Polder Wogmeer

Het is woensdag, een dag na een stormachtige dinsdag, en de wind waait nog altijd behoorlijk stevig uit noordwestelijke richting… Van over de Noordzee worden buien aangevoerd, stevige exemplaren met forse windstoten, flink wat regen en zelfs hagel. Maar tussen de buien door is er ruimte voor wat zon… Gj en ik zijn naar Spierdijk gereden waar we de auto parkeren in een klein woonwijkje aan de rand van het dorp. Onderweg moesten we omrijden: op een rotonde in Heerhugowaard was een enorme vrachtwagen met zand omgekieperd. Een indrukwekkend gezicht, zo’n bakbeest op zijn kant…

Op het programma staat een rondwandeling: een rondje Wogmeer, aangegeven met ronde blauwe bordjes met een wit pijltje. Je kunt de wandeling ook maken door de groene pijlen te volgen van het Wandelnetwerk Noord-Holland, maar die nemen op een gegeven moment de andere oever van de ringsloot. O贸k mooi denk ik, maar wij houden ons vandaag aan de oorspronkelijke route.

Onze wandelroute

De drooglegging van de polder Wogmeer werd gestart in 1607 en is voltooid in 1612. Zes molens en het werk van honderden handarbeiders hebben de polder drooggelegd, de Middenweg en Verlaatsweg aangelegd, de vele sloten gegraven en bruggen gebouwd. Toen kon men beginnen met het bouwen van huizen, het verharden van de wegen en het bebouwen van het land. De werken vonden plaats onder het toeziend oog van de Alkmaarse landmeter Gerrit Dirksz Langedijk. De belangrijkste financier van het project was Jacob van Duvenvoorde (1574-1623), heer van Obdam en Hensbroek. Een van de zes molens die bij de drooglegging gebruikt is, genaamd Nieuw Leven, staat nog steeds op de westzijde van de ruim 11 km lange dijk die om de Wogmeer ligt. (Bronnen: Wikipedia, Westfries Archief, Westfries Genootschap).

Kaartbeeld rond 1815 (website van het Kadaster)

We lopen, terwijl vanuit de uitloper van een bui hagelsteentjes op ons worden afgevuurd, het (lelijke) dorp Spierdijk door en bij een mooie stolpboerderij met schuur gaan we de dijk op. De bui is dan alweer over. Huh!? Ik had verwacht dat we echt hoog boven het land zouden lopen, bovenop een dijk die zich door het vlakke land slingert. Niks daarvan! De ‘dijk’ is amper te ontwaren… Het spoor door het gras loopt meestal pal naast de ringsloot. Hier en daar loop je wat hoger… en dan hebben we het over 20-30 centimeter, schat ik. Ik stel mijn verwachtingen bij, toch even slikken.

Eigenlijk is het heel gemakkelijk: blijf lopen met de ringsloot aan je rechterhand. Verdwalen kun je hier niet. Je wandelt bijna de hele tijd over particulier eigendom; de wandelaar is hier te gast. Fantastisch dat dit kan! Al gauw komen we de eerste omheiningen tegen waar je overheen moet d.m.v. houten overstapjes: en die worden niet goed onderhouden, kan ik je vertellen. Enkele zijn in de afgelopen tijd vervangen door plastic exemplaren, maar de meeste zijn nog ‘origineel’ en je moet je steeds goed vergewissen van de staat ervan. In totaal staan er op deze wandeling ruim 60 overstapjes!

Het meeste land wordt gebruikt voor bloembollenteelt, akkerbouw en voedselwinning ten behoeve van de veeteelt. Omdat we zo’n koud voorjaar hebben, komen de tulpen nu pas naar hun hoogtepunt… Her en der in de polder liggen lange, kleurige stroken bollenland…

Op het water zien we eenden, ganzen en meerkoetjes, aan de kant staan reigers te vissen, we zien meeuwen, visdiefjes, scholeksters, grutto’s en kieviten vliegen, duiken en landen. Als we op een bankje zitten om even wat te eten en te drinken, rent er een haas langs.

Vooral tijdens de eerste kilometers komen we langs een paar mooie boerderijen. Op een gegeven moment sta ik gefocust een foto te maken van een rij knotwilgen langs de weg naar de boerderij; Gj staat geduldig naast me te wachten. Opeens geeft er pal achter ons iemand gas: ik schrik me een hoedje en maak letterlijk een sprongetje in de lucht. Die auto hadden we niet horen aankomen! De foto moet over, ik wacht totdat de auto uit het gezicht is verdwenen.

De N194 doorsnijdt de polder. Het is een drukke weg die je tijdens de wandeling twee keer moet oversteken. Om dat veilig te kunnen doen, heeft men geen halve maatregelen genomen… Daar steken de soms gammele overstapjes onderweg schril tegen af!

Voor en achter ons trekken flinke buien langs en meestal hebben we daar wat gedruppel van. De wind blaast een stevig partijtje mee. Als we over de overstapjes klimmen, moeten we ons goed vasthouden. Meer dan eens verrast de wind ons en verliest een van ons het evenwicht… Maar het loopt altijd goed af.

