Kerim Göçmen blogt!

M. is een goede vriend van me en schrijft boeken onder het pseudoniem Kerim Göçmen. Er zijn intussen drie boeken van hem uitgegeven bij Van Oorschot, toch niet de minste Nederlandse uitgeverij! M. alias Kerim plaatst zijn boeken in het Turkije van zijn jeugd, vaak tegen een politieke achtergrond. In vele van zijn verhalen merk je dat hij heel geïnteresseerd is in de moderne geschiedenis van Turkije.

“Sinds twintig jaar schrijft Kerim Göçmen in Nederland over het alledaagse leven van de Turkse middenklasse. Ambtenaren, leraren, studenten, kleine fabrikanten, werklui en hun vrouwen, hun zonen en dochters. Göçmen fixeert ze op een cruciale fase in hun leven, waarin een relatie niet meer loopt, een feest niet georganiseerd lijkt te kunnen worden, een maatschappelijk doel maar steeds niet bereikt wordt, de fabriek die al generaties in de familie is langzaam maar onafwendbaar op een faillissement afstevent. Het nietig bestaan in het hedendaags Turkije wordt door deze verhalenverteller tot benaderbaar drama verheven.”

In Het geheim van de kromme neuzen, zijn eerste boek, speelt het Turkije de hoofdrol dat zich niet laat vangen door de westerse blik die het land tracht weg te zetten als exotisch of door religie gestuurd. De hoofdfiguren in deze bundel zijn hedendaagse Turken die leven op het snijvlak van stad en platteland, religiositeit en wereld, ontwikkeling en stilstand, werkelijkheid en illusie. Achter deze link vind je een mooie recensie van het boek.

Zijn tweede boek is mijn favoriet: Rode kornoeljes. Het speelt zich af in en om een dorp in het Turkije van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik vind dat de sfeer buitengewoon wordt getroffen! Voor een mooie recensie: klik hier!

In zijn derde en vooralsnog laatste boek, Kroniek van mijn schoolvakanties, gaat Kerim Göçmen terug naar zijn jeugd. Het boek leest als een autobiografische roman, wat het zeker niet is, echter ik kan me niet voorstellen dat echte situaties en personen niet model hebben gestaan tijdens het schrijven van deze novelle. Meer weten? Volg deze link.

Sinds deze week schrijft Kerim Göçmen gedurende een aantal weken een reisblog over Turkije. Dat doet hij op de website van Tirade, het literaire tijdschrift dat bij Van Oorschot hoort. Het bestaat sinds 1957 en kent een roemrucht verleden en een boeiend heden. Tirade verschijnt vijf keer per jaar. Op dit moment bestaat de redactie uit Daan Doesborgh, Julien Ingacio, Anja Sicking , Lodewijk Verduin en Marko van der Wal.

Afgelopen zaterdag ging het om een inleidend stuk, vanaf volgende week neemt mijn vriend ons mee op reis… Ik ben heel benieuwd!

Geplaatst in Lezen | Een reactie plaatsen

Drie boeken

Op de een of andere manier kom ik de laatste weken wat meer toe aan lezen… Wel drie boeken heb ik geconsumeerd…

Joseph Conrad – Hart der duisternis

Volgens de informatie op de website van de bibliotheek, is dit een verhaal uit 1902 van de reis die de Pools-Engelse schrijver Joseph Conrad (1875-1924) in 1890 maakte. Het begint op een zeilboot die bij het vallen van de avond de Thames afvaart, richting zee. De bemanning moet wachten op het getij en terwijl het daglicht langzaam maar zeker dooft, begint de verteller, ene Marlow, aan zijn verhaal. In opdracht van een handelsfirma reist hij af naar Congo en wil hij de rivier de Congo opvaren vanaf een handelspost die al een stuk in het binnenland ligt. Op deze handelspost wordt ivoor verzameld voor transport naar België. Het stoomschip waarmee Marlow de Congo moet opvaren, ligt met flinke averij in de rivier. Marlow slaagt erin het schip te repareren en begint aan zijn spannende tocht stroomopwaarts, met als bestemming de diep in het binnenland gelegen handelspost waar ene Kurtz de scepter zwaait. Deze Kurtz is een man waar omheen een mythische sfeer hangt, hij is kampioen ivoorrover (laat ik het zo maar zeggen) en er is al een tijd niets van hem gehoord… Uiteindelijk vindt Marlow Kurtz die op de reis stroomafwaarts bezwijkt aan een ziekte. Tot zover de verhaallijn.

