Vandaag moet ik voor het werk naar Haarlem en kan ik een half uurtje later opstaan én een rondje lopen voor ik op de fiets naar het station rijd om de trein te nemen. Een relaxte start van de werkdag dus.
Ik heb het geluk te wonen in een straatje dat grenst aan een parkje dat bij de gemeente de – overigens niet echt indrukwekkende – status van natuurgebied heeft. Er zijn zelfs wat onverharde paadjes, samen misschien maar 250 meter in lengte, maar toch.
Als ik naar buiten stap, besef ik maar weer eens hoe fijn het is om te wonen in een klimaat waarin afwisseling de klok slaat. Gisteren regende het de hele dag, de wolken hingen laag en loodzwaar boven het land. Vandaag schijnt de zon en is de hemelkoepel bespikkeld met vriendelijke zachtgele wolkjes… De temperatuur is buitengewoon aangenaam.
Mijn blik richt zich dra naar beneden en ik verbaas me weer over de kleurenpracht in de natuur, zelfs nu de zomer op zijn retour is en de herfst zich onmiskenbaar aankondigt!
Mijn werkdag is goed begonnen. Ik haal de fiets uit de schuur, plof mijn rugtas in de fietstas en trap naar het station. Ik loop het perron op en stap in de gereedstaande trein. Shit! Ik was eigenlijk van plan om een latere trein te nemen, nu reis ik al vóór 9 uur en dus zonder korting… Ik zet mijn mondkapje op en neem een tijdschrift. Heerlijk, reizen met de trein!
Op mijn Antwerpse middelbare school – aangeduid met de letters SIMTO, die inspirerend stonden voor Stedelijk Instituut voor Middelbaar en Technisch Onderwijs – heb ik boeken van Ward Ruyslinck, Johan Daisne, Jos Vandeloo en nog enkele andere Vlaamse schrijvers gelezen. Als ik het me goed herinner moesten we vanaf de 3de klas twee literaire werken per schooljaar lezen en daarvan een boekverslag maken. Ik las ook Floere het Fluwijn van Ernest Claes, weet ik nog, lekker dun wat door de lerares Nederlands niet werd gewaardeerd. Couperus echter heb ik nooit gelezen.
Toch maakten wij Vlaamsche schooljongens wel degelijk kennis met enkele Ollandse schrijvers. De lerares Nederlands las ons voor uit Godfried Bomans die zij zeer bewonderde maar ons pubers vooral deed gapen en giechelen (om het enthousiasme van de lerares dat wij niet begrepen).
Wekelijks hadden we een lesuur literatuur. Daarvoor bestond een methode: De Gouden Poort. Zo maakten wij kennis met Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu en ook met… Louis Couperus!
Ik vond dat destijds een schitterende kennismaking, een van de lessen uit De Gouden Poort (de enige!?) die ik me herinner en dat wil wat zeggen. Het betreft het verhaal De binocle. Als ik nu op Wikipedia de korte inhoud even teruglees, komt de sfeer van het verhaal weer helemaal bovendrijven! Het bleef bij die ene kennismaking met Couperus, op twee toneelstukken na die we de afgelopen jaren zijn gaan kijken en die waren gebaseerd op de boeken De stille kracht en Eline Vere.
En nu heb ik De stille kracht zelf gelezen omdat we in ons leesclubje eens een Nederlandse klassieker wilden lezen. In het begin dacht ik: “Mijn God, waar ben ik aan begonnen!?” Lange zinnen vol bijzinnen, Indonesische woorden, archaïsch taalgebruik, veel neologismen ook vermoed ik. Maar ik beet door want de sfeer stond me wel aan en gaandeweg kon ik ook steeds meer genieten van de barokke taal die gebezigd wordt in dat boek… De eindconclusie is: wat een machtig mooi boek!
Wat ik frappant vind is dat er tijdens het lezen geen enkel, maar dan echt ook geen enkel beeld boven kwam drijven van de toneelbewerking die ik enkele jaren geleden heb gezien. Desgevraagd bevestigde mijn echtgenote dat we die toneelvoorstelling wel degelijk hadden bezocht. Laat ik het maar bij mezelf houden: ik moet daar gezeten hebben in een vreemde gemoedstoestand!
