De fundamenten

Ramsey Nasr was de tweede Stadsdichter van Antwerpen (2005) en was van 2009-2012 vier jaar Dichter des Vaderlands in Nederland. Uit die tweede periode ken ik hem. Niet persoonlijk natuurlijk, maar hij kwam toen met enige regelmaat op de televisie (o.a. in De Wereld Draait Door).

De coronacrisis was voor hem de aanleiding om drie essays te schrijven over de balans van een land in coronatijd… De eerste twee zijn vrij kort, het derde beslaat het leeuwendeel van het boekje waarin de essays zijn uitgegeven. Het derde vind ik ook het meest boeiende…

Uit De fundamenten kunt je zonder schroom opmaken dat Nasr bepaald geen bewonderaar is van de prestaties van Mark Rutte. Onze premier is een zelfbenoemd ‘antivisionalist’: zijn uitspraak dat “visie als een olifant is die het zicht belemmert”, achtervolgt hem al jaren – en nog steeds, ook als betuigde hij er in december 2020 spijt van die woorden gebezigd te hebben. “Dat had ik niet moeten doen,” sprak hij toen deemoedig… Ter verdediging voegde hij eraan toe: “Ik wil voorkomen dat ik zo bezig ben met wat ik wil dat ik niet meer kan samenwerken met een ander. Je moet altijd in staat zijn iets te relativeren van je eigen standpunten en te zoeken naar compromissen.” Ik geloof Mark Rutte niet, er is teveel waarvan hij vindt dat ‘hij het niet had moeten doen’ en intussen blijft hij rustig voortdoen.

Voor Nasr is Rutte slechts een onderdeel van een probleem: onze premier vertegenwoordigt met de VVD (en zijn kompanen uit o.a. het CDA) teveel het neoliberalisme dat de échte oorzaak is van de grote problemen waarmee de wereld te kampen heeft. Het adagio van ‘eeuwige groei’ dat door de neoliberalen wordt gepredikt, is onmogelijk vol te houden en dus misdadig.

Ramsey Nasr geeft in scherpe bewoordingen zijn mening, die hij stut met analyses en feiten, en waarbij hij eigen observaties en ervaringen inbrengt. Wat mij betreft neemt ten minste elke inwoner van Nederland – en zeker zij die stemrecht hebben – kennis van De fundamenten! Ik ben het grotendeels met Nasr eens…

(lees verder onder de afbeelding)

Capability approach

Nasr haalt het interessante en intrigerende begrip capabiliteiten aan dat is gesmeed door econoom Amartya Sen en filosofe Martha Nussbaum. In het Engels heet dat capability approach. Ik had er nog nooit over gehoord, maar het is beslist boeiende materie! Het doel van de capability approach is om bij het bepalen van sociaal en politiek beleid de kwaliteit van het leven als uitgangspunt te nemen, en niet economische parameters als productie-, groei- en winstcijfers.

“Nobelprijswinnaar Amartya Sen (The idea of justice, 2009) levert al tientallen jaren fundamentele kritiek op de eenzijdige economische benadering van ontwikkeling waarin elke maatschappelijke tendens wordt gereduceerd tot een rekensom. Economische ontwikkeling is volgens Sen alleen van belang wanneer het burgers de vrijheid geeft om de dingen te doen die ze graag doen. Een goed draaiende economie heeft als doel om burgers een goed leven te laten leiden. Dat kan door te zorgen voor goed onderwijs en een toegankelijke gezondheidszorg. Economie is volgens Sen geen doel op zich maar een middel voor menselijk welbevinden.”

“Nussbaum bakent tien ‘universele capabilities’ af die naargelang de lokale context nader ingevuld kunnen worden. Volgens haar staat het vervullen van deze capabilities garant voor het leiden van een goed leven.

Leven: in staat zijn om een leven te leiden volgens een normale levensduur.
Lichamelijke gezondheid: in staat zijn tot een gezond leven, voortplanting, voedsel, onderdak.
Lichamelijke onschendbaarheid: in staat zijn om zich te bewegen zonder bedreiging van geweld, inclusief vrijwaring van seksueel en huiselijk geweld.
Verbeeldingskracht en denken: in staat zijn om de zintuigen te gebruiken, te fantaseren, te denken en te redeneren: denk aan vrijheid in religie, literatuur, muziek, wetenschap.
Gevoelens: in staat zijn om je te hechten aan dingen en mensen buiten zichzelf, liefhebben, rouwen, verdriet, beminnen, woede.
Praktische rede: in staat zijn om ideeën te vormen over het goede en hoe ik mijn leven daarop kan inrichten, denk aan gewetensvrijheid en vrijheid van godsdienstoefening.
Sociale banden: in staat zijn om met en voor anderen te leven: aangaan van sociale banden, deel uitmaken van een gemeenschap, zelfrespect en eigenwaarde, anti-discriminatie op grond van geslacht, etniciteit, seksualiteit, kaste, religie, nationaliteit.
Andere biologische soorten: in staat zijn om te leven met dieren, planten, de natuur.
Spelen: in staat om te lachen, spelen en recreëren.
Vormgeving van eigen omgeving: in staat tot politieke, materiële en arbeidsparticipatie.”

Bron: Sociaal Net.