Ik vind het een prachtig boek, de sfeer is net zo onheilspellend als het ondoordringbare oerwoud waarin en de onberekenbare rivier waarop het verhaal zich afspeelt. Bas Heijne, schrijver, vertaler, columnist en interviewer heeft het boek vertaald en van een interessant nawoord voorzien. Tijdens het lezen bekroop mij het gevoel dat deze roman een grote aanklacht is tegen het kolonialisme. Het boek schetst een sfeerbeeld over hoe de kolonisator aankeek tegen het land waarop hij aanspraak maakte, tegen de natuurlijke rijkdommen ervan die hij de zijne beschouwde, en tegen de oorspronkelijke bewoners die niet als mensen werden beschouwd maar als primitieve, gevaarlijke wilden. Interessant om te vermelden vind ik nog dat het boek heeft gediend als inspiratie voor de film Apocalypse now. ⭐⭐⭐⭐

Ik voeg de kaft van een (oude?) Engelstalige uitgave toe omdat die naar mijn gevoel zo goed de sfeer raakt van het boek…

David Diop – Meer dan een broer

In dit boek begon ik te lezen voor ik slapen ging. Ik lag al in bed, tandjes gepoetst, heerlijk opgekruld onder de warme deken, klaar om na een paar bladzijden weg te glijden in een hopelijk weldadige slaap… Binnen de kortste keren was ik klaarwakker! Het boek begint met een scène waarin de verteller Alfa Ndiaye, een scherpschutter van de Senegalese afkomst die dient in het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, naast zijn zwaargewonde medesoldaat Mademba Diop ligt, die uit hetzelfde dorp komt en die hij meer-dan-een-broer noemt. Mademba’s ingewanden puilen uit zijn door een bajonet open gereten buik. Alfa kan zich er niet toe zetten hem uit zijn lijden te verlossen, hoewel Mademba daar tot drie keer toe om vraagt.

Het verhaal geeft een indruk van hoe het er in de Great War aan toe ging in de loopgraven, hoe dag na dag soldaten bevolen werd zich uit de loopgraven te begeven in een zinloze en bloedige poging om de vijand te raken die een paar honderd meter verderop vastzat in even ellendige en modderige loopgraven. Ik wist dat niet, maar er vochten dus jongens mee uit de Franse koloniën in Afrika omdat ze hoopten dat die zwarte mannen de vijand zouden afschrikken.

Gedreven door wraak gedraagt Alfa zich als een beest tegen de Duitsers, zodanig dat zelfs zijn maten hem gaan wantrouwen en dat hij ten slotte door de commandant, de harteloze kapitein Armand, naar de ziekenboeg achter de frontlinie wordt gestuurd om op adem te komen. Tijdens deze rustpauze keren de gedachten van Alfa terug naar zijn geboortedorp in Senegal, en naar Fary, het meisje waarop hij verliefd was.

Behalve dat het verhaal zelf enorm boeit, heb ik ook zeer genoten van de ritmische, dampende, hypnotiserende stijl waarin het verhaal is geschreven. David Diop gebruikt daarbij poëtische en precieze taal die mij vaak doet denken aan hoe gedachten werken… Het boek won de Prix Goncourt des Lycéens 2018 en de Premio Strega Europeo. Terecht! ⭐⭐⭐⭐

