Bergen aan Zee

Het lelijke dorp Bergen aan Zee is nou niet een plek waar wij de laatste jaren geregeld te vinden waren. Integendeel, we kunnen ons niet herinneren wanneer het de laatste keer was – dat moet vele, vele jaren geleden zijn! Vanmiddag verandert dat, omdat ik zin heb om eens naar de Kerf te gaan. Bijna vierentwintig jaar geleden vond in de Schoorlse duinen een voor Nederlandse begrippen revolutionaire ingreep in ’s lands bescherming tegen het water plaats: de duinreep werd opengebroken om het zeewater binnen te laten. In de Kerf moest ruimte komen voor nieuwe zilte natuur.

Leuke bijkomstigheid vandaag is de stormachtige wind. Bovendien is de zon behoorlijk veel van de partij. We parkeren aan de Verspyckweg, op het kleine parkeerterrein waar het fietspad het duin in gaat. Vandaar lopen we naar zee. Eerst komen we langs een nieuwbouwprojectje: drie blokjes van vier woningen. Monsterlijke blokkendozen. Maar, zo lees ik op internet, die zijn zgn. NOM-woningen. NOM staat voor nul-op-de-meter, met andere woorden deze huizen zijn helemaal energieneutraal. Sympathiek daarbij is dat het om sociale woningbouw gaat – hey! een plek in Bergen aan Zee waar mensen met een kleine beurs kunnen wonen.

Even verderop passeren we het Zeehuis, een van de 13 natuurvriendenhuizen die Nederland rijk is. Ook hier zijn mensen met een kleinere beurs van harte welkom. Ik denk dat het de zomer van 1963 of 1964 moet geweest zijn, dat het gezin Jacobs met de 2CV naar het Zeehuis in Bergen aan Zee afreisde, drie kinderen op de achterbank, nummer vier op de voorbank gezeten tussen pa (aan het stuur) en ma in. Autogordels? Dat kenden we in die tijd niet! Op het dak van het limoengroene tweepeekaatje was een bagagerek gemonteerd met daarop o.a. het roze kinderbadje en een voiture (kinderwagen voor de Nederlandse lezers).

Het Zeehuis wordt gerund door vrijwilligers en als je er wilt slapen, ben je het liefst lid van het Nivon. “Nivon Natuurvrienden is een open vereniging waarin mensen met en voor elkaar werken aan een samenleving die eerlijk is en groen. Nivon faciliteert op allerlei manieren duurzame vrijetijdsbesteding en baseert zich op sociaal-democratische beginselen. Nivon heeft afdelingen, landelijke werkgroepen, natuurvriendenhuizen en kampeerterreinen, telt 20.000 leden en is lid van NFI (Nature Friends International).” Een goeie club dus!

We nemen de strandopgang Noord en worden ter plekke gezandstraald! Dat wordt pas beter als we langs het water gaan lopen: het is net vloed geweest en er ligt een smalle strook nat zand waarop het lekker lopen is – met de stormwind in de rug! Het licht is ongemeen fel, de wind klopt het water op tot schuim, het helmgras wordt gegeseld en de duinenrij geërodeerd, de zee buldert. Hier en daar lopen andere mensen de elementen te trotseren, maar al bij al is het rustig aan de rand van Nederland, aan ons onvolprezen strand.

Het is verder lopen dan we ons herinneren om de Kerf te bereiken… Tot onze verbazing bestaat de Kerf feitelijk niet meer. De natuur heeft de duinenrij gedicht en je moet over drie, vier meter hoog opgestoven zand klimmen vooraleer je de duinpan in beeld krijgt waar ooit, in 1997 om nauwkeurig te zijn, met extreem hoog water het zeewater kon binnendringen… Wat rest is een mooi meer. Ik vraag me af of hier in drogere tijden überhaupt nog wel water staat…

We lopen langs de zuidkant van het meertje, over een smal paadje. Uiteindelijk bereiken we de bosrand. Een breder pad voert ons door saai dennenbos naar het fietspad, dat we oversteken om vervolgens parallel te gaan lopen met datzelfde fietspad. Een weinig verder lopen we een gevarieerder bos in en steken een heideveld over.

Ik moet om 15 uur alweer thuis zijn voor een online meeting, dus lopen we de laatste anderhalve kilometer noodgedwongen over het fietspad terug naar Bergen aan Zee. We komen nog langs een enorme zandverstuiving. Hier is een aantal jaar geleden bos weggehakt om het zand en de wind vrij spel te geven… Vanuit het bos komend ben je even in de waan dat je tegen een besneeuwde heuvel aanloopt: het zonlicht wordt bikkelhard teruggekaatst door het glinsterende zand!

Het gaat geen jaren duren voor we weer naar Bergen aan Zee komen, dit rondje is ons goed bevallen en smaakt naar meer. Er valt hier (opnieuw) veel te ontdekken! Thuis gekomen poets ik het zout van mijn bril en schep ik het zand uit mijn oren. Gauw koffie gezet, de laptop aan. Op tijd voor de vergadering!

