Nederland, waterland… Waterloopbos!

Zelfs voor deze import Noord-Hollander c.q. Nederlander van Belgische nationaliteit is het zó normaal: al dat water in Nederland… En dat ‘die Hollanders’ overal in de wereld bekend staan om hun kennis van water, vinden we allemaal en eveneens vanzelfsprekend. Kijk, een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Ik las onlangs nog op een informatiebord dat de provincie Flevoland gemiddeld 5 meter onder NAP ligt. NAP staat voor Nieuw Amsterdams Peil en voor de zeespiegel. 5 meter onder NAP betekent dus 5 meter ónder de zeespiegel. Nou, dat vind ik nogal wat. Dan moet je wel wat over water weten – en over hoe je ertegen kunt beschermen!

Het huis waarin ik woon staat ook al onder de zeespiegel, ongeveer 1 meter, dacht ik. Daar sta ik eigenlijk nooit bij stil, maar hoe bijzonder is dat!? Mocht de Hondsbossche Zeewering het ooit begeven, dan staat onze piano in het water en moet ik duiken om bij een fles wijn of een flesje trappist te komen… Best gek eigenlijk, als je er zo over nadenkt. En onwenselijk natuurlijk. Ik mag dan ook hopen dat het ons nooit overkomt.

Wat maakt dat ik opeens zo nadenk over water…? Wel, dat komt door ons bezoek – afgelopen weekend – aan het Waterloopbos. Wat een fascinerende plek is dat! Dank aan onze gastvrouw L. dat zij ons daar mee naar toe nam…

Door deze wandeling ben ik me weer wat gaan verdiepen in de geschiedenis van de uit de Zuiderzee gewonnen polders, denk aan de Wieringermeer, de Noordoostpolder en natuurlijk de Flevopolder. Ene ingenieur Lely stond aan de wieg van dit immense project: het temmen van een woeste, soms vernietigende binnenzee – door haar af te dammen en deels in polderland om te zetten. Wat een project!

Terug naar het Waterloopbos. Om te weten wat daar gebeurde, moeten we de ogen richten op Delft, waar het Waterloopkundig Laboratorium (WL) tussen 1927 en 2008 werkte als een Nederlands onafhankelijk wetenschappelijk instituut op het gebied van hydraulica en waterbouwkunde. In de latere periode stond het instituut bekend als WL | Delft Hydraulics. In 2008 is het overgegaan in het instituut Deltares. Het Waterloopkundig Laboratorium was een zgn. Groot Technologisch Instituut (GTI) en had de taak om waterloopkundige en waterbouwkundige kennis te verwerven, te genereren en uit te dragen. Het deed onder meer onderzoek naar de oorzaken van veranderingen in de loop van rivieren, zeearmen en kusten de eventuele beïnvloeding daarvan door waterbouwkundige activiteiten. Het instituut had een belangrijke adviserende rol bij de totstandkoming van de Deltawerken.

Van 1951 tot 1996 was er in de Noordoostpolder een tweede vestiging van het WL onder de naam Waterloopkundig Laboratorium “De Voorst” (WLV). Het gebied lag bij de Zwolse Vaart en het Kadoelermeer, tussen Marknesse, Kraggenburg en Vollenhove. Er was hier ruimte om grote schaalmodellen van zeearmen en havens aan te leggen om daarmee de invloed van waterbouwkundige werken op de krachten van het water te kunnen voorspellen. Er kon hierbij gebruik worden gemaakt van de grote verschillen in het peil van de oppervlaktewateren in de omgeving.

Vanaf de jaren 1980 begonnen computermodellen gangbaar te worden om mogelijke waterstromen in kaart te brengen en dit verminderde de noodzaak van zeer grootschalige fysieke watermodellen. In verband hiermee besloot het WL in 1995 de activiteiten in Delft te concentreren en de vestiging in de Noordoostpolder te sluiten. Het terrein werd uiteindelijk in 2002 gekocht door Natuurmonumenten. Het kreeg de naam Waterloopbos. De watermodellen zijn nog steeds te bekijken; in het bos loopt een wandelpad langs de verschillende waterlopen.(bron: Wikipedia)

Het Waterloopbos is in 2013 opgenomen in het Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959-1965 en sinds 20 mei 2016 een Rijksmonument. Zoals gezegd, ik vind het een fascinerende plek waar ik zeker nog een keer naar terug wil gaan, maar dan met wat meer kennis van zaken. Op de website waterloopbos.net vind je een schat aan informatie. Abe Hoekstra (oud-medewerker van het WL van 1966-1996), vertelt er in woord en beeld een deel van de geschiedenis van het Waterloopkundig Laboratorium “De Voorst”. Daarbij is hij geholpen door een aantal oud-medewerkers van het Waterloopkundig Laboratorium, kortom, er is daar met kennis van zaken een hoop informatie verzameld!

