Een vrolijke verrijzenis

Of je er vrolijk van wordt, dat weet ik niet, maar persoonlijk vond ik het een vermakelijk boek… Ik heb het over De vrolijke verrijzenis van Arago, geschreven door Tomas Lieske. Vaag heb ik al eens van deze schrijver gehoord, maar ik heb nog nooit iets van hem gelezen. Het is een prettige kennismaking geworden.

Tomas Lieske, pseudoniem van Antonius Theodorus (Ton) van Drunen, (Den Haag, 8 juni 1943) is een Nederlands schrijver en dichter. Aldus Wikipedia, mijn veelwetende vriend. (Ja, ik doneer jaarlijks!) Lieskes werk bestaat uit een behoorlijk aantal romans en dichtbundels. Hij schrijft ook verhalen en essays. Hij sleepte voor meerdere boeken nominaties en/of prijzen in de wacht. Zijn werk is in verschillende talen vertaald, onder meer in het Turks.

In het boek worden (historische) realiteit en (comateuze) fictie kunstig verweven tot een boeiend verhaal dat je, eenmaal gegrepen – en toegegeven, dat duurde bij mij wel even – niet meer loslaat. Joys is een openhartige puber, een flapuit en voor haar ouders een bron van irritatie. Ze is bepaald goed van de tongriem gesneden! Het gezin is op reis (pa heeft een dubieuze opdracht te vervullen in Kroatië) en tijdens de doortocht van de Dolomieten, moet pa keihard remmen voor een jonge vos die midden op de weg zit. Joys springt uit de auto net voordat die een ravijn instort alwaar hij ontploft. De platgereden jonge vos trekt zich los van het asfalt en de bewusteloze Joys krabbelt ook recht. Vanaf dan lopen droom, realiteit en tijd volkomen door mekaar…

Een aanrader! En… leest lekker vlot weg!

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Gevangen smaragd

Het is zaterdag 19 maart en we hebben net een droeve plicht volbracht: we hebben de rouwdienst bijgewoond ter ere van de vader van een goede vriend. De plechtigheid vond plaats in de aula van crematorium Westerveld in Driehuis. Na afloop dwalen we nog een tijdje over het schitterende kerkhof. Kerkhoven hebben altijd een zekere aantrekkingskracht op mij, zeker als ze niet doorsnee zijn qua ligging of uitstraling. Hier op Westerveld liggen de doden begraven in golvende duinen… Het voelt als een necropolis, en als ik dat woord gebruik ben ik meteen in Glasgow waar ik al menigmaal heb rondgekuierd op het prachtige Victoriaanse kerkhof!

Necropolis Glasgow (2012)

We parkeren op de Minister Lelylaan in Velsen Zuid, een rustige laan met een brede middenberm en statige huizen. De Mercedessen en Audi’s zijn hier niet van de lucht, als je begrijpt wat ik bedoel. Onze i20 valt een beetje uit de toon. We bevinden ons aan de achterkant van landgoed Velserbeek, we zeggen ook buitenplaats Velserbeek. Dit landgoed heeft een bewogen geschiedenis en in het huis zelf is thans een advocatenkantoor gevestigd. In het park staat een theeschenkerij, die oorspronkelijk een oranjerie was en dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw. Wij vinden Velserbeek niet bijzonder spectaculair, het heeft de allures van een mooi stadspark…

Velserbeek is niet de enige buitenplaats in dit hoekje van Nederland! In vroeger tijden weken rijke Amsterdamse kooplui in de zomer, als de grachten in de stad ondraaglijk lagen te stinken, uit naar hun buitenverblijven – o.a. aan de oevers van het Wijkermeer bij Beverwijk en Velzen. Op een kaart van omstreeks 1870 zie je dat meer nog liggen, het is onderdeel van een complex van meren: het Binnen IJ. De Haarlemmermeer is dan net drooggelegd. In het vierde kwartaal van de 19de eeuw verdwijnt het Wijkermeer van de kaarten. Tussen Amsterdam en de Noordzee is inmiddels het Noordzeekanaal gegraven. Het dorp Velzen is doormidden gesneden door dit enorme kanaal en IJmuiden is ontstaan. De modernisering in de 20ste eeuw eist een nog hogere tol van de landgoederen: spoor- en snelwegen worden aangelegd en uiteindelijk blijft slechts een klein aantal buitenplaatsen gespaard, waaronder drie grotere (Velserbeek, weliswaar geamputeerd en dus veel kleiner dan oorspronkelijk, Waterland en Beeckestijn) en drie kleinere (Hoogergeest, Schoonenberg en Lievendaal). Samen vormen ze een groene smaragd temidden van oprukkend beton en de herrie van haven, wegen en wijken… en vergeet het nabijgelegen Schiphol niet!

Over een brede dreef lopen we Velserbeek in, slaan rechtsaf en via een kronkelende laan komen we weer uit bij de huizen. Via het landgoed Hoogergeest (geen huis meer) lopen we landgoed Beeckestijn op.

Het zuidwestelijk deel van Beeckestijn is aangelegd in de zgn. Engelse landschapsstijl: het doet vrij natuurlijk aan met kronkelende paden en meanderende waterpartijen. Vervolgens gaat het landschap over in een sterk geometrisch aangelegde baroktuin met brede dreven, strakke vijvers enz. Ten zuiden van het huis ligt een dan nog een kleinere barokke siertuin en ten noorden ervan is de kruidentuin. Het kasteel zelf is een statig huis, oogverblindend wit geschilderd. De voorkant (die je ziet als je vanaf het parkeerterrein aan de Rijksweg het landgoed oploopt) is wat speelser… Aan weerszijden staan koetshuizen, in het noordelijke is een mooie brasserie gevestigd waar het goed toeven is. Wij laten ons verleiden: een puntzak frietjes en een dubbele Gerardus uit Wittem.