Elizabeth Strout – Olive Kitteridge

Het derde boek dat ik las wat een boek van Elizabeth Strout: Olive Kitteridge. Ik kwam het tegen in de Facebook groep Boek per week en de mensen waren er lovend over. Olive Kitteridge, een oud-lerares wiskunde, woont samen met haar man Harry, die apotheker is, in het kustplaatsje Crosby in de staat Maine, aan de Amerikaanse oostkust. In de loop van dertien hoofdstukken krijg je een beeld van het leven in het stadje, de mensen die het bevolken, en natuurlijk van Olive en Harry en hun zoon Christopher. In enkele hoofdstukken is Olive de hoofdpersoon, maar even vaak heeft zij een bijrol in een hoofdstuk en soms wordt ze zelfs maar een enkele keer genoemd. Olive fungeert in feite als een inkijkje in een kleine gemeenschap, waar iedereen elkaar kent en waar er veel aan gelegen is om de schone schijn op te houden. Tegelijkertijd laat Olive ons zien dat het leven vaak een strijd is, onvoorspelbaar en soms gewoon wreed, en dat je moet genieten van de mooie momenten die je niet als vanzelfsprekend, achteloos aan je voorbij moet laten gaan…

Het boek won de Pulitzer Prize for Fiction 2008 en is verfilmd als miniserie door HBO. Er is een vervolg geschreven: Opnieuw Olive. Ik denk niet dat ik dat ga lezen. Ik vond het boek Olive Kitteridge af en toe t/saai om door te komen, een beetje vergezocht ook. Sommige verhalen (hoofstukken) waren overigens wel degelijk prachtig en zelfs ontroerend, dus ik kan niet zeggen dat het boek me niet af en toe echt raakte… ⭐⭐

Het kaft (of de kaft, zo je wilt) had wat mij betreft wel wat inspirerender gemogen…
Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Ik kan het bijna niet geloven

Dinsdagavond 6 oktober 2020. De gemeenteraad van Langedijk vergadert. Punt 9 op de agenda: de visie van het recreatieschap Geestmerambacht op de ontwikkelingen in het recreatiegebied. Het schap heeft geld nodig om het gebied te onderhouden; de overheid (lees: de Provincie) heeft zich teruggetrokken en men hoopt in de toekomst geld te genereren door ondernemers in het recreatiegebied te laten doen waar ze goed in zijn, nl. ondernemen. Op papier moet dat ook nog eens de natuurwaarden en de biodiversiteit versterken. Klinkklare onzin natuurlijk!

De Stichting Kleimeer, waar ik actief in ben, is toegetreden tot het Burgerinitiatief Bescherm de Natuur in het Geestmerambacht. Dit collectief van burgers en belangenverenigingen heeft zich de afgelopen jaren verzet tegen de voorgenomen ontwikkelingen. Vanavond is het een belangrijke avond. Als de Langedijker politiek zich vierkant achter de visie van het recreatieschap zet, betekent dat waarschijnlijk het einde van de natuurbeleving en de natuurwaarden van de Kleimeer, waar met name een aantal bijzondere vogelsoorten het toch moet hebben van de rust…

Nagelbijtend volg ik via zoom het debat, en al gauw krijg ik het gevoel dat ik wat meer ontspannen mag gaan kijken… Inderdaad, als de stemmen geteld worden, dan worden de plannen met 16 stemmen tegen 4 verworpen, en krijgt het college van B&W de opdracht om zich hard te maken om de westkant van de Zomerdel (het grote meer in het Geestmerambacht) niet mee te nemen in de ontwikkelplannen. Een belangrijk besluit, al hadden we als actievoerders liever gezien dat er in het Geestmerambacht helemaal niets zou veranderen en dat de rust, de ruimte en de natuur helemaal gespaard zouden blijven…

Woensdagmiddag 7 oktober 2020. Ik zit sinds zondag aan huis gekluisterd… met verkoudheidsklachten! Dat betekent dat ik niet mag gaan werken tot een test bewijst dat ik geen corona heb. Echt ziek ben ik niet. Gisteren kon ik me in Den Helder laten testen (wat is dat toch een bijzondere stad, ik heb er wat mee…) en het is nu wachten op de uitslag, die ik pas donderdag of vrijdag krijg. Vanmiddag klaart het op, en na drie regendagen binnen, MOET ik naar buiten en naar de Kleimeer om de natuur daar te vertellen dat het goed komt. Waarschijnlijk goed komt. Waarschijnlijk? Ja helaas, waarschijnlijk – ik onderschat de arrogantie en de macht van het geld niet!