Hieronder enkele van de foto’s die ik tijdens onze wandeling heb genomen…

De voormalige Deltagoot, nu het indrukwekkende kunstwerk Deltawerk//, ontworpen door kunstenaars RAAAF en Atelier de Lyon. Monument in beton – het is de bedoeling dat de natuur dit helemaal gaat inpalmen!
Proefopstelling om te onderzoeken wat de bijdrage van rietbedden kan zijn bij dijkbescherming
De golfmachine – gerestaureerd en doet het weer!
Leuke wandelpaden voeren je door het hele bos
Overal waterbekkens, sloten, kanalen, dammetjes…
Mooi aangelegd!
Je ziet soms letterlijk dat de natuur het aan het overnemen is!
De boel staat er soms letterlijk in het water weg te roesten
Oude machines, heel fotogeniek vind ik…
Overal staan informatiepanelen, met aan de ene kant foto’s en uitleg over de installatie die je voor je ziet, en aan de andere kant wetenswaardigheden over de natuur.
Een bezoek aan het Waterloopbos moet je afsluiten met iets te drinken – en een stuk deltakoek.
Geplaatst in Cultuur, Geschiedenis, Wandelen | 1 reactie

Het systeemplafond

Nederland onder het systeemplafond, geschreven door Marcel van Roosmalen en van foto’s voorzien door Jan Dirk van der Burg. Wat zal ik nou eens zeggen over dit boek.

Vooreerst: de titel en het beeld dat hij oproept, vind ik geweldig. De uitwerking van dit briljante idee is even goed verrassend als voorspelbaar.

Verrassend, ja zelfs verbijsterend: niet te geloven waar mensen zich onder systeemplafonds mee bezig houden en waar het dan over gaat… Voorspelbaar en goedkoop: je had het kunnen weten, wat je leest is ook wat je verwacht. Ergens.

Ik heb het boek niet uitgelezen omdat ik het heb geleend van de bibliotheek. Maar als ik mijn eigen exemplaar zou gehad hebben, dan zou dit boek wel rondslingeren in huis en dan zou ik het af en toe vastpakken om weer eens meesmuilend een verhaaltje of twee, drie te lezen… En jazeker, Van Roosmalen heeft een scherpe pen, dus het is soms echt wel genieten! De foto’s vind ik trouwens niet allemaal even geweldig, maar ook daar geldt: hoe is het mogelijk dat mensen zich soms zó laten portretteren!?

Niet echt mijn boek, ik mis uiteindelijk de diepgang. ⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Veni, vidi, victus

De doorwinterde latinist herkent in de titel een variant op de bekende uitspraak van Julius Caesar, uit het jaar 47 voor Christus: veni, vidi, vici = ik kwam, ik keek en ik overwon. Het verschil zit ‘m in het derde woord – een belangwekkend verschil, want victus betekent overwonnen. En ja, deze blog gaat over een nederlaag… Albert Sánchez Piñol schreef een meeslepend boek over de val van Barcelona. Nee, nee, níet van FC Barcelona! Ik bedoel de stad Barcelona. Een beetje geschiedenis… óók om de enorme realiteit te begrijpen tussen FC Barcelona en Real Madrid.

In de nasleep van de Spaanse Successieoorlog (1701–1713) belegerde een Spaans-Franse troepenmacht de opstandige Catalaanse hoofdstad Barcelona. Als ik Spaanse schrijf, bedoel ik in feite Castiliaanse. Filips V was al op de Spaanse troon gehesen, maar Catalonië erkende zijn koningschap niet. Catalanen en Castilianen mogen elkaar heden ten dage niet (cfr. de huidige afscheidingsbeweging), en mochten elkaar toen ook al niet… Dit is zachtjes uitgedrukt! Met een overweldigende troepenmacht begonnen de Spaans-Franse troepen in juli 1713 de belegering van Barcelona. De verdedigingswerken rond de stad waren in niet al te beste staat en men dacht gauw komaf te maken met de weerstand van de Barcelonezen. Dat was echter een misvatting… Barcelona hield dapper stand, maar uiteindelijk moesten ze zwichten voor de overmacht van de vijandelijke troepen.

Victus (De val van Barcelona) is een bijna 600 bladzijden tellende roman over deze historische gebeurtenis. Denk nou vooral niet dat het een saaie roman is. Piñol heeft een ruwe, vlotte pen en brengt zowel het tijdsbeeld als de personages kleurrijk tot leven. In feite kan ik het boek niet beter samenvatten dan met de teksten die achterop het kaft staan:

  • Victus is een avonturenroman vol historische meedogenloosheid.
  • Victus is oneerbiedig, ongewoon en zeer respectvol.
  • Victus is een liefdesverhaal en de beschrijving van het eerste grote pan-Europese conflict.
  • Victus is één groot reisverhaal en gaat over een belegering die maar liefst dertien maanden duurde.
  • Victus is het verhaal over laffe adel en moedige kleine luiden en studenten.
  • Victus is het verhaal van een David tegen en Goliath.

En daarmee verklap ik niets behalve dan dat Barcelona inderdaad viel op 11 september 1714. De datum van die enorme Catalaanse nederlaag is tegenwoordig de Diada Nacional de Catalunya ofte de Catalaanse nationale Feestdag. Bijzonder…

Wat ik nog wel kwijt wil is dat ik het ook een ongelooflijk interessant boek vind omdat het inzicht geeft (als het ware van binnenuit) over de oorlogsvoering in die tijd en de opvattingen daarover die toen leefden. Het is fijn dat de auteur achterin het boek een namenlijst van de (historische) hoofdpersonen en bijfiguren heeft geplaatst, alsmede een chronologie van de Spaanse Successieoorlog. In feite moet je eerst die informatie tot je nemen voor je aan het boek begint.

