Legende van een zelfmoord

Ik was een beetje – nou ja, best wel behoorlijk – in verwarring toen ik David Vanns Legende van een zelfmoord had uitgelezen. Ik lees het boek voor de leesclub. Ik ben niet de enige die in verwarring achterblijft na het lezen, getuige deze bespreking op www.boekentaal.info. Toen ik het uit had, ging ik het opnieuw lezen. En toen begon het tot me door te dringen dat het in feite vijf korte en één lang verhaal zijn die allemaal als onderwerp hebben de moeizame relatie van Roy Fenn tot zijn vader, Jim Fenn. De schrijver heeft m.i. autobiografische motieven maar elk verhaal is weer anders, in elk verhaal is de dood van zijn vader, een tandarts-tegen-wil-en-dank, weer anders…

De korte verhalen zijn krachtig, soms geschreven met een soort onderkoelde, wat bittere humor. Ik heb het lange verhaal, Sukkwan Island, met verstomming gelezen, ademloos, ik kon het boek niet wegleggen, hoe compleet ongeloofwaardig de gebeurtenissen soms ook waren…

Al die verhalen vullen elkaar aan. Je krijgt een steeds completer beeld van de vader van Roy en zijn huwelijk, zijn liefdes, zijn dromen, zijn onvermogens, … De schrijver zoekt naar het verhaal achter de zelfmoord die zijn vader pleegde. Je krijgt het gevoel dat hij zijn verhalen gebruikt om te onderzoeken wat het dichtst bij de waarheid voelt.

Alle verhalen spelen zich af in Alaska en dat maakt het boek extra bijzonder. Het leven daar lijkt me hard en behoorlijk meedogenloos… en de natuur idem dito.

Een mooi boek, ik heb het met veel plezier gelezen en ik wil het je graag aanraden.

David Vann - Legende van een zelfmoord

Geplaatst in Lezen | Plaats een reactie

Roosendaal revisited

Met moeder en broer gaat het goed. Op de bodem van Aladin’s Cave alias Antwerpen Centraal werk ik twee koffiekoeken van bakker Goossens naar binnen. Een robuuste basis voor de terugreis, voel ik. De stoptrein van Puurs naar Roosendaal dreunt het station binnen. Ik stap in. Het is druk in de trein en de bankjes zijn krap. Een stevige dame drukt mij zonder pardon in het hoekje. Ik kijk verstoord op uit mijn boek; ze glimlacht stralend-verontschuldigend en ik berust in mijn lot. Vanaf Heide kan ik weer vrijuit ademen.

Boven het grensstation Roosendaal welft een blauwe hemelkoepel waarlangs een felwitte zon rustig ter kimme afdaalt. Slechts een handvol mensen hebben met mij de reis tot Roosendaal volbracht. Ik loop naar de Overstapzuil en check met mijn OV-chipkaart in bij de Nederlandse Spoorwegen. Het geluid van voetstappen sterft weg, ik heb de perrons zowat voor mij alleen. Er waait een zeer dun noordoosten windje. Ik ben blij met mijn sjaal en mijn winterjas!

Een lange goederentrein staat langs perron 1. Geen bedrijvigheid, hij staat volkomen roerloos. Wat zit er in al die containers en tanks? Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze heen? Voor wie zijn ze bestemd? Ze geven hun geheimen niet prijs aan de onwetende reiziger…

Aan de westkant van het spoor ligt wat industrie. Een vaag gedreun hangt in de lucht. Het alarmsignaal van een achteruit rijdende vorkheftruck boort door de stilte. Een kauw vliegt boven het spoor en verdwijnt achter een goederenwagon. Opeens toch het gedender van een koffer-op-wieltjes; hey, nog een reiziger. Vanuit het noorden rijdt een splinternieuwe trein binnen. Er wordt een spoorwisseling omgeroepen. Ik moet naar 4b. Hoe is het mogelijk in zo’n groot, leeg station: een spoorwisseling!? Vanuit het zuidwesten, Vlissingen vermoed ik, loopt de trein naar Den Haag CS binnen… Ik stap in. Mazzel! Een heerlijk plekje in een rustige stiltecoupé!