Ik heb de indruk dat het land tussen Heerhugowaard en Hoorn behoorlijk volgebouwd is, of misschien in de term ‘verrommeld’ een beter woord. Daarom valt het me tijdens deze wandeling echt mee hoe weids het landschap hier is – af en toe hebben we quasi ongerepte polderland om ons heen… Zo zie je maar, hoe anders het beeld is dat ontstaat vanuit de auto; als je lopend een landschap IN gaat, beleef je het vaak compleet anders en dat is, vind ik, een van de grote charmes van het wandelen…

Als we op de helft zijn, komen we langs de enige molen die is overgebleven uit de tijd dat de Wogmeer is drooggemalen: molen Nieuw Leven (1608). Het is een achtkante, rietgedekte poldermolen zoals er zovele stonden en gelukkig ook nog staan in het Noord-Hollandse landschap! Terwijl wij de molen naderen, nadert een bui ons… De volgende twintig minuten lopen we in de regen. De paraplu pakken is met de onstuimige wind niet te doen. Mijn winterjas is wel winddicht maar niet waterdicht… Gelukkig waait de wind nu van achteren. Als ik twee uur later thuis kom, blijkt zelfs mijn fleece nat te zijn!

De bui trekt naar het zuidoosten weg en de zon komt er opnieuw door. De brede ringsloot is nu nog maar een smal watertje en slingert door het vlakke land. We naderen Spierdijk, de zon komt er weer goed door en we drogen wat op. Als we over een hek klimmen, staat er opeens een speelse koe voor ons… Als we een paar stappen in haar richting zetten, springt ze achteruit. Ze houdt ons nauwlettend in de gaten maar doet verder helemaal niets… Ik maak gauw een oer-Hollands kiekje…

Net voor de volgende bui ons te pakken heeft, stappen we in de auto. 11 kilometer in de beentjes… Dat is een mooi #ommerdepommetje, zoals ik mijn wandelingen tegenwoordig wel eens noem 馃榾.

Geplaatst in Landschappen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Er is z贸 veel te zien!

Vandaag maakten we alweer een wandeling in de duinen. Deze keer parkeerden we bij Castricum. We wandelden door het bos en langs het infiltratiegebied naar zee. Over het strand liepen we naar de strandopgang Heemskerk en vandaar ging de wandeling weer naar Castricum. Alles bijeen zo’n 12 kilometer, schat ik. Wij deden er de hele dag over… Maar er is ook z贸 veel te zien onderweg! Hieronder de kaart en een paar thematische collages.

Kaartmateriaal: J.W. van Aalst, http://www.opentopo.nl
Eikels en judasoor… eerder herfstige onderwerpen!
Zwanen | bonte specht | jonge zeemeeuw | brandgans
Allerlei
Mosbloempje | akkerhoornbloem | duinviooltje | voorjaarsganzerik
Geplaatst in Duinen, Natuur | Een reactie plaatsen

Duinbloemen

Vandaag maken we weer een prachtige wandeling door de duinen bij Egmond Binnen. Wat is dat toch een schitterend gebied! We worden verwelkomd met het gezang van tig nachtegalen en vele andere kleine vogeltjes… Vrouwlief richt haar lens vaak op de gevederde zangers; ikzelf heb daar niet genoeg geduld voor en bovendien doet mijn camera het niet geweldig als ik fors inzoom; of mijn capaciteiten van vogelfotograaf zijn eerder matig; of een combinatie van die twee. Laten we het maar op de derde optie houden.

Mijn focus ligt meestal op het landschap en op bloemen. Vandaag deel ik wat kiekjes van bloemen die ik heb gefotografeerd…

Paardenbloem in zaad, verregend | narcissen | narcis | sterhyacint (scylla)
Stinkende gouwe | kandelaartje | duinviooltje | akkerhoornbloem
Kleine leewentand (?) | paarse dovenetel | duinreigersbek | waterplantje (?)
Duinpaardenbloem | esdoorn (?) | hondsdraf | wilde hyacint
Geplaatst in Duinen, Natuur | 1 reactie

Een dag eropuit (de middag)

Na een mooie rit door het polderlandschap van de Kop van Noord-Holland rijden we bij het Amstelmeer de Wieringermeer in. Met deze polder (droog komen te liggen omstreeks 1930) heb ik een bijzondere band want ik heb een aantal jaren gewerkt in het oudste dorp van deze droogmakerij: Slootdorp. Als we na de wandeling naar huis rijden, komen we door Slootdorp en vanaf de brug over de Nieuwesluizervaart zie ik de nieuwe basisschool in aanbouw… Zo’n 20 jaar nadat de gemeente Wieringerwerf (nu deel van Hollands Kroon) besloot dat de oude Regenboog (nu De Meertuin) nieuwbouw verdiende, is het eindelijk bijna zo ver. Ik ben z贸 benieuwd voor welk ontwerp er uiteindelijk is gekozen!? Er lagen in ‘mijn’ tijd mooie plannen maar die werden afgeserveerd als ‘te duur’…

De Haukes is de oude veerboothaven: hier legde de veerboot aan die aansloot op een stoomtramlijntje vanuit Schagen! Je kunt het je nu niet meer voorstellen… Het voormalige Zuiderzee-eiland Wieringen is tegenwoordig gescheiden van het vasteland door het smalle Wieringerrandkanaal, dat verderop Amstelmeerkanaal heet, aldus de topografische kaart.

We vinden een plekje voor de auto op een ‘half pleintje’ bij de ingang van de jachthaven. Een aantal jaar geleden namen fiets- en wandelmaatje Barney en ik hier nog plaats op het terras van een klein cafeetje: De Postboot. Helaas, het kroegje wordt grondig verbouwd en ik heb zo mijn twijfels of het na de verbouwing nog een caf茅 is. De tijd zal het leren.