Victus leest als een trein! Ik geef dit boek – weliswaar na enige aarzeling – toch vier sterren ⭐⭐⭐⭐.

Geplaatst in Geschiedenis, Lezen | Een reactie plaatsen

Kruisweg

Als ik het woord Kruisweg hoor, dan denk ik aan een kerk, meer bepaald aan de afbeeldingen (schilderijen, beelden, bas-reliëfs) van de lijdensweg die Jezus Christus aflegde van zijn veroordeling tot zijn kruisiging, tot aan zijn graf. Onze afspraak vanmorgen heeft echter niets te maken met een Kruisweg in deze betekenis… Bedoeld wordt, volgens Google Maps, een parkeerplaats bij de ingang van het PWN duingebied, ergens tussen Castricum en Heemskerk. Ik vraag me onmiddellijk af of de informatie op Google Maps wel correct is – moet het niet Kruisbergweg zijn? Persoonlijk denk ik van wel, want de parkeerplaats ligt aan de Kruisbergweg. Oók volgens Google Maps. Om de verwarring compleet te maken, heeft PWN de duiningang aldaar Duiningang Kraaiennest genoemd. En komt u met de bus, vraag de chauffeur dan om te stoppen bij bushalte Kruisberg. Tot zover de geografische informatie m.b.t. de plek van afspraak, waar G ons al staat op te wachten.

Het doel van de wandeling is tweeërlei: enerzijds een frisse neus halen, anderzijds gewoon lekker bijkletsen. We lopen met z’n drieën, ik kan dus af en toe met een gerust hart even achterblijven om een foto te maken! Vrijwel meteen komen we langs een prachtige sleedoornstruik, die volop in bloei staat… Lentesneeuw wordt dit ook wel genoemd. Ik moet dit onthouden: kan ik hier in ’t najaar sleedoornbessen komen plukken om op jenever op te leggen? Sloe gin hoort in Engeland bij de winter (en bij kerst): de bessen van de sleedoorn (sloe in het Engels) worden op gin gezet en ruim een jaar in de kelder bewaard. Er wordt altijd een beetje suiker toegevoegd – en ik kwam ook recepten tegen waar de sloe gin met bijvoorbeeld kruiden werd verrijkt. Al meer dan 30 jaar maak ik sloe gin… In mijn ‘kelder’ staan twee flessen sleedoornjenever te wachten op kerst 2021!

Het is heerlijk weer, de zon is volop van de partij maar het moet gezegd worden dat de wind nogal dunnetjes is. Die trui en jas komen dus ook vandaag goed van pas! Wat opvalt zijn de vele voorjaarsbloemen die langs de kant van het fietspad bloeien: sneeuwklokjes, sterhyacinten (scylla), hondsdraf, speenkruid, narcissen.

Het is ongelooflijk druk op het fietspad: fietsers en mountainbikers natuurlijk, maar ook veel wandelaars en een enkel groepje hardlopers. Trekpleister is vast Gasterij Kruisberg, waar je bij droog weer coffee-to-go e.d. kunt gebruiken. Wij komen er langs maar laten de koffie aan ons voorbijgaan… Voorbij de gasterij is er een bos waar de stammen allemaal verstikt lijken te worden door klimop. Best een griezelig gezicht…

Voorbij de Kruisberg (uitkijkduin met toren) verlaten we het fietspad en lopen we met een boog terug naar de parkeerplaats over rustige duinpaden. Het is genieten, uit de wind in het zonnetje is de lente goed voelbaar… Het eerste pad dat we nemen, heet de Kaagweg… Waar slaat de naam Kaag op? Vast niet op de lijsttrekker van D66. Nee, een kaag is een buitendijks gelegen stukje land, vind ik op internet, maar het kan ook een ingedijkt stukje land zijn; dan is het een oud woord voor polder. Daarnaast is er een historisch scheepstype dat kaag wordt genoemd. Aha!

Er is hier opvallend veel loofbos, veelal eik. Dat is oorspronkelijk aangeplant als eikenhakhout. De bomen werden met tussenpozen van 20 tot 30 jaar omgehakt vanwege de bast, die veel looizuur bevat en aan leerlooierijen werd verkocht. Het overblijvende hout werd o.a. gebruikt door bakkers, als brandstof voor hun ovens. Na de komst van synthetisch looizuur viel de handel in bast weg. Er werd niet meer gekapt en het hakhout groeide uit tot veelstammige stoven. Weer later zijn deze stoven ‘op één gezet’: van een stoof werd één stam gespaard en de rest werd verwijderd. Zo ontstond een zogenaamd spaartelgenbos. De bossen bij Castricum en Heemskerk zijn zo’n 150 jaar oud en vormen een schoolvoorbeeld van duineikenbos.

Rond het middaguur zijn we weer bij de auto’s. Wij rijden terug naar Alkmaar, echter niet zonder een shop-stop in de Burgemeester Mooijstraat in Castricum voor een bezoek aan De Rozet (overheerlijke gebakjes) en de biologische slager… “Wilt u een stukje worst, meneer?” “Graag mevrouw!”