Hoewel ik geschiedenis boeiend vind, lees ik er in feite weinig over, hooguit als ik ergens heen ga en me van tevoren (of ter plekke) verdiep in de geschiedenis van de stad of de regio. Ik vermoed dat ik werd getriggerd door het enthousiasme van het DWDD-boekenpanel om Aan de rand van de wereld te reserveren bij de bibliotheek. En na lang wachten kon ik het boek dan eindelijk komen ophalen. Het ging mee op vakantie.
Aan de rand van de wereld is geschreven door de Britse historicus Michael Pye en draagt als ondertitel Hoe de Noordzee ons vormde. Het boek begint (in de inleiding) in Scarborough, een populaire badplaats aan de oostkust van Engeland, die ik altijd associeer met het liedje Scarborough fair van Simon & Garfunkel. Edel volk komt daar in de 18de eeuw kuren. Maar al gauw steekt Pye de Noordzee over en arriveert in het Domburg van 1647, wanneer een zware storm de fundamenten blootlegt van wat later een Romeinse tempel blijkt te zijn. Drie jaar later spoelen er, weer na een pittige storm, doodskisten aan met skeletten die óf voor-christelijk zijn (van vóór het jaar 700 dus) of dateren uit de tijd dat de Vikingen de christenen tijdelijk verjoegen (omstreeks het jaar 850). Uit geschriften van monniken weten we dat de Noormannen in 837 flink huis hebben gehouden op Walcheren…
Na die twee voorbeelden schrijft Pye: “Dit boek gaat over de herontdekking van die verloren wereld, en over wat die wereld voor ons (de bewoners van de landen rond de Noordzee, nvdr) betekent: het leven rondom de Noordzee in een tijd toen reizen over water nog de eenvoudigste manier van verplaatsen was, toen de zee volkeren verbond en geloven en ideeën transporteerde, naast potten, wijn en steenkool. (…) Hier wordt verteld hoe het denken van de mensen ingrijpend verandert onder invloed van de voortdurende contacten over water. Deze koude, grijze zee maakte in een tijd van duisternis de moderne wereld mogelijk.”
Wat volgt is een tsunami aan verhalen, anekdotes, geschiedenislesjes die met orkaankracht het hoofd van de argeloze lezer worden in geslingerd. De twaalf hoofdstukken worden geschreven vanuit steeds weer een nieuw perspectief, een ander thema. Het begint met de Friezen, die het geld uitvonden waardoor handel een nieuwe dimensie kreeg. Andere thema’s zijn o.a. de handel in het geschreven woord, nederzettingen, mode, rechtspraak, wetenschap, liefde, de pest (met aardige parallellen met onze huidige COVID-19 pandemie) en de stad.
Het boek leest als een trein, al sprak het ene hoofdstuk me net wat meer aan dan het andere. Maar de vlotte vertelstijl, de enorme feitenkennis op basis van literatuurstudie (33 pagina’s verwijzingen…) én het feit dat het gaat om een stuk geschiedenis van ‘eigen bodem’ om zo te zeggen, maken dat je dit boek blijft lezen. De geschiedenis die we op school krijgen, wordt behoorlijk anders ingekleurd en de kleuren worden ook een stuk levendiger… “Een schitterend boek! Dit is de beste manier om geschiedenis tot leven te brengen,” oreert Geert Mak op het kaft… Dat de middeleeuwen geen donker gat van 1000 jaar zijn tussen de val van het Romeinse Rijk en de renaissance, maakt dit boek wel duidelijk.
