Zomer in het duin

Gisteren was het een drukkend warme dag, perfect voor een avondje Noord-Hollands Bierfestival in HAL25 in Alkmaar Overstad. Vandaag trakteren de weergoden ons op een zonnige ochtend en een frisse noordenwind: perfect voor een rondje duinen. Het is alweer een tijdje geleden dat we het Noord-Hollands Duinreservaat introkken. We kiezen voor de Westert bij Egmond Binnen en zijn benieuwd naar de stand van de orchideeën op het land bij het parkeerterrein. In vergelijking met vorig jaar valt het tegen: toen stonden de orchideeën daar als paardenbloemen. Nu zijn ze er ook maar in veel kleinere getale… Wat ons wél meteen treft, is een enorm plakkaat gele bloemen: Gele Maskerbloem (Mimulus guttatus). De plant is in de 19de eeuw meegekomen uit het westen van Noord-Amerika en thans ingeburgerd in Nederland. Toch is het een bijzondere vondst: vrij zeldzaam vermeldt verspreidingsatlas.nl.

De duinakkers die in de winter veranderen in meertjes, liggen er uitdroogd bij – wellicht met dank aan het droge voorjaar! Ook het wat grote duinmeer iets verderop is in omvang afgenomen maar er staat nog wel water in. Meestal staat dit meer vrijwel droog aan het eind van de zomer. Het is dan een paarsrode zee van bloeiende munt en kattenstaart. Nu is er van zo’n kleurenspektakel nog amper iets te zien: hier en daar begint de kattenstaart voorzichtig te bloeien.

We lopen ons gebruikelijk rondje… Van het meer naar het fietspad, dat we dan volgen tot we bij de Hogeweg komen, die we uitlopen tot op de Vlewosche weg. Tweemaal linksaf en dan rechtdoor brengen ons in een stukje loofbos waarna weer fietspad volgt om ten slotte langs een duinmeertje en tussen de duinakkertjes weer terug te lopen naar het parkeerterrein.

We doen weer lang over dit rondje want als je je eenmaal buigt over een leuke bloem, dan zie je opeens nog veel meer bloemen, vaak klein, onopvallend maar niet minder fraai… Hieronder een selectie van de vangst van vandaag.

We rijden naar een tuincentrum iets verderop en doen daar enkele inkopen. De volgende stop is de brouwerijwinkel van Sancti Adalberti waar ik mijn vaderdagcadeautje vorm mag geven. En omdat we dan toch in Egmond aan de Hoef zijn, nemen we daar maar gelijk een kijkje…

Geplaatst in Bloemen, Duinen, Wandelen | 1 reactie

Bad Ems

Vandaag rijden we na het ontbijt naar Bad Ems, een kuuroord aan de Lahn op een uurtje rijden hier vandaan. Dat doen we niet zomaar! Dochterlief komt met de trein van Gießen hierheen om samen met ons een wandeling te maken. Hoe leuk is dat! We arriveren een half uur voor haar trein en dus nemen we alvast een kijkje in het sfeervolle stadje.

De wandeling die we gaan maken heet Höhen Luft en is een kleine 11km lang. Vanaf het station lopen we via een brug de Lahn over. De bordjes die de wandeling aangeven, leiden ons het trappenhuis van een parkeergarage in. We klimmen via een (gore) trap omhoog, een verdiepinkje of vier, vijf. Dan duwen we een glazen deur open, lopen over een ijzeren brug en staan in de natuur! Een rotsig pad klimt en klimt en geregeld heb je een belvédère vanwaar je uitkijkt over Bad Ems. Ten slotte bereiken we de Concordiaturm, voorlopig het hoogste punt… Ook de toren beklimmen we nog – en dan is er een verfrissende pint Weizen en een lekkere punt taart.

Intussen is het behoorlijk warm geworden, er is geen wolkje aan de lucht. De wandeling vervolgt door meer open terrein en ik voel de zon branden op mijn hoofd en in mijn nek. Eerst dalen we een heel stuk af en dan beginnen aan wat een eindeloze klim zal blijken te zijn. Hoger en hoger komen we…

Uiteindelijk lopen we weer door bos, maar de route blijft stijgen, tot we ten slotte op een dwarspad uitkomen. Vanaf nu dalen we gestaag en… in een rechte lijn: we lopen hier op historische grond, op de grens van het Romeinse Rijk, de Limes. Een aarden wal parallel aan het pad markeert de voormalige grens. Toch bijzonder als je je realiseert dat hier Romeinse soldaten geploeterd hebben om dit aan te leggen. Om de zoveel mijl stond er een wachttoren en op strategische plaatsen werden forten eenvoudige gebouwd…

Het is iets voor vieren als we weer in Bad Ems zijn. Op een terrasje heffen we nog maar eens het glas voordat we dochterlief op de trein naar Gießen zetten. Wij rijden via Montabaur (prachtig kasteel) terug naar ons hotelletje. Na het eten wandelen we weer naar het roggeveld. Gisteren maakten we ede wandeling tevergeefs en ook vandaag zijn er geen evers te bespeuren. Tot we opeens toch een zwarte rug boven de roggehalmen zien verschijnen. We klimmen weer in onze jachttoren en speuren over de akker. Af en toe zien we een everzwijn verschijnen. We denken dat het er een stuk of vijf, zes kunnen zijn. Met jonkies? Het is al bijna donker als we weer in onze kamer zijn. Bedtijd!