We nemen uitgebreid de tijd om rond te dwalen over Beeckestijn. De zon zakt onverbiddelijk en de schaduwen worden steeds langer. Op een gegeven moment moeten we echt weer naar de auto lopen. We wandelen achter Waterland door. Ook dit is een prachtig landgoed maar het is tegenwoordig niet meer toegankelijk voor het publiek. Het huis is een luxe hotel en het is zeer in trek voor o.a. huwelijkspartijen. Vroeger – en nu spreek ik over twintig jaar of langer geleden – werd Waterland beheerd door Natuurmonumenten; leden mochten er toen nog wel in… Wij hebben er meermaals gewandeld met de kinderen, en ook de voetstappen van mijn oude moeder en wijlen mijn vader liggen daar.

En zo komen we weer terug in Velserbeek en ten slotte bij de auto. We storten ons in het zaterdagmiddagse verkeer en rijden huiswaarts…

Geplaatst in Cultuur, Landschappen | 1 reactie

In het historische hart van Antwerpen

Antwerpen, de stad waar ik ben geboren en opgegroeid, waar ik naar school ging en mijn carrière begon en waar vele van mijn goede vrienden wonen. ’t Stad. De Koekestad. Fiere stad der Sinjoren. Mijn oude moeder woont er nog altijd in de straat waarin ik ter wereld kwam, al zijn de oude blokken afgebroken en zijn er monstrueuze nieuwe blokken voor in de plaats gekomen. Die straat ligt op ’t Sint-Anneke, de Linkeroever zegt men ook wel. Het is een moderne stadswijk, gebouwd op de stinkende moerassen die ooit het Vlaams Hoofd vormden. Die moerassen zijn met een dikke laag zand bedekt, maar het water trok zich daar niets van aan, sijpelde de betonnen funderingen van de appartementsgebouwen in en kroop omhoog. In onze slaapkamers (wij bewoonden een hoekappartement) tierden de schimmels welig!

Op dat Vlaams Hoofd is altijd wel bewoning geweest, met name langs de rivier. Zelf heb ik nooit de sporen gezien van het dorpje dat daar aan het water lag, met uitzicht op de rede van Antwerpen. Ten tijde van de Wereldtentoonstelling in 1885 werden er op ’t Sint-Anneke zelfs een heus kursaal en een belvedère gebouwd! Die haalden het einde van de Eerste Wereldoorlog niet… Toen ik klein was stond de 19de-eeuwse parochiekerk er nog wel; die lag in een put omdat alles eromheen opgespoten land was. Die kerk is afgebroken, de put is gedempt en er staat al sinds eind jaren ’60 een modern kerkgebouw. En je had natuurlijk ‘de plage’: het strand van Antwerpen. Dat is altijd een populaire plek gebleven om te flaneren en mosselen te gaan eten. Er zijn grootse plannen om ‘de plage’ een boost te geven. En om die plannen is uiteraard weer veel te doen: tussen wat ambtenaren en bedenkers willen en wat de gewone Antwerpenaar verwacht, ligt een wereld van verschil!

De eerste zaterdag van maart bezoek ik mijn moeder, samen met vrouw- en dochterlief, in deze weblog ook wel bekend als de oudere en de jongere dame… Moeder is net ontslagen uit het ziekenhuis en om haar een rustige middag te gunnen, trekken wij gedrieën na de lunch de stad in. Vroeger was de Sint-Anna voetgangerstunnel de enige voetgangersverbinding met het oude centrum van de stad, maar tegenwoordig is er een veerdienst. We lopen de Lode Zielenslaan uit, lopen schuin over het Frederik van Eedenplein en steken de Thonetlaan over. Amper tien minuten lopen is het naar de aanlegsteiger van de veerboot, die net komt aan varen… We gaan aan boord.

Aan de overkant leggen we aan bij het Steen. Aan deze romantische oude burcht, gelegen aan de oevers van de Schelde, is een stuk aangebouwd. De schuttingen die er afgelopen zomer nog stonden, zijn verdwenen. Het gebouw staat in volle monsterlijkheid verdriet uit te stralen. Vroeger was de collectie van het Scheepvaartmuseum ondergebracht in het Steen, nu zitten er kantoren, geloof ik. De aanbouw bevat een enorm VVV-kantoor-met-winkel waar je allerlei snuisterijen, lekkernijen, boeken enz. kunt kopen. Hier werkt een van mijn broers maar vandaag heeft hij vrijaf. Wel jammer, maar we gunnen hem uiteraard zijn vrije weekend.