Geplaatst in Lezen, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Congoville in Antwerpen

Tot 3 oktober kun je in Antwerpen nog terecht voor een bijzondere tentoonstelling in Museum Middelheim (openlucht): Congoville. “Hedendaagse kunstenaars bewandelen koloniale sporen,” vermeldt de (gratis) bezoekersgids die je bij het inlopen van het park uit een kastje kunt pakken. Ik raad je aan om dat te doen, want het handzame gidsje bevat veel interessante achtergrondinformatie.

Laatst was ik een dagje in Antwerpen en een vriendin nam me mee naar de tentoonstelling. Ik logeerde bij mijn jongste broer op ’t Sint-Anneke, dus moest ik eerst overzetten naar de stad. De veerboot legt aan bij het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen, dat werd gebouwd tussen 1200 en 1225 als poortgebouw van de Antwerpse burcht. In de legende van de Romeinse soldaat Brabo komt het Steen ook voor: de reus Druon Antigoon woonde er namelijk en vroeg alle passanten op de Schelde om tol. Wie niet kon betalen, werd de hand afgehakt die vervolgens aan de vissen in de Schelde werd gevoerd… Dat zinde Brabo niet: hij doodde Antingoon, hakte de hand van de reus af en wierp ze in de Schelde, al die andere handen achterna… En zo komt, aldus de legende, Antwerpen aan z’n naam: afgeleid van Handwerpen. Momenteel heerst er een controverse rond het Steen. Architectenbureau noAarchitecten hebben een nieuw ontwerp gemaakt voor dat deel van het Steen dat in de 19de eeuw was aangebouwd. Deze nieuwe, vrij strak vormgegeven aanbouw wordt door vele Antwerpenaars verafschuwd. Eerlijk gezegd vind ik – voor wat ik er van kon zien – de aanbouw zeker niet echt inspirerend… maar ik zal wachten tot de restauratie + nieuwbouw helemaal klaar zijn, voor ik een definitief oordeel vel.

Vanaf het Steen fietste ik naar het Kiel waar R. woont. Met haar autootje reden we naar het Middelheimpark – het was nog even zoeken naar een parkeerplaatsje…

De laan waarlangs je het beeldenpark inloopt, is meteen het eerste werk van de tentoonstelling. Pascale Marthine Tayou heeft er d.m.v. fleurig gekleurde klinkers een Chemin du Bonheur van gemaakt. Hij wil hiermee een boodschap van hoop, ontmoeting, verzoening meegeven die het duistere koloniale verleden overstijgt.

Het volgende kunstwerk valt meteen op: een dandy-achtige flaneur die is gemaakt van computeronderdelen, met name toetsen(borden). Maurice Mbikayi verwijst met zijn Aesthetic Observer naar de grondstoffen die nodig zijn in de hedendaagse technologische apparaten. Ze worden vaak in Afrikaanse mijnen gedolven – en keren als afval dikwijls terug naar Afrika…

In een paviljoen op het volgende grasveld hangt deze wandkaart. Die werd vast gebruikt door/voor de studenten op de Koloniale Hoogeschool – zie verder!

In het paviljoen worden opnames getoond van KinAct, een internationaal festival in Congo. Performers trekken de straat op in kostuums die gemaakt zijn van allerlei afval. Het is fascinerend om te zien hoe de mensen in de straten van Kinshasa reageren op de performers, die er niet voor terugdeinzen volwassenen én kinderen de stuipen op het lijf te jagen! Een aantal van de kostuums is in het paviljoen te zien en eentje staat bij La maison du chef, dat óók helemaal uit afval is opgetrokken: zijde 1 blikjes – zijde 2 onderdelen van allerlei apparaten – zijde 3 fietsbanden, schoenzolen enz. – zijde 4 glas- en spiegelscherven. En daar tegenaan geleund staat het kostuum van ‘de robot’.

We wandelen verder en schrijden door een laan die aan weerskanten wordt omzoomd met vlaggenmasten. Er is zowat geen wind, de vlaggen hangen er al even triest bij als hun boodschap… De jute zakken waarvan de vlaggen gemaakt zijn, staan immers symbool voor de onderdrukking: koloniale waar als koffie- en cacaobonen werden erin getransporteerd naar het rijke Europa… Zij verwijzen naar de uitbuiting – ook nu nog, in onze tijd van mondiale handel!

We naderen een monumentaal gebouw: de Koloniale Hogeschool. “Opgericht in 1920 en opgedoekt in 1962,” zo vermeldt de bezoekersgids. “De school leidde topambtenaren op die de Belgische kolonies moesten runnen. Daarbij werd de Europeaan als superieur voorgesteld met huidskleur als hét criterium om onderscheid te maken tussen beschaafd en primitief.” Ibrahim Mahama doorbreekt de monumentale stilte van deze koloniale locatie… Het gebouw is tegenwoordig onderdeel van de campus van de Universiteit Antwerpen en zijn oorsprong en voormalige functie dreigen in de vergetelheid te geraken. Mahama camoufleert het gebouw – met jutezakken, jawel – zoals het huidige gebruik van het gebouw als onderwijsinstelling, het gebrek aan aandacht voor het koloniale verleden camoufleert…

Binnen staan oude schoolbanken opgesteld met allerlei schriftjes, kindertekeningen enz. van lang geleden… ook niet helemaal zuiver op de graat!