Geplaatst in Cultuur, Natuur, Wandelen | Een reactie plaatsen

Bärenkopp

Na een prima ontbijt (spek met eieren, broodjes, een grote pot koffie) rijden we naar het dorp Waldbreitbach waar we de auto parkeren. In het VVV-kantoor worden we door een vriendelijke jongedame geholpen. Ongelooflijk hoeveel ze hier de wandelaar en de fietser te bieden hebben aan gratis materiaal inclusief wandelrouteboekjes! We besluiten om de Wällertour met de naam Bärenkopp te gaan lopen: 11,6 km is een prima lengte en 450 hoogtemeters is goed te doen.

We steken tweemaal de Wied over en klimmen dan naar het enorme Kloster Marienhaus… Helaas is de Stube bij het panoramaterras nog gesloten.

Vanaf het klooster blijft de route maar stijgen, net als de temperatuur want na een toch wat grijze start laat de zon zich steeds vaker zien. Uiteindelijk lopen we hoog boven de vallei over heerlijke veldwegen met mooie uitzichten. Bij het kleine, charmante Luh-Kapellchen eten we onze broodjes op in een Schützhütte.

In eerste instantie blijven we hoog lopen, maar op een geven moment dalen we een klein beetje af en komen we bij een uitkijkpunt: de Bärenkopp. Vanaf hier dalen we af naar een vallei en lopen we voornamelijk door bos. Af en toe zijn de wegkanten begroeid met honderden digitalissen… Maar we zien ook andere fraaie bloemen in de berm…

Ten slotte bereiken we Waldbreitbach weer… We rijden naam Linz am Rhein en struinen door het charmante stadje met zijn mooie vakwerkhuizen, straatjes en pleintjes…

Ten slotte zoeken we een tafeltje uit op het terras van Conditorei Leben en genieten van een heerlijke kop thee en zalig gebak.

Geplaatst in Cultuur, Natuur, Wandelen | 1 reactie

Wiedfriede

Vrijdagochtend werk ik thuis, dat is vaste prik, want voor een halve dag heen en weer naar Utrecht reizen om vier uur te werken is niet handig. Vandaag is het niet anders. Iets voor half negen zet ik de laptop aan. Er zitten al een paar vragen in de mailbox en het duurt niet lang of de eerste telefoontjes komen ook binnen. Kortom genoeg te doen, en tijdens de dooie momenten is er ander werk te doen. Vrouwlief brengt halverwege de ochtend versgeperst sinaasappelsap en lekkere kersencake naar boven – thuiswerken heeft zo zijn charmes!

Om half een klap ik de laptop dicht. Mijn weekendtassen staan al klaar. Plantjes water geven, broodje ei smikkelen, bagage in de auto en vroem! Om tien over een rijden we ons buurtje uit. En om tien voor zes stappen we uit de auto in Arnsau, op de parkeerplaats van hotel Wiedfriede, in het Wiedtal in het Westerwald, tussen Bonn en Koblenz. De rit hier naartoe ging over drukke snelwegen… Wat een rust hier in Arnsau!

Helaas krijgen we geen kamer met balkon zoals in september 2018… Beetje jammer. We hebben trek en gaan maar gelijk eten. We beginnen met een kopje soep: een soort champignon-roomsoep waarin de zoutpot is omgevallen… Daarna schnitzel met frietjes en sla (ook hier is zeer kwistig met zout gestrooid) en als toetje een waterig fruityoghurtje met een paar stukjes vers fruit. Het zout spoel ik weg met ein dunkeles Weizen.

Het hotel ligt weliswaar aan de doorgaande weg, maar die is gelukkig rustig – enkel lokaal verkeer. Het ligt ook aan het riviertje de Wied. Na het eten willen we een stukje lopen over het pad langs de rivier, maar dat blijkt afgesloten te zijn: storm en regen hebben hier de afgelopen weken flink huisgehouden! Gelukkig vertrekt er aan de overkant van de rivier een bosweg omhoog en die lopen we dan maar op. Langs de weg groeit vingerhoedskruid en op sommige open plekken staan er honderden te bloeien!

Het pad stijgt voortdurend en al gauw kijken we uit over de vallei. We komen bij een open plek: een groot roggeveld.