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Een eiland-ommetje

Vandaag maak ik een wandeling met Gj. We gaan een rondje lopen om een heus eiland: De Woude. Dit deel van Noord-Holland ligt bijna overal lager dan het zeeniveau, op sommige plekken ligt het land zelfs 4 meter onder de zeespiegel! De hoogten op De Woude zelf variëren van -0,3 tot -1,2 meter. De wandeling gaat grotendeels over een grasdijkje dat bijna nergens hoger is dan een halve meter… en tegen dat dijkje klotst het water van het Alkmaardermeer.

Het schijnt dat in Alkmaar de zon zowat de hele middag heeft geschenen. Op De Woude merken we daar niet zo veel van, pluizige wolken worden gejaagd door de wind en slechts af en toe zien we door die wolkenflarden heen de ronde schijf van een melkachtige zon. Er staat een stevige bries. Omdat we de hele tijd langs het water lopen, is het ook behoorlijk fris: ik ben blij dat ik mijn winddichte jas heb aangetrokken en daaronder een warme trui draag.

We parkeren de auto op de Pontweg, vlakbij het pontje. Voor het luttele bedrag van € 1,05 p.p. mag je heen en terug. Let op: contactloos te pinnen want we leven in tijden van corona… Het pontje kent geen dienstregeling: je komt aan en je wordt meteen overgezet.

Aan de overkant gaan we linksaf en zetten er meteen stevig de pas in. Een lange rechte weg strekt zich voor ons uit. Als we aan de overkant van het Kogerpolderkanaal het Fort Markenbinnen zien liggen, buigen dijk en asfalt naar rechts. Dat fort is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en vele Noord-Hollanders hebben er een BHV-opleiding gekregen, waaronder ikzelf… Het buurtschap waar we nu door lopen, heet Stierop. Het water naast ons heet het Enge Stierop en verderop heet het, als het breder is geworden, het Wijde Stierop. Ik zou zeggen: zet er een stier op! Wie weet is die hoek van De Woude wel zo aan zijn naam gekomen?

De eigenaars van het laatste huis van Stierop manen de wandelaar om niet te talmen op hun kavel – hup, doorstappen a.u.b. Wij geven uiteraard gehoor aan die wens en voorbij het laatste hek lopen we naast het Wijde Stierop de grasdijk op. Aan onze linkerhand ligt het Alkmaardermeer (er passeert zowaar een binnenschip), rechts strekt zich de Westwouderpolder uit, die onder het beheer valt van Staatsbosbeheer. De polder is doorsneden door smallere en bredere sloten…

Behalve het geluid van de wind en het klotsende water, hoor je hier alleen maar vogels… Bonte pieten, grutto’s, ganzen en eenden. Al die vogels vinden hier een rustige plek om te foerageren of te broeden…

De hele wandeling is een kleine 7 kilometer lang – prima te doen dus op een middag! Wij doen er ongeveer twee uur over om het hele eiland rond te lopen. Bij een kleine scheepswerf komen we weer het dorp De Woude in. Twee kinderen springen van een landtong een plank op die half in het water ligt, en bereiken vervolgens met twee stappen het vasteland. “Jullie komen volgens mij uit een spannend paadje,” zeg ik. Een brede glimlach bevestigt wat ik zeg; giechelend lopen de meisjes verder. De wandeling gaat nu over een klinkerpaadje langs een rij caravans (de meeste zien eruit zoals een caravan er na een lange winter uit moet zien…) en dan zijn we bijna weer bij het pontje. Maar eerst lopen we het schilderachtige dorpje nog even in…

Tja, de horeca is gesloten en we ontwaren ook geen tekenen van coffee-to-go of iets dergelijks. Misschien is dat in het weekend wel anders? Wie zal het zeggen! Het pontje brengt ons weer naar de overkant. Een lang gekoesterde wens is vanmiddag in vervulling gegaan: het ommetje De Woude staat al heel lang op mijn verlanglijstje. Ik kom hier zeker nog eens terug, met vrouwlief, liefst als het zonnetje schijnt en als er grote bloemkoolwolken door het uitspansel zeilen. Prachtige luchten boven De Woude en het Alkmaardermeer: hoe Hollands wil je het hebben?

Geplaatst in Wandelen | Een reactie plaatsen

Een grijs begin van de lente

21 maart, niet te geloven dat we alweer zover in het jaar zijn! Over drie maanden begint de zomer en daarna gaan de dagen alweer korter worden. Alzo sprak de pessimist. Maar meneerke de pessimist, u kunt ook zeggen: “Wauw! we staan een het begin van een half jaar waarin de dagen langer zijn dan de nachten!”. Dat klinkt veel beter…

Deze eerste lentedag breng ik grotendeels binnen door, met het lezen en ordenen van brieven en kaartjes die ik tussen 2005 en 2016 aan mijn ouders stuurde. Ongelooflijk wat een mens geschreven heeft – en hoeveel een mens vergeet in de loop van de jaren… Aan het einde van de middag heb ik behoefte aan een frisse neus. Dus… naar het Geestmerambacht! Als ik kom aanrijden, breekt de zon heel even door! Mijn vader zou gezegd hebben: “Er zit tekening in de lucht, het wordt beter.” En inderdaad, af en toe piept het zonnetje door de wolken en dan is het net alsof er een spot wordt gericht op de Kleimeer – de kleuren lichten op!