Zaterdagavond 15 augustus. In o.a. Belgenland vieren ze vandaag Moederdag, de aanleiding hiervoor zit ‘m in het feit dat deze dag op de katholieke kalender staat aangemerkt als Maria Hemelvaart. De Kerk heeft deze dag dus gekaapt en in katholieke landen wordt Moederdag gevierd op 15 augustus. Het is zelfs een officiële feestdag, een vrije dag voor iedereen, de winkels blijven gesloten. In de week waarin Maria Hemelvaart viel, waren vroeger in Antwerpen veel bedrijven en kantoren gesloten. Mijn vader nam die week altijd vakantiedagen op en dan gingen we nog een weekje weg, vaak naar Nederland. We logeerden dan in een Nivonhuis, wat we meestal erg leuk vonden maar niet in de week van 15 augustus, want dan waren de Nederlandse basisscholen alweer begonnen en zat het Nivonhuis vol met oudere dames en heren in plaats van met gezinnen met kinderen met wie wij dan lekker konden spelen…
Na een dag die grijs begint en zelfs enige verkoeling en wat fijne miezer oplevert in de vroege uren, loopt de temperatuur weer op. In combinatie met de hoge luchtvochtigheid wordt het opnieuw een tropisch aanvoelende dag.
Aan het eind van de middag breekt de zon voorzichtig door, wat de temperatuur nog verder omhoog stuwt, maar in elk geval zorgt het zonnetje voor een vriendelijker uitstraling van de wereld! Dus stappen we tóch in de auto voor een rondje in de Bergense duinen en trotseren we de warme, vochtige lucht. We parkeren bij de Franschman, althans zo noemen wij die parkeerplaats omdat naast de nabijgelegen rotonde boerderij de Franschman staat. De naam van deze boerderij is afkomstig van het achtergelegen duin waar een Franse soldaat werd gevonden die in de slag bij Bergen in 1799 was gesneuveld.
Op de parkeerplaats staan best nog wat auto’s maar in de duinen is het stil… We komen amper andere wandelaars tegen en de trouwe lezer weet intussen dat zulke rust ons zeer bekoort. De heide staat inderdaad in bloei – en hoe. Net als vorig jaar ziet de struikheide er gezond uit en vormen die paars-golvende vlakken een wellust voor het oog! Wat de heide betreft mag de temperatuur wel iets naar beneden gaan en mogen er enkele buien vallen – dan kunnen we wellicht wat langer genieten van al dat fraaie natuurschoon.
Op ons gemakje wandelen we over mulle paden door het duin. De lucht is klam, we zweten als paarden. Af en toe brengt een zuchtje wind wat verkoeling. Het is de bedoeling om op een plek, waar onze buurman ons op heeft gewezen, naar het Rondbladig wintergroen (Pyrola rotundifolia) te speuren dat hier ergens moet groeien. Overigens lees ik op Wikipedia dat we tegenwoordig Rond wintergroen moeten zeggen… Hoe we het ook moeten noemen – wij vinden het zeer zeldzame plantje niet. Ik zal aan de buurman opnieuw moeten vragen waar we moeten wezen!
Niet getreurd, er zijn ergere dingen in het leven. (Maar balen is het wel 😒.) We wandelen verder, volgen een stukje het fietspad en nemen dan de trap bij ANWB-paddenstoel 22911, om over een uitgestrekte vlakte terug naar de auto te lopen. Ten zuidwesten van ons zien we uit grote wolken regen naar beneden zwiepen maar die verdampt voor hij de aarde bereikt. Dat levert wel een vreemde regenboog op, hoog in de lucht!
Achter ons gaat de zon onder roodgloeiend onder… Dat levert een Afrikaans aandoend tafereeltje op. Alleen het silhouet van een giraf ontbreekt maar dat kan ook kloppen, we lopen hier per slot van rekening gewoon in Nederland!
Wie aan de Vogezen denkt, denkt aan een schitterend middelgebergte in het oosten van Frankrijk, parallel aan de brede Rijnvallei gelegen waar de wijngaarden verrukkelijke witte (en rode) wijnen voortbrengen met 1000 keer meer smaak dan vele andere vins blancs… Welnu, daar waren wij niet op vakantie!