Het is warm en het is etenstijd. We laten de rest van de tentoonstelling voor een volgende keer (hopelijk lukt dat…) en rijden terug naar het huis van R. die de keuken in duikt terwijl ik geniet van een koel biertje in de schaduwrijke tuin. Even later staat er een smakelijke quiche op tafel…

Ik fiets terug naar ’t Sint-Anneke. Wat is de stad veranderd! Deze route fietste ik eind jaren ’70 toen ik op het Kiel naar de normaalschool ging (in Nederland toen pedagogische academie genoemd). Overal zijn fietspaden aangelegd, maar die delen vaak de drukke trottoirs met voetgangers, spelende kinderen, jongelui op pijlsnelle elektrische stepjes enz. Soms eindigen ze, vlak voor een kruispunt in het niets. Of je wordt langs vreemde kronkels brede straten over geleid… Qua fietsinfrastructuur valt er nog wel wat te verbeteren in ’t stad. Maar de veerboot van het Steen naar ’t Sint-Anneke (officieel Linkeroever) is een uitstekende aanvulling op het OV en er wordt op deze zomerse dag dan ook druk gebruik van gemaakt. Daarbij valt aan te merken dat de liften en roltrappen van de oude voetgangerstunnel geregeld uitvallen en dat de tunnel zelf kil, vochtig en vies is geworden… héél jammer, zéér kwalijk!

Geplaatst in Cultuur | Een reactie plaatsen

Ik ben een eiland

Op de keper beschouwd, is ieder mens een eiland. Dat is wat Tamsin Calidas zegt in haar boek met de titel Ik ben een eiland. Ik kan het daar niet mee eens zijn. Mensen zijn geen eilanden. Mensen hebben verbinding nodig. Mensen hébben verbinding, in welke hoedanigheid dan ook – wenselijk of onwenselijk, negatief of positief. Ja, je hebt soms het gevoel dat je er alleen voor staat, dat je zélf dat besluit moet nemen, dat jou alleen zoiets overkomt – en dan voel je je een eiland. En misschien neem je voor jezelf op een gegeven moment het innerlijk besluit dat je een eiland bent… Los van deze pseudo-psychologische gedachtenkronkels waar je je onvermijdelijk in begeeft als je dit boek leest en er – even onvermijdelijk – over nadenkt, wil ik vooral dit kwijt: dit is een schitterend boek…

Ergens op internet las ik een recensie van iemand die moeite had om in het boek te komen, en dan met name door de taal. Hij dacht het te kunnen toeschrijven aan de vertaling. Maar, vervolgt deze recensent, gaandeweg verdwijnen die irritaties en gaat de taal vloeien, schroeien, schuren, zo puur, zo intens en zo natuurlijk, dat je die eerste kleine ergernissen met alle liefde opzij schuift. Grappig: ik had precies dezelfde ervaring.

Het gebeurt niet vaak dat ik zó gegrepen word door een boek dat ik het in een paar dagen uitlees en vooral ook het niet bij me opkomt om er een tweede, derde boek naast te lezen. Ik ben een eiland greep me bij de strot en liet me niet los tot de laatste letter was gelezen.

Tamsin Calidas schrijft een autobiografisch verhaal. Met haar man Rab ontvlucht ze London. Rab en Tamsin willen een gezin stichten en dat laten opgroeien in een veilige omgeving, met veel natuur. Schotland is een voordehand liggende keuze – wonen op een eiland is niet de bedoeling, maar dat wordt het wel: ze kopen een croft op een klein Hebridisch eiland. Welk eiland dat is, laat Calidas niet los. Wel figureert de ferry naar het havenstadje Oban als navelstreng met the mainland. Als ik dan op de kaarten ga zoeken, kom ik uit bij het eiland Lismore… Echter, hoe ik ook heb gezocht op internet, daar blijkt de naam van het eiland een goed bewaard geheim, dus Lios Mòr (gaelic voor Great Garden) zal het wel niet zijn… Ik heb ook nog gespeeld met de letters van haar naam: daaruit kun je het woord island vormen, en dan blijven de letters m-a-c-t-i-a-s over. Welke eilandnaam kun je hier nog uit destilleren!? Als je het denkt te weten, stuur me dan een e-mail: tsjiess@gmail.com.

Even tussendoor: een wetenswaardigheidje… Een croft is (in Schotland) een klein stuk land, dat gepacht wordt door een boer die als crofter of pachter het land gebruikt voor landbouw en veeteelt. In een crofting community is er vaak ook sprake van common land: weiland waar eenieder zijn schapen kan laten grazen. Crofters zijn tegenwoordig vaak eigenaars van hun croft, maar dat was vroeger wel anders! De Scottish Crofting Federation komt sinds 1985 op voor het behoud en de rechten van crofting cummunities.