(Uitpuffen in de schaduw, 28 mei 2012…)

We gaan op pad. Er staat een strak windje uit het noorden maar de lucht is strakblauw en we lopen het eerste stuk in de luwte van de overigens lage dijk. Achter die dijk liggen weilanden waar ganzen, grutto’s en kieviten af en aan vliegen. Voorbij de weilanden ligt, duidelijk op een hoogte, het dorpje Westerland. Wat opvalt zijn de lelijke camping en het mooie bakstenen kerkje. Aan de overkant van het Amstelmeer zien we talrijke windmolens en de prachtige watertoren van Wieringerwaard die op het oude land staat: ruim 51 meter hoog en daarmee een echt ori毛ntatiepunt.

Voorbij de jachthaven loopt onze route over een smal klinkerpaadje. We zijn er niet alleen, de inwoners van Westerland en De Haukes vinden het hier fijn lopen met de hond, en twee keer moeten we aan de kant voor een fietser. We zoeken een plekje onderaan de dijk, in de zon en in de luwte – prima uit te houden! – en eten een hapje.

Als we weer lopen, zien we voor ons uit op de dijk een kudde schapen komen aanlopen. Helaas! een dame met grote hond vindt het blijkbaar wel grappig om haar huisdier los te laten. Het beest rent op de schapen af die niet weten hoe snel ze moeten omkeren en wegrennen, de andere kant op. Blaffend zit de hond de schapen achterna en gelukkig haalt hij het niet in zijn hoofd om de afrastering over te springen! Ik weet niet wat er dan gebeurd zou zijn. De schapen kunnen niet verder en drommen samen bij een hek. Hond en baasje lopen verder, de schapen komen weer onze kant uit. Alsof er niets is gebeurd…

We volgen de dijk tot Lutjestrand waar gesurfd en gezwommen kan worden en waar een camping en horeca te vinden zijn. We leven in tijden van corona, dus een terrasje doen zit er niet in en er wordt hier ook niets ‘to-go’ geboden. We lopen verder, omhoog! Dan gaan we de Westerlanderweg op die ons het dorpje in voert. Bij de ingang van de camping is een ijssalon. Je raadt het al: we vallen als een blok voor de verlokkingen… Ik neem een bolletje stroopwafelijs en een bolletje advocaatijs. Vrouwlief gaat voor meloen en mango. Het is niet warm, dus we hoeven niet bang te zijn voor smeltend ijs. Op ons gemakje lopen we naar het kerkje en vinden daar wat we zoeken: nee, niet God, maar een bankje uit de wind in de zon. GENIETEN.

De Westerlanderkerk was oorspronkelijk gewijd aan de heilige Nicolaas. Al in de 9de eeuw moet hier een kerk hebben gestaan. De toren dateert uit het begin van de 16de eeuw en stond oorspronkelijk los van de kerk. In 1828 werd het schip van de kerk vergroot en verbonden met de toren. Al met al een juweel van een kerkje, vind ik, en als we verder lopen en vanaf het dorp afdalen naar de weilanden, stop ik meermaals om even een terugblik te werpen…

We lopen nu over rustige asfaltweggetjes tot we in de bocht van het Damsterpad rechtdoor kunnen en een schelpenpaadje oplopen dat ons naar de drukke Poelweg (N240) voert. We volgen de Poelweg een stukje naar rechts en zijn blij als we linksaf de rustige Hoelmerkruisweg op kunnen lopen. Na een kleine kilometer gaan we rechtsaf, de Varkensgrasdwarsweg op en lopen tot op de wierdijk, sinds 1988 een provinciaal monument! In de middeleeuwen al werd deze dijk aangelegd: tussen een dubbele rij palen werd gedroogd en samengeperst zeegras gelegd. De rijen palen stonden ongeveer twee meter uit elkaar, de dijk was dus ongeveer twee meter breed en diende om de lager gelegen delen van de zuidkant van het eiland Wieringen te beschermen tegen het water. De wierdijk ligt er nog steeds, op een enkele plek is goed te zien hoe de dijk is geconstrueerd. Zeegras groeide vroeger in de Waddenzee, meldt Wikipedia, maar door een schimmelziekte is het er niet meer te vinden… Voor de restauratie van de dijk werd zeegras uit de Duitse Oostzee aangevoerd.

Aan de dijk staat een huis met een aardige tuin waarin een geel geschilderd tuinhuis staat: hier sliepen vriend Barney en ik toen we voor het eerst tijdens een fietstochtje gebruik maakten van Vrienden op de Fiets! Bij de voordeur van het huis zie ik het logo van de stichting, ik denk dat je hier nog steeds kunt overnachten…

Helaas!!! De wierdijk (die hier de Hoelmerdijk heet) is hermetisch afgesloten met een hoog hek: er wordt aan gewerkt. Er zit niets anders op dan terug naar De Haukes te lopen langs dezelfde route. We steken de drukke Poelweg opnieuw over. Een smal schelpenpaadje onderaan de wierdijk voert ons terug naar De Haukes en de auto… Rozig voel ik me, na zo’n hele dag buiten… Vanmorgen het Zwanenwater, vanmiddag Wieringen… zon en wind… zalig!