Aan de voet van het oude Steen staat Lange Wapper. Deze kwelgeest kwam ’s nachts tevoorschijn en achtervolgde de zatlappen. Hij vermomde zich als een klein mannetje, maar dan begon hij zichzelf steeds groter en groter te maken, tot hij boven de huizen uitstak. En als de zatlap, wankelend en hijgend en zwetend, thuiskwam, dan keek Lange Wapper schelms door het raam naar binnen. Soms vermomde Lange Wapper zich als een klein kind om moedermelk te kunnen drinken. Als een moeder Wapper niets vermoedend meenam om hem te zogen en in een wiegje te stoppen, liet Lange Wapper zichzelf zo groot groeien dat hij niet meer in de kamer paste. Het is aan Lange Wapper te danken dat er zo veel Mariabeelden op de gevels van de huizen in de binnenstad staan: de Antwerpenaars, die Lange Wapper omwille van zijn pesterijen liever kwijt dan rijk waren, ontdekten dat Lange Wapper de beeltenis van Maria niet kon verdragen. Ze hingen op de hoeken van de straten Mariabeeldjes op. De beeldjes verdreven Lange Wapper uit de binnenstad en uiteindelijk viel hij in de Schelde en verdronk. Zo gaat dat met kwelgeesten… Misschien moeten ze het Kremlin ook eens vol Mariabeeldjes hangen!

Na ons bezoek aan de winkel steken we de Kaai over en lopen de oude stad in. Ik zeg wel oude stad, maar in feite is dit oude centrum in de jaren ’70 van de 20ste eeuw – en de decennia daarna – volgebouwd met moderne imitaties van oude huizen. Stadsvernieuwing noemen ze dat, en dat zal het ook wel zijn, maar samen met de gaten en de krotten die er daarvoor stonden, is ook de ziel van de stad vertrokken. Tussen al dat moderne, kille baksteen-en-beton geweld staan her en der nog wat oude gevels te pronken en vind je kleine, donkere pleintjes waar cafébazen d.m.v. terrassen een hopeloze poging wagen er iets gezelligs van te maken. Een juweeltje tussen al die stadsvernieuwing is het oude Vleeshuis… Het heeft niets meer te maken met het Gilde van de Beenhouwers die hier vanaf begin 16de eeuw beesten slachtten, het vlees opsloegen en verkochten, en vergaderden. De autoriteiten hebben gemeend het bloed waarover destijds de stadsgidsen smeuïg vertelden, te camoufleren met de stedelijke geschiedenis van de muziek. “Museum Vleeshuis toont 800 jaar muziek en dans. De collectie – bestaande uit onder meer instrumenten, prenten, teksten en maquettes – vertelt verhalen van muzikanten, beiaardiers en operazangers en wekt hun optredens weer tot leven. Bereid je voor op een muzikale reis naar een wereld vol passie en ritme.” Mij krijgen ze daar niet meer naar binnen…

Het is een verademing als we uitkomen op de zonovergoten Grote Markt. Daar zie je en voel je, ondanks de ingepakte Onze Lieve Vrouwentoren, de glorie van de oude metropool! Schitterende patriciërshuizen staan zich te koesteren in de lentezon. Respectloze toeristen beklimmen het standbeeld van Brabo – als je dat vroeger had geprobeerd, dan was je recht naar ’t cachot gebracht om een nachtje na te denken over je zonden!

In de Stoelstraat staat Antwerpens oudste huis, een huis met een houten gevel. Dat huis is zodanig gerestaureerd, dat ook hier alle ziel uit is verdwenen. God geklaagd is dat! We zijn door de Zirkstraat gekomen waar ooit De Spanjaard zat: een handelshuis waar je alle lekkers kon kopen dat op het Iberisch schiereiland wordt geproduceerd: wijn, olijfolie, worsten enz. Er staan hekken voor het huis, het lijkt wel op instorten te staan… We dwalen verder en uiteindelijk bereiken we wat ik vanmiddag wil laten zien: de Sint Pauluskerk. Op 2 en 3 april 1968 stond de kerk in brand. Het beeld staat op mijn netvlies gebrand: vanaf Linkeroever zag je boven de huizen van de stad uit het brandend dak – en later de verkoolde resten van het gebinte… De brand verwoestte niet alleen het dak, maar ook de barokke klokkentoren en een groot deel van het Dominicanenklooster. In het collectieve geheugen van de Sinjoren staat de heldenmoed gegrift van vele parochianen, cafégangers, academiestudenten én hoertjes die erin slaagden om vrijwel alle kunstschatten uit de kerk te redden. Dodelijke slachtoffers vielen er gelukkig niet. Deze laat-gotische kerk is schitterende gerestaureerd, alleen het oude Dominicanenklooster staat er nog altijd verweesd bij… Ergens is dat dan wel weer jammer!

Het is even zoeken naar de ingang van de kerk, maar die vinden we op de Veemarkt, in het hart van het Schipperskwartier, waar vroeger de zeelui en de hoertjes woonden. We gaan een grote poort door en dan meteen weer rechtsaf. We staan in een soort binnentuin waar een schitterende calvarieberg is te zien die Christus’ lijden en zijn verrijzenis verbeeldt. De calvarieberg werd opgericht door de dominicanen, op het oude kloosterkerkhof. Van een knekelveld wilden zij een tuin van geloof en hoop maken en dat voornemen voerden zij groots uit! Het ontwerp, geïnspireerd door schilderijen van Lucas Cranach, dateert van 1697, maar het duurde tot halverwege de 18de eeuw voordat het kunstwerk klaar was.

De Sint Pauluskerk is in de 16de eeuw gebouwd als dominicaner kloosterkerk. Ze straalt een enorme grandeur uit. De gotische elementen zie je vooral terug in het gebouw zelf: de enorme hoogte, de kruisribgewelven, de grote ramen waardoor het heldere voorjaarslicht vandaag naar binnen tuimelt… De inrichting van deze geloofstempel doet eerder barok aan: rijkelijk bewerkt houtwerk, overdadig versierde altaren, grote schilderijen. We hebben niet veel tijd want om 17 uur gaat de kerk dicht.