Vanmiddag klaart het dus op en breek ik tijdelijk uit mijn ‘gevangenis’ – ik geniet met volle teugen van mijn wandeling. Ik parkeer zoals altijd aan het einde van het Vlasgat en loop meteen het paadje langs de Kleimeer op. Geen harde, verdroogde, gebarsten klei maar glibberige modder onder de voetzolen vandaag! Ik moet amper vijftig meter lopen om bij míjn boom te komen: een enorme wilg. Ik beschouw hem als mijn vriend, hij waakt over de Kleimeer…

Ik vertel mijn boom dat de rust in de Kleimeer voorlopig gered is. Hij zegt niets terug, mijn boom, de wind ruist door zijn bijna helemaal ontbladerde takken, mijn vriend bereidt zich voor op de winter… Ik geef hem een klopje, omarm hem en loop verder.

Over het dijkje loop ik van het Vlasgat helemaal tot aan de Nauertogt. Ik kom niemand tegen. Er staat een stevige wind, het riet danst, de populierenbladeren ratelen. Symfonie van de natuur… Ik heb geen zin om het stuk langs de Nauertgt te lopen, ik zoek de Zomerdel op maar daar is het me te druk: fietsers, wandelaars (vaak met honden), hardlopers. Ik houd het een paar honderd meter vol, dan steek ik het fietspad over en via een smal pad kom ik weer bij de Kleimeer en loop terug, richting het Vlasgat. Ik kijk nu wat meer naar wat er groeit en bloeit…

Bij ‘het huis’ steek ik toch weer door naar de Zomerdel en bij de heuvel – waar nu dus geen Beachpark gaat komen, hoera! – houd ik links aan en wandel over het pad langs het Lamslik terug naar de auto… De hele wandeling heb ik zó genoten van het idee dat ik nog vele jaren kan en mag genieten van een ongerepte Kleimeer. Ik – en vele anderen met mij! Er zijn momenten dat ik het bijna niet kan geloven… en stiekem ben ik trots dat ik er een klein steentje heb aan kunnen bijdragen!

Geplaatst in Kleimeer | 3 reacties

Zwammetje

Vanmorgen moest ik al vroeg & nuchter de deur uit voor een bezoekje aan het gezondheidscentrum. Na afloop fietste ik door de regen weer naar huis, me verheugend op een grote pot thee en een bak cornflakes. Thuis gekomen stapte ik van mijn fiets en zocht mijn sleutels. En toen…

… viel mijn oog op het bankje dat voor ons huis staat en waarop de trofeeën van menige wandeling in de duinen bij Bergen tentoongesteld liggen: een kleine verzameling kegels van dennen, in schoon Antwerps mastentoppen genoemd. Met name één mastentop trok mijn aandacht: er bovenop groeit, wiegend op zijn slanke steel, een iel paddenstoeltje, het hoedje reeds aangevreten door een of andere worm of insect.

Mastentoppen op de bank voor je huis: ze vertellen je iets over het weer. Vandaag zijn ze krampachtig gesloten, het is al en blijft ook een natte dag. En als het een paar dagen droog is, openen de schubben zich en ziet onze verzameling bostrofeeën er heel anders uit!

Wat dat zwammetje betreft: geen idee hoe het heet. Maar dat hindert niet, ik word al blij van er gewoon naar te kunnen kijken…

Intussen is de bak cornflakes leeg gelepeld en heb ik net een tweede mok thee ingeschonken. Nog even relaxen – en dan begint min of meer de werkdag.

Geplaatst in Natuur | Een reactie plaatsen

De Amsterdamse Jordaan in anekdotes en verhalen

Zondag 20 september 2020, een zonovergoten nazomerse dag, wat niet belette dat het ’s morgens zó koud was dat ik de handschoenen aantrok toen ik naar het station fietste. Ik stalde mijn rijwiel en in afwachting van de komst van mijn reis- en wandelgenoten, onderwierp ik de omgeving van Alkmaar CS aan een nadere verkenning. Gewoonlijk kom je hier aan en vlieg ja naar de perrons, maar ik was nu vroeg en had alle tijd.