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Blauwe Maandag

Het is vandaag Blue Monday en ik dacht: laat ik ook eens een (ietwat persoonlijke – u bent gewaarschuwd!) duit in het zakje doen. Ik werd getriggerd door een artikel dat Daan Roovers, Denker des Vaderland, aan het woord laat, op de website van Brainwash (omroep HUMAN) .

Niet veel mensen lijken te weten waar Blue Monday vandaan komt. Ikzelf wist het ook niet: opeens was het er… met dat soort vanzelfsprekendheid waardoor een mens zich een beetje dom voelt omdat hij of zij het niet weet… Maar HUMAN/Brainwash meent wel te weten waar Blue Monday vandaan komt:

“Vandaag is het Blue Monday, de meest deprimerende dag van het jaar. Althans, dat besloot pr-bureau Porter Novelli in 2005. Zij verzonnen deze dag om reisbureau Sky Travel te helpen om meer vakanties te verkopen en gaven het een wetenschappelijk sausje door psycholoog Cliff Arnall te laten beweren dat hij dit met een formule had uitgerekend.”

Op Wikipedia staat nog meer informatie, die aansluit bij het bovenstaande; klik hier als je geïnteresseerd bent.

Blue landscape

Daan Roovers vindt dat het fenomeen Blue Monday ten minste één voordeel heeft: Blue Monday is een effectieve manier gebleken om aandacht voor het onderwerp somberheid c.q. depressie te genereren. Roovers haalt een boek aan dat ik enkele jaren geleden gelezen heb – het staat zelfs in mijn boekenkast dus ik kan het gewoon weer vastpakken en doorbladeren. Ik leg het naast mijn bed – leesvoer voor straks, voor het slapen gaan… (Pffft, de stapel naast mijn bed groeit; als ik niet oppas word ik depressief van al die boeken die ik wil lezen maar waar ik niet aan toe kom!)

Roovers: “De Koreaans-Duitse filosoof Byung Chul Han schrijft in De vermoeide samenleving dat ieder tijdperk zijn eigen ziekten heeft, en dat de 21ste eeuw in het teken staat van psychische aandoeningen als depressie, ADHD, borderline en burn-outs. Hij laat zien dat het voor ons nauwelijks nog mogelijk is om naar factoren buiten onszelf te wijzen voor ons sombere gevoel, vanwege de prestatiedruk die we onszelf opleggen. We leven allemaal in de prestatiesamenleving, waarin we onszelf constant aanmoedigen om kansen te grijpen en om mogelijkheden zien. Maar als het even wat minder lekker loopt, slaat dit in z’n tegendeel om, zodat je ook je eigen falen creëert.”

Paul Verhaeghe, een Belgische hoogleraar psychodiagnostiek, verbonden aan de universiteit van Gent, heeft het eveneens over depressie in het kader van de prestatiemaatschappij waarin wij leven. Hier een stukje uit zijn essay Over normaliteit en andere afwijkingen (2019).

“Onze professionele status is daarbij ontzettend belangrijk, we ontlenen er onze identiteit aan. Vandaar dat we ons te pletter werken en er nog trots op zijn ook. Wanneer we het niet gemaakt hebben en ons tevreden moeten stellen met een rotbaan, voelen we ons mislukt en schuldig. (…) De verinnerlijking van de plicht tot arbeid is zo goed geslaagd dat sommige bedrijven na zes uur ’s avonds de toegang tot werkgerelateerde e-mailaccounts moeten afsluiten en programma’s opzetten om hun werknemers te beschermen tegen burn-out. Tegen te hard werken dus. De acute reden is het toenemende aantal mensen dat uitvalt op grond van werkstress, met als gevolg heel eigentijdse stoornissen: perfectionisme, faalangst, burn-out.
De ironie wil dat er aldus een nieuwe vorm van disciplinering ontstaat, de plicht tot zelfzorg, gericht tegen die andere disciplinering van hard werken, of toch minstens tegen de uitwassen ervan. Onder de oppervlakte herken ik in beide gevallen dezelfde boodschap: het is de plicht van het individu om de juiste keuzes te maken; als hij dat niet doet en daardoor ziek wordt, is het zijn eigen schuld.
Een dergelijke ‘juiste keuze’ is dubbel en dubbelzinnig: we moeten zo hard mogelijk werken én we moeten zo goed mogelijk voor onszelf zorgen. De dubbelzinnigheid blijkt uit de reactie op wie eraan onderdoor gaat. Hier en daar horen we goedbedoelende psychiaters verkondigen dat mensen veel te hard werken en veel te veel willen, dat gewoon goed goed genoeg is, dat mensen moeten leren tevreden te zijn met minder, dat de stortvloed aan stoornissen, klachten en pijntjes een gevolg is van hun onrealistische verwachtingen; wat deze hulpverleners niet beseffen, is dat ze daarmee opnieuw de oorzaak en dus de schuld bij de patiënt leggen. Ja, je hebt een burn-out, maar moest je nu écht zo hard werken? Ja, je lijdt aan een depressie, maar je voelt je vooral mislukt omdat je altijd en overal succes wilde hebben.”
(blz. 79-80)