Ten noorden van de Vogezen strekt zich een heuvelachtig land uit, een enorm bebost gebied, dat deels in Duitsland ligt en deels in Frankrijk. Het Duitse deel staat bekend als de Pfalz, het Franse deel is het Parc Naturel Régional des Vosges du Nord. Het is een heerlijk wandelgebied en het is er vrij rustig, zelfs in de zomer. Zowel in de Pfalz als in de Vosges du Nord ligt er een uitgebreid netwerk van wandelroutes, op Frans grondgebied uitgezet door de Club Vosgien, de oudste wandelclub van Frankrijk. De bewegwijzering is uitstekend en de paden variëren van brede boswegen tot smalle, steile paadjes die naar zandstenen rotsformaties leiden waar in de XIde-XIIIde eeuw menige burcht werd op- of tegenaan gebouwd. Het is niet moeilijk om elke wandeling een of twee van deze burchtruïnes aan te doen en dat maakt het wandelen er extra interessant…
Op zaterdag 18 juli betrokken wij in het charmante dorpje Niedersteinbach (jazeker, in Frankrijk gelegen maar wel vlakbij de Duitse grens) een eenvoudige maar fijne Gîte de France die twee weken onze uitvalsbasis zou zijn. Gîte Hecker is een vakwerkhuisje, gebouwd in 1701 en enkele jaren geleden gerenoveerd: aan de buitenkant is het karakter prachtig behouden, binnen is het gewoon praktisch ingericht: halletje, gang, twee slaapkamers, badkamer en een woon-/eetkamer met coin cuisine. Prijs in het hoogseizoen: € 300,- per week. Zeer netjes…
Links het huisje, gelegen aan de doodlopende Rue de l’Ecole.Een fijne, ruime tuin met genoeg schaduwplekjes en een prieeltje waaronder we elke dag ontbeten en dineerden, en soms ook lunchten. Op de foto is amper de helft van de tuin te zien.Elke ochtend reed ik naar de bakker in Lembach (8 km) voor vers stokbrood, croissants en iets lekkers voor bij de thee later op de dag…
Twee weken hebben we in de Vosges du Nord vakantie gevierd. Twee weken hadden we zonovergoten en warm zomerweer. Twee weken hebben we bijna elke dag een mooie wandeling gemaakt. Niet eens lange wandelingen want onze fysiek conditie legde ons beperkingen op… Hieronder een paar foto’s waarmee ik een beeld van de streek hoop te schetsen.
Eindeloze bossen, met in verhouding veel heerlijk koel loofbos!Allerlei soorten paadjes en goed aangegeven wandelroutes.Opeens stuit je tegen een hoge rotswand. Niet zelden prijkt er bovenop de rotsen een restant van een middeleeuwse burcht!Via in de rots uitgehouwen trappen en soms zelfs met ladders kun je bij de meeste ruïnes tot hoog op de rots klimmen.Er werd niet alleen op of tegenaan de rotsen gebouwd, er werden ook ruimtes ín de rotsen uitgehouwen!Soms zijn kleine stukjes van de burcht gerestaureerd…Je moet geen last hebben van hoogtevrees!Artistieke impressie van een van de (grotere) kastelen.
Behalve dat je in de Pfalz en de Vosges du Nord eindeloos kunt wandelen, kun je er ook allerlei bezienswaardigheden bezoeken. Vanuit Niedersteinbach ondernamen we een aantal kortere of langere excursies.
Wissembourg is een heel sfeervol stadje dat midden tussen de wijngaarden ligt op een kilometer van de Duitse grens. Drie kilometer verderop vind je in het wijndorp Schweigen Rechtenbach de bio-dynamische wijngaarden van wijnhuis Zum Alter Zollberg (Demeter keurmerk): een aanrader.Cleebourg is een wijndorp in de buurt van Wissembourg. Er zijn ook veel boomgaarden waar o.a. mirabellen gekweekt worden, een zalig-lekkere kleine pruimensoort die we in Nederland helaas bijna nergens kunnen kopen. Fijn om het bos een keer af te wisselen met een opener landschap.Na de Eerste Wereldoorlog bouwden de Fransen een enorm verdedigingswerk langs de hele Duits-Franse grens. Een gigantisch (prestige) project dat vele miljoenen francs heeft gekost en waar de Duitsers in 1940 lachend overheen vlogen, of omheen (o.a. via België) reden. Een militair miskleun van jewelste. Sommige ondergrondse bunkercomplexen kun je bezoeken, wij bezochten Four-à-Chaux bij Lembach.Uiteindelijk liggen de Hoge Vogezen niet extreem ver weg. Wij maakten een dagtocht met als verste (en hoogste) punt de Col du Donon.