Het stel wordt niet bepaald warm ontvangen door en opgenomen in de eilandgemeenschap. Sommige eilanders hadden liever gezien dat de croft in handen was gekomen van eigen volk. Alles en iedereen die van buiten komt, wordt met argusogen bekeken en sommigen spreken zelfs ronduit hun haatgevoelens uit naar Rab en Tamsin. Het harde labeur op de croft en diverse tegenslagen, ook in de persoonlijke sfeer, breken het stel op: man Rab vertrekt terug naar Londen… Tamsin echter volhardt, steeds meer op zichzelf teruggeworpen (“Ik ben een eiland”), want een vrouw die een croft runt is al helemaal not done. Tamsin gaat diep, heel diep, en het zijn haar bovenmenselijke doorzettingsvermogen, haar levenskracht en haar verbondenheid met de natuur die haar ten slotte zo sterk maken dat ze – letterlijk en figuurlijk – overleeft…

Wil je meer lezen over dit boek en de schrijfster, kun je recensies lezen, o.a. in de Volkskrant, Trouw, Het Parool en de Daily Mail. Ik vond het – maar dat heb je al begrepen – een prachtig boek. ⭐⭐⭐⭐⭐

Een kanttekening ten slotte… Uit interviews met haar begrijp ik dat het eiland de laatste jaren is veranderd. Er zijn meer ‘nieuwelingen’ komen wonen, de rol van de oorspronkelijke bewoners, de crofters, verandert… Daar kun je uiteraard wat van vinden. Ik begrijp het gevoel wel: jij hebt je hele leven keihard moeten zwoegen voor een schamel bestaan, en dan kopen mensen met geld opeens oude crofts op om er romantisch te komen wonen of om het als buitenverblijf te gebruiken… Wie heeft er het nakijken? De jonge eilanders die ervoor kiezen om te blijven croften en die voor hun neus leeggekomen huizen en land zien weggepikt worden. Ik zou me ook verzetten!

Ik krijg de indruk dat Tamsin Calidas zich op het ‘nieuwe’ eiland thuis voelt en er een goed leven heeft opgebouwd. Persoonlijk had ik het gewaardeerd als zij dat in een nawoord had gedeeld met de lezer, want je blijft toch met nare gedachten zitten over de oude crofting community als je het boek dichtklapt.

Geplaatst in Lezen, Natuur | Een reactie plaatsen

Zuurvenspolder

Het is van vóór de zomervakantie geleden dat ik met de buurman een rondje wandelde door de Zuurvenspolder, op een steenworp van huis… maar deze donderdagochtend lukt het. We fietsen de wijk uit, steken het kanaal over via de vlotbrug en zetten vijf minuten later onze fietsen neer tegen een hek. We lopen het klaphekje door. Ik heb bewust gekozen voor blote voeten in sandalen die nat kunnen worden, en dat blijkt geen verkeerde keus: binnen de kortste keren zijn mijn voeten en benen kletsnat. Datzelfde geldt voor de schoenen en de broek van buurman…

Het is een stralende donderdagochtend en hoewel het nog vroeg is (we gaan altijd om kwart voor acht op pad) is de temperatuur al zeer aangenaam. De zon is amper een half uur op en hangt dus nog laag boven de oostelijke horizon. Voor ons lopen onze lange schaduwen met ons mee. Boven het land en de sloten lossen de laatste dampen van de nacht op.

De kleuren zijn al echt die van de herfst… Vooral het roestbruin van de zuring en het pitrus valt op. Het is genieten!!!

Als we terugblikken, zien we de wieken van de Gouden Engel boven het groen uitsteken. Wat ook opvalt zijn de enorme aantallen spinnenwebben in het weiland…

Een hond komt ons blaffend en grommend tegemoet. Ik heb al wel mensen met honden gezien, maar dit dier lijkt zonder baasje te zijn… We stappen rustig verder, het beest gaat steeds agressiever blaffen en grommen. Op een gegeven moment schiet hij door het hoge, natte gras als een bliksemschicht langs ons en gaat nu achter ons te keer. Wij lopen verder, ikzelf wel enigszins op mijn hoede want me bewust van de sappige kwetsbaarheid van mijn welgevormde kuiten…

Van de andere kant komen een man en een vrouw aanlopen. Met een hond. Ons blaffertje schiet opnieuw langs ons en voegt zich bij de andere hond. Samen dollen ze in het hoge gras. Als we elkaar passeren, maak ik een opmerking over hun nogal agressief overkomende hond. “Ach, het is een eigenzinnig beestje, maar hij doet niemand iets hoor,” is het laconieke antwoord van de vrouw. Dit is duidelijk weer zo’n hondenbezitter zonder enige empathisch gevoel voor de mens die bang is voor honden en niks moet hebben van loslopende viervoeters… Vierendelen moeten ze dat soort dierenliefhebbers!

De rest van de wandeling verloopt zonder vernoemenswaardige gebeurtenissen. We kouten gezellig tot we weer bij de fietsen zijn. Wat zeg ik!? Tot we thuis zijn! Buurman en ik zitten nooit om gespreksstof verlegen.

Thuisgekomen spoel ik mijn voeten, kuiten en sandalen af onder de koude buitenkraan. Dan ga ik gauw naar de badkamer waar ik mijn voetjes helemaal schoon boen met warm water en heerlijk schuimende Marseillaanse zeep, en ze vervolgens droogwrijf met een zachte handdoek. Op mijn gemakje ga ik de keuken in en zet een geurig bakje koffie… Intussen zet ik alle ingrediënten klaar: ik ga appeltaart maken.