Fietsenstalling Alkmaar CS
Waterwerk geïnspireerd door Alkmaar Kaasstad

Het was erg rustig in de trein. Ik stelde weer vast dat de rol van de conducteur is veranderd: minzaam groetend liep onze gastheer door de trein… Waar is de tijd dat iedereen verkrampte als de conducteur de coupé binnen kwam om de kaartjes te controleren, en men vertwijfeld in tassen en jassen begon te graaien op zoek naar zijn kaartje of zijn OV-pas. Sweet memories… Niks aan, zo’n aardige gastheer.

Hoewel, enkele weken geleden reisde ik van Haarlem terug naar Alkmaar. Schuin tegenover mij zat een jonge dame. Ik voelde dat er iets mis met haar was – haar blik schoot enigszins schichtig heen en weer – maar kon er geen vinger achter krijgen wat er nou precies aan de hand was. Zo niet de conducteur, een kordate Noord-Hollandse dame die gelijk in de smiezen had dat hier zonder mondkapje werd gereisd! De jonge vrouw bleek de Spaanse nationaliteit te bezitten en kreeg prompt in onvervalst verhakkeld Engels te horen dat zij als Spaanse toch echt wel had moeten weten dat reizen met de trein zónder mondkapje een doodzonde was. In Spanje was het wel héél erg gesteld met dat virus! De trein stopte in Heemskerk en zonder pardon werd de jonge vrouw de trein uit gebonjourd. Anders had het haar flink wat geld gekost, beet de gastvrouw haar nog toe. Je zult als Spaanse schone maar gedumpt worden op de perrons van Heemskerk Centraal…

Afijn, wij bereikten zonder gedoe Amsterdam CS en wandelden op ons gemakje door de stad richting de Westertoren, genietend van de rust die er in onze hoofdstad heerste en van de blauwe hemelkoepel die haar omspande…

We waren op weg naar het beeldje van Anne Frank, dat op de Westermarkt staat aan de voet van de Westertoren. Daar hadden we afgesproken met de rest van onze leeskring en met Mechteld van Book Lovers’ Tours (www.bookloverstours.nl). Onderweg passeerden we een aardig sculptuur dat Multatuli uitbeeldt (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker), de schrijver van Max Havelaar, een boek dat later in de ochtend tijdens de wandeling aan bod zou komen toen we langs een fraai pand (Amsterdamse school?) aan de (“Ik ben makelaar in koffie, en woon op…) de Lauriergracht Nr. 37 kwamen (een huisnummer dat in de tijd dat Multatuli het boek schreef, niet bestond, leerden we van Mechteld).

Ruim drie uur kuierden we achter Mechteld aan door de Jordaan en we kwamen langs allerlei plekjes die een link hebben met schrijvers, boeken, verhalen, gedichten… Zie hier de lijst die we afwerkten…

Anne Frank, Het Achterhuis
Jessica Durlacher, De dochter
John Green, The fault in our stars/Een weeffout in onze sterren
Theo Thijssen, Kees de jongen (dat ga ik gauw eens lezen!)
Charlotte Mutsaers, Koetsier Herfst
Rasha Peper, Vingers van marsepein
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. en Aya Zikken, De Atlasvlinder
Jan Kal, 1000 sonnetten (fascinerende figuur, blijkt oude studiegenoot te zijn van iemand van ons clubje)
Connie Palmen, I.M. (tijd voor koffie met cheesecake)
Willem Wilmink, Verzamelde liedjes en gedichten
Betje Wolff en Aagje Deken, De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart
Multatuli, Max Havelaar
Kader Abdolah, De Kraai en Martijn Adelmund, Max Havelaar met zombies
Justus van Maurik, Toen ik nog jong was.
F. Bordewijk, Rood Paleis
Willem Jan Otten, De eend. In: Eerdere gedichten
Roxane van Iperen, ’t Hooge Nest

Het kleine Theo Thijssen Museum aan de Eerste Leliedwarsstraat

Op de meeste plaatsen vertelde Mechteld een anekdote, een historisch feit, een gerucht. En op elke plek las ze ook voor uit het literaire werk dat ermee verbonden was… De tijd vloog en op een gegeven moment stonden we gewoon weer aan de voet van de Westertoren… waar we afscheid namen en vanwaar ieder zijns weegs ging.