We staan een tijdje te genieten van het landschap, de kleuren, het licht. En dan opeens ziet vrouwlief iets bewegen tussen het graan aan de andere kant van het veld. Af en toe zien we een donkere rug verschijnen. Er banjeren daar zowaar twee of drie everzwijnen tussen de rogge! We klimmen in een jachttoren en blijven wel een half uur turen. Beneden aan de bosrand zien we nog een ever, en tussen het graan hogerop ontwaren we de hoofden van twee reeën. Onze avond kan niet meer stuk…

Geplaatst in Natuur, Wandelen | 1 reactie

Een vrolijke verrijzenis

Of je er vrolijk van wordt, dat weet ik niet, maar persoonlijk vond ik het een vermakelijk boek… Ik heb het over De vrolijke verrijzenis van Arago, geschreven door Tomas Lieske. Vaag heb ik al eens van deze schrijver gehoord, maar ik heb nog nooit iets van hem gelezen. Het is een prettige kennismaking geworden.

Tomas Lieske, pseudoniem van Antonius Theodorus (Ton) van Drunen, (Den Haag, 8 juni 1943) is een Nederlands schrijver en dichter. Aldus Wikipedia, mijn veelwetende vriend. (Ja, ik doneer jaarlijks!) Lieskes werk bestaat uit een behoorlijk aantal romans en dichtbundels. Hij schrijft ook verhalen en essays. Hij sleepte voor meerdere boeken nominaties en/of prijzen in de wacht. Zijn werk is in verschillende talen vertaald, onder meer in het Turks.

In het boek worden (historische) realiteit en (comateuze) fictie kunstig verweven tot een boeiend verhaal dat je, eenmaal gegrepen – en toegegeven, dat duurde bij mij wel even – niet meer loslaat. Joys is een openhartige puber, een flapuit en voor haar ouders een bron van irritatie. Ze is bepaald goed van de tongriem gesneden! Het gezin is op reis (pa heeft een dubieuze opdracht te vervullen in Kroatië) en tijdens de doortocht van de Dolomieten, moet pa keihard remmen voor een jonge vos die midden op de weg zit. Joys springt uit de auto net voordat die een ravijn instort alwaar hij ontploft. De platgereden jonge vos trekt zich los van het asfalt en de bewusteloze Joys krabbelt ook recht. Vanaf dan lopen droom, realiteit en tijd volkomen door mekaar…

Een aanrader! En… leest lekker vlot weg!

Geplaatst in Lezen | 1 reactie

Gevangen smaragd

Het is zaterdag 19 maart en we hebben net een droeve plicht volbracht: we hebben de rouwdienst bijgewoond ter ere van de vader van een goede vriend. De plechtigheid vond plaats in de aula van crematorium Westerveld in Driehuis. Na afloop dwalen we nog een tijdje over het schitterende kerkhof. Kerkhoven hebben altijd een zekere aantrekkingskracht op mij, zeker als ze niet doorsnee zijn qua ligging of uitstraling. Hier op Westerveld liggen de doden begraven in golvende duinen… Het voelt als een necropolis, en als ik dat woord gebruik ben ik meteen in Glasgow waar ik al menigmaal heb rondgekuierd op het prachtige Victoriaanse kerkhof!

Necropolis Glasgow (2012)

We parkeren op de Minister Lelylaan in Velsen Zuid, een rustige laan met een brede middenberm en statige huizen. De Mercedessen en Audi’s zijn hier niet van de lucht, als je begrijpt wat ik bedoel. Onze i20 valt een beetje uit de toon. We bevinden ons aan de achterkant van landgoed Velserbeek, we zeggen ook buitenplaats Velserbeek. Dit landgoed heeft een bewogen geschiedenis en in het huis zelf is thans een advocatenkantoor gevestigd. In het park staat een theeschenkerij, die oorspronkelijk een oranjerie was en dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw. Wij vinden Velserbeek niet bijzonder spectaculair, het heeft de allures van een mooi stadspark…

Velserbeek is niet de enige buitenplaats in dit hoekje van Nederland! In vroeger tijden weken rijke Amsterdamse kooplui in de zomer, als de grachten in de stad ondraaglijk lagen te stinken, uit naar hun buitenverblijven – o.a. aan de oevers van het Wijkermeer bij Beverwijk en Velzen. Op een kaart van omstreeks 1870 zie je dat meer nog liggen, het is onderdeel van een complex van meren: het Binnen IJ. De Haarlemmermeer is dan net drooggelegd. In het vierde kwartaal van de 19de eeuw verdwijnt het Wijkermeer van de kaarten. Tussen Amsterdam en de Noordzee is inmiddels het Noordzeekanaal gegraven. Het dorp Velzen is doormidden gesneden door dit enorme kanaal en IJmuiden is ontstaan. De modernisering in de 20ste eeuw eist een nog hogere tol van de landgoederen: spoor- en snelwegen worden aangelegd en uiteindelijk blijft slechts een klein aantal buitenplaatsen gespaard, waaronder drie grotere (Velserbeek, weliswaar geamputeerd en dus veel kleiner dan oorspronkelijk, Waterland en Beeckestijn) en drie kleinere (Hoogergeest, Schoonenberg en Lievendaal). Samen vormen ze een groene smaragd temidden van oprukkend beton en de herrie van haven, wegen en wijken… en vergeet het nabijgelegen Schiphol niet!