Ik heb in mijn leven ook wel periodes gehad waarin ik me somber voelde. De diagnose depressie is nooit hardop gesteld maar ik heb er wel tegenaan gezeten, denk ik. Dat was zeker weten werkgerelateerd. En jazeker, toen was die somberheid ook echt mijn eigen schuld: ik moest maar eens leren anders tegen de feiten aan te kijken, anders met de realiteit om te gaan. Met de ‘dubbelzinnigheid’ waarover Verhaeghe het heeft, word ik nú geconfronteerd. Ik heb me de afgelopen jaren uit de naad gewerkt en niet goed voor mezelf gezorgd, met als gevolg dat ik overspannen ben. Ik krijg mijn energie niet meer in balans en dat kost me mijn baan: en natuurlijk is dat mijn eigen schuld… Als ik anders denk, ga ik teveel in de slachtofferrol hangen, nietwaar!

Nee dus. De waarheid ligt in het midden.

We leven in een knettergekke wereld! Daan Roovers: “Ook al is het een persoonlijk gevoel, dan wil het nog niet zeggen dat het een persoonlijk probleem is. We moeten ook kijken naar de omgeving, de werksituatie en de structuur waarin iemand functioneert. Zo hebben we depressie te veel toegesneden op het individuele perspectief. Ik heb een probleem, niet het bedrijf waar ik voor werk. Ik heb een probleem, niet mijn generatie. Die gedachtegang is een typisch voorbeeld van de neoliberale uitbesteding van problemen aan individuen terwijl de problemen systematisch van aard zijn.”

Twee zeer lezenswaardige boeken!
Geplaatst in Mijmeringen, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

De verzamelaar van verloren goed

Op 24 december 2020 krijg ik een appje van buurman Vincent. “Rik, ik weet niet of je dit boek kent maar ik denk dat jij deze ook heel mooi vindt.” Tien minuten later klop ik op het raam en overhandigt de buurman mij het boek. En hij heeft gelijk gehad: ik heb het verslonden!

Jeremy Page, de auteur, is schrijver en scenarist – en dat laatste merk je. Scene na scene lees je, zoals je in een film scene na scene kijkt. En samen vormen de scenes het verslavende verhaal.

1845. Een paar rijke gozers in een heren society in Londen sluiten een weddenschap af. Formeel is de reuzenalk op dat moment al een uitgestorven vogel, maar deze mannen sturen Eliot Saxby op pad om het tegendeel te bewijzen. Op de driemaster Amethyst voert kapitein Sykes het commando. Elk jaar zeilt de Amethyst naar het noorden, de poolcirkel binnen om handel te drijven op IJsland, Groenland en tal van kleine eilanden waar eskimo’s en/of Skandinaviërs wonen in barre omstandigheden… De Amethyst neemt ook altijd enkele betalende gasten mee. Dit jaar is Eliot Saxby een van de (drie) betalende passagiers en zijn opdracht is het om het bewijs te zoeken dat er nog wel degelijk reuzenalken bestaan. De twee andere gasten zijn de excentrieke Edward Bletchley en zijn nichtje Clara. De stuurman aan boord is Quinlan French, Simão is de kok. Dan is er de zwijgzame, dreigende aanwezigheid van de tweede stuurman Talbot. En de rest van de bemanning bestaat voornamelijk uit onbehouwen, stoere Ierse mannen.

Het verhaal begint op een winderige ochtend in de haven van Liverpool. Eliot Saxby zoekt en baant zich een weg tussen vaten, touwen, trossen, bolders, balen, kabels, kisten en havenarbeiders, op zoek naar de Amethyst. Eenmaal aan boord krijgt hij zijn hut toegewezen en maakt hij kennis met de bemanning en met Edward Bletchley. Het schip vertrekt… Pas aan het einde van de tweede of de derde dag (dat ben ik even kwijt) laat de derde passagier zich zien: Clara.

Alsof ze mijn aanwezigheid voelde, wendde ze zich naar mij toe. Op dat moment zag ik haar magere gezicht en gekwelde blik, de bleke huid en de smekende ogen, en ze kwam me zo ongelooflijk bekend voor, zo herkenbaar, dat het was of ik een spook zag. “O lieve Heer,” fluisterde ik, “haal me van dit schip af.” Ik kende haar.

De Amethyst zeilt noordwaarts, het noordelijkste puntje van de Britse eilanden, Rockall, wordt gepasseerd.

Midden in een nagenoeg volkomen vlakke zee met water zo glad en weerschijnend als gepolijst staal, lag het donkere, omineuze silhouet van één enkele rotsklip. Hij rees, zo scherp en kartelig als een hondentand, misschien wel dertig meter hoog de lucht in maar had van onderen slechts de omvang van een flink huis.

De reis gaat verder en het verhaal ontwikkelt zich beetje bij beetje. Door de verhaallijn van de reis vlecht zich het verhaal van Eliot en zijn liefde voor de vrouwelijke passagier. Daarnaast is het verhaal doordrenkt met voorvallen tijdens de reis: van de gruwelijke jacht op robben en walvissen tot de gebeurtenissen op het schip, de gesprekken tussen de mensen die aan boord zijn, het handel drijven met de eilandbewoners enz.