Geplaatst in Ochtendrondje | Een reactie plaatsen

Franschman Noord

Zaterdag maakte ik met vrouwlief een mooie avondwandeling ten zuiden van de Zeeweg, vandaag heb ik rendez-vous met W. op dezelfde parkeerplaats voor een rondje ten noorden ervan. Omdat het prachtig weer is, besluit ik op de fiets te gaan. Ik rijd langs het kanaal en neem vervolgens het fietspad richting Bergen langs de Bergerringvaart. Het is vrij vroeg en hoewel de zon al volop schijnt, is het nog lekker fris. En vochtig. Overal glinsteren spinnenwebben…

De meeste mensen fietsen richting stad: naar school of naar het werk. Er zijn ook mensen die langs het fietspad een wandelingetje maken of hun hond uitlaten, en natuurlijk zijn er de onvermijdelijke joggers… Niet gewoon is de prachtige kudde schapen die duidelijk tot opdracht heeft gekregen de dijk te scheren. Volgens mij gaat dat lukken: veel schapen op een klein stukje grasland vreten onverdroten – er is er niet een die opkijkt!

Ik fiets de Nesdijk af en het Paddenpad op. Bij de bocht in het fietspad stap ik af om een paar foto’s te maken. Wat ik het meest intrigerend vind, is het grote heidegebied dat zich in de Damlanderpolder ontwikkelt… In een polder verwacht je nl. geen heide! Hier is dus iets bijzonders aan de hand. Een boer wilde de vette poldergrond omturnen in zandgrond voor de bollenkweek. Aan dat werk was hij zelfs al begonnen! Dat werd aangevochten door een club natuurliefhebbers. Het fijne weet ik er niet van, maar de boer verloor het proces (had hij niet de juiste vergunningen?) en de grond kwam goedkoop in handen van Natuurmonumenten. In plaats van bollengrond werd het een heidevlakte… Als ik zou mogen kiezen, had ik hier liever een vochtige polder gezien, maar een heideveld is nog altijd beter dan een bollenakker!

Iets voor tienen ben in op de parkeerplaats aan het begin van de Uilenvangerweg – wij noemen dat De Franschman, naar de vlakbij gelegen boerderij met dezelfde naam… Even later kom W. aanfietsen. Het is lang geleden dat we mekaar spraken – stof genoeg dus voor een paar uurtjes wandelen… Uiteraard kijken we ook om ons heen. De heide is over zijn top heen, maar er zit nog genoeg kleur in voor een paar aardige kiekjes!

En ja, ook in de duinen vinden we sporen van de herfst!

Geplaatst in Duinen, Fietsen, Wandelen | Een reactie plaatsen

De heide komt

Deze blog is bij de concepten blijven hangen. Ik schreef ‘m op 13 augustus. Vandaag publiceer ik ‘m alsnog…

Het is zowat half augustus en dan begint de struikheide te bloeien. Dit is zeker ook een leuke tijd om de duinen in te trekken, vooral het Schoorls duingebied waar veel heidevelden zijn. Vrouwlief en ik parkeren onze bolide bij de Uilenvangerweg en stappen gezwind het avondlijk duin in. Helaas is de zon verdwenen achter het zoveelste wolkenveld dat deze redelijk zomerse donderdag komt verstoren…

We zijn benieuwd, immers, maandag maakten we hier ook al een ommerdepommetje en toen begon de hei net uit te lopen: sommige pollen waren al paarsroze gekleurd, de meeste heidevelden echter lagen er nog bruingroen bij. Het ziet er naar uit dat het vandaag anders is: de heidelandschappen kleuren! Ik schat in dat het hoogtepunt ergens volgende week zal vallen, en dan is het afhankelijk van wat het weer doet, hoe lang de heide mooi blijft… Laten we hopen op fris zomerweer, dan kunnen we er het langst van genieten!

We kiezen voor het pad dat enigszins parallel loopt aan de Zeeweg. Langs dat pad liggen kleinere, beschutte heideveldjes en we hopen dat die al volop in bloei staan. We hebben dat goed ingeschat…

Tweemaal kruisen we een fietspad: eerst de Helmweg, daarna de Korteweg. Op die tweede kruising staat een wegwijzerpaaltje: drie LAW’s komen hier langs: het Trekvogelpad, het Groot Frieslandpad en het Nederlands Kustpad, plus nog een aantal lokale wandelingen. Een waar wandelknooppunt!

We vervolgen onze route. Het pad stijgt langzaam, ook hier bloeit de heide al mooi, maar meer in toefjes. Daartussen zie je allerlei andere kleurtjes: mossen, grassen, de zandbodem… Boven zee zien we scheuren in het wolkendek ontstaan, wie weet krijgen we toch nog een scheut zonlicht?

We komen langs het koepeltje van Thabor en klimmen door ‘de vallei’ omhoog. Dan lopen we een stuk door dennenbos om ten slotte uit te komen op het fietspad (Helmweg) dat we een eindje volgen. Opeens zien we de bomen voor ons oranjerood oplichten! De zon komt er toch nog even door en zet als het ware de duinen in brand…

We doen een paar bijzondere vondsten… Een grote, kakelverse boleet (ik moet me inhouden om ‘m niet te plukken om er soep van te maken…) en een paar orchideeën: de bruinrode wespenorchis.

