Mardi

De regen roffelt op het dak van ons huisje… Ik draai me nog eens lekker om. Vakantie… mmm! Dan sta ik toch maar op en neem een douche. De huisgenoten zijn intussen ook op de been en weldra geurt het huisje naar koffie. Na het ontbijt wagen we het erop: te voet naar Grand-Halleux, met een omweg, dat wel! Het is grijs en koud… We lopen ons dorp uit, bij het laatste huis (in feite het eerste…) gaan we rechtsaf en aan het einde van de veldweg steken we de weg van Grand-Halleux naar Wanne over, berucht en beroemd als de Côte de Wanne uit de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik. Traditioneel is dit de plek waar ‘de koers echt begint’, de plek waar de kanshebbers zich als eerste zullen laten zien!

Over asfalt lopen we langs het gehucht Tigeonville waar een grote boerderij staat alsook een paar huizen en bijgebouwen met nogal wat vakwerk.

Net voor het asfaltweggetje de grote weg van Trois-Ponts naar Vielsalm bereikt, gaan wij een veldweg in die slingerend tussen de weilanden omhoog voert. Aan de overkant van de Salm zien we het dorpje Rochelinval liggen, genesteld in de flank van de vallei.

Op het hoogste punt staat een schitterend kruisbeeld, van leisteen gemaakt: le Croix Sainte-Catherine de Tigeonville. Het dateert uit 1820, is 4 meter hoog en is opgericht door Jean-François Willem de Tigeonville (1778-1837) en zijn echtgenote Marie-Catherine Olkès (1785-1841). Het is gemaakt in de trant van de beroemde kruisen van Ottré: de steenhouwers van Ottré (een dorpje ten westen van Vielsalm) zijn beroemd door hun manier van grafzerken houwen uit leisteen, wat bijzondere vaardigheden vereiste!

Van hier dalen we vrij steil af naar Grand-Halleux, waar we de slager vereren met een bezoek…

We verlaten het dorp via een landweg en lopen een stukje van de GRP 571: een regionale lange afstandswandelroute (Grande Randonnée de Pays) die de prachtige valleien van de Amblève, de Salm en de Lienne met elkaar verbindt en de naam Tour des Vallées des Légendes draagt…

Weldra lopen we weer tussen de weilanden boven Ennal, waar de koeien af en toe klagelijk loeien; ook zij hebben last van de regen en de kou… en van hun ondeugende kalfjes die het presteren onder het prikkeldraad door te kruipen en de wereld buiten het weiland te verkennen. Dat wordt door de moeders niet gewaardeerd!

Net voor we afdalen naar ons huisje, spreken we een jong boerenstel: of we Engels of Vlaams willen praten, want ze komen uit Letland. Ze werken op de boerderij van de vleeshandelaar uit de Kempen… Hoezo lokale werkverschaffing!? Zijn de mensen uit de streek niet geïnteresseerd in dit werk? Of zijn ze te duur…?

Na de lunch gaan dochterlief en ik wederom samen op stap, vrouwlief loopt een stukje mee en keert dan via een kortere route terug naar Ennal. Het weer lijkt wat op te knappen, af en toe komt de zon tevoorschijn maar de regen is zeker niet uit de lucht… De zwaluwen vliegen erg laag.

Al dat hemelwater laat zijn sporen na in het bos…

Wij lopen vandaag opnieuw naar Logbiermé maar dan langs een andere route. Voorbij de gué over de Ruisseau de Mont-le-Soie kiezen we nu voor een pad aan de andere kant van de Ruisseau du Poncay. Eerst is het een vrij brede, lelijke bosweg, die zelfs lijkt dood te lopen; vanaf die plek gaat er echter een klein, spannend paadje omhoog, eerst pal naast het riviertje maar al gauw klimt het pad ervan weg. We komen op een ander paadje en dat voert ons verder omhoog tot we op een breed bospad komen bij een open plek in het bos.

We naderen de laagst gelegen weilanden van Logbiermé. De Ruisseau du Poncay treedt op verschillende plaatsen buiten zijn oevers! Ik zou normaal gesproken doorlopen tot op de asfaltweg, maar een klein wegwijzertje met de tekst Chemin des écoliers erop, trekt onze aandacht. Het blijkt een oud pad te zijn dat de kinderen uit Logbiermé gebruikten om naar school te gaan in Wanne, begin 20ste eeuw. Dat pad ken ik niet, het is vast vrij recentelijk gerestaureerd. Het doet me denken aan de school paths op het Schotse eiland Lewis, die van afgelegen boerderijen en gehuchten dwars door de moerassen naar de dorpsscholen leidden… Op sommige plaatsen zien we nog muurtjes die het pad omzoomden!

Het smalle pad is veranderd in een klein riviertje. Bovendien begint het alweer te regenen… Een paar koeien hebben de beschutting van wat laag geboomte opgezocht.

We arriveren bij de laagste gelegen huizen van Logbiermé en lopen meteen linksaf, het dorp weer uit. Bij een tweesprong houden we rechts aan en klimmen vrij steil naar de bosrand waar we een pad nemen dat hoog boven Logbiermé de rand van de weilanden volgt… In de verte zien we Les Gattes liggen, het natuurvriendenhuis.

Al geruime tijd horen we gerommel: duidelijk onweer! Nu we zo hoog lopen en ver kunnen zien, stellen we vast dat er noodweer op komst is! Inktzwarte luchten hangen boven de hoogten van de Baraque de Fraiture (3de hoogste punt van België).

We stellen onze plannen bij en lopen over een gedegradeerd asfaltweggetje naar het hoger gelegen deel van Logbiermé. Daar nemen we het pad waarlangs we gisteren omhoog zijn gekomen: een lange afdaling, best steil en glibberig op sommige stukken maar dit is de kortste route naar huis!

Die haast blijkt niet nodig te zijn… Het onweer trekt voorbij en wij krijgen slechts te maken met een uitlopertje ervan… Als we Ennal naderen, breekt de zon door!

Dit bericht werd geplaatst in Vakantie, Wandelen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Mardi

  1. Poeh, onbegaanbare paden, maar jullie ploeteren door!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s