Uiteindelijk bereikt de Amethyst het kleine, rotsige eiland waar mogelijk nog reuzenalken leven. Of deze bijzondere vogels ook gevonden worden, dat verklap ik niet. In elk geval eindigt Eliot Saxby’s reis ermee dat hij door kapitein Sykes wordt achtergelaten in de haven van Castlebay op Barra, waar hij blijft wonen. En dat is dan weer leuk: Barra ligt vlakbij Harris en is een van de kleinere bewoonde eilanden van de Schotse eilandengroep the Outer Hebrides. Zonder corona zouden wij dat eiland vorige zomer bezocht hebben… Zodra we de kans hebben, gaan we weer terug naar de Hebriden en heb ik een extra reden om Barra te bezoeken!

Zoals gezegd, ik heb het boek verslonden. Het sfeertje is unheimisch, het verhaal is spannend, je leert een hoop over het leven binnen de poolcirkel, de personages zijn prachtig en stripverhaalachtig, en het gegeven van de uitgestorven reuzenalk is historisch. Ik kan iedereen De verzamelaar van verloren goed, geschreven door Jeremy Page, aanraden! ⭐⭐⭐⭐⭐

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Een beetje lente

Gistermiddag heeft het gesneeuwd. Ik stond in de keuken en was bezig met de voorbereidingen voor een feestelijk avondmaal. Tegen dat ik het fornuis los kon laten, was het te donker om nog naar buiten te gaan: de sneeuw heb ik dus van achter glas aanschouwd… met een glas in de hand, dat wel 😉. Ergens hoopte ik dat het vanmorgen nog een beetje wit zou zijn, al wist ik diep in mijn hart beter met de oplopende temperaturen, in de nacht al, die mijn weer-app voorspelde…

Vanmorgen staan we dus op in een natte, grijze wereld, met hier en daar nog een vlekje sneeuw dat echter al gauw smelt. We hebben behoefte aan een frisse neus en rijden naar de Franschman. We maken een wandeling aan de zuidkant van de weg naar Bergen aan Zee. Als we door het poortje het duingebied inlopen, botsen we tegen de boswachter op. We hebben het natuurlijk even over de sneeuw van gisteren, maar dan stelt vrouwlief de vraag die we al een tijd aan een boswachter willen stellen: lopen er nou herten rond in de Kennemerduinen? Ja, antwoordt de boswachter, tegenwoordig wel. Er zitten wat reeën in het gebied bij Castricum en Heemskerk, maar de kans dat je die te zien krijgt, is zeer klein want de beestjes zijn uiterst schuw. Niemand weet waar ze vandaan komen… De enige plek waar in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal reeën leven, is het Dijkgatbos – en om vandaar helemaal naar de duinen te komen, is voor reeën bijna ondoenlijk: teveel gevaren en hindernissen op de route… Ook lopen er een paar sikaherten in het duingebied; die zijn twee of drie jaar geleden ontsnapt uit een particulier hertenkamp. Deze dieren leven in het gebied tussen Bergen en Wimmenum en zijn eveneens heel schuw.

Terwijl we praten is er blauw aan de lucht verschenen; we beginnen aan onze wandeling. Het duurt niet lang of de zon komt er met enige tussenpozen lekker door.

We volgen de route die met gele driehoekjes is gemarkeerd tot het punt waar die met een scherpe bocht terugbuigt richting de binnenduinrand. We lopen een stukje parallel met de zee en nemen dan een zijpad waar geen gemarkeerde route loopt en waar we dus alleen wandelen… Het is een prachtig pad met een lange klim en vervolgens een relatief lange en vrij steile afdaling naar de Verbrande Pan.

Na een tijdje pikken we de gele driehoekjes weer op en maken we onze wandeling af. Onderweg zien we een paar keer Schotse Hooglanders en Exmoor pony’s.

De zon schijnt intussen uitbundig, althans in het gebied waar wij lopen, want ten noorden en noordoosten van ons zien we stevige buien langs zeilen! De rits van de jas gaat open en het voelt echt lenteachtig aan… Zalig!

Geplaatst in Wandelen | 1 reactie

Naar de stad

Vandaag heb ik een vrije dag. Omgewisseld, deze week heb ik op maandag gewerkt… Ik heb de wekker een uurtje later gezet maar natuurlijk word ik op de gewone tijd wakker! Ik draai me toch nog maar lekker een keertje om voor ik in mijn pantoffels schiet…

Om negen uur stap ik op de fiets, muts op het hoofd want er staat een ijzig briesje. Langs het kanaal fiets ik naar de stad. Onderweg haal ik een oud vrouwtje in. Ze heeft me op de een of andere manier opgemerkt als ik haar nader en ik zie haar wat verkrampen en naar het midden van het fietspad afbuigen. Ik vertraag. Er is voldoende ruimte om rustig in te halen, dus ik passeer haar op links. Op het moment dat ik naast haar fiets, begint ze woedend te roepen: “U brengt mij in gevaar! U speelt met mijn leven!” In eerste instantie – en misschien wel van ’t verschieten – vind ik het wel erg komisch en ik schiet in een lach. Achter mij hoor ik de vrouw nog steeds roepen en nu ook schelden. Later bedenk ik dat deze oude vrouw waarschijnlijk doodsbang is op de fiets. En ik vermoed ook een zekere mate van … ja, van wat?