Het is rustig. En dan bedoel ik niet alleen dat er weinig mensen lopen, maar ook de ganzen laten zich veel minder horen dan gisteren. Op mijn gemakje kuier ik over het pad langs de Kleimeer. Ik zie speenkruid en klein hoefblad, bloemetjes dichtgevouwen vanwege de kou. Ik zie ook op twee plekken fluitenkruid in bloei staan – dat is vroeg!

In een bosje ligt een aantal omgezaagde boomstammen. Er groeien enorme zwammen op… het lijken wel restanten uit de prehistorie!

Ik wandel naar de Zuiderdel en passeer de heuvel met de palissade. Ergens hoor ik doenk-doenk-doenk – muziek. En gelach en geschreeuw. Even denk ik dat er bovenop de heuvel een feestje aan de gang is, maar dat is een vergissing, er is daarboven niemand te zien.

Maar aan de andere kant van de heuvel is het wél raak. Op een plekje uit de wind staat een dozijn jongelui een feestje te vieren. Behalve de herrie die uit de luidspreker doenkt, wordt er gelachen, gezongen en geschreeuwd, en dat aan de rand van een kwetsbaar natuurgebied! De grond ligt bezaaid met vele tientallen lege bierblikjes. Helaas ligt mijn telefoon thuis aan de stroom, anders zou ik de politie gebeld hebben. We zien hier aan de rand van de Kleimeer wel meer groepjes jongelui hangen en een biertje drinken of een jointje roken. Niet dat ik daar nou blij van word, maar ik begrijp dat jonge mensen de behoefte hebben om elkaar op te zoeken in tijden van corona. Dit echter vind ik te gortig!

Ik loop verder en probeer om me niet al te veel op te winden over het asociale gedrag van die jongelui. In de bosrand zie ik een koppeltje staartmezen van tak naar tak, van boom naar boom huppen en fladderen. Ze zijn te snel voor mijn lens, de foto’s die ik heb gemaakt zijn niet goed.

Ik kom langs de uil, hij zit verstopt in het struikgewas. Ik loop de andere heuvel op, die waar het Beachpark zou moeten komen. De Zomerdel ligt er mooi, sereen bij… Dan loop ik door de bosstrook (ik vind zowaar nog restanten van de rode kelkzwam) en langs de Saskevaart terug naar de auto.

Half zeven. Vrouwlief heeft het eten klaar, feestelijk! Ik open een flesje Abbaye du Val-Dieu blonde. Het leven is goed…

Geplaatst in Kleimeer | Een reactie plaatsen

Weer eens een ommetje Kleimeer

Het is alweer een paar weken geleden… en omdat de satellietbeelden van onze weer-app aangeven dat het niet héél lang zonnig blijft, rijden we na het ontbijt naar het Vlasgat. Een kwartuurke later lopen we!

Het eerste wat ons opvalt is dat er riet is gemaaid: grote bundels liggen hoog opgetast achter het stalen hek. Vorig jaar werd het riet in de fik gestoken – we waren al bang dat de rietdekker dit jaar het riet elders zou opslaan. Voor ons hoort de rietopslag wel echt bij de Kleimeer…

We gaan op pad en kiezen voor een ommetje tegen de klok in. Dus lopen we eerst door het wandelpoortje. Een dergelijk poortje noemen ze in het Engels een kissing gate. Romantische ziel die ik ben, dacht ik altijd dat die naam voortkwam uit de idee dat twee geliefden, elk staande aan een kant van het hekje, elkaar een kusje mochten geven. Niets is minder waar. “Kissing” slaat gewoon op het feit dat de bewegende deel van de constructie aan weerszijden de vaste delen aanraakt: “kust”. Toch wel goed dat je af en toe eens iets opzoekt wat voor jou vanzelfsprekend is. Nou ja, goed!? De romantiek is er nu wel af. Knipoog. Overigens: twee geliefden kunnen natuurlijk altijd nog plaats nemen, elk aan een zijde van het poortje, en elkaar een smakkerd geven! Glimlach.

We lopen over de brede grasdijk richting de Nauertogt. Boven onze hoofden vliegen doorlopend ganzen, vaak in tweetallen, soms in kleine V-formaties maar altijd luid snaterend. Ze landen in de weilanden en slaan aan ’t grazen…

Op de Nauertogt kun je kiezen: blijf je op het fietspad lopen of neem je het hobbelige pad aan de linkerkant van de sloot? Mijn keuze valt bijna altijd op het onverharde pad. Aan je linkerhand heb je een smalle strook bos, ondoorzichtbaar en ondoordringbaar in de zomer, maar als de blaadjes van de bomen en de struiken zijn, kun je door het struweel heen de Kleimeer zien liggen. Ergens is er een klein kronkelpaadje dat je door het struweel voert: dat levert een ander gezichtspunt over de Kleimeer op… Meestal ben ik braaf en respecteer ik de afscheiding, maar vandaag ben ik een klein beetje stout en ga ik een kijkje nemen… Dat levert onderstaande plaatjes op.