Het loopt tegen negenen… Tijd om er de pas in te zetten en terug naar de auto te lopen. Hopelijk zijn onze banden niet lek gestoken. Maandag stond er een auto op de parkeerplaats met vier platte banden – en vandaag ook al! Het betreft beide keren een auto met Duits kenteken… Geen idee wat er aan de hand is, maar fijn is het niet. Gelukkig zijn de banden van ons karretje nog vol lucht…

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Franschman Zuid

Het is zaterdag en na een grijze start van de dag, is de zon er prachtig doorgekomen. Aan het eind van de middag rijden we naar Bergen en parkeren op de parkeerplaats aan het begin van de Uilenvangerweg. Om tien over zes steken we de N510 over. Herman Gorter staat stilletjes op zijn plekje tussen de bomen…

Het is stil in de duinen: Nederland zit aan de maaltijd en/of is aan de buis gekluisterd, kijkend naar wat zich in Zandvoort afspeelt… Dat maakt dat wij amper andere mensen tegenkomen. Die rust voelt zó weldadig! Ik voel me dankbaar dat wij hier wandelen mogen…

We maken de ‘gele wandeling’, maar dan in omgekeerde richting. Het is best bijzonder om te merken dat dezelfde wandeling er helemaal anders uitziet als je haar in tegenovergestelde richting aflegt: je denkt dat je het allemaal wel weet en kent – maar er zijn genoeg momenten dat we verrast worden en dat het lijkt alsof we hier nog nooit hebben gelopen…

De zon zakt al aardig richting horizon. Voor we begonnen te lopen, hebben we het gecheckt: om 20.25 uur gaat ze onder. Mijn wekker staat elke dag op 6.50 uur. Ik draai me dan nog eens om, luister om 7 uur naar het nieuws en sta dan op. De zon is deze dagen rond die tijd nog niet op! Ja mensen, aan alles merk je dat het najaar in aantocht is – óók aan de dagen die korter worden. Over dik twee weken is het ongeveer even lang licht als donker, en daarna krijgen we steeds minder daglicht en gaan we ’s avonds weer een kaarsje aansteken…

We zien aardig wat paardendrollen op het wandelpad liggen. Is het weer zo laat? Zijn er ruiters die zich weer eens niet aan de regels houden!? Echter, die gedachten moet ik terugnemen: o ja, er wonen Exmoor ponies in de duinen… dat was ik even vergeten!

We wandelen verder… Naarmate het einde van de dag nadert, kleurt het zonlicht oranje en wordt er een warme gloed over het duinlandschap gelegd…

Niet alleen het licht neemt af, ook de temperatuur daalt… Had ik het daarnet nog te warm met een sweater aan, nu ben ik blij dat ik ‘m heb aangetrokken! Iets over achten zijn we terug bij de auto. Als we, bijna thuis, over de N9 rijden, zien we de zon vuurrood ondergaan; waren we nog maar even naar het strand gereden!

Geplaatst in Duinen, Wandelen | 2 reacties

Op de fiets met neef Hans

Neef Hans uit Zwitserland is op bezoek en hij heeft al maanden van tevoren verkondigd dat we op vrijdag 3 september samen een rondje door het Noord-Hollands landschap gaan fietsen. Onder het genot van een paar biertjes de avond ervoor, worden zijn wensen wat concreter ingevuld… De Westfriese Omringdijk, maatjes eten, een duik in de Noordzee, de duinen… In mijn hoofd ontstaat een route… en die gaan we fietsen. 56 km staat er op de teller als we weer thuis zijn. Wat een enorme variatie valt er toch te beleven in de omgeving van Alkmaar!!!

De weergoden zijn neef Hans goed gezind: als we die vrijdagochtend opstaan, staat er boven Noord-Holland een strakblauw uitspansel gespannen!

We zijn nog niet goed vertrokken, of er blijkt enige geestverwantschap: we stappen allebei graag af om een fotootje te maken en dus is de Gouden Engel van Koedijk het eerste ‘slachtoffer’. We volgen de Kanaaldijk, bij het oude kerkje van Koedijk (dat te koop stond – het bord is nu weg, dus het kerkje heeft vast nieuwe eigenaars…) gaan we het Daalmeerpad op om een kilometer verder linksaf de Molentocht te nemen. Voorbij de laatste huizen moeten de witte koolvelden op de gevoelige plaat. Natuurlijk lok ik Hans het Geestmerambacht in en turen we genietend van de prille zonnewarmte over de wiegende uitgestrektheid van de Kleimeer.

De tocht gaat verder. In Warmenhuizen wordt de weg versperd door een paar marktkramers die hier elke vrijdagochtend hun waren aan de man brengen. En warempel, er staat zelfs een viskraam, van de familie Veerman uit Volendam. De fiets wordt aan de kant gezet en een paar maatjes gaan, goed in plastic verpakt, de fietstas in…

We nemen de Trambaan. Tegen het dorp aan, wordt er flink gebouwd: agrarische bedrijven. Op het land staat kool te groeien… Ik ben dol op (de kleur van) rode kool! Klik!