Voldaan staan we om vijf uur weer op de Veemarkt. Het is tijd om terug naar ’t Sint-Anneke te gaan. We lopen op de Schelde af en kruisen de Burchtgracht. Toen ik jong was en een beetje begon uit te gaan, was dit nog een levendige hoerenbuurt waar je als jonge snaak niets te zoeken had – het ging er daar soms ruig aan toe! Van oude, louche cabardouchekes is geen spoor meer te vinden, de straat is omzoomd met fletse nieuwbouw er er ligt een goot in het midden; door de rioolputtekes is vast de ziel van de stad weggespoeld, waar Wannes van de Velde zo prachtig over heeft gezongen en die zíjn ziel amoureus maakte. De zon nijgt ter kimme en wij nemen de veerboot, varen weer het water over, terug naar de wijk waar ik geboren en getogen ben, en waar nog altijd mijn oude moeder woont… We zullen haar eens gaan verwennen sè!

Geplaatst in Cultuur, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Praatje met een boswachter

Zondagochtend. Onze oprit ligt nog helemaal in de schaduw. Dat wordt weer krabben! Ik maak de zijruiten van de auto schoon en rijd dan achteruit de afrit af; de auto staat nu in de zon. Eén minuut later zijn de ramen schoon: de zon maakt de rijp binnen de kortste keren tot een makkelijk te verwijderen papje. Het is half tien als we onze bolide parkeren bij de Westert. Door het klaphekje lopen we de duinen in. Wat meteen opvalt is de snijdende wind, maar ook het gekwetter van de vele vogels. In de schaduw vriest het nog – daar zijn de paden berijpt!

We komen op een breed pad uit en staan zowat oog in oog met een Schotse Hooglander. Het is een jong beest en hij/zij is bepaald nieuwsgierig. Ongegeneerd loopt het dier op ons af, het nadert me tot op anderhalve meter. Ik blijf rustig staan. Opeens is daar een boswachter! Hij jaagt de jonge koe (want het blijkt een opdringerige dame te zijn) weg. We geraken aan de babbel.

Hij vertelt ons dat er tussen Egmond en Bakkum een veertigtal Schotse Hooglanders graast. Ze zijn eigendom van een boer. Dieren die te gemakkelijk mensen benaderen – en daardoor potentieel gevaar kunnen opleveren, bijvoorbeeld als iemand schrikt en daardoor ook de Hooglander doet schrikken – moeten de duinen uit. Ze worden door een andere koe vervangen. Er lopen ook Exmoor pony’s in het gebied, ook een veertigtal. Zelfde verhaal, ze zijn van een boer…

We vragen hoe het met de wildstand in de duinen staat. Deze boswachter vertelt er graag over, dat hebben we nog niet eerder zo meegemaakt. Leuk! Eerst willen we weten of er reeën in onze duinen leven. Tot onze verwondering maar ook vreugde is het antwoord volmondig “Ja!” Reeën zijn welkom, ze horen van nature thuis in het duingebied. Er leven drie kleine groepen. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig uit het Dijkgatbos… Er loopt ook nog een groepje sikaherten rond, die zijn ontsnapt uit een tuin-cum-hertenpark in de omgeving van Bergen, begrijpen we. Deze herten horen hier niet thuis, het zijn exoten van Oost-Aziatisch oorsprong. PWN heeft toestemming gekregen om ze af te schieten. De mannetjes zijn inmiddels gedood, maar er zijn een paar drachtige vrouwtjes… Aan het afschieten zijn heel wat voorwaarden verbonden. De dieren mogen niet lijden en er moet een kogelvanger zijn. Een kogelvanger!? Dat is iets wat een kogel kan opvangen, bijvoorbeeld een duin. Te allen tijde moet vermeden worden dat een verdwaalde kogel een wandelaar raakt…

En dan dwaalt er nog een achttal damherten in onze duinen, wellicht ook ontsnapt uit een hertenkamp of moedwillig gedumpt. Er zijn geen mannetjes, dus de damherten gaan op natuurlijke wijze (zonder ze af te schieten dus) uitsterven. De boswachter vertelt dat er weinig vossen zijn en dat heeft alles te maken met de lage konijnenstand. Als het dan ook nog een winter is met weinig muizen, dan trekt broer Vos weg… Tot slot verklapt de boswachter ook dat er een paar koppels boommarters in het duin leven. Al bij al meer wild dan wij hadden vermoed! De dieren zijn heel schuw, je zult ze zelden zien, besluit de boswachter. We nemen hartelijk afscheid en wandelen verder.

De grondwaterstand is hoog. Dat zien we aan de waterstand op de landjes: er staat flink wat water op! Lager geleden gebieden zijn plasdras en duinmeertjes lopen zowat over!

We maken ons gebruikelijke rondje. Bij een abelenbosje aan de Vlewosche Weg heeft de storm slachtoffers gemaakt: de kruin van een grote abeel ligt dwars over het pad.

Gaandeweg wordt het drukker. Zondag, mooi weer, de kerken gaan uit en de shops zijn nog niet open. De mensen zoeken de natuur op. Voor ons het signaal om terug te keren naar de auto.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Voorlinden, de rest

In een eerdere weblog schreef ik over de tentoonstelling met werk van Picasso en Giacometti die we bezochten in Museum Voorlinden, op zaterdag 12 februari. Na een uurtje was ik daar wel uitgekeken en vrouwlief volgde een weinig later. Ik had op andere weblogs al gezien dat er in dit museum een hoop leuke dingen te zien zijn – en daar verheugde ik me op. Ik kan je vertellen: het viel niet tegen!