We kunnen terugblikken op een zalige vakantie. Het is een gebied waar we zeker nog een keer terug naartoe willen, en dan willen we met plezier weer verblijven in Gîte Hecker! Trouwens, voor wie van lekker eten houdt: in Niedersteinbach, Lembach en Obersteinbach staan enkele vermaarde hotel-restaurants die onder hun trouwe gasten mensen als Helmut Kohl en Johnny Hallyday mochten rekenen… Wij hebben tweemaal uitstekend gedineerd in Le Cheval Blanc bij ons in ’t dorp. In in Schweigen Rechtenbach is het Wirtshaus (kroeg) van Zum Alter Zollberg een adresje om het lokale gerecht Flammkuchen (tarte flambée) te eten onder het genot van een koele riesling…
En ja, er is alweer een week voorbij. Niet zomaar een week, nee-hee! een heuse zomerweek tevens zijnde een vakantieweek… en dus kostbare tijd… Wat heb ik zoal beleefd? Als u dat geen zier interesseert, stop dan à la minute met lezen. Bent u wel geïnteresseerd of gewoon een beetje curieus (vertaling Vlaams -> Nederlands: nieuwsgierig) leest u dan gerust verder. Leuk trouwens! Aïe…
Was er geen corona-tijd geweest, dan had ik op dit eigenste moment staan dansen op de festivalweide van HebCelt in Stornoway, Isle of Lewis, Outer Hebrides. Maar ja, we hebben wel een corona-tijd achter de rug en de wereld is nog steeds in de ban van het virus. Ik hoorde vanmiddag dat Barcelona en Antwerpen weer in een lockdown gaan omdat het virus er te erg om zich heen grijpt… Afschuwelijk! De Schotse eilanden zijn daarentegen net open gegaan en bleven al die maanden verschoond van het virus! Maar dat opening up is te laat – enkele weken geleden hebben we onze Schotse vakantie gecanceld, zoals de trouwe lezer weet. HebCelt is trouwens al een hele tijd geleden afgelast… wat zal het rustig zijn in Stornoway. Wilt u toch een beetje Lewis flavour opdoen en houdt u van een goede thriller? Leest u dan The Blackhouse van Peter May. Een van de beste boeken die ik ooit in dit genre heb gelezen – en u krijgt er gratis en voor niets een heleboel interessante geschiedenis bij.
Dit allemaal gezegd zijnde: wat heb ík allemaal gedáán de afgelopen zeven dagen? Nou, het begon zaterdag met een rit naar het Gooi alwaar vrouwlief en ikzelve een bezoek brachten aan twee tentoonstellingen in het Singer Museum.
Tentoonstelling 1: Spiegel van de ziel (een thema waar ik me deze dagen nogal in verdiep…) – een aanrader! Bij Nederlandse kunst voor 1900, kom je al gauw uit bij namen als Breitner en Israels. Schilders die, in tegenstelling tot hun leermeesters, kozen voor een realistische weergave van het leven op het platteland of het drukke leven in de groeiende steden. Gelijktijdig en als reactie op de oppervlakkigheid van het moderne leven en de materiële welvaart, richtte een aantal kunstenaars zich op de intimiteit van de binnenwereld met thema’s als de besloten tuin, het interieur, het stilleven en de geesteswereld van de kunstenaar.
Er hangen werken van bekende kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Vincent van Gogh, Matthijs Maris, Willem Witsen en Piet Mondriaan, maar er is ook werk te bewonderen van minder befaamde kunstenaars zoals Piet Meiners, Carel de Nerée tot Babberich, Frans Stamkart, Henri van Daalhoff, Gijs Bosch Reitz, Jacobus van Looy, Jan Veth, Antoon Derkinderen en Richard Roland Holst. Met ruim 70 schilderijen, aquarellen en tekeningen biedt deze expositie een andere kijk op de Nederlandse kunst rond 1900.