Op verschillende plekken zag ik mooi versierde fietsen staan. Ik fotografeerde er drie. Terugdenkend aan gisteren, kan ik me voorstellen dat er mogelijk meer zulke fietsen verspreid over de stad staan, bijv. in het kader van een kunstproject. Ik krijg bijna zin om terug naar Amsterdam te gaan en ze te gaan zoeken…

Mijn favoriet
Geplaatst in Cultuur, Lezen | Tags: , , | 1 reactie

Opeens is het zover…

Het is me het jaartje wel… Na een kletsnatte winter hadden we een kurkdroog voorjaar en een zomer die deels ‘Hollands’ en deels tropisch verliep. En opeens zijn we in de nazomer terechtgekomen en krijgt het weder herfstige trekjes.

Vanmiddag maakten we nog maar eens een rondje Kleimeer en tot onze verbazing (en ook wel ontzetting) heeft de herfst daar wat ons betreft reeds stevig zijn intrede gedaan… Daarvan getuigen, als ik zo vrij mag zijn, de onderstaande foto’s. Verwacht echter niet alleen felle, warme couleurs d’automne maar ook, eerder knisperend droge, zilverige herfsttonen… Met een zonnetje en wat witte wolkjes erbij zeer fotogeniek.

Op 30 augustus – dat is iets meer dan een week geleden – was er amper een spoor herfst te bekennen… Deze veranderingen hebben zich dus in behoorlijk korte tijd voltrokken!

Geplaatst in Kleimeer, Wandelen | Een reactie plaatsen

De klompen aan, en gaan!

Ik ben allang een fan van de zgn. Klompenpaden die je overal in de provincies Utrecht en Gelderland vindt. Dus toen zich gisteren de gelegenheid voordeed, maakte ik daar dankbaar gebruik van. Immers, ons werd gevraagd om naar Doorn af te reizen, gelegen aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, om aldaar een rondje te lopen met zoonlief en zijn dochter, ons kleinkind, de prachtige Jona, terwijl de moeder een cursus volgde. En zo gebeurde het dat wij, aan de zijde van een buggy waarin wij met enige regelmaat vertederende blikken wierpen, een rondje in de zondagochtendse-hels-drukke Kaapse Bossen om de Helenaheuvel liepen om vervolgens te genieten van een mok kruidenthee en een stuk kersencake met mascarpone op het terras van de Helenahoeve.

Kort na het middaguur reden vrouwlief en ik naar Doorn en voorbij Doorn, en parkeerden de auto aan het beginpunt (of eindpunt) van het Gerrit Achterbergpad: een Klompenpad van Doorn naar Wijk bij Duurstede; een lijnwandeling wat bijzonder is voor een Klompenpad, want de meeste zijn rondwandelingen, die je vaak via overstaproutes aan mekaar kunt knopen. Heen én terug naar Wijk vonden we te ver, maar op het kaartje dat ik van de website had gedownload, zag ik alternatieven (zgn. routeverkorters) om terug te keren…

Van Gerrit Achterberg is ons dit gedicht welbekend, en niet alleen ons!

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.
Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.
God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.
Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods – en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Langs de route staan bordjes waarop gedichten van Achterberg te lezen zijn. Erg leuk!

Wij volgden de hoofdroute tot landgoed Sandenburg, en we wandelden vooral door brede dreven, over verharde wegen. Pas toen we het landgoed opgingen, kregen we bospaadjes onder onze zolen…

Hoe anders was dat op de route terug naar Doorn, die bijna helemaal over een heerlijk graspaadje liep langs de rand van weilanden en akkers. Brede stroken langs de maïsvelden waren ingezaaid met vele soorten bloemen, een feest voor het oog der wandelende passant en hopelijk een goede bijdrage aan de bijenstand! (Voor je het beseft, ben je aan ’t rijmen als je zo’n dichterlijke route volgt…)

Het laatste deel van de wandeling voerde over een leuk grasdijkje omzoomd met knotwilgen. Daarna kwamen we terug in de uitlopers der bossen van de Utrechtse Heuvelrug alwaar onze bolide geparkeerd stond.