Ik lever mijn fiets af bij de fietsenmaker: tweede onderhoudsbeurt sinds de aanschaf, nu anderhalf jaar geleden. Ruim 2500 kilometers getrapt. Niet eens zoveel, maar ja, ik heb deze fiets ook vooral gebruikt voor woon-werkverkeer. Dat verandert waarschijnlijk als ik straks werkeloos ben… Het vooruitzicht van meer tijd voor mezelf en af en toe een dagtochtje op de fiets voelt als balsem op de diepe wonde die is geslagen…

Ik loop door het oude centrum naar bakker Raat waar ik lekker Elzasser desembrood en vloerkadetjes koop: onszelf verwennen noemen we dat. Nu kan het nog. Ik geniet van de rust in de stad die in lockdown is en maak een paar foto’s.

Het beeld van Truus Weissmuller-Meijer, inwoonster van Alkmaar en verzetsvrouw die, samen met anderen, de levens van meer dan 10.000 Joodse kinderen heeft gered, staat nog niet zo lang op de Gewelfde Stenenbrug in hartje stad, om precies te zijn sinds 1 juli 2020. Het beeld is gemaakt door kunstenaressen Annet Terberg-Pompe en Lea Wijnhoven op initiatief van de onvolprezen Historische Vereniging Alkmaar (wordt allen lid!).

Met mijn rugzakje vol geurend brood loop ik de stad uit en volg het Noordhollandsch Kanaal noordwaarts naar waar wij wonen…

Langs de Helderseweg staan, net voorbij de laatste kantoorpanden, nog enkele oude boerderijen die uitkijken over het kanaal en de steenwoestijn Alkmaar Noord. Het woord ‘steenwoestijn’ is wat hardvochtig gekozen; de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat een groot deel van het nieuwe Alkmaar is aangelegd met voldoende ruimte en best veel groen, o.a. twee mooie parken, de Rekerhout en de Groene Voet.

Ik loop langs het gasmengstation van Taqa: hier wordt een geurstof aan het aardgas toegevoegd dat wordt gewonnen in de Bergermeer. Bedachtzaam staat de Sluispoldermolen naast het kanaal, vlakbij de oude Koedijker Vlotbrug. Ik ben bijna thuis…

Geplaatst in Persoonlijk | 1 reactie

Jaar-uit- en jaar-in-gewandeld

Op de laatste dag van 2020 reden we naar Noordlaren, waar we het oude jaar UIT zouden zwaaien en het nieuwe jaar IN gingen luiden.

Na een hartelijke ontvangst door de familie maakten we, voor we aan de overheerlijke home made oliebollen boordevol sukade begonnen, nog een rondje in het natuurgebied Appelbergen. Spreek appel uit zoals appel (militaire taal). Onze wandeling werd auditief begeleid door geknal vanaf afgelegen boerderijen waar carbid schietende jongelui zich mentaal voorbereidden op een jaarwisseling zonder vuurwerk.

Op 1 januari was ik alweer vroeg uit de veren en ik liet tegen negenen de hond Mika uit. Al na 50 meter moest de hond een kakske doen, wat ik buitengewoon ongemakkelijk vond want zij deed het tegen een boerenschure en ik had geen plastiek zakske meegenomen. Opeens zag ik dat des honds oren werden gespitst – amper 75 meter verderop kuierden op hun gemak twee reeën in de berm! We volgden de reeën op gepaste afstand. Gezegd dient te worden dat de hond noch ging blaffen of janken noch ging trekken en rukken aan haar lijn, maar keurig naast me bleef lopen. Op een gegeven moment hupten de reeën een tuin in en verdwenen in de velden achter een huis… Helaas heb ik geen beeld van dit gebeuren. Maar het avontuur is bij deze in tekstvorm vastgelegd voor toekomstige generaties Tsjiess-lezertjes…

Na een voedzaam ontbijt maakten we een wandeling naar, om en in het Noordlaarderbos. Ooit was dit een saai bos, aangeplant om het stuivende zand vast te houden, maar tegenwoordig is het er prettig kuieren… Het stroomdal van de Drentsche Aa ligt er tegenaan en samen vormt dit een afwisselend wandelgebied!

Vandaag waren we weer gewoon in Alkmaar. We maakten ’s ochtends een wandeling in de duinen, ons vaste rondje vanaf de Westert. Toen we uitstapten, vielen de laatste druppels van een flinke bui. En toen we naar huis reden, vielen de eerste druppels van een andere flinke bui. Maar wij smaakten het genoegen van een droge wandeling – met schitterende wolkenluchten om ons heen… Noord-Holland op zijn mooist!

Geplaatst in Wandelen | 2 reacties

Lief 2020

Lief 2020,

Was je wel zo lief? Ik weet het niet. En onmiddellijk dringt zich bij de vraag op: zíjn er wel lieve jaren? Een jaar is toch maar wat wij er van maken en van wat ons overkomt?