We liepen de tentoonstelling Picasso-Giacometti uit en kwamen terecht in een grote, lichte zaal met aan de muur een enorm schilderij van bloesems, dat meteen een lentegevoel opriep en een werk van Damien Hirst bleek te zijn: Hidden secret blossom (2019). Verder stond er in de ruimte een rij stoelen opgesteld in een halve ovaal: daar hoort een bijzonder verhaal bij dat ik overneem uit de folder die elke bezoeker ontvangt bij een bezoek aan het museum.

Deze 23 stoelen maken onderdeel uit van Fairytale – 1001 Chairs, bestaande uit 1001 stoelen afkomstig uit de Qing-dynastie (1644-1911). Ai Weiwei maakte dit werk in 2007 voor Documenta, een vijfjaarlijkse kunstmanifestate in Kassel, Duitsland. Via zijn blog nodigde hij1001 Chinese burgers uit om twintig dagen naar Kassel te komen. Hij zocht een dwarsdoorsnede van de bevolking. De meeste burgers hadden hun gemeenschap nog nooit verlaten, laat staan dat zij durfden te dromen van een reis naar het buitenland. Voor Weiwei zijn persoonlijke ervaringen het fundament voor maatschappelijke verandering. Voor iedere reiziger stond één antieke stoel opgesteld. Na de Documenta gingen de deelnemers net als de stoelen weer hun eigen weg. Zo zijn een deel van de stoelen in de collectie van Museum Voorlinden terechtgekomen. De persoonlijke ervaring en verbeelding van iedere Chinese deelnemer was voor Weiwei het belangrijkste facet van Fairyfale.

De volgende highlight was het kunstwerk Swimming Pool (2016) van de Argentijnse kunstenaar Leandro Erlich. Het idee is gewoon even simpel als geniaal: bouw een kelder en verf die blauw. Leg een glazen dak op de kelder en leg daar een laagje water op (10 cm of zo?). Bezoekers kunnen de kelder inlopen en zo van ‘onder water’ naar boven kijken. Wie boven staat en het water in tuurt, ziet daaronder mensen in het water lopen! De ervaring van daaronder te staan was grandioos!

Eén zaal verder zat een koppel onder de parasol… Een werk van Ron Mueck, met de naam Couple under an Umbrella (2013). Mueck maakt hyperrealistische mensfiguren die hij tot in de kleinste details uitwerkt. Op de foto’s is niet goed te zien hoe groot de figuren zijn maar ik schat 2,5 à 3 keer zo groot als een mens. Het beeld is gemaakt van siliconen en fiberglas.

Weer een zaal verder stond een enorm stalen sculptuur: Open Ended (2007-2008) gemaakt door Richard Serra. Zes gewelfde platen vormen samen een doolhof. Het is echt een bijzondere ervaring om het doolhof in te gaan.

Enorm grappig waren de liftdeuren in een plint: ze zijn levensecht maar klein, ik schat zo’n 20-25 cm hoog… Op een foto is het moeilijk te zien, want je ziet het effect niet zo goed… De deuren schuiven af en toe open en dicht en de lift trekt doorlopend aandacht van bezoekers – ook van de allerjongsten!

Drie kleinere zalen, die in mekaars verlengde liggen, boden ruimte voor de expositie Eén en Eén is Drie, die gaat over de kracht van de som der delen. Op één na komen al deze werken uit de collectie van het museum. Ik licht er twee uit die ik mooi en bijzonder vond.

Het eerste werk is van Anouk Kruithof, is gemaakt van boeken die ze her en der gevonden heeft (ik vermoed dat ze aardig wat antiquariaten en kringloopwinkels heeft afgedweild) en waarmee ze Enclosed content chatting away in the colour invisibility (2009) heeft ‘gecomponeerd’.

Waar ik uren naar had kunnen blijven kijken, was Olafur Eliassons Retinal flare space (2018). Drie transparante schijven hangen achter mekaar en draaien langzaam rond in de ruimte. Iedere schijf bevat een kleurfilter (cyaan, magenta, geel). Een projector werpt licht op de schijven. Op de foto’s zie je wat er gebeurt. Fascinerend! En in feite kinderlijk eenvoudig…

Ten slotte was er de tentoonstelling Art is the antidote, die eveneens is opgebouwd met werk uit de eigen collectie en bedoeld is als tegengif tegen twee jaar corona-ellende. “Met een flinke dosis sprankelende, geëngageerde en grappige kunstwerken (…) hebben we het museum voor jou omgetoverd tot oplaadpunt, een plek waar je je weerstand kunt opbouwen.” Ook hier veel weer genoeg te zien waar ik blij van werd…

Verheven en gelouterd verlieten we het museum. Het was intussen na enen. Helaas waren de rijen bij het museumrestaurant ons iets te lang, dus we liepen het park in dat grenst aan een mooi duingebied. Achterin het park bleek, naast een poortje dat dicht was gemaakt met een groot hangslot, een enorm gat in de omheining te zitten. Aan de voetsporen in het zand te zien, werd dat gat blijkbaar veelvuldig gebruikt door wandelaars… Wij glipten naar buiten en maakten een mooie wandeling in de Wassenaarse duinen. Wie weet stof voor een derde blog over ons bezoek aan Voorlinden…

Geplaatst in Cultuur, Kunst | 2 reacties

Picasso en Giacometti

Twee weken geleden bezochten wij op een koude maar heldere februaridag Museum Voorlinden. Aanleiding tot dat bezoek was de tentoonstelling met werk van twee wereldberoemde en populaire 20ste-eeuwse kunstenaars: Pablo Picasso en Alberto Giacometti. Hun werk staat te boek als baanbrekend en dat is het natuurlijk ook wel geweest.