Alvorens terug te keren naar Alkmaar, reden we naar Wijk bij Duurstede, een stadje dat ik al eerder had willen bezichtigen maar dat was er nooit van gekomen… We struinden er bijna twee uur rond!

Geplaatst in Wandelen | 1 reactie

Beentjes strekken

Vandaag moet ik voor het werk naar Haarlem en kan ik een half uurtje later opstaan én een rondje lopen voor ik op de fiets naar het station rijd om de trein te nemen. Een relaxte start van de werkdag dus.

Ik heb het geluk te wonen in een straatje dat grenst aan een parkje dat bij de gemeente de – overigens niet echt indrukwekkende – status van natuurgebied heeft. Er zijn zelfs wat onverharde paadjes, samen misschien maar 250 meter in lengte, maar toch.

Als ik naar buiten stap, besef ik maar weer eens hoe fijn het is om te wonen in een klimaat waarin afwisseling de klok slaat. Gisteren regende het de hele dag, de wolken hingen laag en loodzwaar boven het land. Vandaag schijnt de zon en is de hemelkoepel bespikkeld met vriendelijke zachtgele wolkjes… De temperatuur is buitengewoon aangenaam.

Mijn blik richt zich dra naar beneden en ik verbaas me weer over de kleurenpracht in de natuur, zelfs nu de zomer op zijn retour is en de herfst zich onmiskenbaar aankondigt!

Mijn werkdag is goed begonnen. Ik haal de fiets uit de schuur, plof mijn rugtas in de fietstas en trap naar het station. Ik loop het perron op en stap in de gereedstaande trein. Shit! Ik was eigenlijk van plan om een latere trein te nemen, nu reis ik al vóór 9 uur en dus zonder korting… Ik zet mijn mondkapje op en neem een tijdschrift. Heerlijk, reizen met de trein!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Couperus

Op mijn Antwerpse middelbare school – aangeduid met de letters SIMTO, die inspirerend stonden voor Stedelijk Instituut voor Middelbaar en Technisch Onderwijs – heb ik boeken van Ward Ruyslinck, Johan Daisne, Jos Vandeloo en nog enkele andere Vlaamse schrijvers gelezen. Als ik het me goed herinner moesten we vanaf de 3de klas twee literaire werken per schooljaar lezen en daarvan een boekverslag maken. Ik las ook Floere het Fluwijn van Ernest Claes, weet ik nog, lekker dun wat door de lerares Nederlands niet werd gewaardeerd. Couperus echter heb ik nooit gelezen.

Toch maakten wij Vlaamsche schooljongens wel degelijk kennis met enkele Ollandse schrijvers. De lerares Nederlands las ons voor uit Godfried Bomans die zij zeer bewonderde maar ons pubers vooral deed gapen en giechelen (om het enthousiasme van de lerares dat wij niet begrepen).

Wekelijks hadden we een lesuur literatuur. Daarvoor bestond een methode: De Gouden Poort. Zo maakten wij kennis met Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu en ook met… Louis Couperus!

Ik vond dat destijds een schitterende kennismaking, een van de lessen uit De Gouden Poort (de enige!?) die ik me herinner en dat wil wat zeggen. Het betreft het verhaal De binocle. Als ik nu op Wikipedia de korte inhoud even teruglees, komt de sfeer van het verhaal weer helemaal bovendrijven! Het bleef bij die ene kennismaking met Couperus, op twee toneelstukken na die we de afgelopen jaren zijn gaan kijken en die waren gebaseerd op de boeken De stille kracht en Eline Vere.

En nu heb ik De stille kracht zelf gelezen omdat we in ons leesclubje eens een Nederlandse klassieker wilden lezen. In het begin dacht ik: “Mijn God, waar ben ik aan begonnen!?” Lange zinnen vol bijzinnen, Indonesische woorden, archaïsch taalgebruik, veel neologismen ook vermoed ik. Maar ik beet door want de sfeer stond me wel aan en gaandeweg kon ik ook steeds meer genieten van de barokke taal die gebezigd wordt in dat boek… De eindconclusie is: wat een machtig mooi boek!