We volgen de Westfriese Omringdijk tot aan de wielen net voorbij Eenigenburg. Prachtig fietsen is het hier… Intussen verschijnen er wolken aan het firmament en langzaam maar zeker verdwijnt de zon achter een grijze deken…

We rijden een paar honderd meter terug en bollen de dijk af, westwaarts! In Burgervlotbrug steken we het Noordhollandsch Kanaal en de drukke N9 over. Iets verderop gaan we linksaf, de Belkmerweg in.

We botsen tegen de Oude Schoorlse Zeedijk en volgen die tot bij het bruggetje over de Hondsbossche Vaart. Over de Koogerweg, de Mosterdweg en de Hazeweg fietsen we door de prachtige en vrijwel ongerepte Harger- en Pettemerpolder… We komen langs de Hargermolen, gebouwd in 1804. Op dezelfde plek stond een andere molen, maar die fikte in 1799 af tijdens gevechten tussen een Engels-Russisch leger enerzijds en de Franse overheersers anderzijds. Hetzelfde lot onderging ook een aantal andere molens in de omgeving. De molen is bewoond en in het huis ernaast is vakantieaccommodatie te huur. Mooi plekje!

Deze polder wordt grotendeels beheerd door Natuurmonumenten. Her en der zijn brede sloten gegraven of is het land plasdras gezet: een vogelparadijs! Wij zien o.a. twee lepelaars staan… Net voor we de Westerduinweg van Camperduin naar Petten bereiken, zien we een grappig kunstwerk, gemaakt van touwen en fijne reepjes stof.

We steken de weg over. Voorzichtig beginnen zich in het wolkendek scheurtjes te vertonen… Het rode zeekraal en de lila asters lichten voorzichtig en kortstondig op…

Ten slotte komen we uit bij de Hondsbossche Zeewering. Neef Hans is niet op de hoogte van de veranderingen die hier hebben plaatsgevonden. Zijn mond valt open: die brede duinenrij tussen de oude dijk en de zee – dat had hij niet verwacht!

Bij Camperduin zoeken we het strand op. Vanuit het noorden naderen steeds groter ogende stukken blauwe lucht. Tijd voor een duik in de frisse Noordzee. Ikzelf beperk het tot natte voeten en kuiten… ik ben niet zo’n watermens. Neef Hans heeft het van zijn moeder: die was niet te houden als ze de zee zag!

Het zonnetje komt mooi door en droogt het gebronsde lijf van neef Hans in een mum van tijd op. Het terras van Luctor et Emergo lonkt. We laven ons aan een Affligem tripel en we spijzen ons met een onvervalst broodje kroket. Een bruin broodje, dat wel.

Voldaan en helemaal opgewarmd stappen we weer op de fiets. De tocht gaat nu door de duinen. Het mooie weer heeft meer mensen naar buiten gelokt, op de fietspaden is het ronduit druk! De heide bloeit nog vrij uitbundig. Bij Bergen aan Zee wandelt het duin gestaag het fietspad over. Een enkele fietser ergert zich kapot aan het zand op het fietspad, maar de meeste mensen stappen af om dit fenomeen eens goed te bekijken en er een foto van te maken. Het bordje met de tekst ‘Overstekend duin’ gaat geregeld op de foto!

De tocht gaat nu op Alkmaar aan: Zeeweg, Eeuwigelaan, Wiertdijkje, Voert, Sluislaan, Paddenpad, Groeneweg, Bergerweg. We fietsen langs Hans’ ouderlijke woning in de Bisschop Bottemannestraat, checken of Bakker Mens er nog een winkel heeft (ja!), rijden langs het nieuwe station, steken het kanaal weer over en belanden via de Zijperstraat (waar alweer enkele nieuwe kringloopwinkels zijn bijgekomen, zie ik) uiteindelijk bij de Zeswielen, en op de Molenkade langs de Hoornsevaart.

Bij de Jumbo slaan we nog enkele biertjes in, vervolgens gaan we op bezoek bij oude buren van neef Hans. We worden hartelijk ontvangen. Het is erg lang geleden dat ze mekaar spraken, dus we zijn enkele pilsjes verder voor we de laatste kilometers op huis afleggen… In de koelkast ligt een pak Zwitserse kaasfondue-mélange (rechtstreekse import 👍🏻). Dat wordt smullen straks!

Geplaatst in Fietsen, Landschappen | 2 reacties

Sociale geschiedenis

Het ene ligt boven, naast mijn bed; het andere ligt beneden, op de salontafel. ‘Het ene’ is Het Pauperparadijs, geschreven door Suzanna Jansen; ‘het andere’ is Eens ging de zee hier tekeer, geschreven door Eva Vriend. Beide schrijfsters zijn vakvrouwen – wat een boeiende boeken hebben zij geschreven over de recente sociale geschiedenis van Nederland… Ik heb beide boeken door mekaar gelezen, het ene overdag, als ik tijd en zin had om te lezen; het andere voor ik ging slapen…

Het pauperparadijs

In Het pauperparadijs maken we kennis met de romantische idee dat je armoede kunt oplossen door mensen her op te voeden. Die idee kreeg vorm in de eerste helft van de 19de eeuw toen ene Johannes van den Bosch de Koloniën van Weldadigheid oprichtte naar zijn eigen ideeën en idealen. In november 1818 kwamen de eerste paupers naar het Drentse Frederiksoord… Zij zouden worden ingezet om in Drenthe van veen- en heidegrond landbouwgrond te maken. Door hard werken zouden ze zelf betere mensen worden… Niet lang na Frederiksoord werden de ‘gestichten’ in Veenhuizen gebouwd. Tot de jaren ’80 van de 20ste eeuw was het complete dorp Veenhuizen eigendom van het Ministerie van Justitie! Meer informatie en de hele geschiedenis kun je teruglezen o.a. via deze link.