Hier zie je twee zelfportretten: links Giacometti, rechts Picasso

Over Pablo Picasso heb ik ooit heel veel geweten. Als jongetje in de 5de of 6de klas van de lagere school heb ik een spreekbeurt over deze kunstenaar gehouden. Ik herinner me vooral dat ik onder de indruk was van zijn Guernica, een schilderij uit 1937. Het schilderij heeft enorme afmetingen en toont het bombardement op Guernica (1937) tijdens de Spaanse Burgeroorlog. In 1986 heb ik dit schilderij in het echt gezien, ik was toen met vrienden op vakantie in Madrid en omgeving. De afbeelding hieronder is een uitsnede uit een eigen dia (ingescand). Het doet me denken aan wat er zich sinds enkele dagen afspeelt in Oekraïne… De angst, de ontreddering, de machteloze boosheid die we d.m.v. televisiebeelden zien op de gezichten van de mensen in dat land, zie je terug in dit schilderij. Impressive! Tijdloos… Van alle tijden, helaas.

Het was natuurlijk heel bijzonder om in Nederland een tentoonstelling te bezoeken die was gewijd aan twee wereldberoemde kunstenaars, maar de waarheid gebiedt mij te zeggen dat het me allemaal wat tegenviel. Natuurlijk hingen er prachtige schilderijen en waren er mooie sculpturen te zien… ik had er echter méér van verwacht. Misschien komt het wel omdat we deze kunstenaars te goed kennen via boeken, documentaires, posters, kaartjes, … Het was allemaal zo herkenbaar en dus niet (amper) verrassend. Hieronder een kleine greep uit wat er te zien was in de overigens niet bijster grote tentoonstelling.

Allereerst Picasso…

… en dan Giacometti

Geplaatst in Cultuur, Kunst | 1 reactie

Roaring Twenties

“The parties were bigger. The pace was faster, the shows were broader, the buildings were higher, the morals were looser, and the liquor was cheaper.”

F. Scott Fitzgerald, The Great Gatsby, 1925.

De afgelopen maanden kwamen de Roaring Twenties onze huiskamer binnen met de fan-tas-tische Duitse TV-serie Babylon Berlin; en afgelopen zaterdag liepen we diezelfde Roaring Twenties tegen het lijf in Bergens onvolprezen Museum Kranenburgh. Daar waar de TV-serie je onderdompelt in het decadente Berlijn van de jaren ’20 met op de achtergrond de dreigende opkomst van het fascisme, confronteert de tentoonstelling in Kranenburgh je met de kunst uit die tijd – en met wat wel eens de volgende Roaring Twenties kunnen worden, namelijk de 20’er jaren waarin wij nú leven. In het boekje dat je krijgt als je het museum bezoekt, staat dat alzo verwoord.

Toen we in 2019 begonnen aan de voorbereidingen voor deze tentoonstelling wisten we niet dat we in 2020 een decennium binnen zouden struikelen waarin een wereldwijde pandemie, natuurrampen en maatschappelijke activistische bewegingen zoveel onrust zouden brengen.

In deze roerige tijd is ons verlangen naar een betere wereld groter dan ooit en schreeuwt het om verbeeldingskracht. Verbeelding is een basisvoorwaarde om zin en betekenis te kunnen geven aan wat we zien, om te kunnen omgaan met wat we niet begrijpen of niet willen accepteren, en om ons überhaupt een voorstelling te kunnen maken van een toekomst die er nu nog niet is.

Je loopt door zalen waarin zowel zeer eigentijdse als 20ste-eeuwse kunst is te zien. Soms naast elkaar geplaatst, soms tegenover mekaar. Soms puur uit die tijd, soms in mengvorm, waarbij met name de hedendaagse kunstenaars zich laten inspireren niet alleen door de uitdagingen van deze tijd maar ook door de (vorm)taal van het eerste decennium na de Eerste Wereldoorlog… Ik ging zonder enige specifieke verwachtingen naar binnen en liet me verrassen. En dat is me goed bevallen!

De eerste zaal waar je doorheen loopt, is er een waar video- en TV-schermen opgesteld staan en allerlei bewegende beelden samen een betoverend geheel vormen waarop je haast niet uitgekeken geraakt… Het begin van een heerlijke ontdekkingsreis langs zeer uiteenlopende kunstuitingen…

Na deze wandeling door de 20’er jaren van de 20ste en de 21ste eeuw (wij staan in feite nog maar op de drempel van onze Roaring Twenties – dat belooft!) hebben we behoefte aan even zitten onder het genot van wat lekkers. Vrouwlief bestelt een verse muntthee en een gebakje dat de naam ruïnesteen heeft meegekregen. Ik kies een amarettogebakje (verslavend lekker) en drink daar een biertje bij dat in Bergen wordt gebrouwen: Stoked! Het is een ongefilterde pils, gebrouwen volgens het Duitse Reinheitsgebot. Ik ben geen pilsliefhebber (ik sterf liever dan een Heineken, Amstel, Stella, Jupiler of consoorten te drinken) maar dit is lekker bier. Onthouden!