Wat ik frappant vind is dat er tijdens het lezen geen enkel, maar dan echt ook geen enkel beeld boven kwam drijven van de toneelbewerking die ik enkele jaren geleden heb gezien. Desgevraagd bevestigde mijn echtgenote dat we die toneelvoorstelling wel degelijk hadden bezocht. Laat ik het maar bij mezelf houden: ik moet daar gezeten hebben in een vreemde gemoedstoestand!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een nieuwe blik…

Hoewel ik geschiedenis boeiend vind, lees ik er in feite weinig over, hooguit als ik ergens heen ga en me van tevoren (of ter plekke) verdiep in de geschiedenis van de stad of de regio. Ik vermoed dat ik werd getriggerd door het enthousiasme van het DWDD-boekenpanel om Aan de rand van de wereld te reserveren bij de bibliotheek. En na lang wachten kon ik het boek dan eindelijk komen ophalen. Het ging mee op vakantie.

Aan de rand van de wereld is geschreven door de Britse historicus Michael Pye en draagt als ondertitel Hoe de Noordzee ons vormde. Het boek begint (in de inleiding) in Scarborough, een populaire badplaats aan de oostkust van Engeland, die ik altijd associeer met het liedje Scarborough fair van Simon & Garfunkel. Edel volk komt daar in de 18de eeuw kuren. Maar al gauw steekt Pye de Noordzee over en arriveert in het Domburg van 1647, wanneer een zware storm de fundamenten blootlegt van wat later een Romeinse tempel blijkt te zijn. Drie jaar later spoelen er, weer na een pittige storm, doodskisten aan met skeletten die óf voor-christelijk zijn (van vóór het jaar 700 dus) of dateren uit de tijd dat de Vikingen de christenen tijdelijk verjoegen (omstreeks het jaar 850). Uit geschriften van monniken weten we dat de Noormannen in 837 flink huis hebben gehouden op Walcheren…

Na die twee voorbeelden schrijft Pye: “Dit boek gaat over de herontdekking van die verloren wereld, en over wat die wereld voor ons (de bewoners van de landen rond de Noordzee, nvdr) betekent: het leven rondom de Noordzee in een tijd toen reizen over water nog de eenvoudigste manier van verplaatsen was, toen de zee volkeren verbond en geloven en ideeën transporteerde, naast potten, wijn en steenkool. (…) Hier wordt verteld hoe het denken van de mensen ingrijpend verandert onder invloed van de voortdurende contacten over water. Deze koude, grijze zee maakte in een tijd van duisternis de moderne wereld mogelijk.”

Wat volgt is een tsunami aan verhalen, anekdotes, geschiedenislesjes die met orkaankracht het hoofd van de argeloze lezer worden in geslingerd. De twaalf hoofdstukken worden geschreven vanuit steeds weer een nieuw perspectief, een ander thema. Het begint met de Friezen, die het geld uitvonden waardoor handel een nieuwe dimensie kreeg. Andere thema’s zijn o.a. de handel in het geschreven woord, nederzettingen, mode, rechtspraak, wetenschap, liefde, de pest (met aardige parallellen met onze huidige COVID-19 pandemie) en de stad.

Het boek leest als een trein, al sprak het ene hoofdstuk me net wat meer aan dan het andere. Maar de vlotte vertelstijl, de enorme feitenkennis op basis van literatuurstudie (33 pagina’s verwijzingen…) én het feit dat het gaat om een stuk geschiedenis van ‘eigen bodem’ om zo te zeggen, maken dat je dit boek blijft lezen. De geschiedenis die we op school krijgen, wordt behoorlijk anders ingekleurd en de kleuren worden ook een stuk levendiger… “Een schitterend boek! Dit is de beste manier om geschiedenis tot leven te brengen,” oreert Geert Mak op het kaft… Dat de middeleeuwen geen donker gat van 1000 jaar zijn tussen de val van het Romeinse Rijk en de renaissance, maakt dit boek wel duidelijk.

Vijf sterren!

Geplaatst in Lezen | 1 reactie