Hieronder een piepkleine selectie…
Eén deur verder liepen we de tweede tentoonstelling binnen: Van Barbizon tot Bergen, met werk van onder andere Charles Daubigny, Claude Monet, Anton Mauve, George Hendrik Breitner, Kees Maks, Co Breman, Henri Le Sindaner, Leo Gestel, Henri Le Fauconnier, Piet van Wijngaerdt en Elsa Berg. En weer volgt hieronder een kleine greep uit het tentoongestelde werk.
Na al dat fraais lonkte de buitenlucht, en met name de schitterende tuin van het museum waar tijdelijk werk wordt geëxposeerd van de Larense beeldhouwer Pépé Grégoire. We kuierden een tijdje rond temidden van al het prachtige kleurengeweld van de tuin, ontworpen door Piet Oudolf, en eindigden aan een tafeltje om al dat moois te laten bezinken onder het genot van een kopje koffie en een prima gevulde koek…
Tot zover de zaterdag. Zondag heb ik wat kozijnen geschuurd en geverfd, zeer tegen mijn zin maar blij dat het gedaan is… Maandag tot en met vrijdag heb ik elke ochtend doorgebracht op school, in alle rust werkend aan schoolgids en schoolplan. Zegt buitenstaanders waarschijnlijk weinig – houden zo! Maar… ik heb lekker gewerkt, prima gevoel. En daarnaast heb ik elke avond een rondje gelopen, heb ik genoten van het wisselvallige weer en heb ik wat rondgestruind in diverse boeken die ik van de bibliotheek heb geleend. Kortom, ik kijk met een goed gevoel terug op deze tweede vakantieweek.
En natuurlijk vergat ik niet te genieten van een lekker biertje… Deze week ontdekte ik bij de Odin en het werd meteen in mijn persoonlijke top 10 opgenomen: Tripel Plukker van brouwerij Pilgrim uit Poperinge, West-Vlaanderen.
Tot zover. De komende drie weken hoort u niets van mij. Beloofd.
De zomervakantie in dat deel van Nederland waar ons stulpje staat, is een week jong… Tijd voor een terugblik. Het oorspronkelijke plan was om vrijdagavond na de laatste werkdag meteen de boot naar Engeland te nemen en zaterdag naar Moffat te rijden, een stadje tussen Carlisle en Glasgow, al wel in Schotland gelegen – en dan zondag door te gaan naar Skye, Isle of the Mist. Dat vakantieplan zit nu in de koelkast. We vertrokken niet, bleven thuis en ik gebruikte deze week om nog wat achterstallig werk weg te werken. Volgende week trouwens idem, maar daarna gaan we er wel voor twee weken op uit.
Gistermiddag deed ik voor het eerst deze week iets leuks: met collega en vriend Emile bezette ik een tafeltje in de Kleine Deugniet en samen degusteerden we een paar heerlijke en bijzondere bieren onder het genot van een goed gesprek. We sloten de avond af met een lekkere pizza.
Op bezoek bij oma, van Van de StreekEen Pas de Saison van 100Watt, op oude Calvadosvaten gelagerd
Vanmorgen ging ik weer te werken maar om een uur liepen vrouwlief en ik de Grote Kerk in om een zgn. Kaasmarktconcert bij te wonen; beide orgels, het kleine en het grote, werden prachtig bespeeld!
Vervolgens bezochten we het Stedelijk Museum, waar je bij binnenkomst er op kunstzinnige en humoristische wijze wordt aan herinnerd dat je je handen moet ontsmetten.