Over een brede dreef lopen we Velserbeek in, slaan rechtsaf en via een kronkelende laan komen we weer uit bij de huizen. Via het landgoed Hoogergeest (geen huis meer) lopen we landgoed Beeckestijn op.

Het zuidwestelijk deel van Beeckestijn is aangelegd in de zgn. Engelse landschapsstijl: het doet vrij natuurlijk aan met kronkelende paden en meanderende waterpartijen. Vervolgens gaat het landschap over in een sterk geometrisch aangelegde baroktuin met brede dreven, strakke vijvers enz. Ten zuiden van het huis ligt een dan nog een kleinere barokke siertuin en ten noorden ervan is de kruidentuin. Het kasteel zelf is een statig huis, oogverblindend wit geschilderd. De voorkant (die je ziet als je vanaf het parkeerterrein aan de Rijksweg het landgoed oploopt) is wat speelser… Aan weerszijden staan koetshuizen, in het noordelijke is een mooie brasserie gevestigd waar het goed toeven is. Wij laten ons verleiden: een puntzak frietjes en een dubbele Gerardus uit Wittem.

We nemen uitgebreid de tijd om rond te dwalen over Beeckestijn. De zon zakt onverbiddelijk en de schaduwen worden steeds langer. Op een gegeven moment moeten we echt weer naar de auto lopen. We wandelen achter Waterland door. Ook dit is een prachtig landgoed maar het is tegenwoordig niet meer toegankelijk voor het publiek. Het huis is een luxe hotel en het is zeer in trek voor o.a. huwelijkspartijen. Vroeger – en nu spreek ik over twintig jaar of langer geleden – werd Waterland beheerd door Natuurmonumenten; leden mochten er toen nog wel in… Wij hebben er meermaals gewandeld met de kinderen, en ook de voetstappen van mijn oude moeder en wijlen mijn vader liggen daar.

En zo komen we weer terug in Velserbeek en ten slotte bij de auto. We storten ons in het zaterdagmiddagse verkeer en rijden huiswaarts…

Geplaatst in Cultuur, Landschappen | 1 reactie

In het historische hart van Antwerpen

Antwerpen, de stad waar ik ben geboren en opgegroeid, waar ik naar school ging en mijn carrière begon en waar vele van mijn goede vrienden wonen. ’t Stad. De Koekestad. Fiere stad der Sinjoren. Mijn oude moeder woont er nog altijd in de straat waarin ik ter wereld kwam, al zijn de oude blokken afgebroken en zijn er monstrueuze nieuwe blokken voor in de plaats gekomen. Die straat ligt op ’t Sint-Anneke, de Linkeroever zegt men ook wel. Het is een moderne stadswijk, gebouwd op de stinkende moerassen die ooit het Vlaams Hoofd vormden. Die moerassen zijn met een dikke laag zand bedekt, maar het water trok zich daar niets van aan, sijpelde de betonnen funderingen van de appartementsgebouwen in en kroop omhoog. In onze slaapkamers (wij bewoonden een hoekappartement) tierden de schimmels welig!

Op dat Vlaams Hoofd is altijd wel bewoning geweest, met name langs de rivier. Zelf heb ik nooit de sporen gezien van het dorpje dat daar aan het water lag, met uitzicht op de rede van Antwerpen. Ten tijde van de Wereldtentoonstelling in 1885 werden er op ’t Sint-Anneke zelfs een heus kursaal en een belvedère gebouwd! Die haalden het einde van de Eerste Wereldoorlog niet… Toen ik klein was stond de 19de-eeuwse parochiekerk er nog wel; die lag in een put omdat alles eromheen opgespoten land was. Die kerk is afgebroken, de put is gedempt en er staat al sinds eind jaren ’60 een modern kerkgebouw. En je had natuurlijk ‘de plage’: het strand van Antwerpen. Dat is altijd een populaire plek gebleven om te flaneren en mosselen te gaan eten. Er zijn grootse plannen om ‘de plage’ een boost te geven. En om die plannen is uiteraard weer veel te doen: tussen wat ambtenaren en bedenkers willen en wat de gewone Antwerpenaar verwacht, ligt een wereld van verschil!

De eerste zaterdag van maart bezoek ik mijn moeder, samen met vrouw- en dochterlief, in deze weblog ook wel bekend als de oudere en de jongere dame… Moeder is net ontslagen uit het ziekenhuis en om haar een rustige middag te gunnen, trekken wij gedrieën na de lunch de stad in. Vroeger was de Sint-Anna voetgangerstunnel de enige voetgangersverbinding met het oude centrum van de stad, maar tegenwoordig is er een veerdienst. We lopen de Lode Zielenslaan uit, lopen schuin over het Frederik van Eedenplein en steken de Thonetlaan over. Amper tien minuten lopen is het naar de aanlegsteiger van de veerboot, die net komt aan varen… We gaan aan boord.