In de oude villa Kranenburgh gaat de tentoonstelling verder. Hier hangt werk van leerlingen van het Alkmaarse Murmellius Gymnasium, geïnspireerd door de tentoonstelling. “Na anderhalf jaar mondkapjesplicht, lockdowns en online leven geeft Reset Generation jongeren een stem en de ruimte om zich te laten zien en horen over onderwerpen als gender, milieu en toekomst.”

En op de eerste verdieping is werk te zien van het KunstenaarsCentrumBergen. Altijd leuk…

Deze tentoonstellingen zijn nog tot en met 3 april te zien. Mocht je in de buurt zijn, loop dan eens binnen, het is echt de moeite waard! Bij de tentoonstelling hoort een boekje, getiteld The Roaring Twenties waarin je de meeste kunstwerken afgebeeld vindt alsook interessante achtergrondinformatie en uitleg over wat er is te zien.

Geplaatst in Cultuur, Kunst | 1 reactie

Heerlijk gewandeld

Nu ik weer werk, vind ik het niet vanzelfsprekend om elke vrije dag een stukje te gaan lopen. Het is lekker om ook eens thuis te blijven… Voor zondag wordt echter een zondvloed voorspeld, dus trekken we er vandaag op uit. We parkeren aan het begin van de Zeeweg en lopen het duingebied in dat de Verbrande Pan heet. De lucht is Mariamantelblauw. De takken en twijgen van de talloze duineikjes vormen een wirwar van lijntjes tegen helverlichte hemelkoepel…

We komen een familie Exmoor pony’s tegen… Wat zijn dat toch mooie beesten! Ze dwalen op hun gemakje door het bos, waar ze beschut zijn tegen de koude westenwind.

We lopen de hele Verbrandepanweg af tot we, vlakbij het fietspad van ’t Woud naar Bergen aan Zee, bij een meertje komen. Een foto die ik hier in november maakte, heb ik gebruikt om mijn kerstkaart te maken. Dit is een mooie plek…

We volgen een stukje het fietspad en slaan dan rechtsaf, het Kolenpad in. Voor ons uit strekken zich eindeloze kale duinen uit. Het is zo bijzonder om te ervaren dat je dan na een paar bochten opeens afdaalt en weer langs een duinbos loopt en bij een volgend meertje aanbelandt…

We klimmen naar de nok van de zeereep en dalen af naar het strand. De sporen van storm Corrie die afgelopen maandag woedde aan de Noord-Hollandse kust, zijn nog overal zichtbaar!

Door open duinen wandelen we weer richting de auto. Even verdween de zon achter een hoge sliert wolken, maar wat later ligt het landschap weer te baden in het februarizonlicht.

Het zal wel al half twee zijn geweest als we terug bij de auto zijn. We stappen in en rijden naar Bergen voor een bezoek aan museum Kranenburgh…

Geplaatst in Duinen, Wandelen | 1 reactie

Bakkumse Klif

Woensdag, vrijedag. 2.2.2022. Zonovergoten februariwoensdag.

Twee dagen nadat storm Corrie vanuit het noordwesten de Nederlandse kust teisterde, gaan wij eens lekker aan ramptoerisme doen. De bolide wordt achtergelaten bij Bakkum Noord en we lopen welgemoed het Noord-Hollands Duinreservaat in. Het loopt tegen half elf, de laatste mountain-en-andere-bikers verlaten de wandelpaden, de wandelaar kan weer zonder alert te moeten zijn op langs scheurende medeweggebruikers genieten van al het moois dat de duinen te bieden hebben…

De lucht is februariblauw. En dat is geen normaal blauw, lees ik op de Facebook pagina van een vrijeschool. “In de natuur verandert in de zes weken na kerst de kleur van de hemel. De zon krijgt meer kracht en daardoor wordt de hemelkleur februariblauw; de symbolische kleur van de mantel van Maria. Het is een heldere hemel, zowel overdag als ’s nachts de moeite van het bekijken waard. Die helderheid komt doordat er o.a. nog geen pollen en zaden in de lucht hangen. Die helderheid in de lucht kan aan ons mensen een helderheid van geest geven. Die helderheid van geest is belangrijk, omdat we deze periode bezig zijn met plannen maken; er wordt gezaaid voor de toekomst.” Als je zoiets leest, kijk je toch anders naar het uitspansel… We komen bij het Weitje van Brasser.

We steken door naar het Doornvlak en vandaar gaat het over een breed pad richting de zeereep: de laatste duinenrij voor je op het strand komt.

En daar wacht ons een verrassing. Door het mulle zand dalen we af richting het strand. En opeens staan we voor een heuse afgrond van een metertje of drie, vier. Het duin is hier door de door de storm opgehitste zee weggeslagen! We staan a.h.w. bovenop een cliffa Dutch cliff! In Gaasterland (Friesland) hebben ze het Mirnser Klif, wij hebben nu in Noord-Holland het Bakkumse Klif!

Ten noorden van ons is de lucht knalblauw, zuidelijk van ons drijven hoge wolkenflarden die zorgen voor een verblindend wit licht op het strand, dat er glinsterend nat bij ligt. In de verte rollen de golven en tuimelen over elkaar met luid gedonder. Het is niet druk.