We liepen het hele museum door, maar genoten toch het meest van de opstelling met werken van schilders van de Bergense school…
Arnout Colnot, duinen bij GroetGerrit van Blaaderen, Bretonse vissersGerrit van Blaaderen, Bretonse vissersDirk Filarski, berglandschapGerrit van Blaaderen, Zwarte schuurPiet Wiegman, de Waal bij Tiel (detail)
Ook bekeken we de schilderijen uit de collectie van Dhr. Paul Rijkens, oprichter van Unilever, met o.a. werken van de Belgische kunstenaars Paul Vaes, Constant Permeke en Gustave de Smet, en veel werk van Jan Sluijters. Het werkje hieronder is van Toon Kelder, dat vond ik erg mooi… ontroerend in zijn eenvoud.
Tot zover het relaas van mijn eerste vakantieweek…
Hoewel het vrijdagavond laat is geworden – in het aangename gezelschap van mijn leesvrienden – ben ik zaterdag toch redelijk vroeg op. Wat niet betekent dat ik ook vroeg op pad ga, maar zo rond 11 uur zit ik alsnog op de fiets. Het eerste plan was om eens naar de Schermer te fietsen: eeuwen geleden dat ik daar heb getoerd… Het tweede plan was om naar de Kleimeer te fietsen en een rondje te lopen. En het is geworden: op de fiets met een ruime boog helemaal om Heerhugowaard (‘de puist van Noord-Holland’) heen…
Langs de Kleimeer
Ik fiets langs het Noordhollandsch Kanaal naar het noorden, ga de Nauertogt op en neem het fietspad langs de Kleimeer. Twee sterntjes vliegen dreigend boven mijn hoofd: wat een mooie vogeltjes zijn dat toch! Via camping Molengroet, Noord-Scharwoude en Oudkarspel kom ik langs het Kanaal Omval-Kolhorn te fietsen. Een primeur. Het grappige is dat ik gedurende vele jaren, op weg naar mijn werk in Slootdorp, parallel aan dit kanaal met de auto heb gereden. Er is een verschil in sfeer tussen de N242 en de Waarddijk… neem dat van mij aan!
Kanaal Omval-KolhornHaventje…
Ik beland in Verlaat maar ik ben eerder aan de vroege kant: het middaguur heeft net geslagen… Wat doe je, als er een Ierse pub op je route ligt? Dan denk je toch: tijd voor een Guinness. Met iets erbij.
The Irish Cotttage – Ierse pub in het Noord-Hollands landschap
Na een heerlijke en voedzame Cottage Croque stap ik weer op de fiets. De tocht gaat naar Oude Niedorp, door het gehucht Frik (woont hier een onderwijzer?) en dan over achtereenvolgens de Kerkweg, de Groenedijk, de Berkmeerdijk, de Plemdijk en de lange Oostdijk naar Rustenburg dat gelegen is aan de Ringvaart om de Heerhugowaard. Of is dit de Schermer Ringvaart? Of alletwee? De berm van de Oostdijk is ingezaaid met talloze wilde bloemen: een lust voor het oog en vast een insectenparadijs!
Hier en daar kleuren de akkers nog paars…Veenhuizer molenMiddeltocht BerkmeerpolderRingvaart – hoe Noord-Hollands wil je het hebben?Hensbroeker molenBloemenfeest in de berm van de OostdijkDe molens van Rustenburg
Over rustig asfalt trap ik nu westwaarts, terug naar Alkmaar. Aan de ringvaart bij het dorp Oterleek is een molen annex bakkerij gevestigd. Fermento biedt er een dagbesteding aan mensen met een verstandelijke beperking. In het molenbedrijf werken zo’n tien mensen. Zij malen het graan, bakken broden en koekjes, en verkopen de eigen producten (aangevuld met producten uit andere werkgebieden van de antroposofische Raphaëlstichting) in de bakkerswinkel op het molenerf. Helaas is de winkel al gesloten…
De Otter (Fermento), Oterleek
Ik trap de laatste kilometers weg. Je merkt dat je dichtbebouwd gebied nadert: wie de agglomeraties van Heerhugowaard en Alkmaar wil ontvluchten, komt al gauw terecht aan de rand van de Schermer… Ik kom langs het Oude Gemaal, waarin het Poldermuseum is ondergebracht. Ik heb het museum nog nooit bezocht, het staat nog op mijn lijstje. Een aantrekkelijk terras brengt me even in de verleiding, maar ik wil naar huis toe dus het Poldermuseum is voor een andere keer… Wie weet deze zomer, want we gaan waarschijnlijk niet op reis!