Aan de overkant leggen we aan bij het Steen. Aan deze romantische oude burcht, gelegen aan de oevers van de Schelde, is een stuk aangebouwd. De schuttingen die er afgelopen zomer nog stonden, zijn verdwenen. Het gebouw staat in volle monsterlijkheid verdriet uit te stralen. Vroeger was de collectie van het Scheepvaartmuseum ondergebracht in het Steen, nu zitten er kantoren, geloof ik. De aanbouw bevat een enorm VVV-kantoor-met-winkel waar je allerlei snuisterijen, lekkernijen, boeken enz. kunt kopen. Hier werkt een van mijn broers maar vandaag heeft hij vrijaf. Wel jammer, maar we gunnen hem uiteraard zijn vrije weekend.

Aan de voet van het oude Steen staat Lange Wapper. Deze kwelgeest kwam ’s nachts tevoorschijn en achtervolgde de zatlappen. Hij vermomde zich als een klein mannetje, maar dan begon hij zichzelf steeds groter en groter te maken, tot hij boven de huizen uitstak. En als de zatlap, wankelend en hijgend en zwetend, thuiskwam, dan keek Lange Wapper schelms door het raam naar binnen. Soms vermomde Lange Wapper zich als een klein kind om moedermelk te kunnen drinken. Als een moeder Wapper niets vermoedend meenam om hem te zogen en in een wiegje te stoppen, liet Lange Wapper zichzelf zo groot groeien dat hij niet meer in de kamer paste. Het is aan Lange Wapper te danken dat er zo veel Mariabeelden op de gevels van de huizen in de binnenstad staan: de Antwerpenaars, die Lange Wapper omwille van zijn pesterijen liever kwijt dan rijk waren, ontdekten dat Lange Wapper de beeltenis van Maria niet kon verdragen. Ze hingen op de hoeken van de straten Mariabeeldjes op. De beeldjes verdreven Lange Wapper uit de binnenstad en uiteindelijk viel hij in de Schelde en verdronk. Zo gaat dat met kwelgeesten… Misschien moeten ze het Kremlin ook eens vol Mariabeeldjes hangen!

Na ons bezoek aan de winkel steken we de Kaai over en lopen de oude stad in. Ik zeg wel oude stad, maar in feite is dit oude centrum in de jaren ’70 van de 20ste eeuw – en de decennia daarna – volgebouwd met moderne imitaties van oude huizen. Stadsvernieuwing noemen ze dat, en dat zal het ook wel zijn, maar samen met de gaten en de krotten die er daarvoor stonden, is ook de ziel van de stad vertrokken. Tussen al dat moderne, kille baksteen-en-beton geweld staan her en der nog wat oude gevels te pronken en vind je kleine, donkere pleintjes waar cafébazen d.m.v. terrassen een hopeloze poging wagen er iets gezelligs van te maken. Een juweeltje tussen al die stadsvernieuwing is het oude Vleeshuis… Het heeft niets meer te maken met het Gilde van de Beenhouwers die hier vanaf begin 16de eeuw beesten slachtten, het vlees opsloegen en verkochten, en vergaderden. De autoriteiten hebben gemeend het bloed waarover destijds de stadsgidsen smeuïg vertelden, te camoufleren met de stedelijke geschiedenis van de muziek. “Museum Vleeshuis toont 800 jaar muziek en dans. De collectie – bestaande uit onder meer instrumenten, prenten, teksten en maquettes – vertelt verhalen van muzikanten, beiaardiers en operazangers en wekt hun optredens weer tot leven. Bereid je voor op een muzikale reis naar een wereld vol passie en ritme.” Mij krijgen ze daar niet meer naar binnen…

Het is een verademing als we uitkomen op de zonovergoten Grote Markt. Daar zie je en voel je, ondanks de ingepakte Onze Lieve Vrouwentoren, de glorie van de oude metropool! Schitterende patriciërshuizen staan zich te koesteren in de lentezon. Respectloze toeristen beklimmen het standbeeld van Brabo – als je dat vroeger had geprobeerd, dan was je recht naar ’t cachot gebracht om een nachtje na te denken over je zonden!

In de Stoelstraat staat Antwerpens oudste huis, een huis met een houten gevel. Dat huis is zodanig gerestaureerd, dat ook hier alle ziel uit is verdwenen. God geklaagd is dat! We zijn door de Zirkstraat gekomen waar ooit De Spanjaard zat: een handelshuis waar je alle lekkers kon kopen dat op het Iberisch schiereiland wordt geproduceerd: wijn, olijfolie, worsten enz. Er staan hekken voor het huis, het lijkt wel op instorten te staan… We dwalen verder en uiteindelijk bereiken we wat ik vanmiddag wil laten zien: de Sint Pauluskerk. Op 2 en 3 april 1968 stond de kerk in brand. Het beeld staat op mijn netvlies gebrand: vanaf Linkeroever zag je boven de huizen van de stad uit het brandend dak – en later de verkoolde resten van het gebinte… De brand verwoestte niet alleen het dak, maar ook de barokke klokkentoren en een groot deel van het Dominicanenklooster. In het collectieve geheugen van de Sinjoren staat de heldenmoed gegrift van vele parochianen, cafégangers, academiestudenten én hoertjes die erin slaagden om vrijwel alle kunstschatten uit de kerk te redden. Dodelijke slachtoffers vielen er gelukkig niet. Deze laat-gotische kerk is schitterende gerestaureerd, alleen het oude Dominicanenklooster staat er nog altijd verweesd bij… Ergens is dat dan wel weer jammer!

