Een Wieringer rondje

Na Oosterland wil ick varen,
daer woont ‘er mijn zoete lief…

Of dat amoreus liedeken, opgetekend aan het begin van de 18de eeuw en opgenomen in de liederenbundel De oprechte Sandtvoorder speel-wagen (Amsterdam 1730) over het dorpje Oosterland op Wieringen gaat, waag ik te betwijfelen. Maar wie weet… het is op zich wel een aantrekkelijke gedachte, nietwaar, zeker voor een wandelaar die later op deze pinksterzaterdag door Oosterland zal trekken.

Ik haal Gj op en we rijden naar Hippolytushoef, een rommelig dorp op het voormalige eiland Wieringen, gegroepeerd rond een prachtige kerk op een terp. De kerk dateert uit de 17de eeuw en is opgetrokken in baksteen maar er zit ook tufsteen in verwerkt, met name ook in de toren. Ik ben er een keer binnen geweest en dat was voor een heel verdrietige bijeenkomst: in de bloei van haar leven was onze geweldige collega Sylvia hard uit het leven weggerukt… Familie, vrienden en collega’s maar ook veel ouders en kinderen van De Meertuin in Slootdorp verzamelden er om afscheid te nemen van deze mooie jonge vrouw.

Het is best koud. Af en toe verschijnt de zon wel van achter de hoge wolken, en dan voel je haar kracht… maar de wind waait uit het noorden en is tintelfris. We lopen om de kerk heen, naar bakkerij Dunselman, waar we allebei een pak Wieringer jodekoeken kopen. Twee gaan er mee in de rugzak, de rest laten we achter in de kofferbak van de auto. Dan neem ik de routebeschrijving erbij om uit te dokteren hoe we Hippo gaan uitlopen.

Binnen de kortste keren lopen we over een slingerend schelpenpaadje richting de zeedijk. Het dorp en het land stralen rust uit. Het is hier echt stil: het geschreeuw van de scholeksters hoort er gewoon bij. Voor we het weten zijn we bij de dijk. We kiezen voor het graspad dat er bovenop loopt. De bries uit het noorden maakt dat ik blij ben met mijn trui en mijn dunne sjaal…

Na een tijdje zakken we af naar het asfalt om een tijdje langs het water te lopen. Op het wad is weinig vogelleven te bespeuren en we verkiezen al gauw weer het pad bovenop de dijk, vanwaar je én naar zee én over het land uitkijkt.

We naderen een vreemde toren. Eigenlijk kun je het niet eens een toren noemen: het is een roestige naald die boven de dijk uitsteekt. De twaalf meter hoge vierkante creatie is gemaakt van cortenstaal. Bij nader inzien blijkt het een kunstwerk te zijn (ik had het kunnen weten…): Kijk over de Dijk heet het. Aan de achterkant is een luikje. We verwachten een periscoop maar kijken tegen een computerscherm aan: “Windows heeft een update uitgevoerd en vraagt om de computer opnieuw op te starten”. Niks kijken over de dijk dus…

Wij keren de dijk onze rug toe en lopen over een weg, tussen de huisjes en caravans van een recreatiepark, naar Stroe. Op de postbode na op zijn elektrische bakfiets is hier op de vroege zaterdagochtend weinig tot geen verkeer. Mooie huizen en boerderijtjes staan aan weerszijden van de weg. Museum Jan Lont komt in beeld; dat gaat pas om 13 uur open, we zijn dus veel te vroeg. Achter het museum is een donkerteplek gecreëerd die je bereikt via het Planetenpad. We zetten er ons in het zonnetje om een slokje water te drinken en elk een jodekoek naar binnen te werken. Gj neemt zich voor hier eens terug te komen als het donker is, om naar de sterren te kijken… Mij trekt dat niet zo, ik heb te weinig geduld om uren naar de sterrenhemel te turen.

De volgende stop ligt een paar honderd meter verderop: het kerkje van Stroe, of beter gezegd de Heidense Kapel. Sinds mensenheugenis schijnt dit een mystieke plek te zijn: naar verluidt zouden hier twee leylijnen (energiebanen) elkaar kruisen. Geschriften over de locatie voeren terug naar de 8ste eeuw en de Heilige Willibrordus (658-739) himself zou hier een gebouwtje tot kerk hebben gewijd… De kapel die hier nu staat, is gebouwd in 2016. De plek voelt kaal aan, het lijkt alsof hier recentelijk veel groen is gekapt… Aan één kant staat nog wel een wat oudere boom die waakt over de oudste grafzerken van de begraafplaats.