Geplaatst in Cultuur, Natuur, Wandelen | Een reactie plaatsen

Een dag eropuit (de ochtend)

Normaal is maandag mijn vrije dag, maar dat loopt deze week anders: vrijdag is vrij!dag. We beleven een koude aprilmaand, bijna elke ochtend is het gras berijpt! Overdag blijft de temperatuur steken op een graad of 10 en met een pittig windje uit het noorden voelt dat erg fris aan. Dus trek ik trui, sjaal en winterjas maar weer aan…

De rit gaat naar Callantsoog. We vinden nog net een plekje op het kleine parkeerterrein van Natuurmonumenten en lopen het natuurgebied Het Zwanenwater in.

Het Zwanenwater is een prachtig natuurgebied maar wat ik er niet zo leuk aan vind, is dat je er de uitgestippelde routes moet volgen. Ik begrijp het wel, hoor: rustgebieden zijn in het drukke Nederland een kostbaar goed en er leven in dit duingebied veel vogels die rust echt op prijs stellen (want bij gebrek daaraan verkiezen ze te vertrekken en elders hun heil te zoeken). Gehoorzame burgers als wij zijn, volgen we dus netjes de aangeduide wandelroute ‘bruin’ van 4,5 km.

Het Zwanenwater bestaat uit vochtige duinvalleien, duinen met duingraslanden, duinheide en duinmeren (de grootste van Europa). Het gebied heeft een volledig natuurlijke grondwaterhuishouding en dat is z茅茅r bijzonder in ons overgereguleerde kikkerlandje. Er leven, broeden, passeren en/of foerageren een honderdtal vogelsoorten in het Zwanenwater, er groeien zo’n 450 verschillende soorten planten, waaronder enkele orchidee毛n, en je vind er 900 soorten paddenstoelen. Sinds 1973 heeft Natuurmonumenten dit natuurgebied in beheer. In 1988 kreeg het Zwanenwater als belangrijk trekvogelgebied de internationale status van wetland en in 2008 is het door de Provincie Noord-Holland aangewezen als aardkundig erfgoed.

De geschiedenis van het Zwanenwater begint pas in de 16de eeuw. Tot die tijd was het dorp Petten het laatste stukje vasteland en klotste de zee vrolijk over de bodem die we vandaag belopen. Noordelijk van Petten lagen de waddeneilanden ’t Ooghe (Callantsoog) en Huisduinen (net onder Den Helder), waarna de huidige waddeneilanden volgden. Omstreeks 1500 zijn de zeegaten tussen Petten, ’t Ooghe en Huisduinen nagenoeg gesloten. Tussen ’t Ooghe en Schagen bevond zich een groot stuk wad: de Zijpe. Doordat de zee via de Zijpe de Westfriese zeedijk (huidige Omringdijk) bedreigde (en heel Holland kon overstromen), zijn er al in de 14de eeuw pogingen gedaan om dit zeegat te bedijken. Pas na vele pogingen werd in 1570 de polder de Zijpe drooggelegd. Hiertoe werd o.a. een dijk aangelegd van Petten naar Callantsoog op de reeds aanwezige strandvlakte. Voor deze dijk bleef een breed strand met een duincomplex (Ketelduinen) liggen, het begin van het Zwanenwater. Na 1570 is het Ketelduin verstoven. Het zand kwam in de westelijke kavels van de (toen overgelopen) polder terecht en tegen de Zijperzeedijk zelf. Deze dijk vormt nog steeds de oostelijke grens van het Zwanenwater. Het eiland ’t Ooghe ondervond in deze tijd veel last van kustafslag. Uiteindelijk is slechts het oostelijk randje van het eiland overgebleven. Enkele valleien in het noorden van het Zwanenwater zijn hiervan de restanten.

Vanaf het eind van de 19de eeuw was het Zwanenwater definitief een jachtgebied, grotendeels afgesloten voor het publiek. In het begin van de 20ste eeuw werd een aantal percelen verpacht als hooiland en om riet te winnen. Tot 1973 werden regelmatig oeverlanden en valleien gemaaid ten behoeve van de jacht! Het maaien is na de aankoop door Natuurmonumenten voortgezet als beheersmaatregel. (Bron: Nederlands tijdschrift voor veldbiologie, jaargang 84, nummer 1, februari 1982).

Op topotijdreis.nl kun je kaarten van Nederland bekijken van 1815 tot heden. Ik heb een paar uitsneden gemaakt en die naast elkaar gezet, zo krijg je een beeld van de ontwikkelingen in het Zwanenwater (en de omgeving: Callantsoog groeit en er worden vakantiehuisjesparken aangelegd).

Het leuke van het schrijven van een weblog vind ik, behalve het delen van verhalen en foto’s, dat het me soms aanzet tot het opzoeken van achtergrondinformatie over gebieden die we bezoeken. Ik hoop dat de lezer van mijn weblog dit kan waarderen.

Ik eindig met een paar foto’s die een beeld geven van de wandeling die we maakten. Uiteraard hoop je op een paar bijzondere ontmoetingen met vogels, maar die hebben we niet echt gehad. Vooral de grote aantallen ganzen en aalscholvers vallen op. Wel zien we een paar keer de blauwborst, maar die krijg ik helaas niet goed voor de lens…

Kievit
Fitis

Voor mij wordt de wandeling pas echt mooi als we het ‘saaie’ duin achter ons laten en het pad door vochtige elzen-/wilgenbosjes slingert en langs de vele plassen loopt waar de doorkijkjes ons telkenmale bekoren…

Vanaf het uitkijkduin, de blik naar het noorden.
Een deels drijvend vlonderpad naar een drijvende vogelkijkhut (Eerste Water).
De brede sloot die het Eerste Water verbindt met het Tweede Water.

