Omstreeks 66

De tijd tikt door. Ik schrijf niets nieuws… Waar de tijd begon en waar hij zal eindigen weten we niet. Gelukkig maar. Ergens in de loop van de tijd is de mens verschenen en ik verwacht dat hij ergens in de relatief nabije toekomst weer zal verdwijnen. Wel jammer. Ergens op die tijdlijn heb ik onlangs mijn 66ste levensjaar achter me gelaten en ben ik begonnen aan mijn 67ste. “Je laatste werkzame jaar,” zeggen ze. Ergens hoop ik van niet, ik werk met veel plezier en het gaat me nog altijd goed af. Maar okay, er zijn meer dingen in het leven en met het toenemen van de leeftijd neemt – althans in de fase waarin ik me bevindt – de kans op kwaaltjes en ongemakken eveneens toe. Daarvoor moet ik de ogen niet sluiten, dat durf ik onder ogen te zien, ondanks – of wie weet wel dank zij – de bril die ik al 54 jaar op mijn welgevormde neus heb staan. Dus over ongeveer een jaar ga ik mijn werkzame leven afronden en gaan we – als het de Goden en de Schikgodinnen behaagt – nog een paar leuke reisjes maken. En daarna? dat zien we wel.

Ik spreek niet van verjaren en verjaardagen. Aan verjaren en dus ook aan verjaardagen kleeft een negatieve klank. Wie verjaart is al gauw overjarig. Dus… ben ik jarig en vier ik mijn jaardag. En die viering begon vorige week woensdag in De Kleine Deugniet (tegenwoordig heet het: Alkmaars Bierhuis / Proeflokaal De Kleine Deugniet) met vriend E. Mooie gesprekken en mooie bieren (uit Nederland, België en Estland). Een topavond.

Vrijdag gaat het feest verder. Dochter S. komt vanuit haar woonstee in Duitsland naar de Heimat en brengt internationaal gezelschap mee. Bij Struin in Camperduin vieren we ons beider jaardagen – samen 99 jaar!

Zaterdagochtend ben ik alweer vroeg uit de veren en vertrek richting Belgenland. Om half elf rijd ik een parkeerplaats op bij het Corsendonks Hof. Daar staat T. al op me te wachten en H. arriveert samen met mij. H. en T. gingen ooit als deelnemers mee op Kindervreugd trektocht (een begrip in het Antwerps Stedelijk Onderwijs). Later maakten ze deel uit van de begeleiding en we hebben altijd contact gehouden. Hoe leuk is dat! Het Corsendonks Hof is nog dicht, dus van die voorgenomen kop koffie om mee te starten, komt niets in huis. Dan maar meteen de wandelschoenen aan en een rondje lopen in dit fraaie stukje Kempen, niet ver van Turnhout. T. heeft een leuke route uitgezocht. Al gauw komen we langs de Priorij Corsendonk, genoemd naar het gelijknamige overheerlijke gerstenat. O nee, het zal wel omgekeerd zijn…

De priorij werd in 1395 gesticht door Maria van Gelre, ook bekend als Maria van Brabant (1325-1399), dochter van hertog Jan III van Brabant, hertogin-weduwe van Gelre en vrouwe van Turnhout. Het bier wordt sinds 1982 gebrouwen. Niet in Corsendonk maar in Purnode, een dorpje dat niet ver van Dinant ligt. Brasserie du Bocq brouwt het in opdracht van bierfirma Brouwerij Corsendonk te Oud-Turnhout.

We wandelen afwisselend door akkerland, door bos en op de grens van beide. Het zonnetje schijnt uitbundig en de muggen prikken er lustig op los. Die korte broek was niet echt een goed idee, verdorie, maar gedane zaken nemen geen keer, zeker niet als de lange broek thuis is achtergebleven omdat Gerrit Hiemstra in zijn laatste weerbericht een warm, droog en zonovergoten weekend voorspelde.

Twee uur later komen we terug bij het beginpunt van de wandeling. De deur van het Corsendonks Hof staat uitnodigend open en we lopen naar binnen. Ik kijk mijn ogen uit: zo’n café-interieur kom je maar zelden tegen; ik had wel een gezellige, bucolische atmosfeer verwacht, maar dit!?

Wij kiezen voor een misschien wat minder inspirerende maar daarom niet minder aangename ambiance, namelijk die van het schaduwrijke terras. De tijd kabbelt daar in een gemoedelijk tempo en spijs en drank zijn voortreffelijk, evenals de vriendelijke bediening… Dit is zo’n plek waar je altijd terug naar toe wilt gaan. Maar helaas: in december worden de deuren gesloten en komt er een nieuwe eigenaar, en we moeten maar afwachten wat die ervan gaan maken… De Croque Vidé en de Corsendonk van ’t vat (6,3%) smaken uitstekend en vullen elkaar op prettige wijze aan…

Hartelijk nemen we afscheid! Tijd voor het volgende punt op de agenda. E. en J. waren ooit mijn onderburen. Zij verhuisden, ik uiteindelijk ook, we verloren mekaar uit het oog. Maar een recente speurtocht op internet bracht me weer op hun spoor en tegen vieren maak ik mijn opwachting bij hun woning in Turnhout. Een warme knuffel. We stellen vast dat we veranderd zijn maar in feite ook niet. Okay, de tijd laat altijd zijn sporen na, maar op wat grijze haren en een enkele rimpel na, mag dat geen naam hebben. Voor we het weten zijn er twee uur voorbij. De thermoskan met kruidenthee is leeg, onze kinderen zijn de revue gepasseerd evenals onze carrières en nog wat andere onderwerpen van meer of minder belang. Een warme knuffel en tot ziens!