We lopen terug naar de zeedijk. Al gauw komen we bij de kleiputten van Vatrop, waar de route omheen gaat. We volgen een tijdje een graspad, tussen het fluitenkruid en het koolzaad, met zicht op zee. In de lucht hangt een geur die ik associeer met vissershaventjes… Ik waan me even op een Welsh kustpad, maar ik loop toch echt gewoon in Noord-Holland!

Rechts van ons steekt de toren van de Michaëlskerk in Oosterland boven de dijk uit. We gaan omhoog en weer omlaag, en lopen het dorpje in, recht naar de kerk. Gj merkte in Hippo op dat het zo jammer is dat de meeste kerken in Nederland op slot zijn (in tegenstelling tot heel veel kerkjes in Groot-Brittannië bijvoorbeeld), en ik heb hem gezegd dat de kerk van Oosterland wél open is. Maar dat heb ik mis, al hebben we het geluk dat de kerk op zaterdag- en zondagmiddag wel toegankelijk is, als we het bordje op de deur mogen geloven. We lopen een rondje om de kerk. Het geheel in tufstenen opgetrokken kerkgebouw dateert uit de 11de eeuw en is een voorbeeld van de romaanse bouwstijl. De muren van het schip hebben een dikte van circa 85 cm!

Als we terug bij de deur komen, onderin de toren, kunnen we naar binnen. De dames excuseren zich: ze zijn nog aan het opstarten… We lopen meteen mee naar de prachtige crypte die eind 20ste eeuw is gerestaureerd. Vervolgens bewonderen we het sfeervolle interieur van de kerk.

Vooral de op het plafond geschilderde Michaël trekt de aandacht! Hij is geschilderd door een kunstenares uit Bergen (NH) wiens naam ik niet goed verstaan heb… Het orgel is gebouwd in 1762 door Jacob Engelbert Teschenmacher uit Elberfeldt en wordt geroemd om het zeer gave 18de-eeuwse klankbeeld. We betalen netjes onze € 3,- p.p. inkom (ten bate van het onderhoud van de kerk) aan de dames die inmiddels al hun voorbereidingen hebben getroffen. De kerk geurt naar vers gezette koffie, maar wij bedanken, we hebben De Zingende Wielen in het vizier als eerstvolgende pleisterplaats. Dan nodigt een van de dames ons uit om de toren te beklimmen: dat laten we ons geen twee keer zeggen. Een smalle, houten wenteltrap voert ons omhoog. Af en toe zijn er in de wand deuren aangebracht, waarachter rekken staan vol mappen… We kijken stiekem: elke map bevat muziek en teksten, vast gebruikt in de oecumenische diensten die hier met enige regelmaat worden gehouden. Achter de derde deur vinden we het uurwerk. Vanaf hier gaan we met steile laddertjes verder omhoog. De grond is bezaaid met dode vliegen. Tienduizenden moeten het er zijn! Later vertelt een van de dames dat dit een jaarlijks weerkerend verschijnsel is… We komen langs de indrukwekkende bronzen klok, gegoten in 1499! Met een laatste ladder kunnen we echt tot in de punt van de toren klimmen…

Buiten is het nu echt warm, geen spoor meer van wolken. De lucht is nog wel prikkelend fris, dus die sweater blijft voorlopig aan. We lopen het dorp uit, op weg naar De Zingende Wielen, als een bordje “Theetuin” onze aandacht trekt: een theetuin lijkt ons wel aangenamer dan een wegrestaurant en dus stappen we voorzichtig door de poort, waarachter een mooie tuin verscholen ligt. Een oudere dame heet ons hartelijk welkom. We kiezen een lekker plekje, een beetje beschut, niet helemaal in de zon. De thee wordt gebracht. De dame vertelt dat haar man twee jaar geleden is gestorven. In het weekend is het erg stil en dus heeft ze een oud plan, in het weekend een theetuin openen, uit de kast gehaald. Wij zijn de zesde gasten in drie weken tijd. Een echte startup dus.

We zijn blij dat we niet in De Zingende Wielen terecht zijn gekomen… het ziet er een vreselijk etablissement uit. We steken de drukke weg over en gaan iets verderop rechtsaf. We lopen nu aan de voet van de oude wierdijk die de zuidkust van Wieringen ooit beschermde tegen de grillen van de Zuiderzee.