Ik weet het, lief 2020, in deze tijd overkomt ons niets, alles is het gevolg van onze keuzes en is dus in the end onze eigen verantwoordelijkheid. Bullshit, lief 2020! Jij kwam met corona en daar heb ik niet voor gekozen. Ik heb ook niet gekozen voor de manier waarop we daar als mensheid, en kleiner: als land mee omgaan. Pas toen dat was bepaald, was ik aan de beurt om te bepalen hoe ik met het virus omging… binnen de kaders dus die mij overkwamen.

Lief 2020, dat laatste is best ingewikkeld. Ik heb mijn oude moeder, die over enkele dagen 90 wordt, het afgelopen jaar veel te weinig gezien en al helemaal veel te weinig geknuffeld. Dat geldt ook voor de mensen die mij het dierbaarst zijn, mijn kinderen en kleinkinderen. (Want ja, lief 2020, 2019 bracht mij al pluskleinkinderen en jij schonk mij Jona.) Daarbij maken we allemaal onze eigen keuzes in het omgaan met het virus en de regels: hierin verschillen we en dat mag. We zoeken samen naar wat wél kan en zoeken daarbij soms de randjes op van wat mag – ook al is dat niet wat we allemaal diep in ons hart willen. Maar we zijn er tevreden mee. Het is wat het is.

Ik heb het al eerder laten weten, lief 2020: ik vind corona naast irritant ook een zegen… Het leven dat tot rust kwam; ik genoot van de ruimte op terrasjes en in kroegen (toen ze nog open mochten zijn). Niet staan in trein of bus, wat een zegen. Mensen die in de openlucht yoga gingen doen, of sporten beoefenen die je normaal binnen doet, we leefden opeens meer buiten. Daar staat tegenover dat je afstand van mekaar moet houden, mondkapjes moet dragen, dat mensen het financieel moeilijk hebben zeker als ze hun inkomen verliezen omdat ze door de overheid worden gesloten…

Lief 2020, ik wandelde veel in de regio waar ik woon. Waar kwam die drang opeens vandaan om veel vaker dan normaal naar buiten te gaan en die plekken op te zoeken die altijd al zo dichtbij waren maar die ik veel te weinig opzocht? Dat was niet alleen een drang: we mochten niet reizen en we moesten thuis werken. Voor mij persoonlijk kwam daarbij dat ik maar 50% kon/kan werken, wat mij extra leek te legitimeren om letterlijk élke dag de natuur op te zoeken. Ik heb de variatie en de ruimte leren waarderen die de Kop van Noord-Holland te bieden heeft…

Lief 2020, je liet me merken dat mijn geest en lijf de hectiek van mijn werk niet meer zo goed aankunnen… Ik zit nu in de afrondende fase van mijn huidige baan (nog een paar maanden te gaan) en ik stel me open voor wat je jongere broertje 2021 (of is 2021 een zusje?) me straks gaat brengen… Ik heb na een lang worstelproces (en wat hulp van mijn engel?) besloten om mijn gezondheid en levensplezier op de eerste plaats te zetten. De eeuwige nummer 1 ‘Werk!’ (om in Top 2000 termen te spreken) is van zijn troon gestoten… dat voelt goed maar is ook best spannend!

Lief 2020, ik plaats mezelf in de hoek die vindt dat we van deze pandemie lessen moeten leren. Doorgaan met er op los leven ten koste van onze aarde – dat moet stoppen. Dat zal pijn doen maar het gaat ons nieuwe, andere, mooie dingen brengen. Dat weet ik zeker… Helaas zie ik heel veel mensen terugverlangen naar het ‘oude normaal’ en zie ik ook dat overheden inzetten op hernieuwde groei… eeuwige groei. Dat kán toch niet!? Ik las onlangs het boek Houd afstand, raak me aan van Paul Verhaeghe. Het is in feite een essay n.a.v. de coronacrisis en hij ontleedt de zaak grondig; naar mijn gevoel schetst hij het enige mogelijke perspectief. Een aanrader!

Lief 2020, je bent een veelbesproken jaar en de mensen zullen zich je nog lang herinneren als ‘het corona-jaar’. Ik hoop dat we over een tijdje naar je kunnen terugblikken als een jaar dat ons naast veel ongemak vooral ook wijze lessen heeft geleerd… Voor ieder van ons persoonlijk – en voor ons als mensheid als geheel.

Met goede moed treed ik 2021 tegemoet. Hen die dit lezen, wens ik alle goeds toe!

Foto gemaakt op een zomeravond, tijdens een van onze vele wandelingen, ergens in de duinen bij Bergen aan Zee…
Geplaatst in Mijmeringen | 1 reactie

Noordelijke Kampina

Dinsdag 29 december. Ik heb nog een NS keuzedag en die neem ik op om een wandeling te gaan maken in een van onze zuidelijke provincies: Noord-Brabant. Na een vlotte treinreis sta ik keurig om 11.09 uur op het perron van station Boxtel. Aan de ene kant van de spoorlijn ligt het dorp, aan de andere kant een groot bedrijventerrein: de onvermijdelijke ‘schimmel’ die elk zichzelf respecterend dorp of stadje laat woekeren ten behoeve van de welvaart. Ik vraag me – voor de zoveelste keer – af waarom ze die afzichtelijke bedrijfsgebouwen niet afschermen van de rest van de wereld met een brede groensingel… Zo hoeven wij er niet tegenaan te kijken en kunnen de mensen die er werken tussen de middag een rondje lopen in het groen… Win-win zeg ik!