Onderweg naar Zoersel rijd ik door een enorme plensbui. Prima, het stof weer van de auto gespoeld! Ik arriveer in jeugdherberg Gagelhof. Door oorlog vernield, (met de bescheiden hulp van mijn vader) voor vrede weer opgebouwd. Willy van Gils ontwierp een eenvoudig gebouw dat bestaat uit een geraamte van dennenstammen. Het is zó ontworpen dat het met weinig middelen én door mensen van goede wil maar zonder overmatige kennis van zaken kan geconstrueerd worden.

Er zijn van die plekken waar je tijdens je hele leven steeds weer naar terugkeert. Het Gagelhof is zo’n plek. In de jaren ’80 heb ik er als vrijwillig beheerder gediend. Met de vrienden hebben we er feesten gebouwd. Als kind heb ik er poppenkast gezien en Drie Koningen gevierd. Ik heb er geholpen bij nachtelijke droppings en het nieuwe dak er mee opgelegd. Aan de hand van dia’s en foto’s kwam daar enkele jaren geleden op een scherm een groot deel van mijn leven (en dat van vele vrienden) voorbij…

In het dagverblijf, zoals we dat nog altijd noemen, is de constructie met de dennenstammen nog goed te zien, maar in grote delen van het gebouw is de oorspronkelijke constructie op last van de brandweer in steen en beton verpakt en is het gebouw verminkt – laten we het zo maar noemen. Je kunt de brandweer niet beschuldigen van een fijn gevoel voor erfgoed… Ik verdwijn in gedachten naar het Southwest Coast Path (The Salt Path, Raynor Winn) onder het genot van een onvervalste Gageleer… Lang geleden groeide er op de arme, vochtige gronden rond het dorp Zoersel overvloedig gagel, een plant die heerlijk geurt en bij de productie van bier gebruikt werd. Een voorloper van hop, heb ik me laten vertellen…

Na een prima nacht en een overvloedig ontbijt rijd ik naar Pulle alwaar ik ben afgesproken met G. en B. en dat zijn vrienden waar ik heel wat mee ben opgetrokken. Laten we het daar maar bij houden. Behalve dat ze me een plak dikke speculoos (sic) geven ter gelegenheid van mijn jaardag, hebben ze ook een waarachtig prachtige wandelroute uitgestippeld en een picknick meegebracht. Langs veld en wei, door bos en langs bosrand, door verborgen beekdalletjes en over vlonderpaden, over landgoed en parkbos, door tot braakneigingen inspirerende villawijkjes en langs authentieke keuterboerderijtjes, langs kastelen, watertorens en watermolens, kerken en kapelletjes, schandpalen en voormalige uitspanningen wandelen we een rondje van bijna 19 kilometer. Ik kan hier veel woorden aan besteden, maar de beelden zeggen alles…

En dan zijn we weer terug bij de mooie kerk in het hart van het slaperige dorpje Pulle. Van slapen kan er nu echter geen sprake zijn: de dakpannen van Feestzaal De Lelie dansen dat het een lieve lust is, het feestgedruis is niet van de lucht, hier is een feestelijk evenement aan de gang. Na een wandeling die menig zweetdruppeltje heeft gekost vanwege het klamme weer, laten wij ons niet weerhouden om plaats te nemen op het terras. Zover mogelijk van de deur, dat wel. We moeten naar binnen om te bestellen… Op een kruk bij de deur zit een man in spijkerbroek met een blauw geruit hemd. Ik zag hem vanmorgen om half tien al afzakken naar De Lelie. Aan zijn ogen en zijn ingezakte houding te zien zit hij er al de hele dag en is hij niet bezig met zijn eerste pintje… We brullen onze bestelling over de toog, richting een zwaar besnorde en bebakbaarde (zeg je dat zo?) man. De Serveerkunst van het Bier zullen we zelf moeten bedrijven… het is binnen veel te druk! De tripel smaakt zalig…

Ik sluit de dag af met een bezoek aan mijn moeder… We kletsen een paar uur en dan is het tijd om de motorkap van mijn bolide noordwaarts te keren. Maandag nog een ‘kleine reünie’ met mijn intervisiegroepje van de directeurenopleiding waar voor de gelegenheid ook onze twee opleiders aanschuiven. In Sonnevanck in Wijk aan Zee uiteraard. Sonnevisie.

De feestelijkheden zijn voorbij. Tijd voor een paar balansdagen, zoals mijn mondhygiëniste dat noemt. Vandaag gewerkt. Morgen werken. Vrijdag werken. En dan weer vakantie!

Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk, Wandelen. Bookmark de permalink .

1 Response to Omstreeks 66

  1. Nog van harte gefeliciteerd. Je verjaardag is goed gevierd op mooie plekken, die je liet zien. Je laatste werkzame jaar zal omvliegen van vakantie tot vakantie!!

Geef een reactie op Jeanne van Sjannesblog Reactie annuleren