Suzanna Jansen schrijft de geschiedenis van Veenhuizen aan de hand van haar familiegeschiedenis. Zo ontstaat een zoektocht naar het historische verhaal naast een persoonlijke geschiedenis. Het boek verscheen in 2008, intussen is er een film van gemaakt én een theatervoorstelling. Onlangs verklaarde de Unesco de Koloniën van Weldadigheid (waarvan er ook twee te vinden zijn in de Zuidelijke Nederlanden zijnde de Belgische Kempen, nl. in Merksplas en Wortel) tot Werelderfgoed. In die zin is het verhaal weer in de actualiteit!

Bij wie begaan is met het lot van ‘de gewone man’ rijzen de haren geregeld ten berge… Arme mensen worden uitgebuit, ze krijgen, ondanks alle goede bedoelingen soms, net genoeg om in leven te blijven en te kunnen ploeteren voor hun bestaan… Hoewel de armoede in onze tijd veel onzichtbaarder is, bestaat ze wel degelijk… Dat maakt Het pauperparadijs tot een tijdloos document. En tot verplichte kost.

Eens ging de zee hier tekeer

Dit boek gaat over de afsluiting van de Zuiderzee… Eind 19de eeuw werd het plan opgevat om Noord-Holland met Friesland te verbinden d.m.v. een dijk en vervolgens de Zuiderzee in haar geheel droog te leggen om er landbouwgrond van de maken. De plannen kwamen in een stroomversnelling na de Watersnoodramp van 1916. Dat er aan die binnenzee vele gemeenschappen van de visvangst leefden, bleek van ondergeschikt belang…

Eva Vriend beschrijft aan de hand van de geschiedenis van vier families uit resp. Den Oever, Urk, Volendam en Bunschoten-Spakenburg het hele proces van het ontstaan van het IJsselmeer en de nieuwe polders – en de consequenties die dit had voor de vissersgemeenschappen die de talrijke Zuiderzeestadjes en -dorpen bewoonden… Ook in dit verhaal komt naar voren dat de overheid niet zoveel consideratie heeft met de armen (in casu uit die vissersgemeenschappen) – zij moeten toch vooral hun eigen plan trekken! Dat maakt dat deze gemeenschappen erg hecht zijn (gebleven).

Het boek is in zekere mate een ode aan het doorzettingsvermogen van de Zuiderzeefamilies en aan de band met de visserij die in bepaalde plaatsen nog steeds heel sterk is, maar de ellende en het harde leven van deze mensen krijgt absoluut een plek in Eens ging de zee hier tekeer. Dat maakt het boek tot een prachtig historisch document waarin naast een stukje sociale geschiedenis ook de (economische) ontwikkelingen van het Nederland in de 20ste en zelfs de 21ste eeuw zijn af te lezen.

Beide boeken…

… heb ik met heel veel plezier gelezen en kan ik warm aanbevelen. Tip bij het lezen van Eens ging de zee…: verlies je niet in al de namen van al die mannen en vrouwen van al die vissersfamilies want als je dat doet, wordt het wellicht lastig lezen. Lees er wat overheen – dat doet verder niets af aan de kwaliteit van de leeservaring.

Geplaatst in Geschiedenis, Lezen | 1 reactie

Bloeiende heide

Dit jaar houdt de heide zich keurig aan het normale schema: volop in bloei vanaf half augustus… Donderdag brak eind van de middag het wolkendek open en scheen de zon een paar uurtjes uitbundig. Ik pakte mijn fiets en reed een mooi rondje van ong. 33 km. De route zie je op het kaartje hieronder, waarna een fotoverslag volgt…

Zie je buurman Vincent op zijn fiets? Op de Helmweg, richting Bergen aan Zee…
Verspyckweg: na een stuk fietsen door het bos, ontvouwen de duinen zich in al hun openheid…
Wandelende duinen langs de Verspyckweg.
Mariavlakte: hier woedde ruim tien jaar geleden een grote brand, de heide heeft zich mooi hersteld!
Langs de Schoorlse Zeeweg…
Rijtje dode bomen langs de Schoorlse Zeeweg
Zonder wolken is de lucht (en dus de foto) een stuk saaier!
Hier worden natte duinvalleitjes gecreëerd.
Langs de Nieuwe Weg: ook hier herstelt het duin zich mooi van een grote brand.
Wilgenroosje.
Stuifzwam (bijna 15 cm doormeter, een joekel dus!)
Terug helemaal door de polders, rechts op de foto een prachtige hoeve aan de Baakmeerdijk – bijna thuis!
Geplaatst in Duinen, Fietsen | 1 reactie