Gelukkig hoefde ik niet dringend te plassen in Roosendaal…

Geplaatst in Mijmeringen | Plaats een reactie

Nostalgie

Het is bijna half twaalf en de trein rijdt langs de rafelranden van Roosendaal. Even later zijn we in het station. Aan weerszijden van het perron staan NS-treinen, voor de stoptrein naar Puurs, die ook Antwerpen Centraal aandoet, moet ik via een ondergrondse traverse naar spoor 1.Station Roosendaal is niet echt veranderd. Lange perrons, een bruin bakstenen stationsgebouw. Ik krijg er altijd een gevoel van desolaatheid… Je hebt zo van die stations: Uitgeest bijvoorbeeld, of dat station waarvan ik me de naam nu niet kan herinneren, ergens in Engeland, we hebben er verschillende keren in weer en wind op voortsukkelende lokale treinen staan wachten. Roosendaal! Toen ik mijn leven nog niet met vrouwlief deelde maar zij al wel in mijn leven was, treinde ik wekelijks een à twee keer per week met de internationale trein naar Rotterdam – en terug. Internationale tickets waren toen nog twee maanden geldig. Ik stapte altijd in de trein aan het uiteinde waar geen controleurs waren en hoopte dan dat mijn kaartje nog niet was geknipt als ik in Roosendaal arriveerde. Daar stapte ik dan uit de trein en liep helemaal naar het andere uiteinde van de trein om weer in te stappen en te hopen dat de controleur weer niet tot bij mij geraakte. Lukte die truc, dan kon ik het ticket bij een volgende reis naar Rotterdam opnieuw gebruiken. Ik werkte dat jaar halftijds en kon elke frank goed gebruiken!Nu zit ik te wachten tot de stoptrein naar Puurs zich in beweging zet. Alle stationnetjes tussen Roosendaal en Antwerpen Centraal stoppen we. Essen, Wildert, Kalmthout, Kijkuit, Heide, Kapellen (daar heb ik een paar jaar gewerkt in een kinderopvangcentrum), Sint-Mariaburg (daar woonden nonkel Pol en tante Dianneke en hun twee dochtertjes, onze nichtjes), Ekeren (daar woonde mijn vader zijn goed vriend Armand, te jong overleden…), Antwerpen Noorderdokken, Antwerpen Luchtbal (daar woonden mijn grootouders, moeke Luchtbal en opa, en tante Jeanne en nonkel Bob met hun kinderen; we hebben er vaak gelogeerd).In een geschaafd Nederlands doorspekt met een onvervalst Antwerps accent worden de stations tussen Roosendaal en Puurs door de conductrice opgesomd. De trein is vertrokken.Intussen zijn we in Wildert gearriveerd. Een halte, maar de trein stopt er nog… Tuuuuuut. De deuren sluiten zich, de reis gaat verder. Op weg naar mijn moeder en mijn broer(s)…

Geplaatst in Mijmeringen | 5 reacties

Muziek, een fort en een vesting

Hoe lenteachtig kan een dag beginnen!? Buiten in het zonnetje wachten we op L, ex-collega van vrouwlief. In de sloot naast het huis drijft een moeder eend met drie pulletjes voorbij. Peis en vree alom.

We rijden naar Weesp en parkeren bij Fort Uitermeer, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en van de Stelling van Amsterdam. Het is heel wat jaartjes geleden dat ik hier langs kwam gewandeld, er viel toen weinig beweging te bespeuren.