Het is even zoeken naar de ingang van de kerk, maar die vinden we op de Veemarkt, in het hart van het Schipperskwartier, waar vroeger de zeelui en de hoertjes woonden. We gaan een grote poort door en dan meteen weer rechtsaf. We staan in een soort binnentuin waar een schitterende calvarieberg is te zien die Christus’ lijden en zijn verrijzenis verbeeldt. De calvarieberg werd opgericht door de dominicanen, op het oude kloosterkerkhof. Van een knekelveld wilden zij een tuin van geloof en hoop maken en dat voornemen voerden zij groots uit! Het ontwerp, geïnspireerd door schilderijen van Lucas Cranach, dateert van 1697, maar het duurde tot halverwege de 18de eeuw voordat het kunstwerk klaar was.

De Sint Pauluskerk is in de 16de eeuw gebouwd als dominicaner kloosterkerk. Ze straalt een enorme grandeur uit. De gotische elementen zie je vooral terug in het gebouw zelf: de enorme hoogte, de kruisribgewelven, de grote ramen waardoor het heldere voorjaarslicht vandaag naar binnen tuimelt… De inrichting van deze geloofstempel doet eerder barok aan: rijkelijk bewerkt houtwerk, overdadig versierde altaren, grote schilderijen. We hebben niet veel tijd want om 17 uur gaat de kerk dicht.

Voldaan staan we om vijf uur weer op de Veemarkt. Het is tijd om terug naar ’t Sint-Anneke te gaan. We lopen op de Schelde af en kruisen de Burchtgracht. Toen ik jong was en een beetje begon uit te gaan, was dit nog een levendige hoerenbuurt waar je als jonge snaak niets te zoeken had – het ging er daar soms ruig aan toe! Van oude, louche cabardouchekes is geen spoor meer te vinden, de straat is omzoomd met fletse nieuwbouw er er ligt een goot in het midden; door de rioolputtekes is vast de ziel van de stad weggespoeld, waar Wannes van de Velde zo prachtig over heeft gezongen en die zíjn ziel amoureus maakte. De zon nijgt ter kimme en wij nemen de veerboot, varen weer het water over, terug naar de wijk waar ik geboren en getogen ben, en waar nog altijd mijn oude moeder woont… We zullen haar eens gaan verwennen sè!

Geplaatst in Cultuur, Persoonlijk | Een reactie plaatsen

Praatje met een boswachter

Zondagochtend. Onze oprit ligt nog helemaal in de schaduw. Dat wordt weer krabben! Ik maak de zijruiten van de auto schoon en rijd dan achteruit de afrit af; de auto staat nu in de zon. Eén minuut later zijn de ramen schoon: de zon maakt de rijp binnen de kortste keren tot een makkelijk te verwijderen papje. Het is half tien als we onze bolide parkeren bij de Westert. Door het klaphekje lopen we de duinen in. Wat meteen opvalt is de snijdende wind, maar ook het gekwetter van de vele vogels. In de schaduw vriest het nog – daar zijn de paden berijpt!

We komen op een breed pad uit en staan zowat oog in oog met een Schotse Hooglander. Het is een jong beest en hij/zij is bepaald nieuwsgierig. Ongegeneerd loopt het dier op ons af, het nadert me tot op anderhalve meter. Ik blijf rustig staan. Opeens is daar een boswachter! Hij jaagt de jonge koe (want het blijkt een opdringerige dame te zijn) weg. We geraken aan de babbel.

Hij vertelt ons dat er tussen Egmond en Bakkum een veertigtal Schotse Hooglanders graast. Ze zijn eigendom van een boer. Dieren die te gemakkelijk mensen benaderen – en daardoor potentieel gevaar kunnen opleveren, bijvoorbeeld als iemand schrikt en daardoor ook de Hooglander doet schrikken – moeten de duinen uit. Ze worden door een andere koe vervangen. Er lopen ook Exmoor pony’s in het gebied, ook een veertigtal. Zelfde verhaal, ze zijn van een boer…