Het Oude Gemaal / Poldermuseum
Net voor Alkmaar steek ik met een grote brug opnieuw het Kanaal Omval-Kolhorn over. Meestal raas ik hier met de auto langs, nu kan ik afstappen en vanaf het viaduct eens rustig uitkijken over de rietvelden die het kanaal afschermen van het bedrijventerrein Beverkoog: een mooi stukje ongerepte natuur, ingeklemd tussen menselijke activiteiten…
Voor diegenen die dit rondje ook willen fietsen: ik volgde bijna uitsluitend de knooppunten van het netwerk Noord-Holland. Wees gewaarschuwd: de foto’s bij dit stukje geven een romantisch beeld van een vrij ongerept landschap. Op veel plekken is het landschap echter best verrommeld…
Maandagavond, einde van een vrije dag… en zin in een wandeling. We parkeren bij de Franschman en maken een combinatie van eerder gemaakte wandelingen… Wat een prachtig en afwisselend stukje duin is dit toch!
Er is trouwens ook genoeg te zien als je de blik naar de grond richt…
HengelSlangenkruidGele lisOrchideetjeRatelaarHazenpootje (?)Hoe heet deze plant ook alweer…?
En dan vind ik op die onbekende plant nog een insect dat m.i. enige verwantschap vertoont met vampieren… Het zakje dat er onder dit beestje hangt, lijkt met bloed gevuld! Kenners mogen me laten weten om welk fascinerend diertje het hier gaat!
Met dank aan het COVID-19 virus is het al een hele tijd geleden dat we naar Antwerpen zijn geweest… Nu is er een bijzondere aanleiding dus op zaterdagochtend 13 juni 2020 rijden vrouwlief en ik weg uit ons straatje, dochterlief op de achterbank gezeten. Rond 11 uur parkeren we voor het flatgebouw op ’t Sint-Anneke waar mijn moeder nu alweer enige jaren woont. We hebben afgesproken om niet te knuffelen en wat afstand te houden, maar we gaan wel op bezoek. Eerst echter moet er voor de inwendige mens gezorgd worden, dus doen we boodschappen bij bakker Goossens en beenhouwerij Scaldis, beide in de Korte Gasthuisstraat gevestigd, en keurslager Van Raemdonck op ’t Sint-Anneke. Intussen heeft mijn moeder een grote pot thee gezet en we verzamelen ons rond de eettafel waaraan ik urenlang kokhalzend hebben zitten kniezen op menige boterham en warme maaltijd… Was eten destijds voor mij echt het dieptepunt van de dag (driemaal daags…), van weerzin tegen eten heb ik nu geen last meer.
De gesprekken gaan natuurlijk over de tijd die achter ons ligt, de maatregelen om het COVID-19 virus onder controle te krijgen, onze gezondheid, de familie en… de geboorte van Jona eerder deze week, onze eerste volbloed kleindochter! Mijn moeder is overgrootmoeder geworden… hoe bijzonder is dat!
Na tweeën zijn we welkom bij het jonge gezin. Onze twee plus-kleinkinderen zijn jammer genoeg bij hun papa, maar dat heeft als voordeel dat alle aandacht kan gaan naar de kersverse vader en moeder – en het wonder dat Jona heet. Onze kleindochter kwam afgelopen dinsdag ter wereld met alles erop en eraan. Moeder en vader zijn moe maar stellen het verder wel. Het is toch wat, zo’n klein mensje! De ouders zijn niet zo vreesachtig uitgevallen dus oma en bompa uit Alkmaar mogen om beurten de kleine Jona even in de armen sluiten… Het schijnt dat er nu een nieuwe fase in mijn leven is aangebroken. Dat zou zomaar kunnen en ik moet er nog wat aan wennen, geloof ik. Maar Jona en haar twee zussen van drie en (bijna) zes heb ik in mijn hart gesloten. Dat staat vast.