De sjaal strak om mijn hals, de jas dicht geritst, de pet op… daar ga ik. De eerste 750 meter gaat de route geklemd tussen de spoorlijn en het bedrijventerrein, maar daar wordt in de routebeschrijving van deze Groene Wissel (nr. 126) begrip voor gevraagd: “Dus maar even de kiezen op mekaar en lekker doorstappen!” En dat doe ik. Na tien minuten lopen steek ik het Smalwater over. Er zit nat in de lucht… Nog even een klein nieuwbouwwijkje door en dan wordt het mooi. De route loopt een even langs het Smalwater en steekt dan via een kort stukje asfalt door naar het prachtig kronkelende riviertje de Kleine Aa. Het nat in de lucht wordt heuse regen en ik haal de paraplu uit de rugzak…

Er is de afgelopen tijd door de weergoden heel wat hemelwater ter aarde geworpen en dat zie je aan het riviertje dat buiten haar oevers is getreden – en dat merk je aan het land en het pad, resp. zompig en modderig. Ik volg de Aa, klein van naam maar groot in schoonheid, gedurende ongeveer anderhalve kilometer. Jammer dat het zo regent en ik steeds opzie tegen de worsteling met de paraplu, anders had ik hier veel meer foto’s gemaakt…

Net voor de Kleine Aa onder de spoorlijn van Boxtel naar Tilburg duikt, gaat de Groene Wissel linksaf, een graspad op dat even verderop een asfaltweggetje kruist om vervolgens de bossen van de Kampina in te duiken… De paraplu kan ik uitschudden en opbergen, af en toe miezert het nog even maar uiteindelijk wordt het helemaal droog – en dat blijft het de rest van de wandeling (tot ik het station van Boxtel weer nader…). Het landschap verandert drastisch: boerenland wordt bos en even verderop heide. Het is vakantie én het is coronatijd, en dat maakt dat ik niet de enige ben die op stap is. Gelukkig is het, op een paar plekken na, nooit hinderlijk druk, maar er loopt toch wel zó veel volk rond dat, als je onbespied een plas tegen een boom wilt doen, het even duurt voor er zo’n moment is dat het kan…

Bij het Meeuwenven (foto hierboven) pauzeer ik kort. Ik eet een paar handvolletjes noten en als toetje enkele gedroogde abrikozen. Het is waterkoud, dus lang blijf ik niet hangen… Ik wandel nu de heide op, de route loopt over brede zandpaden tussen de Huisvennen door, een verzameling grotere en kleiner vennen in deze hoek van de Kampina. Het landschap is open, maar die openheid wordt prettig doorbroken door bomengroepen en kleine stukjes bos. Ik loop nu tussen de ochtend en de middag – en dat merk ik aan de drukte…

Het pad langs het Kogelvangersven is gedeeltelijk afgesloten: het landschap wordt er heringericht. Ik vraag me af wat hiermee wordt bedoeld, want wat valt er nou in zo’n heidelandschap her in te richten? Ik volg de omleiding en kom op een rolstoelpad terecht dat naar de Zandbergsvennen voert. Net voorbij de Van Tienhovenstenen loop ik een smal paadje in. De Van Tienhovenstenen zijn een klein monument ter ere van Piet van Tienhoven (1875-1953), die een halve eeuw aan het roer van Natuurmonumenten stond als penningmeester en voorzitter. Van Tienhoven bleef altijd in de schaduw van Jac. P. Thijsse staan. “Van Tienhoven was misschien nog wel belangrijker dan Thijsse. Hij heeft een ongekende hoeveelheid werk verzet. Niet alleen voor Natuurmonumenten, ook voor de internationale natuurbescherming en het behoud van cultuurhistorisch erfgoed.” Enfin, de goede man heeft hier zijn eigen monument gekregen op een plek met een prachtig uitzicht over de Zandbergsvennen.

Even verderop loop ik over een lang bospad naar de rand van de Kampina en via een klaphekje verlaat ik het gebied. Over rustige asfaltweggetjes en mooie zandwegen voert de Groene Wissel me naar het Smalwater. Een smal paadje loopt naast het riviertje en dat volg ik tot ik terug in Boxtel ben… Dan maar weer even de kiezen op mekaar en lekker doorstappen naar het station! Het begint opnieuw te miezeren…

Ik neem de trein van 15.22 uur naar ‘s-Hertogenbosch en kies voor een langere overstap zodat ik 1) tot Alkmaar niet meer hoef over te stappen en 2) bij banketbakker Jan de Groot (vlakbij station Den Bosch) nog een onvervalste Bossche bol kan inslaan die ik in de trein opsmikkel… Een kies die al eerder opspeelde, laat me weten deze zoete hap niet te kunnen waarderen en maakt me duidelijk dat ik met spoed een afspraak met de tandarts moet maken. Wat inmiddels is geschied, nog vóór de jaarwende zal ik in de tandartsstoel liggen: “Als ik u zo hoor, wordt het waarschijnlijk een wortelkanaalbehandeling, meneer.”