Het geel van de gaspeldoorn is in onze contreien best een bijzondere verschijning. In Groot-Brittanni毛 kleurt de gorse het landschap op veel plekken in het vroege voorjaar geel… In Northumberland is er zelfs een brouwerij, de First & Last, die de bloemen van de gaspeldoorn toevoegt aan een van haar smakelijke bieren.

Het geel van de gaspeldoorn, toch wel een bijzondere verschijning in onze contreien.

Tijdens onze wandeling merken we dat het drukker wordt. We spreken een paar Friezen die vanuit de omgeving van Leeuwarden een dagje afzakken naar Noord-Holland om een rondje te lopen in het Zwanenwater… Zij raden ons aan om op onze beurt een dagje naar het noorden te reizen en in een bootje het Nationaal Park De Alde Feanen (De Oude Venen) in de buurt van Earnew芒ld (Eernewoude) te bezoeken. Dat zetten we op ons lijstje!

Wij bereiken de parkeerplaats en besluiten de Kop van Noord-Holland door te steken en een vanmiddag een rondje te lopen op het voormalige eiland Wieringen. Dat verhaal krijg je in een volgende blog.

Geplaatst in Duinen, Natuur | 1 reactie

Nederland, waterland… Waterloopbos!

Zelfs voor deze import Noord-Hollander c.q. Nederlander van Belgische nationaliteit is het z贸 normaal: al dat water in Nederland… En dat ‘die Hollanders’ overal in de wereld bekend staan om hun kennis van water, vinden we allemaal en eveneens vanzelfsprekend. Kijk, een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Ik las onlangs nog op een informatiebord dat de provincie Flevoland gemiddeld 5 meter onder NAP ligt. NAP staat voor Nieuw Amsterdams Peil en voor de zeespiegel. 5 meter onder NAP betekent dus 5 meter 贸nder de zeespiegel. Nou, dat vind ik nogal wat. Dan moet je wel wat over water weten – en over hoe je ertegen kunt beschermen!

Het huis waarin ik woon staat ook al onder de zeespiegel, ongeveer 1 meter, dacht ik. Daar sta ik eigenlijk nooit bij stil, maar hoe bijzonder is dat!? Mocht de Hondsbossche Zeewering het ooit begeven, dan staat onze piano in het water en moet ik duiken om bij een fles wijn of een flesje trappist te komen… Best gek eigenlijk, als je er zo over nadenkt. En onwenselijk natuurlijk. Ik mag dan ook hopen dat het ons nooit overkomt.

Wat maakt dat ik opeens zo nadenk over water…? Wel, dat komt door ons bezoek – afgelopen weekend – aan het Waterloopbos. Wat een fascinerende plek is dat! Dank aan onze gastvrouw L. dat zij ons daar mee naar toe nam…

Door deze wandeling ben ik me weer wat gaan verdiepen in de geschiedenis van de uit de Zuiderzee gewonnen polders, denk aan de Wieringermeer, de Noordoostpolder en natuurlijk de Flevopolder. Ene ingenieur Lely stond aan de wieg van dit immense project: het temmen van een woeste, soms vernietigende binnenzee – door haar af te dammen en deels in polderland om te zetten. Wat een project!

Terug naar het Waterloopbos. Om te weten wat daar gebeurde, moeten we de ogen richten op Delft, waar het Waterloopkundig Laboratorium (WL) tussen 1927 en 2008 werkte als een Nederlands onafhankelijk wetenschappelijk instituut op het gebied van hydraulica en waterbouwkunde. In de latere periode stond het instituut bekend als WL | Delft Hydraulics. In 2008 is het overgegaan in het instituut Deltares. Het Waterloopkundig Laboratorium was een zgn. Groot Technologisch Instituut (GTI) en had de taak om waterloopkundige en waterbouwkundige kennis te verwerven, te genereren en uit te dragen. Het deed onder meer onderzoek naar de oorzaken van veranderingen in de loop van rivieren, zeearmen en kusten de eventuele be茂nvloeding daarvan door waterbouwkundige activiteiten. Het instituut had een belangrijke adviserende rol bij de totstandkoming van de Deltawerken.

Van 1951 tot 1996 was er in de Noordoostpolder een tweede vestiging van het WL onder de naam Waterloopkundig Laboratorium “De Voorst” (WLV). Het gebied lag bij de Zwolse Vaart en het Kadoelermeer, tussen Marknesse, Kraggenburg en Vollenhove. Er was hier ruimte om grote schaalmodellen van zeearmen en havens aan te leggen om daarmee de invloed van waterbouwkundige werken op de krachten van het water te kunnen voorspellen. Er kon hierbij gebruik worden gemaakt van de grote verschillen in het peil van de oppervlaktewateren in de omgeving.