Afgelopen vrijdag is het restaurant weer geopend (het was vorig jaar afgebrand) en is de gerestaureerde keerkolk feestelijk ingehuldigd. De mensen van het Burgerinitiatief Fort Uitermeer werken hard, hun doel is de geschiedenis van het fort te vertellen. Een geschiedenis die waarschijnlijk zo’n kleine 1000 jaar geleden begon…

We worden ontvangen met koffie en thee en krijgen een korte rondleiding over het terrein. De lente is alom tegenwoordig: bloemen, frisgroene blaadjes, het zonnetje! Dan gaan we naar Plofhuis 7, een voormalig kruitmagazijn dat is omgebouwd tot theater waar geregeld jazzconcerten worden gegeven. Vandaag spelen vijf jonge, enthousiaste muzikanten hun Dance Macabre…

20ste eeuwse klassieke muziek, prachtig uitgevoerd, een origineel programma op een bijzondere locatie! Een aparte combinatie van instrumenten: dwarsfluit, klarinet, fagot, schuiftrombone en harp. Het applaus is niet van de lucht!

We gaat iets drinken, ons tafeltje staat in de zon aan de oevers van de Vecht. Gemberthee, muntthee, appelgebak, tosti. Het is druk op het terras, recreërend Nederland weet dit plekje uitstekend te vinden… Wij kijken nog even rond en nemen dan de benen. Te druk.

We rijden naar Naarden en maken een wandeling over de vesting. Zo druk als het in het charmante stadje is, zo rustig is het lopen over de gordel van groen en water die rondom Naarden Vesting is gespannen… En met dit weer is het dubbel genieten!

Thuis gekomen ontkurk ik een fles retsina en maak ik moussaka. Een voorproefje voor onze meivakantie!

Geplaatst in Cultuur | 2 reacties

De Schemerpoort

Vele, vele jaren geleden – misschien wel twintig jaren her – brachten wij enkele vakanties door met als uitvalsbasis Clitheroe, een Engels stadje gelegen in de vallei van de River Ribble en ingeklemd tussen het ruige, onherbergzame Forest of Bowland (anders dan de naam doet vermoeden: geen bos, au contraire!) en Pendle Hill, een geïsoleerde bergrug (hoogste punt 557 m) doordrenkt met lugubere geschiedenissen over hekserij. The Witches of Pendle Hill zijn een begrip: het verhaal over de berechting van de heksen van Pendle Hill in Lancaster Castle is een van de beroemdste en best gedocumenteerde rechtszaken m.b.t. hekserij uit het 17de eeuwse Engeland.

Pendle Hill

Mist over Pendle van Robert Neill is een geromantiseerde vertelling over de heksen van Pendle Hill. Indertijd heb ik het gekocht én gelezen, en ik herinner me dat ik het een prachtig boek vond. Helaas heb ik tevergeefs in mijn boekenkasten gezocht: waarschijnlijk is het in de kringloopwinkel beland…

Onlangs belandde ik via Facebook in de nieuwsbrief van Didactief en zo bij hersenonderzoekster Margriet Sitskoorn, schrijfster van o.a. het onvolprezen boek IK2 (De beste versie van jezelf). Via een link kwam ik op een webpagina waar zij leestips geeft: een van de door haar aangeraden schrijfsters is Jeanette Winterson. En wat bleek: deze dame heeft een boek geschreven over de Pendle Witches met de mooie titel ‘De Schemerpoort’. Ik aarzelde niet en bestelde het boek bij de bibliotheek.

‘De Schemerpoort’ is een prachtig boek. Het vertelt het verhaal van de heksen van Pendle Hill vanuit het perspectief van Alice Nutter, zelf verdacht van hekserij maar een rijke dame en als enige vrijgesproken. Jeanette Winterson heeft een ijzingwekkende roman geschreven over de strijd tussen goed en kwaad. Zij doordrenkt op weergaloze wijze haar verhaal met duistere magie zonder goedkoop te worden… Ik heb zelden zo’n meeslepend boek gelezen. Extra leuk was natuurlijk dat ik de streek ken (we hebben er heel wat wandelingen gemaakt) en dat ik Mist over Pendle heb gelezen. Daardoor zat ik ook meteen in het verhaal, dat Winterson echter vertelt met een geheel eigen twist

(Haha, daar ben ik weer… vijf sterren!)