We vragen hoe het met de wildstand in de duinen staat. Deze boswachter vertelt er graag over, dat hebben we nog niet eerder zo meegemaakt. Leuk! Eerst willen we weten of er reeën in onze duinen leven. Tot onze verwondering maar ook vreugde is het antwoord volmondig “Ja!” Reeën zijn welkom, ze horen van nature thuis in het duingebied. Er leven drie kleine groepen. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig uit het Dijkgatbos… Er loopt ook nog een groepje sikaherten rond, die zijn ontsnapt uit een tuin-cum-hertenpark in de omgeving van Bergen, begrijpen we. Deze herten horen hier niet thuis, het zijn exoten van Oost-Aziatisch oorsprong. PWN heeft toestemming gekregen om ze af te schieten. De mannetjes zijn inmiddels gedood, maar er zijn een paar drachtige vrouwtjes… Aan het afschieten zijn heel wat voorwaarden verbonden. De dieren mogen niet lijden en er moet een kogelvanger zijn. Een kogelvanger!? Dat is iets wat een kogel kan opvangen, bijvoorbeeld een duin. Te allen tijde moet vermeden worden dat een verdwaalde kogel een wandelaar raakt…

En dan dwaalt er nog een achttal damherten in onze duinen, wellicht ook ontsnapt uit een hertenkamp of moedwillig gedumpt. Er zijn geen mannetjes, dus de damherten gaan op natuurlijke wijze (zonder ze af te schieten dus) uitsterven. De boswachter vertelt dat er weinig vossen zijn en dat heeft alles te maken met de lage konijnenstand. Als het dan ook nog een winter is met weinig muizen, dan trekt broer Vos weg… Tot slot verklapt de boswachter ook dat er een paar koppels boommarters in het duin leven. Al bij al meer wild dan wij hadden vermoed! De dieren zijn heel schuw, je zult ze zelden zien, besluit de boswachter. We nemen hartelijk afscheid en wandelen verder.

De grondwaterstand is hoog. Dat zien we aan de waterstand op de landjes: er staat flink wat water op! Lager geleden gebieden zijn plasdras en duinmeertjes lopen zowat over!

We maken ons gebruikelijke rondje. Bij een abelenbosje aan de Vlewosche Weg heeft de storm slachtoffers gemaakt: de kruin van een grote abeel ligt dwars over het pad.

Gaandeweg wordt het drukker. Zondag, mooi weer, de kerken gaan uit en de shops zijn nog niet open. De mensen zoeken de natuur op. Voor ons het signaal om terug te keren naar de auto.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Voorlinden, de rest

In een eerdere weblog schreef ik over de tentoonstelling met werk van Picasso en Giacometti die we bezochten in Museum Voorlinden, op zaterdag 12 februari. Na een uurtje was ik daar wel uitgekeken en vrouwlief volgde een weinig later. Ik had op andere weblogs al gezien dat er in dit museum een hoop leuke dingen te zien zijn – en daar verheugde ik me op. Ik kan je vertellen: het viel niet tegen!

We liepen de tentoonstelling Picasso-Giacometti uit en kwamen terecht in een grote, lichte zaal met aan de muur een enorm schilderij van bloesems, dat meteen een lentegevoel opriep en een werk van Damien Hirst bleek te zijn: Hidden secret blossom (2019). Verder stond er in de ruimte een rij stoelen opgesteld in een halve ovaal: daar hoort een bijzonder verhaal bij dat ik overneem uit de folder die elke bezoeker ontvangt bij een bezoek aan het museum.

Deze 23 stoelen maken onderdeel uit van Fairytale – 1001 Chairs, bestaande uit 1001 stoelen afkomstig uit de Qing-dynastie (1644-1911). Ai Weiwei maakte dit werk in 2007 voor Documenta, een vijfjaarlijkse kunstmanifestate in Kassel, Duitsland. Via zijn blog nodigde hij1001 Chinese burgers uit om twintig dagen naar Kassel te komen. Hij zocht een dwarsdoorsnede van de bevolking. De meeste burgers hadden hun gemeenschap nog nooit verlaten, laat staan dat zij durfden te dromen van een reis naar het buitenland. Voor Weiwei zijn persoonlijke ervaringen het fundament voor maatschappelijke verandering. Voor iedere reiziger stond één antieke stoel opgesteld. Na de Documenta gingen de deelnemers net als de stoelen weer hun eigen weg. Zo zijn een deel van de stoelen in de collectie van Museum Voorlinden terechtgekomen. De persoonlijke ervaring en verbeelding van iedere Chinese deelnemer was voor Weiwei het belangrijkste facet van Fairyfale.

De volgende highlight was het kunstwerk Swimming Pool (2016) van de Argentijnse kunstenaar Leandro Erlich. Het idee is gewoon even simpel als geniaal: bouw een kelder en verf die blauw. Leg een glazen dak op de kelder en leg daar een laagje water op (10 cm of zo?). Bezoekers kunnen de kelder inlopen en zo van ‘onder water’ naar boven kijken. Wie boven staat en het water in tuurt, ziet daaronder mensen in het water lopen! De ervaring van daaronder te staan was grandioos!

Eén zaal verder zat een koppel onder de parasol… Een werk van Ron Mueck, met de naam Couple under an Umbrella (2013). Mueck maakt hyperrealistische mensfiguren die hij tot in de kleinste details uitwerkt. Op de foto’s is niet goed te zien hoe groot de figuren zijn maar ik schat 2,5 à 3 keer zo groot als een mens. Het beeld is gemaakt van siliconen en fiberglas.