Vanaf de jaren 1980 begonnen computermodellen gangbaar te worden om mogelijke waterstromen in kaart te brengen en dit verminderde de noodzaak van zeer grootschalige fysieke watermodellen. In verband hiermee besloot het WL in 1995 de activiteiten in Delft te concentreren en de vestiging in de Noordoostpolder te sluiten. Het terrein werd uiteindelijk in 2002 gekocht door Natuurmonumenten. Het kreeg de naam Waterloopbos. De watermodellen zijn nog steeds te bekijken; in het bos loopt een wandelpad langs de verschillende waterlopen.(bron: Wikipedia)

Het Waterloopbos is in 2013 opgenomen in het Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959-1965 en sinds 20 mei 2016 een Rijksmonument. Zoals gezegd, ik vind het een fascinerende plek waar ik zeker nog een keer naar terug wil gaan, maar dan met wat meer kennis van zaken. Op de website waterloopbos.net vind je een schat aan informatie. Abe Hoekstra (oud-medewerker van het WL van 1966-1996), vertelt er in woord en beeld een deel van de geschiedenis van het Waterloopkundig Laboratorium “De Voorst”. Daarbij is hij geholpen door een aantal oud-medewerkers van het Waterloopkundig Laboratorium, kortom, er is daar met kennis van zaken een hoop informatie verzameld!

Hieronder enkele van de foto’s die ik tijdens onze wandeling heb genomen…

De voormalige Deltagoot, nu het indrukwekkende kunstwerk Deltawerk//, ontworpen door kunstenaars RAAAF en Atelier de Lyon. Monument in beton – het is de bedoeling dat de natuur dit helemaal gaat inpalmen!
Proefopstelling om te onderzoeken wat de bijdrage van rietbedden kan zijn bij dijkbescherming
De golfmachine – gerestaureerd en doet het weer!
Leuke wandelpaden voeren je door het hele bos
Overal waterbekkens, sloten, kanalen, dammetjes…
Mooi aangelegd!
Je ziet soms letterlijk dat de natuur het aan het overnemen is!
De boel staat er soms letterlijk in het water weg te roesten
Oude machines, heel fotogeniek vind ik…
Overal staan informatiepanelen, met aan de ene kant foto’s en uitleg over de installatie die je voor je ziet, en aan de andere kant wetenswaardigheden over de natuur.
Een bezoek aan het Waterloopbos moet je afsluiten met iets te drinken – en een stuk deltakoek.
Geplaatst in Cultuur, Geschiedenis, Wandelen | 1 reactie

Het systeemplafond

Nederland onder het systeemplafond, geschreven door Marcel van Roosmalen en van foto’s voorzien door Jan Dirk van der Burg. Wat zal ik nou eens zeggen over dit boek.

Vooreerst: de titel en het beeld dat hij oproept, vind ik geweldig. De uitwerking van dit briljante idee is even goed verrassend als voorspelbaar.

Verrassend, ja zelfs verbijsterend: niet te geloven waar mensen zich onder systeemplafonds mee bezig houden en waar het dan over gaat… Voorspelbaar en goedkoop: je had het kunnen weten, wat je leest is ook wat je verwacht. Ergens.

Ik heb het boek niet uitgelezen omdat ik het heb geleend van de bibliotheek. Maar als ik mijn eigen exemplaar zou gehad hebben, dan zou dit boek wel rondslingeren in huis en dan zou ik het af en toe vastpakken om weer eens meesmuilend een verhaaltje of twee, drie te lezen… En jazeker, Van Roosmalen heeft een scherpe pen, dus het is soms echt wel genieten! De foto’s vind ik trouwens niet allemaal even geweldig, maar ook daar geldt: hoe is het mogelijk dat mensen zich soms z贸 laten portretteren!?

Niet echt mijn boek, ik mis uiteindelijk de diepgang. 猸愨瓙

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Veni, vidi, victus

De doorwinterde latinist herkent in de titel een variant op de bekende uitspraak van Julius Caesar, uit het jaar 47 voor Christus: veni, vidi, vici = ik kwam, ik keek en ik overwon. Het verschil zit ‘m in het derde woord – een belangwekkend verschil, want victus betekent overwonnen. En ja, deze blog gaat over een nederlaag… Albert S谩nchez Pi帽ol schreef een meeslepend boek over de val van Barcelona. Nee, nee, n铆et van FC Barcelona! Ik bedoel de stad Barcelona. Een beetje geschiedenis… 贸贸k om de enorme realiteit te begrijpen tussen FC Barcelona en Real Madrid.

In de nasleep van de Spaanse Successieoorlog (1701鈥1713) belegerde een Spaans-Franse troepenmacht de opstandige Catalaanse hoofdstad Barcelona. Als ik Spaanse schrijf, bedoel ik in feite Castiliaanse. Filips V was al op de Spaanse troon gehesen, maar Cataloni毛 erkende zijn koningschap niet. Catalanen en Castilianen mogen elkaar heden ten dage niet (cfr. de huidige afscheidingsbeweging), en mochten elkaar toen ook al niet… Dit is zachtjes uitgedrukt! Met een overweldigende troepenmacht begonnen de Spaans-Franse troepen in juli 1713 de belegering van Barcelona. De verdedigingswerken rond de stad waren in niet al te beste staat en men dacht gauw komaf te maken met de weerstand van de Barcelonezen. Dat was echter een misvatting… Barcelona hield dapper stand, maar uiteindelijk moesten ze zwichten voor de overmacht van de vijandelijke troepen.

