Bij Velsen ligt een aantal landgoederen en een daarvan is Beeckestijn. Hendrick de Keyser Monumenten beheert het kasteel en Natuurmonumenten draagt zorg voor het prachtige park. Na de ‘lange’ wandeling van gisteren is dit een ideale bestemming: veel moois op een kleine oppervlakte – en overal bankjes… De zon maakt het feest compleet!
Om half tien parkeren we onze trouwe, blauwe bolide op de parkeerplaats. Er staan – tegen de verwachting in – nog maar enkele auto’s. Ook in het park valt de rust op. Daar waar Beeckestijn vaak overspoeld wordt door joggers, hondenuitlaters en wandelaars, zien we vanmorgen slechts af en toe een wandelaar passeren. Vaak met hond, dat dan weer wel… Het kasteel ligt te schitteren in het felle aprilzonnetje. Het wit doet zeer aan mijn ogen. De zonnebril ligt thuis…
Eerst lopen we een rondje door de neobarokke tuin. Daar bloeit nog maar weinig, over een goeie maand zal dat wel anders zijn. Immer mooi is de ronde vijver in het midden. De marmeren beeldengroep ‘Schaking van Venus en Amor door Vulcanus’, die wordt toegeschreven aan de beeldhouwer Bartholomeus Eggers (1690-1692), trekt zoals altijd mijn aandacht. Hij is gemaakt voor de inmiddels verdwenen buitenplaats Watervliet in het huidige Velsen-Noord (aan de andere kant van het Noordzeekanaal). De berceau is nog niet dichtgegroeid… Een berceau wordt ook wel een loofgang genoemd en is een pad met aan beide zijden heggen, die aan de bovenzijde naar elkaar zijn gegroeid, zodat een soort tunnel ontstaat.
We slenteren door een brede laan achter het kasteel langs en lopen de kruidentuin in. Ook hier bloeit er amper wat, maar de tuin ligt er verzorgd bij. Dat was in het verleden wel eens anders… Toen Beeckestijn nog in gebruik was als landgoed, waren hier een moestuin, een kersenboomgaard en kassen. We zien twee slangenmuren, speciaal gebouwd voor het leifruit. In Nederland zijn er nog maar acht van deze muren. Door de slingerende vorm houdt de muur de zonnewarmte langer vast. Zo kan er exotisch fruit groeien, bijvoorbeeld perziken en abrikozen.
We nemen ook een kijkje in het doolhof. De buxushagen staan er half leeg gevreten bij. Blijkbaar koestert men hier toch de hoop dat ze op de wat langere termijn de vraat van de larven van de buxusmot weer te boven zullen komen!? Voor we verder lopen, keren we terug naar het voormalige ‘noorder’ koetshuis, waar Brasserie Beeckestijn is gevestigd. Ook open op maandag, voorheen gesloten op zondag maar dat is veranderd… Na een lekkere kop koffie en een stukje boterkoek lopen we het park weer in. Een brede allée voert van het kasteel naar de grote vijver. De rechter grasstrook is wit van de Madeliefjes, het Fluitenkruid en het Haarlems Klokje. De fontein doet het weer!
Het park achter het kasteel is formeel aangelegd: rechte lanen doorsnijden het. Maar toch is het ook in zekere zin enigszins speels omdat elk carré weer anders is ingevuld. Naast het hierboven al genoemde doolhof is er ook een historische boomgaard waar de Velser kers weer geoogst wordt. Naarstig speurwerk bracht de onderzoekers in Oostenrijk waar nog enkele oorspronkelijke Velser kersenbomen groeiden. Deze werden geënt en in 2014 legde Natuurmonumenten – weliswaar op een andere plaats dan voorheen – de kersenboomgaard aan. Op de plattegrond zie je goed dat het achterste deel van het park heel anders is: daar is de Engelse landschapsstijl gebruikt.
We steken het grasveld over (losloopgebied voor honden…) en wandelen langs de duinrel, onder majestueuze eiken en beuken naar het kapelletje.

Het kapelletje is… geen kapelletje maar een arbeiderswoning die de familie Boreel omstreeks 1770 liet bouwen voor haar personeel. Vaak woonde er een tuindersgezin in. We noemen zo’n ‘gek huis’ een folly (“een bouwkundige dwaasheid”). De Engelsen zijn er dol op. Zo zagen wij ooit vanuit het raam van een landhuis dat we bezochten, een kerktoren achter een heuvel uit steken. Er bleek daar helemaal geen dorpje te liggen en zelfs geen kerk te staan. De lord vond het echter wel een leuk idee om de illusie te wekken dat er een dorpje achter de heuvel lag, en liet op de heuvelrug de punt van een kerktoren bouwen.
Op 20 april jongstleden is de kapelwoning officieel in gebruik genomen als vakantiehuisje: Hendrick de Keyzer Monumenten verhuurt het. Het is de eenentwintigste vakantiewoning die de stichting in de verhuur heeft. Zal wel niet goedkoop zijn… maar het ziet er allercharmantst uit!
Over brede lanen lopen we terug naar de brasserie, waar we een tafeltje hebben gereserveerd voor de lunch. Een (heerlijke) pleister op de wonde voor het feit dat we nu niet rondlopen in Devon… We kiezen voor een lunchproeverij. De brasserie schenkt prima wijnen en het volledige assortiment van de Gulpener Brouwerij, maar wij houden het bij een kopje thee. Het schijnt dat je hier erg lekker kunt dineren – dat gaan we zeker een keer doen. Als we iets bijzonders te vieren hebben…
Na de lunch rijden we naar Santpoort-Zuid (tien minuutjes) waar we een blik willen werpen op de kasteelruïne van Brederode. Voor vrouwlief is Brederode een primeur. Ik ben er ooit wel eens geweest, maar dat is lang geleden. Ik kampeerde toen een paar nachtjes met de vijfde klas (groep zeven) van de Nicolaas Beetsschool op de Nivon camping Schoonenberg. Sweet memories… We staan allebei paf. Wat een imposante burcht moet hier ooit hebben gestaan! Helaas is de site op maandag (en dinsdag en donderdag) gesloten. We komen zeker terug!











Mooie plekken in het Noord-Hollandse!