Jeanette Winterson - De Schemerpoort

Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Verschroeide voetzolen

Strakblauw was de lucht toen we om half acht, na een snurkloze nacht, de gordijnen open gooiden. En strakblauw is de lucht nu we in de trein naar huis zitten… De ochtend was meer bewolkt, na de middag zagen we de zon wat vaker.

Na een voortreffelijk ontbijt namen we hartelijk afscheid van onze gastvrouw en de twee dames uit de andere kamer die aan het trainen waren voor de West Highland Way. Geanimeerde gesprekken tijdens het ontbijt…

We verlieten Hoenderloo in noordelijke richting en volgden de hele dag het Marskramerpad. De Veluwse bossen leken vandaag wat gevarieerder en het licht was heel anders, én het leek erop dat de interne warmteregeling het beter deed. Kortom: aangenaam lopen…

In Beekbergen liepen we het terras van De IJstijd op en ik genoot in het zonnetje van een mok gemberthee met sinaasappel, een kersenvlaaike met slagroom en een bolletje meloenijs.

Na deze versnapering wachtten ons ettelijke kilometers asfalt… Vermaledijd asfalt! O wat heb ik daar een hekel aan! En ja hoor, na een tijdje was het zo ver: verschroeide voetzolen!

We zouden een stuk langs de Verloren Beek lopen en dat baarde ons best zorgen… Gelukkig vonden we de Verloren Beek terug in haar volle glorie.

Toen volgde een zompig paadje door een elzenbosje en over een kade. Vervolgens liepen we in de berm van het Klarenbeekse Fietspad tot… Klarenbeek!

De route voerde ons langs de buitenzijde van het dorp, langs de grote katholieke kerk en de oprijlaan van Huize Klarenbeek.

Een half uurtje later dan gehoopt bereikten we het station van Klarenbeek. Eerst echter kwamen we nog door een heus kabouterbos!!

En nu zitten we dus, zoals gezegd, in de trein naar huis…

Geplaatst in Wandelen | 1 reactie

De laatste wandeling

Vandaag laten we de auto lekker staan en vertrekken we vanuit ons huisje, Les Bouleaux (De Berken). Bij het Croix Jean Giet pikken we de GR571 op. Via Le Monti, een voormalig dierenpark, dalen we af naar Hourt en steken de Salm over. We volgen de GR571 een heel stuk richting Vielsalm, echter halverwege gaan we rechtsaf de bossen bij Farnières in. We hebben geen strak plan, we kijken waar het mooi is of waar het op de kaart interessant lijkt. We kiezen ook vooral rustige wegen en paden in de hoop groot wild te zien. IJdele hoop… al zien we vandaag veel sporen, meer dan de afgelopen week… Net voor we het bos uitgaan, hebben we toch nog een gelukje, een hert schiet weg en we vangen zowaar een glimp of twee op. We wandelen terug naar Hourt en klimmen naar Ennal. Onderweg komen we een Belgische militair tegen met volle bepakking, hij is al bijna 48 uur onderweg en heeft er 100 km opzitten. Dat is ongeveer even veel als wat wij de afgelopen week hebben gelopen! Petje af voor den Belgische armée!

Wat een prachtige dag om de vakantie mee te eindigen! Morgen rijden we naar huis. Onderweg brengen we een bezoek aan onze moeders, dus van hier naar Antwerpen en van Antwerpen naar Castricum en dan naar Alkmaar… Op naar de volgende vakantie!