We vervolgen onze route tot waar een fietspad het Geestmerambacht ingaat; daar lopen wij de dijk op die ons twee kronkels verder bij de heuvel met de palissade brengt. Er bovenop staat een groepje jongelui in hardloopoutfit: een jongeman en een aantal jongedames. Zij glibberen langs de steile kant, onder het slaken van lieftallige gilletjes, naar beneden en verdwijnen uit ons zicht. Wij kiezen voor omhoog (en weer omlaag) langs de makkelijke kant. Vanaf de heuvel heb je een schitterend uitzicht. De hele Kleimeer ligt aan je voeten, in de verte ligt een huizensliert langs het Noordhollandsch Kanaal die het dorp Koedijk vormt en aan de horizon kun je met helder weer de duinen ontwaren. We stellen vast dat er flinke percelen riet zijn gemaaid!

We vervolgen onze wandeling over het dijkje langs de Kleimeer. In deze hoek laat men struiken en kleine bomen opschieten – dat zal vast de vogelsoortenrijkdom ten goede komen! De populieren beginnen voorzichtig uit te lopen – en dat geldt ook voor andere bomen en struiken. Over anderhalve maand bloeit de meidoorn hier uitbundig!

We passeren aan de andere kant van de gemaaide percelen. Jammer dat ik het maaien heb gemist, het lijkt me leuk en interessant om dit werk te bekijken!

Uiteraard lopen we even tot bij de drie populieren waar de ransuilen hun roestplaats hebben. In de boomkruinen is geen spoor van een uil te bekennen, maar net als de vorige keren zit er wel eentje verstopt in het dichte struikgewas aan de andere kant van het pad. Tot onze grote ontzetting zien we dat mensen het struikgewas zijn binnengedrongen, vast om de ransuil te fotograferen. Er zijn zelfs al paadjes gevormd… In feite is het een wonder dat de ransuil nog niet gedacht heeft: “Bekijk het allemaal!” en een andere, rustiger roestplek is gaan zoeken! Dit is een mooi voorbeeld van het feit dat veel mensen niet op de hoogte zijn van de (ongeschreven) regels die van kracht zijn als je de natuur in trekt… In tijden van corona hebben velen het Geestmerambacht ontdekt. Op zich geweldig – maar de druk op de natuur neemt wel enorm toe. Boswachters en andere natuurbeheerders luiden niet voor niets geregeld de noodklok!

Nu het maaien is gedaan, kan de waterstand in de Kleimeer omhoog zodat het jonge riet straks lekker kan groeien. Dit trekt ook allerlei water- en rietvogels aan. De vogeltrek is volop in gang en straks zien we hopelijk weer allerlei leuke vogels die de Kleimeer als broedgebied hebben gekozen – of die hier even rusten en zich vol eten om vervolgens nóg noordelijker te trekken.

Ons ommetje zit er bijna op. Ruim anderhalf uur zijn we op de been geweest om amper vier kilometer af te leggen… Zó wandelen wij nou eenmaal graag: tijd nemend om te genieten van het landschap en al het leven wat er valt waar te nemen (en te fotograferen).

Een ommetje Kleimeer verveelt nooit. Had je me dat tien jaar geleden gezegd, had ik je toch aangekeken met een ietwat meewarige glimlach op mijn lippen. Voor mij telde vooral: nieuwe dingen doen, nieuwe plekjes ontdekken. De laatste jaren is daar wat verandering in gekomen en sinds we, min of meer gedwongen door corona, veel vaker in de omgeving van Alkmaar wandelen (duinen, Geestmerambacht), ben ik de streek waar ik woon veel meer gaan waarderen en vind ik het niet erg meer om steeds weer dezelfde ommetjes te maken.

Wat de Kleimeer (en in feite het hele Geestmerambacht) betreft, komt er nog iets bij: de natuur dreigt hier opgeofferd te worden ten faveure van commerciële ontwikkelingen. Men wil van de natuur in het Geestmerambacht een speeltuin maken. De stichting Burgerinitiatief Red de natuur in het Geestmerambacht (klik hier naar de website en abonneer je op de gratis nieuwsbrief) maakt zich hard voor het behoud van de natuur en de rust in het Geestmerambacht, voor de bezoekers die hier het hele jaar door toch vooral komen om te wandelen, hard te lopen of te fietsen… Zelf ben ik lid van het bestuur van de Stichting Kleimeer – wij werken nauw samen met het Burgerinitiatief, net als de Vogelwerkgroep Alkmaar en omstreken. De komende weken en maanden moeten we – meer dan waarschijnlijk én helaas – weer in actie komen… Daarover vast meer in een volgende blog!

Geplaatst in Kleimeer | 2 reacties

Twee boeken

Zoals de trouwe lezer weet, vorm ik samen met enkele boekenliefhebbers een gezellige leeskring, die is ontstaan vanuit de onvolprezen boekenwinkel Het Keerpunt in de Alkmaarse Huigbrouwerstraat, helaas enkele jaren geleden gesloten… Sinds ongeveer een jaar hebben we de goede gewoonte om twee data en boeken vooruit te plannen… Zo stond voor begin januari het boek Het licht achter de ogen van de Finse schrijver Tommi Kinnunen in de planning, en voor half februari een boek van de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk met de toch wel bijzondere titel Jaag je ploeg over de botten van de doden. Beide bijeenkomsten gingen niet door, maar ik las wel netjes de boeken en samen met mijn buurman, tevens leeskringlid, besprak ik beide boeken onder het genot van een goed bier.