Victus (De val van Barcelona) is een bijna 600 bladzijden tellende roman over deze historische gebeurtenis. Denk nou vooral niet dat het een saaie roman is. Pi帽ol heeft een ruwe, vlotte pen en brengt zowel het tijdsbeeld als de personages kleurrijk tot leven. In feite kan ik het boek niet beter samenvatten dan met de teksten die achterop het kaft staan:

  • Victus is een avonturenroman vol historische meedogenloosheid.
  • Victus is oneerbiedig, ongewoon en zeer respectvol.
  • Victus is een liefdesverhaal en de beschrijving van het eerste grote pan-Europese conflict.
  • Victus is 茅茅n groot reisverhaal en gaat over een belegering die maar liefst dertien maanden duurde.
  • Victus is het verhaal over laffe adel en moedige kleine luiden en studenten.
  • Victus is het verhaal van een David tegen en Goliath.

En daarmee verklap ik niets behalve dan dat Barcelona inderdaad viel op 11 september 1714. De datum van die enorme Catalaanse nederlaag is tegenwoordig de Diada Nacional de Catalunya ofte de Catalaanse nationale Feestdag. Bijzonder…

Wat ik nog wel kwijt wil is dat ik het ook een ongelooflijk interessant boek vind omdat het inzicht geeft (als het ware van binnenuit) over de oorlogsvoering in die tijd en de opvattingen daarover die toen leefden. Het is fijn dat de auteur achterin het boek een namenlijst van de (historische) hoofdpersonen en bijfiguren heeft geplaatst, alsmede een chronologie van de Spaanse Successieoorlog. In feite moet je eerst die informatie tot je nemen voor je aan het boek begint.

Victus leest als een trein! Ik geef dit boek – weliswaar na enige aarzeling – toch vier sterren 猸愨瓙猸愨瓙.

Geplaatst in Geschiedenis, Lezen | Een reactie plaatsen

Kruisweg

Als ik het woord Kruisweg hoor, dan denk ik aan een kerk, meer bepaald aan de afbeeldingen (schilderijen, beelden, bas-reli毛fs) van de lijdensweg die Jezus Christus aflegde van zijn veroordeling tot zijn kruisiging, tot aan zijn graf. Onze afspraak vanmorgen heeft echter niets te maken met een Kruisweg in deze betekenis… Bedoeld wordt, volgens Google Maps, een parkeerplaats bij de ingang van het PWN duingebied, ergens tussen Castricum en Heemskerk. Ik vraag me onmiddellijk af of de informatie op Google Maps wel correct is – moet het niet Kruisbergweg zijn? Persoonlijk denk ik van wel, want de parkeerplaats ligt aan de Kruisbergweg. O贸k volgens Google Maps. Om de verwarring compleet te maken, heeft PWN de duiningang aldaar Duiningang Kraaiennest genoemd. En komt u met de bus, vraag de chauffeur dan om te stoppen bij bushalte Kruisberg. Tot zover de geografische informatie m.b.t. de plek van afspraak, waar G ons al staat op te wachten.

Het doel van de wandeling is twee毛rlei: enerzijds een frisse neus halen, anderzijds gewoon lekker bijkletsen. We lopen met z’n drie毛n, ik kan dus af en toe met een gerust hart even achterblijven om een foto te maken! Vrijwel meteen komen we langs een prachtige sleedoornstruik, die volop in bloei staat… Lentesneeuw wordt dit ook wel genoemd. Ik moet dit onthouden: kan ik hier in ’t najaar sleedoornbessen komen plukken om op jenever op te leggen? Sloe gin hoort in Engeland bij de winter (en bij kerst): de bessen van de sleedoorn (sloe in het Engels) worden op gin gezet en ruim een jaar in de kelder bewaard. Er wordt altijd een beetje suiker toegevoegd – en ik kwam ook recepten tegen waar de sloe gin met bijvoorbeeld kruiden werd verrijkt. Al meer dan 30 jaar maak ik sloe gin… In mijn ‘kelder’ staan twee flessen sleedoornjenever te wachten op kerst 2021!

Het is heerlijk weer, de zon is volop van de partij maar het moet gezegd worden dat de wind nogal dunnetjes is. Die trui en jas komen dus ook vandaag goed van pas! Wat opvalt zijn de vele voorjaarsbloemen die langs de kant van het fietspad bloeien: sneeuwklokjes, sterhyacinten (scylla), hondsdraf, speenkruid, narcissen.

Het is ongelooflijk druk op het fietspad: fietsers en mountainbikers natuurlijk, maar ook veel wandelaars en een enkel groepje hardlopers. Trekpleister is vast Gasterij Kruisberg, waar je bij droog weer coffee-to-go e.d. kunt gebruiken. Wij komen er langs maar laten de koffie aan ons voorbijgaan… Voorbij de gasterij is er een bos waar de stammen allemaal verstikt lijken te worden door klimop. Best een griezelig gezicht…

Voorbij de Kruisberg (uitkijkduin met toren) verlaten we het fietspad en lopen we met een boog terug naar de parkeerplaats over rustige duinpaden. Het is genieten, uit de wind in het zonnetje is de lente goed voelbaar… Het eerste pad dat we nemen, heet de Kaagweg… Waar slaat de naam Kaag op? Vast niet op de lijsttrekker van D66. Nee, een kaag is een buitendijks gelegen stukje land, vind ik op internet, maar het kan ook een ingedijkt stukje land zijn; dan is het een oud woord voor polder. Daarnaast is er een historisch scheepstype dat kaag wordt genoemd. Aha!