Geplaatst in Vakantie, Wandelen | Plaats een reactie

Goronne

Ooit van gehoord, van Goronne? Ik niet, tot ik het plaatsje gisteren op de kaart ontdekte en verhief tot waardig vertrekpunt van onze wandeling vandaag. Omstreeks half twaalf parkeren we in dit Waalse dorpje met kleuterschool, kerk en dorpsfeestzaal op 4 km ten westen van Vielsalm… Zoals in en bij alle dorpen hier, is er de laatste jaren veel gebouwd. Ik moet zeggen dat het vaak aardige tot mooie huizen betreft (soms ook draken van huizen, hoor!) maar ontworpen met weinig respect voor de omgeving waarin ze zijn gebouwd, en dat stoort mij zeer.

Begrijp je wat ik bedoel? En dan ook nog zo’n hek eromheen om aan te geven: “Dit is van ons en hier mag niemand komen.” Pang!

Afijn, dit is het laatste huis van Goronne en vanaf hier wordt het leuk. Over afwisselend veld- en boswegen bereiken we Arbrefontaine. De naam van dit dorpje zou afkomstig zijn van Albam Fontanam (666), later Albam Fontem (814), wat staat voor witte (heldere) bron.

Arbrefontaine staat bekend om zijn kruisweg uit 1736, veertien stations die eindigen bij een Mariakapel.

Voorbij de kapel lopen we het bos in. We lopen hier een stukje op de GR14, een lange afstandswandelroute van Malmedy naar Parijs, jaja! Het pad lijkt meer op een riviertje dan op een pad, maar het is prima te belopen. Langzaam stijgen we. Ik loop te mijmeren over het fenomeen België. En over respect, en over goed bestuur. Wat maakt toch dat zo’n klein land niet kan geregeerd worden door één regering die goed voor ál haar onderdanen zorgt, of ze nou Vlaming zijn, of Waal, of Duitstalig!? Mensen worden tegen mekaar opgezet, er worden belangen gecreëerd die maken dat mensen mekaar niet vertrouwen en mekaar niets gunnen. Dat mondt uit in partijen(stelsels) die wantrouwen voeden en gedijen op machtsstrijd… Bah. België, mijn vaderland, bestuurlijk bestaande uit drie gemeenschappen en drie gewesten, elk met hun eigen regeringen plús een federale regering. Potsierlijk en diepdroevig.

We kijken uit naar een plekje om de lunch naar binnen te werken. Een paar boomstronken aan de rand van het bos zijn daarvoor ideaal!

Terwijl we zitten te eten, komen er wat scheurtjes in het wolkendek. Als dat gebeurt, dan grijpen wij naar de camera: zonlicht kleurt het landschap! In eerste instantie lijkt het erop dat het bij een paar korte opklaringen blijft, maar amper een uur later is er geen wolk meer te bekennen! Het wordt een zonovergoten namiddag.

Het bos hierboven op het plateau is zeer afwisselend en sommige paden zijn lekker zompig = echt Ardeens. We komen door een gebied waar, met Europese subsidies (lang leve de EU!), hoogveen is gerestaureerd. Het ziet er prachtig uit, zeker met dit heldere winterse zonlicht dat er uitbundig overheen wordt gestrooid… Boven onze hoofden passeert een groep kraanvogels, op weg naar het hoge noorden.

We ontmoeten een boswachter. Hij vertelt dat de bossen (vnl. sparren) in de Tweede Wereldoorlog zijn aangeplant. De aanleg van deze productiebossen leverde werk op voor vele jongemannen die daardoor van de Duitse bezetter niet naar Duitsland werden gestuurd zum arbeiten! Ik vermoed dat de Ardennen er vóór die tijd heel anders moeten hebben uitgezien, veel minder of andersoortig bos dan nu, veel meer veengebieden… Voorwaar een woest gebied!

Over brede paden, vaak afgezet met rijen machtige beuken, dalen we af naar Farnières, een gehucht aan de rand van het bos dat vooral bekend is door zijn kasteel, gebouwd in 1926-1929 als jachtslot, maar zo is het nooit gebruikt. Nu is het een (katholiek) spiritueel centrum.