De volgende strandopgang is al even erg toegetakeld. We hebben geen zin om tegen de steile zandmuur op te ploeteren en lopen door naar Castricum aan Zee. Daar wordt hard gewerkt om de schade te herstellen die de storm er aan de infrastructuur heeft aangericht: grote betonnen platen, die een soort promenade vormen waarlangs je de verschillende strandpaviljoenen kunt bereiken zonder door mul zand te baggeren, zijn door water en wind als vodjes papier over het strand verspreid. Met een graafmachine worden ze weer op hun plek gelegd.

Pal achter de zeereep nemen we de Vlewoscheweg en lopen parallel aan het strand noordwaarts. Via een breed pad en een ommetje over een uitzichtpunt bovenop een duin, lopen we weer richting het Weitje van Brasser. Hier komen we eigenlijk nooit, leuk om dit pad eens te lopen en dan nog wel op zo’n stralende dag! De winterkleuren komen prachtig tot hun recht…

Ten slotte naderen we Bakkum Noord. Door bladerloze bossen waarin het zonlicht kwistig wordt rondgestrooid, wandelen we naar de parkeerplaats. Die staat nu een stuk voller dan vanmorgen! Het is al twee uur geweest, tijd voor een late lunch!

Geplaatst in Duinen, Wandelen | Een reactie plaatsen

Drie boeken

De afgelopen twee weken heb ik zowaar drie boeken uitgelezen. Met dank aan de tijd die ik lezend in de trein kan doorbrengen…

Laat ik beginnen met Lévi Weemoedt. Op de website van DWDD lezen we: “Een literaire popster: dat was Lévi Weemoedt in de jaren ’70 en ’80. Eigenzinnige en ironische schrijfsels, gekenmerkt door een inktzwart wereldbeeld in combinatie met galgenhumor.

Özcan Akyol dacht dat Weemoedt al lang overleden was… Toen hij vaststelde dat dit helemaal niet zo was, stelde hij een bloemlezing samen met gedichten van de schrijver: Pessimisme kun je leren. Het boekje heeft een tijdlang naast mijn bed op het nachtkastje gelegen en het was altijd een feest om het open te slaan en er een paar gedichten uit te lezen. Lévi Weemoedt slaagt erin bij de somberste gedichten een glimlach op je gezicht te toveren…

Liefde is…

Ach! Hoeveel kopjes trok ik van dit zakje thee?
In hoeveel verzen heb ik jouw gezicht bezongen?
Ja, hoeveel maal verdween de zon in zee?
En hoeveel teer bleef achter in mijn longen?

Op hoeveel fietsen reed ik daaglijks naar je toe?
En hoeveel smoesjes zijn er in je opgerezen?

Zó veel, dat thans statistisch is bewezen:
‘De liefde is toch zo een droef gedoe…’

Rijk verleden

Ik was dronken toen ik je ontmoette,
Ik was dronken toen ik je verloor,
Wat kan er nog een hoop gebeuren
Tussen twee dronkenschappen door.

Lodesteijn

Afijn, dit zijn dus enkele voorbeelden uit het rijke oeuvre van deze dichter die ook aardig wat proza op zijn naam heeft staan. Mijn keuze viel op twee romans met in de hoofdrol dhr. Lodesteijn, leraar klassieke talen op een protestants-christelijke VO-school in Vlaardingen. In het eerste boek, dat dateert uit 1986, maken we kennis met Lodesteijn, die bij zijn leerlingen zeker niet onpopulair is maar wordt gehaat door zijn leidinggevenden. De ziekte van Lodesteijn verhaalt over hoe deze sympathieke leraar uiteindelijk ziek thuis komt te zitten en het er zelfs naar uitziet dat hij zijn baan kwijt geraakt. Het vervolg wordt pas uitgegeven in 2021 maar er is langere tijd met tussenpozen aan gewerkt. De coronacrisis gaf Weemoedt het zetje om dit langverwachte vervolg af te maken en te publiceren. In Het nut van Lodesteijn is de leraar inderdaad werkeloos geworden en is hij wanhopig op zoek naar werk en zingeving.

Beide boeken lezen lekker weg. Ik vond het eerste wel ‘lekkerder’ om te lezen, Weemoedt is er behoorlijk in vorm en meermaals heb ik zitten bulderlachen! Die neiging had ik minder tijdens het lezen van Het nut… maar dat neemt niet weg dat zich ook tijdens het lezen van dit boek geregeld een glimlach om mijn lippen krulde.

Pat Barker

Van een heel andere categorie is het boek De stilte van de vrouwen, waarin de schrijfster de val van Troje beschrijft vanuit de beleving van Briseïs.

Briseïs was een Trojaanse weduwe, die door Achilles tijdens de Trojaanse Oorlog als oorlogsbuit was ontvoerd. Zij werd zijn lievelingsslavin en minnares. Nadat Agamemnon zich door een orakelvoorspelling verplicht zag Chryseïs op te geven, eigende hij zich Briseïs toe. De wrok van Achilles die hierop volgde wordt bezongen in de Ilias van Homeros: Achilles trok zich terug uit de oorlog en de Grieken verloren de bovenhand in de strijd. Zelfs nadat Agamemnon Briseïs teruggegeven had (en hierbij niet naliet te vermelden dat hij haar niet aangeraakt had), bleef Achilles koppig volharden. Slechts toen zijn beste vriend Patroclus door Hector gedood werd, liet hij zijn wrok jegens de Grieken varen en ging hij de strijd aan met Hector. (bron: Wikipedia).

Een prachtig boek, meeslepend verteld. Een historische roman, geschreven vanuit een nieuw perspectief.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen