de rietopslag staan een vader en zoon ingespannen door de verrekijker te turen. “Zien jullie iets bijzonders?” vraag ik? “Jonge vosjes!” is het antwoord. We turen een tijdje mee, maar meer dan een paar spitste oren en een roodbruine schijn in het hoge gras krijgen we niet te zien. Volgende keer beter! We lopen de dijk op…

Aan de overkant van de brede sloot ligt de Kleimeer er vredig bij. Ook vandaag geen spoor van ganzen. Wij denken dat ze vertrokken zijn. Als hier een vossenfamilie zijn kostje bij mekaar jaagt, kan ik me voorstellen dat die ganzen het voor bekeken houden want er niets voor voelen om een vossenprooi te zijn!

Op het stuk langs de Nauertogt stappen we flink door en even later wandelen we weer op een grasdijk, aan de andere kant van het natuurgebied. Toen we begonnen met onze avondwandelingen, waren de bomen nog kaal. Nu is alles vol in blad. Wel is het groen nog lekker fris; straks, als het volop zomer is, verdoft het groen… Het jonge riet staat zwierig te wiegen in de wind.

Ter hoogte van het huis in de Kleimeer, waar het pad zowat op waterhoogte loopt en de grond altijd vochtig is, vinden we naast riet en ratelaar twee verschillende soorten orchideetjes. Rietorchis? Gevlekte orchis? Mei-orchis? Niet zó belangrijk… het zijn gewoon prachtige bloemen en het is altijd een feest om ze te vinden.

We lopen verder. Langzaam valt de avond, de zon verdwijnt achter de bomen. In het tegenlicht zien we duizenden insecten dansen. Diep verscholen in het riet horen we de roerdomp toeteren en de snor snorren. In het hoge gras langs het pad staat een klein tentje. Een oude, grijsbebaarde man zit te schrijven in zijn dagboek. Vannacht kampeert hij hier, in een piepklein enkeldaks tentje; morgen trekt hij verder. “Ik berokken hier niemand overlast,” zegt hij. Dat is waar. Over dat groepje jongelui die we eerder tegenkwamen, bij het bankje, op scootertjes en duidelijk geestverruimend bezig, denk ik heel anders.

Wat zou ik dat ook graag doen: spulletjes in de rugzak, tentje mee… Maar een rugzak dragen zit er niet meer in. Meerdaagse tochten lopen dus ook niet meer. Gelukkig is er genoeg te doen en te zien in de wereld, ook zonder dat je meerdaagse tochten met de rugzak loopt. Dat is nou iets dat ik het afgelopen jaar heb geleerd…

Geplaatst in Dagboek, Kleimeer, Natuur | 4 reacties

Winderige wandeling

Zaterdag 23 mei 2020

Er staat een stevig windje en er is steviger voorspeld… Van de zon is er nu nog geen spoor maar in het noordwesten komt blauwe lucht opdoemen en dat vinden we veelbelovend.

We parkeren op het parkeerterrein Nieuw Westert. Er staan nog niet veel auto’s want het is nog vrij vroeg. ‘Vrij vroeg’ is natuurlijk een relatief begrip, als ik het tijdstip moet specificeren, dan moet is zeggen: het is net over half negen.

Wat ons meteen opvalt, is het vrolijke getwinkelier van talloze vogeltjes. Met de camera en de verrekijker om de hals en de jas dicht geritst, gaan we op stap.

We horen allerlei vogeltjes zingen en af en toe schiet er eentje langs om zich dan onzichtbaar te maken in het dichte struikgewas aan weerszijden van het pad. Een enkeling zet zich soms toch op de uitkijk in de top van boom of struik: hét moment om er de kijker op te richten om te bepalen met welke gevederde vriend we hier te maken hebben… Een enkele enkeling zit dichtbij genoeg om er een foto aan te wagen.

Veel van de akkertjes die eind maart, begin april nog meertjes waren, zijn drooggevallen: het grondwaterpeil zakt! Al die kikkers die wij hier, nog geen maand geleden, een concert hoorden geven en duizenden dikkopjes hebben voortgebracht: wat is er van hen geworden? Even verderop ligt het grotere meer aan de rand van De Bleek, achter het Sint Liobaklooster. Hier is het gekwaak niet van de lucht. In het water groeien tal van planten waaronder waterranonkel en de plant die je hieronder op de foto ziet: veenwortel.

In de bosjes achter het klooster staat een kudde mooie schapen te grazen… De lammeren zijn al aardig groot, al duiken ze nog geregeld onder de buik van hun moeder om met grof geweld enige druppels melk uit de uiers te stoten!

Ik richt mijn blik gedurende deze wandeling voornamelijk op het plantenrijk…

Zonder het op te merken heb ik op de ereprijs een mooie sprinkhaan vastgelegd. Het moet een klein diertje zijn want ereprijs is een kleine bloem!

We lopen een stuk over het fietspad en slaan dan de Hogeweg in.

Op het pad zit een koppeltje prachtige vogeltjes. Ze zitten te ver weg om er een vlijmscherpe foto van te maken.

We komen bij het volgende duinmeer dat er stralend bij ligt onder de hemelkoepel die inmiddels strakblauw is geworden… Ook hier zitten kikkers en ze laten goed van zich horen. Een koppel duikeenden doet zijn naam eer aan.

We vervolgen de wandeling. De rits van de jas is inmiddels los. Er staat nog steeds veel wind maar met name in de luwte is het prima uit te houden. Ik ben een liefhebber van westenwind, die is meestal wat vlagerig en ruikt en voelt zo lekker fris.

We naderen het einde van de wandeling. Het duinmeertje bij de kruising van de fietspaden is de afgelopen weken ook flink kleiner geworden, maar de kikkers verraden dat er nog water is en ook het riet geeft aan dat dit gebiedje bijna altijd vochtig is. Vorig jaar, aan het einde van de zomer, bloeide hier de parnassia. Nu komen de rietorchissen voorzichtig open en staat de ratelaar in bloei: beide liefhebbers van een vochtige leefomgeving.

Tussen de oude duinakkertjes door wandelen we over smalle paadjes terug richting het parkeerterrein. Het valt ons de afgelopen week op dat sinds de lockdown wat is versoepeld, de mensen weer andere dingen gaan doen dan wandelen. Wij vinden het in elk geval wat rustiger geworden… en dat is prima!

Geplaatst in Dagboek, Duinen, Wandelen | Tags: , , | 2 reacties

De minister-president heeft gesproken…

… of sprak het volk?

2020-05-06 01 Corona

Zoals vele Nederlanders (en Nederlandgenoten als ik) zat ook deze jongen vanavond om 19 uur stipt voor de buis. Veel nieuws had premier Rutte niet te melden want de meeste plannen waren al uitgelekt. Typisch en verwerpelijk, vind ik. Maar ach, dat soort zaken liggen niet in mijn cirkel van invloed en dus moet ik mij daar niet over opwinden.

Na de woorden van de minister-president werden er nog enkele domme vragen gesteld door journalisten die nou eenmaal aanwezig zijn bij een dergelijke persconferentie om domme vragen te stellen. Ook dat gaat zoals het gaat… Vervolgens vielen we in M en ook daar viel geen waardevolle toevoeging of analyse te bespeuren.

Ik was van tevoren naar twee items oprecht benieuwd. 1. Hoe gaat het nou verder met de basisscholen? en 2. Kunnen we in de zomer alweer de grens over?

Om met dat laatste te beginnen: ik koester nog steeds hoop. Half mei (de 13de heb ik ergens gelezen, maar ik kan mij vergissen) komt de Europese Unie met een soort plan of aanbeveling m.b.t. de Europese binnengrenzen en hoe daar mee om te gaan gedurende de zomermaanden. Daar is het nu wachten op. Als ik hoor wat er de komende weken allemaal weer mogelijk is – onder druk van de publieke opinie – dan kan ik mij eigenlijk niet voorstellen dat wij niet op vrijdag 3 juli aan boord gaan van de Stena Britannica. Vol verwachting klopt mijn hart.

Wat de basisscholen betreft: a.s. maandag gaan wij op halve kracht open. In de hele toespraak van de premier werd er met geen woord gerept over hoe lang we met halve klassen gaan draaien… Gaan we dan op 1 juni (en omdat het die dag Tweede Pinksterdag is moet ik eigenlijk 2 juni zeggen) helemaal open? Ook over de vermeende niet-besmettelijkheid van kinderen werd er niets medegedeeld; blijkbaar is dat niet meer zo relevant. Dat we vanaf maandag weer ons kapsel kunnen laten fatsoeneren, is van groter belang… Kortom: het is dus een beetje gissen wat er over enkele weken op school gaat gebeuren.

Blij ben ik met de wetenschap dat Nederland vasthoudt aan het twijfelachtige nut van de mondkapjes. Je moet er toch niet aan denken dat we de straat op zouden moeten gaan verkleed als een soort halfslachtige Daltons op weg naar een bankoverval!? Fijn is het ook dat we officieel wat meer bewegingsvrijheid krijgen, met daarbij de opmerking dat we drukke plekken moeten vermijden. Ik zou zeggen: logisch toch!?

Alleen… daar ligt wel mijn grote zorg: veel mensen gaan pas hun gedrag echt aanpassen als ze aan den lijve geconfronteerd worden met nare dingen (niets menselijks is ook mij vreemd). In een oorlog zijn dat de bommen die uit de lucht vallen. In de coronacrisis is de vijand echter onzichtbaar. Alles zal al gauw weer normaal lijken… En daar schuilt m.i. een groot gevaar. Ik neem het risico voor lief dat men mij een pessimist noemt (wat ik in wezen niet ben), maar ik houd mijn hart vast voor wat er de komende weken gaat gebeuren. Mijn oproep is dan ook – en ik grijp hiermee terug naar het Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden nr. 460 Besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van het Besluit administrative bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). – Staatsblad 459 : Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) teksteditie. – De folder : De weggebruiker en het nieuwe Reglement verkeersregels en verkeerstekens. GEEF JE VERSTAND EENS VOORRANG!

2020-05-06 02 Corona

Geplaatst in Persoonlijk | Tags: , | 1 reactie