Geplaatst in Wandelen | 1 reactie

Goede voornemens (2)

Een mens kan er maar beter niet aan beginnen. Aan goede voornemens, bedoel ik. Al 63 jaar rondlopend op deze planeet, moet ik inmiddels beter weten. Maar toch, maar toch – elk jaar kriebelt dat weer, hé! In de kerstvakantie ben ik altijd vanalles van plan. Vooral opruimen. Dit jaar niet anders dan andere jaren. En dan kom je deze wijsheid tegen…

Denk je nou dat ik onmiddellijk ben gestopt met opruimen? Dan heb je het mis. De stapels op mijn bureau, die met enige tussenpozen worden weggewerkt (waarna ik niks meer terugvind) zijn wéér gegroeid tot irritante hoogte. De collectie boeken in de kasten moet nodig uitgedund worden want er past geen boek meer bij en extra kasten passen niet in deze knusse kamer. Uitbouwen is trouwens ook geen optie. Wat wel zou kunnen, is spullen naar zolder brengen. Maar daar zijn we (vrouwlief en ik) nou net sámen aan het opruimen… Dus… Bovendien komen er straks acht dozen van school en de inhoud daarvan moet ook een plekje krijgen (of weggegeven/verkocht/weggegooid worden).

Er zit dus maar één ding op: afscheid nemen van spullen. Loslaten! En gezien de volgende Omdenken-wijsheid, kan ik dat maar beter doen!

Mijn goede voornemens zijn tot op heden dus: aandachtig zijn, opruimen en loslaten. Laat de goden me behoeden voor nog meer goede voornemens. Amen.

Geplaatst in Persoonlijk | 1 reactie

Goede voornemens (1)

Aandacht is de zeldzaamste en puurste vorm van gulheid (Simone Weil), las ik op mijn scheurkalender op 4 december. Dat zinnetje stond niet toevallig op het blaadje aan de vooravond van het sinterklaasfeest afgedrukt… Echter, wat mij betreft had het bij eender welke dag van het jaar gepast.

Op de achterkant van het kalenderblaadje stond de volgende tekst: “Dit citaat van de Franse filosofe Simone Weil, opgeschreven in het midden van de Tweede Wereldoorlog, is in onze tijd misschien wel relevanter dan ooit. We geven elkaar veel cadeautjes: alleen al met sinterklaas besteden we per persoon ruim 100 euro! Voor de meeste mensen in onze samenleving is het meest schaarse goed echter niet geld of spullen, maar aandacht.
Aandacht betekent dat je je op de ander richt en niet met jezelf bezig bent, dus niet ondertussen nadenkt over welke boodschappen je nog moet halen of even snel checkt of je nieuwe appjes hebt. Ons echt op een ander richten en niet met onszelf bezig zijn is lastig, want wij mensen zijn van nature egocentrisch. Juist daarom moeten we proberen wel tot oprechte aandacht te komen. De zeldzaamheid ervan maakt het des te waardevoller.

Er zijn heel wat synoniemen voor aandacht (bron: synoniemen.net)

aandacht (zn): aandachtigheid, acht, attentie, bekommernis, belangstelling, concentratie, consideratie, interesse, oplettendheid, opmerkzaamheid, toewijding, verzorging, vlijt, zorg.
Op dezelfde website ontvouwt zich deze woordenspin:

Als ik heel eerlijk ben, dan moet ik bekennen dat aandacht geven niet mijn sterkste kant is. Ik laat me gemakkelijk afleiden, er gaat zó veel om in mijn hoofd en er is zó veel te zien in de wereld om mij heen… Maar als ik oprecht met aandacht naar iemand luister, als ik met aandacht aan het werk ben, als ik aandachtig naar iets kijk of luister, dan heb ik achteraf zoveel meer voldoening… Een goede reden dus om mij te oefenen in aandacht…

Tot slot nog een overweging: in de healing tao wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen focus en concentratie, beide toch begrippen die makkelijk te associëren zijn met aandacht en ook begrippen die vaak als synoniem worden gebruikt… (Langdurige) concentratie leidt tot vermoeidheid. Concentratie is dus iets wat je kortstondig inzet en is meer gericht op bijv. een klus waarbij je zeer nauwkeurig te werk moet gaan… Focus is breder, langduriger ook… en leidt niet tot vermoeidheid! Ergens las ik dat focus ook kan worden beschouwd vanuit de tweede habit van Stephen Covey: Begin with the end in mind.

Ik merk het… mijn aandacht wordt alle kanten op getrokken als ik eenmaal ga googlen. Stoppen dus. Deze blog afmaken. En met aandacht aan iets anders beginnen. Beginnen met dát wat ik vandaag te doen heb: de kerstpost verzorgen. Met aandacht. Me niet meer laten afleiden door weblogs. O jee!

Geplaatst in Mijmeringen, Persoonlijk | Een reactie plaatsen