De kern van een wierdijk bestaat uit een aarden dijklichaam dat bedekt wordt met wier, omdat wier geen water doorlaat. Al rond het jaar 1000 werden dergelijke dijken in Noord-Holland gebouwd om het land te beschermen. Rond 1100 werd de zee wat nadrukkelijker aanwezig: eb en vloed verhevigden en dat noopte de mensen om hun dijken beter te beschermen: met palen en dwarslatten werd tegen het wier een soort beschoeiing aangebracht. Schepen uit Suriname brachten in de 18de eeuw de paalworm (een soort mossel) mee: het einde van de houten dijkversteviging want die werd op grote schaal door de paalwormen aangetast. Men begon de onderkanten van de dijken met stenen te verstevigen…

Ruim vijf kilometer lopen we onderlangs de wierdijk, een monument dat door Staatsbosbeer wordt onderhouden. Officieel loopt het pad bovenop de dijk, maar daar staat het gras heuphoog, terwijl beneden langs de dijk een fietspad loopt, en verderop een graspad is vrijgemaakt. De grond is ongelijk dus we moeten enigszins met beleid lopen. Op de dijk grazen schapen: Texelaars, met hun lelijke vierkante koppen; hun lammetjes zien er wel aardig uit. De zijkant van de dijk is begroeid met fluitenkruid en koolzaad… Wat opvalt is dat ook hier, in de windluwte (wat mij noopt tot het uittrekken van mijn sweater) amper insecten rondvliegen… Het is me al eerder opgevallen dit jaar: waar zijn onze insecten!?!? In de oever van de sloot naast de dijk zit een zwaan te broeden.

We naderen de plek waar de wierdijk langs een kanaal komt te liggen: hier heet het kanaal de Voorboezem, verderop verandert de naam in Amstelmeerkanaal. We komen langs een gemaalhuisje; het dateert uit 1929, de tijd dat de Wieringermeer werd drooggelegd. Het kanaal diende om het water uit de polder af te voeren naar zee.

Na een kleine kilometer ligt er een brug over het kanaal: vanaf hier lopen we weer verhard, over een fietspad. Wat ons al de hele dag opvalt, wordt hier opnieuw bevestigd: wat een rust heerst er op Wieringen: niks drommen toeristen of dagjesmensen! We zijn op heel onze wandeling welgeteld één andere wandelaar tegengekomen en op de fietspaden passeer je af en toe mensen, maar zeker niet hinderlijk vaak.

Het fietspad buigt af, richting Hippolytushoef. In de weilanden zien we hazen lopen. Een boerenzoon probeert de koeien richting de stal te drijven maar de beesten hebben er niet al teveel zin in… Aan de andere kant van de boerderij staat een melktap – en ze verkopen er boerderij-ijs! Er is niet veel nodig om ons te verleiden: Griekse-yoghurt-ijs en een lekkere stoel in het zonnetje zijn ruimschoots voldoende.

De route slingert nog even door een bosje en ten slotte gaan we via een tunneltje onder de hoofdweg het dorp weer in. In de Hoofdstraat staat een leuk beeld: De Ganzenrij.

Rotganzen arriveren begin oktober op Wieringen, uit het ijzige noorden. Ze zoeken op het eiland vaak bescherming achter de woalkes (de walletjes), de Wieringer variant van de Texelse tuunwoalen. De rotgans en Wieringen zijn al eeuwen nauw met elkaar verbonden. Dat weten we dankzij Gerrit de Veer, die met Willem Barentsz mee had gevaren. Hij had met de bemanning op Nova Zembla moeten overwinteren. Gerrit hield een dagboek bij. Welnu, in 1596 noteerde Gerrit bij Groenland ganzen gezien te hebben. “Net zulke rotganzen,” schreef hij, “als er in Holland bij Wieringen in groten getale komen en worden gevangen.”

Het beeld is in 1982 ontworpen door Theo Mulder en heeft jaren gestaan in het gemeentehuis van Wieringen. De vijftien ganzen stonden symbool voor de dertien raadsleden, de burgemeester en de gemeentesecretaris. Maar nu de gemeente Wieringen is opgegaan in de nieuwe, grotere gemeente Hollands Kroon, heeft het beeld een nieuwe plek gekregen.

Wij lopen moe en voldaan naar de auto. Ik eindig deze blog met vier planten die we onderweg zagen bloeien. Met de klok mee, beginnend linksboven: gekroesde melkdistel (vrij algemeen), zeealsem (zeldzaam), tengere distel (zeer zeldzaam) en tot slot zeekool (zeldzaam) – aldus ObsIdentify.

Dit bericht werd geplaatst in Wandelen. Bookmark de permalink .

1 Response to Een Wieringer rondje

  1. Vooral het eerste gedeelte van jullie wandeling behoort tot mijn favorieten! Leuk om de bekende plekjes te zien. De theetuin ken ik niet.

Geef een reactie op Jeanne van Sjannesblog Reactie annuleren