Polder Wogmeer

Het is woensdag, een dag na een stormachtige dinsdag, en de wind waait nog altijd behoorlijk stevig uit noordwestelijke richting… Van over de Noordzee worden buien aangevoerd, stevige exemplaren met forse windstoten, flink wat regen en zelfs hagel. Maar tussen de buien door is er ruimte voor wat zon… Gj en ik zijn naar Spierdijk gereden waar we de auto parkeren in een klein woonwijkje aan de rand van het dorp. Onderweg moesten we omrijden: op een rotonde in Heerhugowaard was een enorme vrachtwagen met zand omgekieperd. Een indrukwekkend gezicht, zo’n bakbeest op zijn kant…

Op het programma staat een rondwandeling: een rondje Wogmeer, aangegeven met ronde blauwe bordjes met een wit pijltje. Je kunt de wandeling ook maken door de groene pijlen te volgen van het Wandelnetwerk Noord-Holland, maar die nemen op een gegeven moment de andere oever van de ringsloot. Oók mooi denk ik, maar wij houden ons vandaag aan de oorspronkelijke route.

Onze wandelroute

De drooglegging van de polder Wogmeer werd gestart in 1607 en is voltooid in 1612. Zes molens en het werk van honderden handarbeiders hebben de polder drooggelegd, de Middenweg en Verlaatsweg aangelegd, de vele sloten gegraven en bruggen gebouwd. Toen kon men beginnen met het bouwen van huizen, het verharden van de wegen en het bebouwen van het land. De werken vonden plaats onder het toeziend oog van de Alkmaarse landmeter Gerrit Dirksz Langedijk. De belangrijkste financier van het project was Jacob van Duvenvoorde (1574-1623), heer van Obdam en Hensbroek. Een van de zes molens die bij de drooglegging gebruikt is, genaamd Nieuw Leven, staat nog steeds op de westzijde van de ruim 11 km lange dijk die om de Wogmeer ligt. (Bronnen: Wikipedia, Westfries Archief, Westfries Genootschap).

Kaartbeeld rond 1815 (website van het Kadaster)

We lopen, terwijl vanuit de uitloper van een bui hagelsteentjes op ons worden afgevuurd, het (lelijke) dorp Spierdijk door en bij een mooie stolpboerderij met schuur gaan we de dijk op. De bui is dan alweer over. Huh!? Ik had verwacht dat we echt hoog boven het land zouden lopen, bovenop een dijk die zich door het vlakke land slingert. Niks daarvan! De ‘dijk’ is amper te ontwaren… Het spoor door het gras loopt meestal pal naast de ringsloot. Hier en daar loop je wat hoger… en dan hebben we het over 20-30 centimeter, schat ik. Ik stel mijn verwachtingen bij, toch even slikken.

Eigenlijk is het heel gemakkelijk: blijf lopen met de ringsloot aan je rechterhand. Verdwalen kun je hier niet. Je wandelt bijna de hele tijd over particulier eigendom; de wandelaar is hier te gast. Fantastisch dat dit kan! Al gauw komen we de eerste omheiningen tegen waar je overheen moet d.m.v. houten overstapjes: en die worden niet goed onderhouden, kan ik je vertellen. Enkele zijn in de afgelopen tijd vervangen door plastic exemplaren, maar de meeste zijn nog ‘origineel’ en je moet je steeds goed vergewissen van de staat ervan. In totaal staan er op deze wandeling ruim 60 overstapjes!

Het meeste land wordt gebruikt voor bloembollenteelt, akkerbouw en voedselwinning ten behoeve van de veeteelt. Omdat we zo’n koud voorjaar hebben, komen de tulpen nu pas naar hun hoogtepunt… Her en der in de polder liggen lange, kleurige stroken bollenland…

Op het water zien we eenden, ganzen en meerkoetjes, aan de kant staan reigers te vissen, we zien meeuwen, visdiefjes, scholeksters, grutto’s en kieviten vliegen, duiken en landen. Als we op een bankje zitten om even wat te eten en te drinken, rent er een haas langs.

Vooral tijdens de eerste kilometers komen we langs een paar mooie boerderijen. Op een gegeven moment sta ik gefocust een foto te maken van een rij knotwilgen langs de weg naar de boerderij; Gj staat geduldig naast me te wachten. Opeens geeft er pal achter ons iemand gas: ik schrik me een hoedje en maak letterlijk een sprongetje in de lucht. Die auto hadden we niet horen aankomen! De foto moet over, ik wacht totdat de auto uit het gezicht is verdwenen.

De N194 doorsnijdt de polder. Het is een drukke weg die je tijdens de wandeling twee keer moet oversteken. Om dat veilig te kunnen doen, heeft men geen halve maatregelen genomen… Daar steken de soms gammele overstapjes onderweg schril tegen af!

Voor en achter ons trekken flinke buien langs en meestal hebben we daar wat gedruppel van. De wind blaast een stevig partijtje mee. Als we over de overstapjes klimmen, moeten we ons goed vasthouden. Meer dan eens verrast de wind ons en verliest een van ons het evenwicht… Maar het loopt altijd goed af.

Ik heb de indruk dat het land tussen Heerhugowaard en Hoorn behoorlijk volgebouwd is, of misschien in de term ‘verrommeld’ een beter woord. Daarom valt het me tijdens deze wandeling echt mee hoe weids het landschap hier is – af en toe hebben we quasi ongerepte polderland om ons heen… Zo zie je maar, hoe anders het beeld is dat ontstaat vanuit de auto; als je lopend een landschap IN gaat, beleef je het vaak compleet anders en dat is, vind ik, een van de grote charmes van het wandelen…

Als we op de helft zijn, komen we langs de enige molen die is overgebleven uit de tijd dat de Wogmeer is drooggemalen: molen Nieuw Leven (1608). Het is een achtkante, rietgedekte poldermolen zoals er zovele stonden en gelukkig ook nog staan in het Noord-Hollandse landschap! Terwijl wij de molen naderen, nadert een bui ons… De volgende twintig minuten lopen we in de regen. De paraplu pakken is met de onstuimige wind niet te doen. Mijn winterjas is wel winddicht maar niet waterdicht… Gelukkig waait de wind nu van achteren. Als ik twee uur later thuis kom, blijkt zelfs mijn fleece nat te zijn!

De bui trekt naar het zuidoosten weg en de zon komt er opnieuw door. De brede ringsloot is nu nog maar een smal watertje en slingert door het vlakke land. We naderen Spierdijk, de zon komt er weer goed door en we drogen wat op. Als we over een hek klimmen, staat er opeens een speelse koe voor ons… Als we een paar stappen in haar richting zetten, springt ze achteruit. Ze houdt ons nauwlettend in de gaten maar doet verder helemaal niets… Ik maak gauw een oer-Hollands kiekje…

Net voor de volgende bui ons te pakken heeft, stappen we in de auto. 11 kilometer in de beentjes… Dat is een mooi #ommerdepommetje, zoals ik mijn wandelingen tegenwoordig wel eens noem 😀.

Dit bericht werd geplaatst in Landschappen, Wandelen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s