Het licht achter de ogen

Verschenen in het Fins in 2016, vertaald in het Nederlands en bij ons uitgegeven in 2017, is dit het tweede boek van de Finse auteur en docent literatuur Tommi Kinnunen (1973). Het boek vertelt de geschiedenis van een familie die in het noorden van Finland woont en speelt zich ruwweg af vanaf de Tweede Wereldoorlog tot het heden. Het vertelt mijns inziens ook een beetje de moderne geschiedenis van Finland. Er zijn twee hoofdpersonen, elk van een andere generatie: de blinde Helena en Tuomas, een homoseksuele jongen. Buitenstaanders. Een van de thema’s van dit boek.

Als ze negen jaar is, wordt Helena door haar ouders aan de zorgen toevertrouwd van een blindeninstituut in de hoofdstad Helsinki. Daar wordt haar geleerd dat ze zo onopvallend mogelijk moet leren leven. Mensen die geboren zijn met een afwijking, moeten zo min mogelijk de maatschappij tot last zijn. Het is een harde leerschool… We volgen Helena tot aan haar dood. Ze heeft geen gemakkelijk leven. Ze wil graag zo gewoon mogelijk leven maar maakt soms heftige keuzes…

Tuomas is de zoon van Johannes, de jongste broer van Helena. Ook hij verzeilt op een gegeven moment in de hoofdstad, om te studeren, om te werken. Tuomas is anders dan de andere jongens. Professioneel is hij behoorlijk succesvol, in de liefde duurt het een hele tijd voor hij de ware ontmoet. Beide mannen willen graag een kind adopteren…

Hier raken we een ander thema aan: het ouderschap, het verlangen om een goede ouder te zijn. In alle generaties worstelen mannen en vrouwen om de rol van vader en moeder vorm en inhoud te geven. Als je blind bent of homoseksueel, is het ouderschap niet vanzelfsprekend maar elke ouder worstelt in feite met die rol…

De geschiedenis van Finland is op de achtergrond zeker ook een (boeiend) thema. Finland is een vrij jonge natie die na eeuwen van onderdrukking door Zweden en Russen pas begin 20ste eeuw een onafhankelijk land werd. De Russen vormden ook in de 20ste eeuw een permanente dreiging tot Finland in 1961 lid werd van de Europese Vrijhandels Associatie, een samenwerkingsverband van Europese staten die geen lid waren van de toenmalige Europese Gemeenschap. Maar de dreiging (en de invloed) namen pas definitief af na de val van de Berlijnse muur en het uiteenvallen van het Sovjetunie…

Het boek gaat heen en weer… Het schakelt tussen heden en (ver) verleden, tussen Helena en Tuomas. Vooral in het begin was me niet duidelijk hoe de vork in de steel zat en vond ik het lastig lezen, maar gaandeweg werd het me allemaal wat duidelijker en werd ik het boek ingezogen.

Zoals gezegd, ik moest er even in komen, maar ik vond het uiteindelijk een prachtig, aangrijpend boek! ⭐⭐⭐

Jaag je ploeg…

Als dit geen intrigerend kaft is, dan weet ik het ook niet meer. Ik denk overigens dat ik dit boek nooit uit de bibliotheek zou meegenomen hebben (laat staan had gekocht) juist omwille van het kaft! Maar gelukkig zitten er in de leeskring mensen die zich daardoor niet laten afleiden, want beste mensen, wat een bijzonder boek is dit.

Jaag je ploeg over de botten van de doden werd in 2009 in Polen uitgegeven en pas in 2020 gaf De Geus het uit in Nederland en Vlaanderen. Olga Tokarczuk (1962) won in 2019 de Nobelprijs voor de Literatuur; dat zal er wel mee te maken hebben gehad! De Volkskrant schrijft: “Weinigen kunnen een personage zo trefzeker neerzetten (…) en alleen al zulke portretten, die soms maar enkele regels beslaan, zijn een reden om De rustelozen (2007) te lezen (…), bekroond met de Man Booker International Prize.”

Nou, personages neerzetten, dat kan Olga Tokarczuk als de beste! Jaag je ploeg… speelt zich af in een gehucht, gelegen op een hoogplateau dicht bij de Pools-Tsjechische grens. In het gehucht zijn er nog maar drie permanente bewoners; de andere huizen zijn buitenverblijven van mensen uit de stad. Janina Duszejko is lerares Engels en voormalig bruggenbouwer. Ze helpt haar vriend Dyzio met het vertalen van de gedichten van William Blake en is geobsedeerd door de astrologie die volgens haar alles bepaalt wat er op de wereld gebeurt… De andere bewoners van het gehucht zijn Eunjer en Grootvoet, een stroper. Mensen geeft zij zelfverzonnen namen zoals buurman Grootvoet, maar ook de kwaadaardige Buikman, de Commandant, politieagent Zwartjas, Wolvenoog of Goednieuws. Bijzonder en sfeer verhogend (ietwat bevreemdend) is dat ook Gebeurtenissen, Duisternis, Dieren, Woede en de Nacht een hoofdletter krijgen, waardoor de elementen van de natuur samen een geheel vormen met de allesbepalende hoofdrolspeler: de destructieve mens.