Vanaf Farnières lopen we terug naar Goronne over een oude bosweg. Die slingert zich rustig door beuken- en sparrenbossen die zich als kathedralen verheffen, sfeervol verlicht door de late namiddagzon.

Bij de Spar in Vielsalm zijn er drie kassa’s in bedrijf, en bij alledrie staat een flinke rij. Het is vrijdagavond, het weekend begint. Nog twee dagen vakantie!

Geplaatst in Mijmeringen, Vakantie, Wandelen | 2 reacties

Grand-Halleux en Les Bodeux

Donderdag, reeds dus. Het gewone ochtendritueel: opstaan, douchen, aankleden, naar de bakker rijden (en terug), ontbijten.

Voor de middag maken we een rondje vanuit ons huisje, naar Grand-Halleux en terug. Er is veel bewolking en het is zelfs wat nevelig…

Onder een boom ligt een heel pak veren, en het moge duidelijk wezen dat het hier niet gaat om iemand met Vrouw Holle-ambities die ter plekke een kussen heeft gesloopt. We vermoeden dat hierboven in de boom de familie Roofvogel woont…

We dalen af naar het dorp. Tegen de muur van een hoekhuis staat een prachtig leistenen kruisbeeld. Het is een 19de eeuws kunstwerk (denk ik), maar geïnspireerd door middeleeuwse voorstellingen; en het doet ook wel modern aan…!

We verlaten het dorp over een veldweg die achter het kerkhof vrij steil omhoog gaat en zien tot onze verbazing twee reeën ons pad kruisen en zich verstoppen in een bosje tussen een paar huizen!

Na de lunch en een middagdutje (goddelijk!) rijden we naar Basse-Bodeux. Het dorp heeft een mooi kerkje en op het kerkhof staan veel zgn. Ottré-kruisen, 19de eeuwse grafkruisen uit leisteen gehouwen met typische versieringen, o.a. doodshoofden… Je vindt ze vooral in de streek rond Vielsalm. De kruisen zijn mooi gerestaureerd en opgesteld rond de kerk.

We volgen een wandelroute die is gemarkeerd met groene ruitjes en is uitgezet door de toeristische dienst. Het is een mooie wandeling maar we lopen wel 75% asfalt en daar hebben we een gloeiende hekel aan…

De wandeling begint met een lange klim over een heuvelrug. De bewolking is wat dunner dan vanmorgen en af en toe zit er opeens veel blauw in de lucht, dat echter steeds weer verdwijnt voor we er erg in hebben!

Op een gegeven moment is het dan toch zo ver: we verlaten het asfalt en lopen over een prachtige bosweg langs een langgerekt berkenbos. Jammer dat hier nou de zon niet schijnt, zie! Wat zouden die berkenstammetjes helder oplichten!

Veel sneller dan ons lief is, hebben we weer asfalt onder de schoenen. We komen aan in Haut-Bodeux, een vrij authentiek Waals dorp met een klein (privé) kasteel.

Nog anderhalve kilometer asfalt scheiden ons van de auto. Voor we eraan beginnen, zetten we ons op de rand van een oude drinkbak. Ik nuttig mijn vieruurtje: een gozette aux prunes van bakker Mahaux. Jammie!

Weer thuis ga ik de keuken in. Ik kook aardappelen en spruitjes, en braad er heerlijke saucisses campagnards bij.

Wat is vakantie toch heerlijk. Ik vraag Mme. Thill of we een dagje extra mogen (kunnen) blijven. Maandag komen er werkmannen om een nieuwe douche te installeren, ze heeft dus volgende week geen nieuwe gasten en we kunnen een dagje langer blijven – hoera!!

Geplaatst in Vakantie, Wandelen | Plaats een reactie

De trein, grenspalen en een molensteen

De foto hierboven is vanmorgen iets voor zessen genomen op perron 1 van het station van Trois-Ponts, als de trein naar Liége-Guillemins binnenloopt. De jongere dame vertrekt… back to work. De oudere dame en ik rijden, na het verdwijnen van de trein in de maanverlichte nacht, weer naar Ennal om nog een uur of wat te tukken.