Er is hier opvallend veel loofbos, veelal eik. Dat is oorspronkelijk aangeplant als eikenhakhout. De bomen werden met tussenpozen van 20 tot 30 jaar omgehakt vanwege de bast, die veel looizuur bevat en aan leerlooierijen werd verkocht. Het overblijvende hout werd o.a. gebruikt door bakkers, als brandstof voor hun ovens. Na de komst van synthetisch looizuur viel de handel in bast weg. Er werd niet meer gekapt en het hakhout groeide uit tot veelstammige stoven. Weer later zijn deze stoven 鈥榦p 茅茅n gezet鈥: van een stoof werd 茅茅n stam gespaard en de rest werd verwijderd. Zo ontstond een zogenaamd spaartelgenbos. De bossen bij Castricum en Heemskerk zijn zo’n 150 jaar oud en vormen een schoolvoorbeeld van duineikenbos.

Rond het middaguur zijn we weer bij de auto’s. Wij rijden terug naar Alkmaar, echter niet zonder een shop-stop in de Burgemeester Mooijstraat in Castricum voor een bezoek aan De Rozet (overheerlijke gebakjes) en de biologische slager… “Wilt u een stukje worst, meneer?” “Graag mevrouw!”

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Een eiland-ommetje

Vandaag maak ik een wandeling met Gj. We gaan een rondje lopen om een heus eiland: De Woude. Dit deel van Noord-Holland ligt bijna overal lager dan het zeeniveau, op sommige plekken ligt het land zelfs 4 meter onder de zeespiegel! De hoogten op De Woude zelf vari毛ren van -0,3 tot -1,2 meter. De wandeling gaat grotendeels over een grasdijkje dat bijna nergens hoger is dan een halve meter… en tegen dat dijkje klotst het water van het Alkmaardermeer.

Het schijnt dat in Alkmaar de zon zowat de hele middag heeft geschenen. Op De Woude merken we daar niet zo veel van, pluizige wolken worden gejaagd door de wind en slechts af en toe zien we door die wolkenflarden heen de ronde schijf van een melkachtige zon. Er staat een stevige bries. Omdat we de hele tijd langs het water lopen, is het ook behoorlijk fris: ik ben blij dat ik mijn winddichte jas heb aangetrokken en daaronder een warme trui draag.

We parkeren de auto op de Pontweg, vlakbij het pontje. Voor het luttele bedrag van 鈧 1,05 p.p. mag je heen en terug. Let op: contactloos te pinnen want we leven in tijden van corona… Het pontje kent geen dienstregeling: je komt aan en je wordt meteen overgezet.

Aan de overkant gaan we linksaf en zetten er meteen stevig de pas in. Een lange rechte weg strekt zich voor ons uit. Als we aan de overkant van het Kogerpolderkanaal het Fort Markenbinnen zien liggen, buigen dijk en asfalt naar rechts. Dat fort is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en vele Noord-Hollanders hebben er een BHV-opleiding gekregen, waaronder ikzelf… Het buurtschap waar we nu door lopen, heet Stierop. Het water naast ons heet het Enge Stierop en verderop heet het, als het breder is geworden, het Wijde Stierop. Ik zou zeggen: zet er een stier op! Wie weet is die hoek van De Woude wel zo aan zijn naam gekomen?

De eigenaars van het laatste huis van Stierop manen de wandelaar om niet te talmen op hun kavel – hup, doorstappen a.u.b. Wij geven uiteraard gehoor aan die wens en voorbij het laatste hek lopen we naast het Wijde Stierop de grasdijk op. Aan onze linkerhand ligt het Alkmaardermeer (er passeert zowaar een binnenschip), rechts strekt zich de Westwouderpolder uit, die onder het beheer valt van Staatsbosbeheer. De polder is doorsneden door smallere en bredere sloten…

Behalve het geluid van de wind en het klotsende water, hoor je hier alleen maar vogels… Bonte pieten, grutto’s, ganzen en eenden. Al die vogels vinden hier een rustige plek om te foerageren of te broeden…

De hele wandeling is een kleine 7 kilometer lang – prima te doen dus op een middag! Wij doen er ongeveer twee uur over om het hele eiland rond te lopen. Bij een kleine scheepswerf komen we weer het dorp De Woude in. Twee kinderen springen van een landtong een plank op die half in het water ligt, en bereiken vervolgens met twee stappen het vasteland. “Jullie komen volgens mij uit een spannend paadje,” zeg ik. Een brede glimlach bevestigt wat ik zeg; giechelend lopen de meisjes verder. De wandeling gaat nu over een klinkerpaadje langs een rij caravans (de meeste zien eruit zoals een caravan er na een lange winter uit moet zien…) en dan zijn we bijna weer bij het pontje. Maar eerst lopen we het schilderachtige dorpje nog even in…

Tja, de horeca is gesloten en we ontwaren ook geen tekenen van coffee-to-go of iets dergelijks. Misschien is dat in het weekend wel anders? Wie zal het zeggen! Het pontje brengt ons weer naar de overkant. Een lang gekoesterde wens is vanmiddag in vervulling gegaan: het ommetje De Woude staat al heel lang op mijn verlanglijstje. Ik kom hier zeker nog eens terug, met vrouwlief, liefst als het zonnetje schijnt en als er grote bloemkoolwolken door het uitspansel zeilen. Prachtige luchten boven De Woude en het Alkmaardermeer: hoe Hollands wil je het hebben?

Geplaatst in Wandelen | Een reactie plaatsen