Het boek begint met de vondst van een dode: Grootvoet. Het is midden in de winter. Grootvoet blijkt zich in een botje van een gestroopte ree te hebben verslikt en is vervolgens gestikt. Hij is niet de enige dode waarmee we te maken krijgen. Wat opvalt is dat de doden allemaal jagers zijn of mensen die met jagers te maken hebben en dat ze onder vreemde omstandigheden aan hun eind komen. Wat is er in godsnaam aan de hand? Wat doet de politie? Wie zit er achter de moorden?

Wat voor boek is dit? In meerdere recensies vallen de termen eco-thriller en detective. Aardig gevonden, en er zitten zeker elementen van een thriller en een detective in dit boek. Maar het is voor mij ook een soort sprookje en het bevat eveneens elementen van een politiek pamflet, met een ferme dosis kritiek op de Poolse maatschappij. Kortom, dit boek vang je niet in één genre en alleen daarom al is het bijzonder.

Ik las ergens dat de kritiek op de jacht en de kerk die in dit boek wordt geleverd, in het conservatieve Polen Olga Tokarczuk niet in dank wordt afgenomen. Men vindt haar anti-nationalistisch en te feministisch, en te links, kortom een verrader. Er waren perioden dat ze zelfs beveiliging nodig had! 

Ook van dit boek heb ik enorm genoten. Ik heb intussen De rustelozen op de plank liggen. Helaas (of gelukkig) ligt ‘de plank’ behoorlijk vol, het duurt dus nog wel even voor ik me overgeef aan mijn volgende Olga Tokarczuk. ⭐⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Stormachtig weer!

Het lijkt deze dagen wel herfst, hoewel dat echt maar schijn is… De dagen lengen en overal kun je kleine en grote signalen opvangen die ons vertellen dat de lente in aantocht is. Hondsdraf en speenkruid, narcis en tulp, paaseitjes op de schappen in de winkels. Maar toch, het weer gedraagt zich herfstig. Nou ja: maartse buien (en straks roert maart zijn staart) en april doet wat-ie wil! Het voorjaar is vaak guur en de echt warme dagen treffen we meestal pas in mei.

Gistermiddag kwam de jongere dame aan. Zij woont op ruim vijf uur rijden van ons en ze mag van Mutti Merkel (lief bedoeld) voor 72 uur het land uit (en Nederland in) om haar naaste familie te bezoeken. Wat fijn! Ondanks de dreigende luchten, maakten we samen meteen een heerlijk rondje door de duinen bij Bergen. Eén bui trof ons, verder hielden we het droog…

Vanmorgen, na een ontbijt met croissantjes, toastjes en een paar mokken thee, rijden we naar Egmond Binnen en laten we de auto achter op de vandaag rustige parkeerplaats bij de Westert. De jongere dame beschikt niet over een duinkaart, dus kunnen we niet meteen de duinen in maar moeten we een stukje asfalt lopen om bij de betaalzuil te komen die langs het fietspad staat. Gelukkig kunnen we daar met een onverhard pad het duin in…

We lopen langs de oude duinakkertjes, steken het fietspad over en over bospaden lopen we richting de Krim. Daar maakt het pad een flinke slinger en lopen we met de wind op kop naar een volgende bosje. We bereiken de Middenweg en die volgen we naar de strandopgang. Af en toe worden we gezandstraald, maar het wordt pas echt erg als we de zeereep over moeten! Met 80-100 km/u stuift het zand op! Je moet je er echt tegen beschermen want het doet zeer als het over je huid schuurt. De dikke sjaal en de capuchon komen goed van pas.

De zee ziet er woest uit, grote golven komen aanrollen. Het wordt echter eb en de eerste zandplaat lijkt droog te gaan vallen… De capuchon kan hier af, de wind heeft geen vat op het natte zand. Wel blaast de wind het schuim in mooie patronen het strand op…

Als we even later het strand weer verlaten, zijn onze kapsels verwaaid en breekt de zon door…

… en dat is de voorbode van een over zee aanstormende bui! Gelukkig waait het hard dus de bui is met vijf, zes minuten ook weer voorbij. Er valt in korte tijd behoorlijk wat nat en ook hagelt het even. We vinden wat beschutting in een onder de wind krommend berkenbosje.

Het wordt weer droog en de zon komt er weer af en toe door. We volgen de Vlewosche Weg richting Egmond. We hebben de wind in de rug, lekker! Bij het grote duinmeer gaan we rechtsaf, de Hogeweg op.

We bereiken verder zonder regen de auto en rijden terug naar Alkmaar. Heerlijk gewandeld, heerlijk uitgewaaid.

Geplaatst in Duinen, Persoonlijk, Wandelen | Een reactie plaatsen

Aan het eind van de middag

Het is een van onze favoriete tijdstippen om er nog even uit te gaan: het einde van de middag. Rond vier uur, half vijf tuffen we dan ergens heen en genieten van de rust (er zijn minder mensen op de been) en de kleuren (het gouden uur). Vandaag krijgen we er een extraatje bij: mooie wolken aan een spathelderblauw firmament. Hoewel voor de meteorologen de lente is begonnen en de Kelten omstreeks deze tijd van het jaar ook al in de lente leefden, heeft deze zaterdag in maart toch echt wel een winters randje! Heilzaam weer…

We kiezen voor dichtbij, dus het wordt het Geestmerambacht. Hieronder een kleine selectie van de foto’s die ik vanmiddag schoot…

Geplaatst in Kleimeer, Wandelen | Een reactie plaatsen