Weer een zaal verder stond een enorm stalen sculptuur: Open Ended (2007-2008) gemaakt door Richard Serra. Zes gewelfde platen vormen samen een doolhof. Het is echt een bijzondere ervaring om het doolhof in te gaan.

Enorm grappig waren de liftdeuren in een plint: ze zijn levensecht maar klein, ik schat zo’n 20-25 cm hoog… Op een foto is het moeilijk te zien, want je ziet het effect niet zo goed… De deuren schuiven af en toe open en dicht en de lift trekt doorlopend aandacht van bezoekers – ook van de allerjongsten!

Drie kleinere zalen, die in mekaars verlengde liggen, boden ruimte voor de expositie Eén en Eén is Drie, die gaat over de kracht van de som der delen. Op één na komen al deze werken uit de collectie van het museum. Ik licht er twee uit die ik mooi en bijzonder vond.

Het eerste werk is van Anouk Kruithof, is gemaakt van boeken die ze her en der gevonden heeft (ik vermoed dat ze aardig wat antiquariaten en kringloopwinkels heeft afgedweild) en waarmee ze Enclosed content chatting away in the colour invisibility (2009) heeft ‘gecomponeerd’.

Waar ik uren naar had kunnen blijven kijken, was Olafur Eliassons Retinal flare space (2018). Drie transparante schijven hangen achter mekaar en draaien langzaam rond in de ruimte. Iedere schijf bevat een kleurfilter (cyaan, magenta, geel). Een projector werpt licht op de schijven. Op de foto’s zie je wat er gebeurt. Fascinerend! En in feite kinderlijk eenvoudig…

Ten slotte was er de tentoonstelling Art is the antidote, die eveneens is opgebouwd met werk uit de eigen collectie en bedoeld is als tegengif tegen twee jaar corona-ellende. “Met een flinke dosis sprankelende, geëngageerde en grappige kunstwerken (…) hebben we het museum voor jou omgetoverd tot oplaadpunt, een plek waar je je weerstand kunt opbouwen.” Ook hier veel weer genoeg te zien waar ik blij van werd…

Verheven en gelouterd verlieten we het museum. Het was intussen na enen. Helaas waren de rijen bij het museumrestaurant ons iets te lang, dus we liepen het park in dat grenst aan een mooi duingebied. Achterin het park bleek, naast een poortje dat dicht was gemaakt met een groot hangslot, een enorm gat in de omheining te zitten. Aan de voetsporen in het zand te zien, werd dat gat blijkbaar veelvuldig gebruikt door wandelaars… Wij glipten naar buiten en maakten een mooie wandeling in de Wassenaarse duinen. Wie weet stof voor een derde blog over ons bezoek aan Voorlinden…

Geplaatst in Cultuur, Kunst | 2 reacties

Picasso en Giacometti

Twee weken geleden bezochten wij op een koude maar heldere februaridag Museum Voorlinden. Aanleiding tot dat bezoek was de tentoonstelling met werk van twee wereldberoemde en populaire 20ste-eeuwse kunstenaars: Pablo Picasso en Alberto Giacometti. Hun werk staat te boek als baanbrekend en dat is het natuurlijk ook wel geweest.

Hier zie je twee zelfportretten: links Giacometti, rechts Picasso

Over Pablo Picasso heb ik ooit heel veel geweten. Als jongetje in de 5de of 6de klas van de lagere school heb ik een spreekbeurt over deze kunstenaar gehouden. Ik herinner me vooral dat ik onder de indruk was van zijn Guernica, een schilderij uit 1937. Het schilderij heeft enorme afmetingen en toont het bombardement op Guernica (1937) tijdens de Spaanse Burgeroorlog. In 1986 heb ik dit schilderij in het echt gezien, ik was toen met vrienden op vakantie in Madrid en omgeving. De afbeelding hieronder is een uitsnede uit een eigen dia (ingescand). Het doet me denken aan wat er zich sinds enkele dagen afspeelt in Oekraïne… De angst, de ontreddering, de machteloze boosheid die we d.m.v. televisiebeelden zien op de gezichten van de mensen in dat land, zie je terug in dit schilderij. Impressive! Tijdloos… Van alle tijden, helaas.

Het was natuurlijk heel bijzonder om in Nederland een tentoonstelling te bezoeken die was gewijd aan twee wereldberoemde kunstenaars, maar de waarheid gebiedt mij te zeggen dat het me allemaal wat tegenviel. Natuurlijk hingen er prachtige schilderijen en waren er mooie sculpturen te zien… ik had er echter méér van verwacht. Misschien komt het wel omdat we deze kunstenaars te goed kennen via boeken, documentaires, posters, kaartjes, … Het was allemaal zo herkenbaar en dus niet (amper) verrassend. Hieronder een kleine greep uit wat er te zien was in de overigens niet bijster grote tentoonstelling.

Allereerst Picasso…

… en dan Giacometti

Geplaatst in Cultuur, Kunst | 1 reactie