Na een heerlijk ontbijt met verse pistolekes van bakker Mahaux en een zachtgekookt eitje, stuur ik onze bolide naar Mont-le-Soie, een centre equestre temidden de Waalse bossen, jaren in stand gehouden met Europese subsidies. Vandaag duiken we de bossen in en we komen er niet meer uit… De zon verdwijnt achter flarden bewolking; hierboven (550m) is het zelfs wat mistig! En koud, 4 graden!

Langzaam voeren de paden ons dieper het woud in, lichtjes stijgend tot het hoogtepunt: een massief blok arduin met de inscriptie station géodesique: we bevinden ons op 599m boven de zeespiegel. De oudere dame is zo vriendelijk om te poseren.

Even verder wordt duidelijk dat we vrij hoog lopen. Op plekken waar de zon niet komt, ligt nog wat sneeuw!

We zetten de wandeling voort, dalen af naar het dalletje van de Ruisseau de Bennevi. Na vervolgens een steile klim zetten we ons op een omgevallen boom en eten we ons lunchpakket op.

We komen nu op een bijzonder stuk van onze wandeling: we gaan gedurende ruim 2,5 km de oude Duits-Belgische grens volgen, die wordt gemarkeerd met stenen grenspalen die elk een uniek nummer dragen én de letters B en P. De B staat voor België en de P staat voor Pruisen! We volgen de oude grens van paal 110 tot paal 103.

Stille getuigen zijn het van lang geleden. Als ik het goed begrijp dateert deze grens al uit de 18de eeuw, maar de B van België wijst er wel op dat de bornes pas na 1830 zijn geplaatst…

De route langs de oude grens is prachtig. We lopen hier op een plateau, vrijwel vlak en dus met beperkte afwatering wat maakt dat de paden hier ouderwets drassig zijn: zo herinner ik me de Ardennen uit mijn jeugd… Het was 1965 denk ik toen het gezin Jacobs twee weken vakantie hield in Les Gattes in Logbiermé!

Bij grenspaal 105 is er meer te zien dan een grenspaal: op amper één meter van de paal ligt een oude molensteen, half verzonken in de grond.

We bevinden ons op 595m hoogte, op een bijzondere plek. Deze molensteen, een pas d’âne (ezelsstap) genoemd, markeert:

  • het kruispunt van de ‘grote weg’ van Luik via Stavelot naar Luxemburg, met de pelgrimsweg van Malmedy naar Vielsalm;
  • de grens tussen de domeinen van de abdij van Stavelot, het graafschap Salm en hof Thommen;
  • een soort historisch ‘drielandenpunt’ voor de bisdommen Luik, Keulen en Namen;
  • thans een punt waar de grenzen samenkomen van de gemeentes Trois-Ponts, Vielsalm en Sankt-Vith.

Hoe bijzonder is dat. Terwijl ik daar sta, laat ik al die historie tot mij doordringen en probeer ik een beeld te krijgen van hoe het er hier in lang vervlogen tijden aan toe kan gegaan zijn…

Van grenspaal 104 staat nog maar een klein stompje overeind en grenspaal 103 vinden we zelfs niet… Onze wandeling loopt ten einde, ons rest nu de laatste kilometer terug naar Mont-le-Soie en naar de auto. De zon is inmiddels doorgebroken en tovert prachtige kleuren in het bos.

We doen boodschappen in de Spar in Vielsalm en bij de slager in Grand-Halleux. Om 17 uur rijden we het erf van Les Bouleaux op… Hoogtijd voor een grote pot thee! De jongere dame is nu vast onderweg van haar kantoor in Giessen naar haar knusse flat in een dorpje buiten de stad – haar laatste stukje trein…

Geplaatst in Vakantie, Wandelen | Plaats een reactie